Internationale wet- en regelgeving: Gevangeniswezen

Naast de nationale regels die gelden voor gedetineerden zijn er een groot aantal internationale en Europese wetten en regels opgesteld. Op deze manier worden de rechten van gedetineerden zoveel mogelijk gewaarborgd.

Mensenrechten
Er is een aantal rechten en vrijheden die fundamenteel zijn voor het menselijk bestaan. Deze rechten worden mensenrechten of fundamentele rechten genoemd. Dit zijn rechten die voor iedereen gelden ongeacht herkomst, nationaliteit, overtuiging, geslacht of andere kenmerken. Voorbeelden van vrijheden die beschermd worden zijn; vrijheid van meningsuiting, recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op leven. Het algemene principe is dat alle mensenrechten ook blijven gelden voor gedetineerden. Ook gedetineerden hebben bijvoorbeeld recht op een menselijke behandeling, privacy, medische verzorging en uitoefening van hun godsdienst. Beperkingen op mensenrechten van gedetineerden zijn slechts toegestaan voor zover dit noodzakelijk is vanuit veiligheidsoverwegingen. 

Internationale regelgeving
Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR)
Het beginsel van minimale beperkingen staat in elke nationale beginselenwet voorop en is van zodanig belang dat het ook in onze grondwet is opgenomen (artikel 15 GW). Dit beginsel houdt in dat gedetineerden alleen worden onderworpen aan beperkingen die noodzakelijkerwijs inherent zijn aan de vrijheidsbeneming. Daarnaast omvat het beginsel ook dat de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming zoveel mogelijk dienstbaar wordt gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij. Dit beginsel van minimale beperkingen is terug te voeren op internationale wet- en regelgeving, zoals het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten (hierna: IVBPR), het VN-Verdrag tegen Marteling en andere wrede en onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing, en het Verdrag inzake de rechten van het kind. De landen die deze verdragen hebben ondertekend zijn gebonden aan de verplichtingen die hieruit voortvloeien. Bijna alle landen in de wereld, waaronder Nederland, hebben deze verdragen ondertekend en zijn daarmee gebonden aan de bepalingen.

Bepalingen die van belang zijn voor gedetineerden, zijn onder andere artikel 7 van het IVBPR, dat foltering en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van mensen verbiedt, en artikel 10 lid 1 IVBPR, dat bepaalt dat alle personen die van hun vrijheid beroofd zijn, met menselijkheid en respect voor hun inherente waardigheid behandeld dienen te worden. Uit artikel 10 lid 3 IVBPR volgt dat het gevangenisstelsel dient te voorzien in een behandeling die in de eerste plaats is gericht op heropvoeding en reclassering.

Het beginsel van minimale beperkingen is gedeeltelijk opgenomen in artikel 2 lid 3 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Daarin is opgenomen dat personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging plaatsvindt van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die welke voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn. Dit houdt in dat gedetineerden die in de gevangenis zitten of een andere straf ondergaan waarbij hun vrijheid wordt beperkt, alleen de beperkingen mogen ervaren die nodig zijn voor de straf zelf of om de orde en veiligheid te bewaren.


Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners
In 1955 zijn de 'Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners' (hierna: SMR) aangenomen door de Verenigde Naties (hierna: VN). In de SMR zijn minimumregels opgesteld waarin staat opgenomen hoe gedetineerden over de hele wereld behandeld dienen te worden. De regels geven een uiteenzetting van essentiële elementen en principes voor de behandeling van gedetineerden, en omschrijven de minimale condities van detentie die noodzakelijk worden geacht.[1] Hierbij valt te denken aan regels over de verblijfsruimte, voeding, medische verzorging, disciplinaire straffen en contact met de buitenwereld. Deze regels zijn geen verdrag en vallen onder ‘soft law’, wat betekent dat ze geen juridische bindende kracht hebben en waarbij nationale wetgeving voorrang heeft. Wel hebben ze een regulerende werking en worden ze in de praktijk als bindend ervaren. De SMR worden gezien als het belangrijkste internationale raamwerk voor de behandeling van gedetineerden; personen die van hun vrijheid beroofd zijn. Van deze regels gaat dan ook een grote morele en universele kracht uit.

De Nelson Mandela Regels

In december 2015 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de herziene regels goed als de "Standaard minimumregels van de Verenigde Naties voor de behandeling van gevangenen". Volgens de aanbeveling van de Expert Group, een intergouvernementele groep die de SMR bij heeft gewerkt, staan de herziene regels bekend als 'de Nelson Mandela-regels' ter ere van de erfenis van de overleden president van Zuid-Afrika, Nelson Rolihlahla Mandela, die 27 jaar in de gevangenis doorbracht tijdens zijn strijd voor wereldwijde mensenrechten, gelijkheid, democratie en de bevordering van een cultuur van vrede.

Klik hier voor de korte handleiding voor de Nelson Mandela-regels door Penal Reform International (2016).



Europese regelgeving
EVRM en ECPT
Naast deze internationale wet- en regelgeving is ook Europese regelgeving direct van toepassing in Nederland. Belangrijke bindende rechtsbronnen zijn het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM), de protocollen bij het EVRM en het Europees Verdrag ter Voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing. 

Alle lidstaten van de Raad van Europa, waaronder Nederland, hebben het EVRM bekrachtigd. Voor gedetineerden in Nederland zijn vooral de artikelen 3, 5, 6, 8 en 14 van het EVRM van belang. Artikel 3 van het EVRM houdt in dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Dit verbod is absoluut en het EVRM voorziet dan ook niet in een uitzonderingsmogelijkheid. In detentie is sprake van onmenselijke of vernederende behandeling wanneer een aantal factoren samen zo zwaarwegend zijn dat de behandeling van een gedetineerde beschouwd kan worden als inhumaan of vernederend.
Artikel 5 EVRM omvat het recht op vrijheid en persoonlijke veiligheid. Op grond van dit artikel mag niemand zijn vrijheid worden ontnomen, tenzij dit op rechtmatige wijze geschied. In artikel 6 EVRM is het recht op een eerlijk proces opgenomen. Dit betekent onder meer dat eenieder recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. Artikel 8 EVRM geeft eenieder het recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. In artikel 14 EVRM is het verbod op discriminatie opgenomen. Dit artikel verbiedt discriminatie op welke grond dan ook, zoals ras, geslacht of geloof.
Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) in Straatsburg toetst of een mensenrecht uit het EVRM is geschonden. Het doel is de bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden in Europa te waarborgen. Zij doet dit door middel van rechterlijke toetsing, gebaseerd op klachten van staten of individuen die betrekking hebben op een individueel en concreet geval. Het EHRM toetst hierbij slechts repressief.

In een uitspraak van het EHRM op 14 november 2023 oordeelde het Hof dat er een schending was van artikel 3 EVRM ten aanzien van 9 gedetineerden vanwege overbevolking en de hierdoor ontstane slechte omstandigheden in de gevangenis. Het gevolg is dat de staat, in dit geval Turkije, per individueel geval een tegemoetkoming moest betalen aan de gedetineerden. Het ging hier om bedragen tussen de 2.000 euro en 11.000 euro.[2]

Voor meer uitspraken van het EHRM is er een database beschikbaar. 

Europees Comité ter Voorkoming van Foltering
Naast een repressieve toetsing is er ook een preventieve toetsing. In 1989 is het Europees Comité ter Voorkoming van Foltering (hierna: ECPT) ontstaan. Het uitgangspunt is dat rechterlijke toetsing alleen niet voldoende is om bescherming van artikel 3 van het EVRM te garanderen. Daarvoor is ook een preventief mechanisme nodig dat mogelijke schendingen van artikel 3 kan voorkomen. Om deze reden is een onafhankelijk comité in het leven geroepen ter voorkoming van foltering of onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing. Het CPT is samengesteld uit onafhankelijke en onpartijdige experts uit verschillende professionele disciplines die toezicht houden op de behandeling van personen die van hun vrijheid zijn beroofd door de overheid. Het CPT bezoekt justitiële inrichtingen zoals gevangenissen, detentiecentra, politiekantoren en ook psychiatrische instellingen. Na afloop van een bezoek schrijft het CPT haar bevindingen in een rapport dat, met toestemming van het land dat is bezocht, openbaar wordt gemaakt met daarbij ook een reactie van de regering.[3]
Het CPT heeft haar bevindingen, over het bezoek aan Nederland in mei 2022, in het rapport ‘Report on the 2022 periodic visit tot he Netherlands’ gepubliceerd en geopenbaard.

Het rapport uit 2022 kunt u hier raadplegen. De bijhorende reactie van de Nederlandse regering kunt u hier raadplegen.

Nationaal Preventie Mechanisme
Het College voor de Rechten van de Mens is in 2024 aangewezen als Nationaal Preventie Mechanisme (hierna: NPM), om te voorkomen dat burgers die van hun vrijheid zijn beroofd, onmenselijk behandeld en bestraft worden. Dit kan bijvoorbeeld gaan over onderwerpen als voldoende betekenisvol menselijk contact tijdens afzondering of separatie, of de inzet van vrijheidsbeperkende middelen. Het NPM vloeit voort uit het in 2010 door Nederland geratificeerde Facultatief Protocol bij het VN-bedrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (OPCAT). In dit verdrag is vastgelegd dat elk land dat partij is bij dit protocol één of meer onafhankelijke nationale preventiemechanismen dient te onderhouden, aan te wijzen of op te richten ter voorkoming van foltering op nationaal niveau.

Het NPM voert onderzoek ter plaatse uit op locaties van vrijheidsbeneming, geeft adviezen en voorlichting, en adviseert over bestaande en toekomstige wetgeving. Het NPM toetst hierbij aan mensenrechten, zoals onder andere vastgelegd in (internationale) verdragen, standaarden en jurisprudentie.

Het mandaat van het NPM beperkt zich tot het voorkomen van onmenselijke behandeling of bestraffing in situaties van vrijheidsbeneming. Het NPM behandelt geen klachten en onderzoekt geen incidenten. Tegelijkertijd beperkt het NPM-mandaat zich niet tot één sector of (type) instelling. Het NPM onderhoudt contact met andere toezichthouders en adviesinstanties om ongewenste overlap in werkzaamheden te voorkomen, en om elkaar op de hoogte te houden van relevante ontwikkelingen op het terrein van vrijheidsbeneming. Het NPM geldt ook voor Jeugd en Vreemdelingen.

Daarnaast doet het NPM jaarlijks verslag van haar bevindingen aan het Subcomité ter Preventie van Foltering. De jaarverslagen van het NPM zijn hier te lezen.


European Prison Rules
In 1973 heeft de Raad van Europa de European Prison Rules (hierna: EPR) vastgesteld, welke op 1 juli 2020 voor het laatst zijn herzien. De EPR bevatten onder meer regels met betrekking tot de gezondheidszorg, de orde en rust (beveiliging, disciplinaire straffen, vrijheidsbeperkende middelen, klachtrecht) en de directie en het personeel (selectie, organisatie, opleiding, specialisatie) binnen de inrichting. De regels zijn bedoeld om de behandeling van gedetineerden van inrichtingen in Europa te verbeteren. De richtlijnen van de EPR  vallen onder de ‘soft law’ en zijn dus niet bindend. Dat wil zeggen dat het slechts aanbevelingen zijn waarnaar politiek, wetgeving en rechtspraak in de Europese lidstaten zich kunnen richten.[4] De rechtskracht wordt per geval bepaald door de nationale of internationale rechter. Er gaat een grote morele binding vanuit omdat ze door alle lidstaten van de Raad van Europa, waaronder Nederland, zijn ondertekend. Zo houdt het EHRM vaak rekening met de EPR en de standaarden van het CPT bij het doen van uitspraken.

De meeste rechten die door middel van de EPR aan gedetineerden worden toegekend worden ook via het Nederlandse penitentiaire recht gewaarborgd. Een voorbeeld van regels uit de EPR die in het Nederlandse recht niet als zodanig zijn overgenomen zijn rules 18.5, 18.6 en 18.7. Deze regels bepalen dat gedetineerden in beginsel behoren te beschikken over een eigen cel. De plaatsing op een meerpersoonscel zou slechts kunnen plaatsvinden indien het 'preferable' is.[5] Uit de EPR blijkt dat gedetineerden bij voorkeur individueel worden gedetineerd, tenzij er goede redenen bestaan om gedetineerden samen te plaatsen.[6]

In Nederland is het mogelijk om cellen te creëren voor meerdere personen. Dit heeft tot gevolg dat er wordt afgeweken van de EPR. Harde rechtsgevolgen ten aanzien van het afwijken van de EPR zijn er echter niet, aangezien de EPR geen bindende werking heeft.

Naast de EPR als belangrijke normatieve bron bestaat er nog een groot aantal Recommendations van de Council of Europe die u hier kunt raadplegen. Hierin staat vooral gezondheid als fundamenteel mensenrecht centraal.

Strafoverdracht
In Nederland krijgen gedetineerden begeleiding bij hun terugkeer in de maatschappij, maar voor Nederlandse gedetineerden die in het buitenland vastzitten is dat niet mogelijk. Daarom is het in sommige gevallen voor deze gedetineerden mogelijk om hun gevangenisstraf in Nederland uit te zitten. Dit wordt strafoverdracht genoemd.

De strafoverdracht is geregeld in de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS). De WOTS geldt voor meer dan zestig landen die het Verdrag Overbrenging Gevonniste Personen (VOGP) hebben getekend of voor de landen buiten de EU waar Nederland een verdrag mee heeft. Met ingang van 1 november 2012 geldt de WOTS alleen voor landen buiten de Europese Unie. Voor de landen die de EU-regelgeving wel hebben ingevoerd geldt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS). De WETS is op 1 november 2012 in werking getreden, waardoor de regels voor strafoverdracht binnen de EU zijn veranderd.
Voor de landen binnen de EU die de WETS hebben ingevoerd, is de WOTS komen te vervallen. Voor alle andere landen waarmee Nederland een verdrag heeft, blijft de WOTS gelden.[7]

Ook buitenlandse gedetineerden die in een Nederlandse gevangenis zitten, kunnen in aanmerking komen voor strafoverdracht op basis van de WOTS of WETS. Zij komen in aanmerking als hun vonnis onherroepelijk is en het strafrestant op het moment van aanvraag minimaal tien maanden is. Een buitenlandse gedetineerde kan een verzoek tot strafoverdracht indienen bij Divisie Individuele Zaken, Internationale Overdracht Strafvonnissen (DIZ IOS).

Voor strafoverdracht gelden voorwaarden waar gedetineerden aan moeten voldoen. De procedure duurt gemiddeld zes tot twintig maanden. De afdeling Internationale Overdracht Strafvonnissen (IOS) van de Dienst Justitiële Inrichtingen handelt de aanvragen af.

___________________________________________________________________________________________________

[1] UN Standard minimum rules for the treatment of prisoners, 13 mei 1977, Preliminary observations, nr. 1 and 2.

[2] EHRM 5 december 2023, 35614/19 (ïlerde and others v. Türkiye).

[3] Voor meer informatie over de CPT kunt u hier de site van de Raad van Europa raadplegen. De CPT heeft algemene standaarden voor behandeling van gedetineerden ontwikkeld die voor een groot deel gebaseerd zijn op de Europese Gevangenisregels. Bekijk de CPT-rapporten.

[4] G. de Jonge, 'De Europese gevangenisregels zijn vernieuwd. De rechtskracht ervan blijft echter gering', Sancties, 6(2006).

[5] G. de Jonge, 'De Europese gevangenisregels zijn vernieuwd. De rechtskracht ervan blijft echter gering', Sancties, 6(2006), p. 347.

[6]  M. Boone, Het Europese Hof en de moord op de celgenoot', NJCM Bulletin 28(2003), p. 650.

[7] Strafoverdracht (WOTS en WETS) | dji.nl