Sla inhoud over

Internationale wet- en regelgeving: Bijzondere Voorzieningen

Nationale regelgeving
Indien een vreemdeling, iemand zonder de Nederlandse nationaliteit, langer dan drie maanden in Nederland wil verblijven heeft hij een verblijfsvergunning nodig. Als een vreemdeling zo’n verblijfsvergunning niet (meer) heeft, dient hij het land uit eigen beweging te verlaten. Doet hij dit niet, dan kan de vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gehouden met het oog op uitzetting. Binnen de vreemdelingenbewaring zijn er twee groepen te onderscheiden: aan de grens geweigerde vreemdelingen en vreemdelingen die in Nederland worden aangehouden wegens illegaal verblijf. Zij worden ingesloten op respectievelijk artikel 6 of artikel 59 van de Vreemdelingenwet (Vw 2000).  Vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld kunnen verblijven in detentiecentra of in uitzetcentra. Er is geen maximumtermijn voor de duur van deze vorm van detentie. In Europees verband is echter in de zogenaamde Terugkeerrichtlijn afgesproken dat de maximumtermijn zes maanden is met daarbij de mogelijkheid om te verlengen tot maximaal achttien maanden. De migranten verblijven onder het regime van beperkte gemeenschap uit de Penitentiaire Beginselenwet (Pbw). Dit is het regime dat ook van kracht is in reguliere huizen van bewaring waar voorlopig gehechten verblijven.
Op nationaal niveau gelden voor vreemdelingen dus de bepalingen uit de Pbw tijdens het wachten op hun uitzetting. Dit ondanks het gegeven dat vreemdelingen niet in detentie zitten vanwege een strafbaar feit, maar omdat ze niet over de juiste papieren beschikken. Nationaal en internationaal is hier kritiek op.[1]

Internationale regelgeving
De vraag of vreemdelingendetentie in strijd is met de mensenrechten gaat dit stuk te buiten, maar het is wel van belang te beseffen onder welke internationale wet- en regelgeving de in Nederland verblijvende migranten in vreemdelingenbewaring vallen.

EVRM
Allereerst gelden voor vreemdelingen uiteraard de universele mensenrechten, zoals die van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Op grond van artikel 5 van het EVRM heeft iedereen recht op vrijheid. Dat recht mag worden beperkt of ontnomen onder bepaalde omstandigheden, met het oog op uitzetting of in het kader van toegangsweigering. Uit internationale mensenrechtenstandaarden, bijvoorbeeld in de vorm van de Terugkeerrichtlijn van het Europees Parlement en de Raad, blijkt echter wel dat vrijheidsontneming gezien dient te worden als een ultimum remedium. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft op 22 juli 2010 geoordeeld dat detentie enkel mag worden toegepast als ultimum remedium.[2]

Richtlijnen Raad van Europa
Het betreft de ‘Twenty Guidelines on forced return’ die in 2005 speciaal zijn opgesteld voor vreemdelingen. Zij gaan echter vooral over de vraag hoe, of en wanneer vreemdelingen op een dwingende manier teruggestuurd kunnen worden naar hun eigen land.  Naast deze richtlijnen bestaan er nog richtlijnen betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus en de richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in lidstaten. Deze laatste richtlijnen zijn ook van toepassing in gesloten vreemdelingencentra volgens een verslag van de Europese Commissie met de titel “Achieving common EU standards on reception of asylum seekers" (Report on transposition and implementation of the Reception Conditions Directive, 26 november 2007).

Conclusie
Voor wat betreft gedetineerde vreemdelingen geldt dus eigenlijk dat zij net als ‘gewone’ gedetineerden vallen onder alle internationale mensenrechtelijke wet- en regelgeving. Specifiek voor vreemdelingen is zoals hierboven genoemd een aantal richtlijnen opgesteld. Richtlijnen van de Raad (en het Parlement) zijn echter slechts verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat, maar laten aan de nationale instanties de bevoegdheid om vorm en middelen ter verwezenlijking daarvan te kiezen. Ze worden nader uitgewerkt in nationale regelgeving, een voorbeeld hiervan in Nederland is de Vreemdelingenwet. De keuze van Nederland om vreemdelingen in detentiecentra te laten vallen onder de Pbw is hier indirect ook een voorbeeld van.

_____________________________


[1] Zo heeft Amnesty International in november 2010 een rapport uitgebracht genaamd 'Vreemdelingendetentie: in strijd met mensenrechten. Update van het rapport: The Netherlands: The detentie of irregular migrants and asylum-seekers'.
[2] EHRM 22 juli 2010, A.A. v. Griekenland, nr. 12186/08