Promoveren & Degraderen

Grondslag en toetsingskader promoveren & degraderen
Op 1 oktober 2020 is een nieuw toetsingskader in werking getreden. Dit toetsingskader is beschreven in de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna: Rspog). In principe beslist de directeur over de promotie en degradatie van gedetineerden.[1] Bij promotie komt de gedetineerde terecht in het plusprogramma en bij degradatie verblijft de gedetineerde in het basisprogramma. Om te beoordelen of een gedetineerde voor promotie of degradatie in aanmerking komt, wordt gekeken naar het gedrag dat de gedetineerde vertoont. Het gedrag van de gedetineerde kan worden gekwalificeerd in drie categorieën: ‘gewenst gedrag’, ‘ongewenst gedrag’ en ‘ontoelaatbaar gedrag’ en is beschreven in bijlage 1 en bijlage 2 bij de Rspog. Bij gedrag dat onder de laatste categorie valt, wordt een gedetineerde direct gedegradeerd.[2]

Wijziging Rspog 1 januari 2025
Met de inwerkingtreding van de Wet Straffen en Beschermen (hierna: Wet SenB) per 1 juli 2021 is er meer nadruk komen te liggen op het gedrag van gedetineerden bij het toekennen van externe vrijheden. Hierbij is het uitgangspunt dat het gedrag van de gedetineerde gedurende de gehele detentie wordt beoordeeld. Deze werkwijze heeft een stimulerende werking, waarbij gedetineerden vanaf het begin van de detentie gemotiveerd worden om gewenst gedrag te vertonen.

In 2023 is er onderzoek gedaan naar de onbedoelde effecten van de Wet SenB voor de uitvoeringspraktijk. Gebleken is dat het toepassen van het systeem promoveren en degraderen tijdens detentie, in combinatie met de beoordeling van gedrag gedurende de gehele detentie, een te grote administratieve belasting voor het personeel opleverde. Dit bleek met name het geval in het huis van bewaring (hierna: HvB).

Dit heeft geresulteerd in een aantal aanpassingen in de Rspog, waarbij meer nadruk is komen te liggen op de efficiëntie en effectiviteit van de interne processen en de veiligheid van zowel het personeel als de gedetineerden. Het uitgangspunt luidt als volgt: ‘Doen wat nodig is, wanneer het nodig is en voor wie het nodig is’.[3]

Vanaf 1 januari 2025
Het rapporteren ten behoeve van het promoveren en degraderen in het HvB is vanaf 1 januari 2025 afgeschaft. Dit houdt in dat de zeswekelijkse beoordeling van het gedrag van gedetineerden niet meer plaatsvindt gedurende de hele periode van voorlopige hechtenis. In artikel 1d, derde lid en artikel 1e, tweede lid Rspog zijn deze wijzigingen doorgevoerd.[4]

Uitzondering:

  • Gedurende een periode van zes weken voorafgaand aan het moment van indienen van het selectieadvies tot aan de daadwerkelijke overplaatsing naar de gevangenis, beoordeelt de directeur van het HvB het gedrag van de gedetineerde wel;
  • in het geval van bijzonderheden.[5]

Eigen verantwoordelijkheid en maatwerk
Het uitgangspunt is dat gedetineerden zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun detentie en re-integratie.[6] Inzet tonen is alleen niet voor alle gedetineerden even haalbaar. Denk hierbij aan gedetineerden met een licht verstandelijke beperking (lvb) of een psychiatrische stoornis. Om iedereen een eerlijke kans te bieden is de beoordeling van het gedrag een persoonsgerichte aanpak. Er wordt dus rekening gehouden met de beperkingen en persoonlijke situatie van een gedetineerde. Dit gebeurt al bij de intake bij binnenkomst in detentie en in het verlengde daarvan ook bij de vaststelling van het persoonlijke detentie- en re-integratieplan (hierna: D&R-plan) van een gedetineerde. De doelen die in dit plan worden vastgelegd sluiten aan bij de situatie en mogelijkheden van de gedetineerde. Ook wordt aan een gedetineerde gerichte begeleiding en ondersteuning geboden als dat noodzakelijk is. Deze aanpak betekent dus dat alle gedetineerden die niet zijn uitgesloten van promotie en het plusprogramma op grond van artikel 1e Rspog, in aanmerking kunnen komen voor promotie naar het plusprogramma.[7] Op 28 juni 2022 oordeelde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna :RSJ) dat de enkele ontkenning van delict niet in de weg kan staan aan een verblijf in het plusprogramma.[8]

Procedure HvB vanaf 1 januari 2025
Het multidisciplinair overleg (hierna: MDO) monitort het traject van de gedetineerde. Op basis van gedragsrapportages wordt beoordeeld of een gedetineerde in aanmerking komt voor promoveren of degraderen. Met het afschaffen van promoveren en degraderen in HvB, verdwijnt de verplichting voor deze zeswekelijkse gedragsrapportages. Wanneer het vonnis binnen is en de einddatum bekend is, dient er een selectieadvies opgesteld te worden door de casemanager. Dit is bedoeld voor de overplaatsing naar de gevangenis. Naar aanleiding hiervan wordt de gedetineerde op de MDO-agenda geplaatst ter beoordeling van het gedrag. Vervolgens wordt beoordeeld of een gedetineerde in het basis- of plusprogramma wordt geplaatst. Zoals besproken wordt het gedrag van de laatste zes weken in HvB als uitgangspunt genomen voor de beoordeling. Daarnaast dient er in geval van een bijzonderheid doelmatig gerapporteerd te worden in het D&R-plan. Dit volgt uit zorg- en/of veiligheidsaspecten en/of specifieke aandachtspunten die betrekking hebben op de basisvoorwaarden en sociaal netwerk.

Procedure in de inrichting
Bij binnenkomst in de inrichting vindt er een screening en intake (ISS) en een trajectgesprek plaats en wordt er gestart in het basisprogramma.[9] Een uitzondering hierop zijn de zelfmelders, zie hiervoor het kopje ‘beoordelingscriteria’. Op basis van de intake wordt er in het eerste MDO binnen vier weken een D&R-plan opgesteld.[10] In dit plan staan doelen en concrete acties waar de gedetineerde tijdens zijn detentie aan werkt.[11] Na vaststelling van het D&R-plan in het eerste MDO volgen de gedragsrapportages van de verschillende disciplines in de inrichting. De disciplines die rapporteren zijn: mentor, casemanager, arbeidsmedewerker, onderwijsmedewerker, sportmedewerker en de trainer.[12] De MDO cyclus is telkens maximaal zes weken, behalve bij lang- en levenslanggestraften. Zij worden elke drie maanden besproken in het MDO.[13] Over het algemeen wordt een gedetineerde als langgestrafte aangemerkt bij een strafrestant van minimaal tien jaar.[14] Een gedetineerde kan promoveren indien er gedurende deze cyclus op alle onderdelen gewenst gedrag is vertoond. Het gedrag wordt gerapporteerd aan de hand van twee onderwerpen: ‘re-integratie en resocialisatie’ en ‘verblijf en leefbaarheid’.[15]
In het MDO maken alle disciplines gezamenlijk een afweging op basis van alle rapportages. Indien een gedetineerde niet op alle vlakken gewenst gedrag vertoont, bestaat alsnog de mogelijkheid dat het MDO positief adviseert. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de ontwikkeling van de gedetineerde overwegend positief is of omdat er vanuit de persoonlijke situatie van de gedetineerde begrip is voor het vertoonde ongewenste gedrag.[16] Het psycho-medisch overleg (hierna: PMO) speelt hier een rol. Het PMO adviseert de directeur of er omstandigheden bekend zijn, over bijvoorbeeld een stoornis of een gebrekkige ontwikkeling, die invloed hebben op het gedrag van een gedetineerde. De psycholoog zit namens het PMO bij de inkomstenafdeling en de Extra Zorg Voorziening (hierna: EZV) in het MDO. In de andere gevallen kan de psycholoog op afroep of eigen initiatief aan het MDO deelnemen.[17] Op deze manier kan dus maatwerk worden geleverd.[18] De mentor (PIW’er) informeert de gedetineerde over de uitkomst van de bespreking in het MDO.[19]   

Doelgroep van het toetsingskader
In beginsel vallen alle gedetineerden die binnenstromen in een gevangenis onder het toetsingskader. Zoals eerder besproken vallen gedetineerden die binnenstromen in een HvB hier niet meer onder. Behalve in de laatste zes weken of in het geval van een bijzonderheid.[20] Dit is met de wijziging vanaf 1 januari 2025 vastgelegd in artikel 1e, eerste lid, sub f en tweede lid Rspog.

Daarnaast zijn de volgende groepen uitgesloten van het toetsingskader:

  • Gedetineerden die in vrijheidsgesteld worden voordat het tweede MDO plaatsvindt (9e/10e week)[21];
  • Pre-ISD’ers: gedetineerden ten aanzien van wie het Openbaar Ministerie de ISD-maatregel vordert in de strafzaak;
  • ISD’ers: op deze afdelingen wordt het gedrag op een andere manier beoordeeld;
  • Gedetineerden die geplaatst zijn in een:
    • Uitgebreid Beveiligde Inrichtingen (UBI): beheersproblematische gedetineerden (BPG) en de Terroristen Afdeling (TA);
    • Extra Beveiligde Inrichting (EBI);
    • Pieter Baan Centrum (PBC);
    • Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) of het Justitieel Medisch Centrum (JMC);
    • Regime voor arrestanten[22]

De Afdeling Intensief Toezicht (AIT) in PI Leeuwarden is niet uitgesloten van het toetsingskader.[23]

Zie voor meer informatie over de AIT het dossier overplaatsing

Dagprogramma’s
Basisprogramma
Het basisprogramma wordt in de regelgeving omschreven als het in de inrichting aangeboden dagprogramma.[24] Het basisprogramma bedraagt 42,5 uur per week, waarin ten minste 22,5 uur per week aan activiteiten en bezoek worden aangeboden.[25] Als er geen activiteiten zijn, verblijft een gedetineerde op cel.[26] Een basisprogramma wordt aangeboden in zowel het HvB als de gevangenis.[27]

Plusprogramma
In de regelgeving wordt het plusprogramma omschreven als het in een gevangenis aangeboden programma bestaande uit de onderdelen van het basisprogramma, aangevuld met extra onderwijsfaciliteiten, gekwalificeerde arbeid of arbeid met meer vrijheden, gedragsinterventies, extra re-integratieactiviteiten en de mogelijkheid om het tijdstip van deelname aan bepaalde activiteiten aan te geven.[28] Het plusprogramma bevat 59 uur aan activiteiten per week.[29] Het plusprogramma wordt alleen aangeboden in de gevangenis en niet in het HvB.[30] Het deelnemen aan een plusprogramma is de eerste fase van interne detentiefasering. Het is onderdeel van het stap voor stap toewerken naar externe vrijheden in de vorm van verlof, plaatsing in een Beperkt Beveiligde Afdeling (hierna: BBA) of het penitentiair programma (hierna: PP). Bij de bepaling of een gedetineerde in aanmerking komt voor externe vrijheden wordt het gedrag tijdens de hele detentie meegewogen.[31] De periode tot aan de laatste zes weken in het HvB worden sinds 1 januari 2025 niet meer meegewogen.[32] Het is dus niet enkel voldoende om op het moment van overwegen gepromoveerd te zijn.[33] Op 3 november 2021 heeft de RSJ geoordeeld dat een gedetineerde die was gepromoveerd naar het plusprogramma, maar die negen dagen heeft moeten wachten op een plek op een afdeling met plusprogramma een tegemoetkoming toe kwam van €2,- per dag.[34]         

Beoordelingscriteria promotie
Een gedetineerde wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn vermeld in de bijlagen van de Rspog. Bijlage 1 is voor gedetineerden en bijlage 2 is voor vreemdelingen in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.[35] De gedetineerde komt in aanmerking voor promotie als hij gedurende zes weken na de plaatsing in een gevangenis het in de categorie ‘re-integratie/resocialisatie’ en het in de categorie ‘verblijf en leefbaarheid’, gewenste gedrag heeft laten zien.[36] De beslissingsbevoegdheid ligt bij de directeur en het MDO adviseert de directeur.[37] De beslissingen tot promotie en degradatie zijn echter geen voorbehouden beslissingen zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Pbw. Dit betekent dat de directeur deze beslissingsbevoegdheid ook mag overdragen aan andere medewerkers van de inrichting, bijvoorbeeld het MDO.[38] Iemand die zichzelf bij een inrichting meldt om zijn/haar straf te ondergaan (zelfmelder) wordt bij binnenkomst gepromoveerd.[39]

Bijlage 1 Regeling spog

 

Gewenst gedrag

re-integratie/resocialisatie

 

Ongewenst gedrag

re-integratie/resocialisatie

 

Ontoelaatbaar gedrag dat leidt tot directe degradatie

 

-        Een gedetineerde doorloopt de benodigde screening/diagnostiek en intake.

-        En gedetineerde doorloopt niet de benodigde screening/diagnostiek en intake.

-        Een gedetineerde keert verwijtbaar te laat of niet terug van verlof.

-        Een gedetineerde werkt actief mee aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.

-        Een gedetineerde werkt niet meer aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.

-        Een gedetineerde brengt in de inrichting verboden goederen binnen, handelt daarin of heeft deze in bezit.

-        Een gedetineerde voert het D&R-plan uit.

-        Een gedetineerde voert het D&R-plan niet uit.

-        Een gedetineerde gedraagt zich fysiek agressief of bedreigt personeel of een mede gedetineerde ernstig

 

Gewenst gedrag in het kader van verblijf en leefbaarheid

 

Ongewenst gedrag in het kader van verblijf en leefbaarheid

-        Een gedetineerde ontvlucht de inrichting, dan wel onderneemt een poging daartoe

-        Een gedetineerde werkt mee aan het dagprogramma.

-        Een gedetineerde werkt aan arbeid. 

-        Een gedetineerde werkt niet meer aan het dagprogramma.

 

-        Een gedetineerde werkt niet mee aan arbeid

-        Een gedetineerde wordt vervolgd voor het in detentie plegen dan wel medeplegen van een misdrijf

-        Een gedetineerde houdt zich aan (huis)regels.

-        Een gedetineerde houdt zich aan afspraken

-        Een gedetineerde houdt zich niet aan de (huis)regels.

-        Een gedetineerde houdt zich niet aan afspraken.

-        Een gedetineerde gebruikt alcohol, drugs of weigert een drugstest af te nemen of fraudeert bij het afnemen van de test

-        Een gedetineerde laat zich aanspreken op gedrag

 

-        Een gedetineerde gebruikt geen alcohol of drugs en werkt mee aan drugstesten (urinecontroles)

 

 

-        Een gedetineerde laat zich aanspreken op gedrag.

 

Beoordelingscriteria degradatie
Indien een gedetineerde is gepromoveerd en niet het gewenste gedrag laat zien op het gebied ‘re-integratie/resocialisatie’ en ‘verblijf en leefbaarheid’, kan de directeur besluiten tot degradatie.[40] Het ontkennen van het delict waarvoor een gedetineerde is veroordeeld, is in beginsel onvoldoende grond voor degradatie.[41] Hoewel de gedetineerde niet verplicht is om deel te nemen aan de arbeid, kan het niet meewerken aan de arbeid tot gevolg hebben dat hij niet in aanmerking komt voor het plusprogramma. Een gedetineerde kan wel worden gepromoveerd terwijl hij niet deelneemt aan de arbeid, indien op andere wijze blijkt dat hij voldoende verantwoordelijkheid neemt voor zijn re-integratie.[42] Volgens de vaste rechtspraak van de RSJ dient de directeur bij een degradatiebeslissing het gedrag te benoemen dat leidt tot de degradatie en dient hij daarbij ook een deugdelijke en inzichtelijke belangenafweging te maken.[43] De directeur bepaalt daarbij de periode waarin de gedetineerde het gewenste gedrag moet laten zien om weer voor promotie in aanmerking te komen. Deze periode is minimaal zes weken. Als de directeur een langere periode dan zes weken bepaalt, moet hij dit besluit motiveren.[44] Hierbij moet hij in ieder geval de volgende aspecten meewegen:

  • de aard en de ernst van het gedrag dat aanleiding gaf voor degradatie;
  • de mate waarin het gedrag de orde en veiligheid in de inrichting of de ongestoorde tenuitvoerlegging heeft geraakt;
  • de al dan niet opzettelijkheid van het gedrag;
  • het structurele gedrag van de gedetineerde in detentie;
  • de duur van de eventuele opgelegde straf door de strafrechter (indien van toepassing).[45]

Volgens de toelichting op het artikel kan het bijvoorbeeld gaan om dermate (herhalend) verstorend gedrag dat dit een langere uitsluiting dan zes weken rechtvaardigt. Een uitsluiting van promotie voor de gehele detentie is echter niet mogelijk. Een gedetineerde wordt altijd in staat gesteld om gedurende zijn detentie weer te kunnen promoveren.[46]   

Ontoelaatbaar gedrag
Als er sprake is van gedrag dat wordt aangemerkt als ‘ontoelaatbaar‘, wordt een gedetineerde direct gedegradeerd.[47] Er vindt in dat geval geen brede beoordeling van het gedrag plaats en het MDO wordt niet afgewacht. De directeur kan per direct degraderen.[48] Ontoelaatbaar gedrag kan ook tot gevolg hebben dat promotie uitblijft als een gedetineerde nog niet was gepromoveerd. Een belangenafweging van de directeur is hierbij dus niet vereist.[49]

Schriftelijke beslissing
De beslissing die elke zes weken (lang- en levenslanggestrafte elke drie maanden) wordt genomen, dient gemotiveerd op schrift te worden gesteld en aan de gedetineerde te worden uitgereikt. De afwegingen die zijn gemaakt moeten in de beslissing worden vermeld, zodat voor de gedetineerde inzichtelijk wordt welke gedragingen hebben geleid tot het niet promoveren of degraderen, maar ook zodat de overwegingen in beklag en beroep kunnen worden getoetst.[50] Indien geen schriftelijke beslissing is overlegd inzake het promoveren gaat de beroepscommissie uit van een tegemoetkoming van € 5,= per week.[51] In de jurisprudentie van de RSJ op basis van het oude toetsingskader is altijd geoordeeld dat er sprake moest zijn van een belangenafweging. Deze belangenafweging is ten aanzien van het ontoelaatbare gedrag niet meer aan de orde, aangezien dan direct moet worden gedegradeerd.[52]        

Overnemen van promotie/degradatiebeslissing        
De termijn van zes weken vanaf binnenkomst detentie of de termijn zoals die is vastgesteld door de directeur, loopt gedurende de detentie door. Dit betekent dat bij een overplaatsing de ontvangende inrichting moet voortborduren op hetgeen in de vorige inrichting is gebeurd.[53] De termijn begint dus niet opnieuw te tellen bij binnenkomst in een andere inrichting. De informatie over het gedrag van een gedetineerde wordt aan de ontvangende inrichting doorgegeven in het selectieadvies (overplaatsingsverzoek). De RSJ oordeelde op 21 maart 2017 dat in dat geval de beslissing om klager bij binnenkomst in het basisprogramma te plaatsen niet onredelijk en onbillijk was geweest omdat de directeur heeft geïnformeerd in welk programma klager had verbleven en ook de degradatiebeslissing, gedateerd van drie dagen voor binnenkomst, van de inrichting van herkomst had ontvangen.[54] Onder de omstandigheden behoefde de directeur ook niet een nieuwe op schrift gestelde en gemotiveerde beschikking af te geven. Op 18 juni 2018 oordeelde de RSJ dat de directeur in dat geval klagers goede gedrag op de BPG van PI Vught onvoldoende had betrokken bij de beslissing om hem bij binnenkomst in PI Krimpen a/d IJssel te plaatsen in het basisprogramma voor zes weken.[55]         

Beklag en beroep       
Tegen de beslissingen in het kader van promoveren en degraderen kan beklag worden ingediend bij de Commissie van Toezicht.[56] Het zal hierbij vooral gaan om beslissing over niet promoveren en degraderen. Ook tegen het uitblijven van een beslissing kan beklag worden ingediend.[57] Tegen de beoordeling van het gedrag door een discipline op gewenst of ongewenst gedrag staat geen beklag open omdat dit niet wordt gezien als een beslissing van de directeur.[58] Tegen de uitspraak van de beklagcommissie kunnen beide partijen in beroep gaan bij de RSJ.[59]

Zie voor meer informatie het dossier beklagprocedure.        




___________________________________________________


[1] Artikel 1d, eerste lid, Rspog, maar de directeur kan deze beslissing overdragen zie het kopje ‘beoordelingscriteria’.

[2] Artikel 1d, vijfde lid, Rspog.

[3] Staatscourant 2024, nr. 38271, p. 14-15.

[4] Staatscourant 2024, nr. 38271, 4.

[5] Artikel 1e, tweede lid, Rspog.

[6] RSJ 13 december 2023, 22/30459/GA

[7] Staatscourant 2020, nr. 49131, p. 5 & 6.

[8] RSJ 28 juni 2022, 21/20142/GA, 21/20143/GA en 21/21634/GA.

[9] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 10.

[10] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7.

[11] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 4.

[12] Idem, p. 10.

[13] Idem, p. 7.

[14] RSJ 25 augustus 2015, 15/1369/GB.

[15] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7.

[16] Idem, p. 7 en 12.

[17] Idem, p. 37.

[18] Idem, p. 5.

[19] Idem, p. 13.

[20] Staatscourant 2024, nr. 38271, par. 3. Zie ook artikel 1e, tweede lid, Rspog.

[21] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7.

[22] Artikel 1e Rspog.

[23] Zie KC 2021/034 en RSJ 24 maart 2022, 20/16514/GA.

[24]Artikel 1 onder i Rspog.

[25] Artikel 3, tweede lid onder a Penitentiaire maatregel.

[26] ‘Dagbesteding’, dji.nl.

[27] Handleiding toetsingskader promoveren en degraderen, DJI juni 2020, p. 7.

[28] Artikel 1 onder j Rspog.

[29] Artikel 3, tweede lid onder b Penitentiaire maatregel.

[30] Handleiding toetsingskader promoveren en degraderen, DJI juni 2020, p. 8.

[31] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8.

[32] Artikel 1e, onder f Rspog.

[33] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8.

[34] RSJ 3 november 2021, R-20/6828/GA.

[35] Artikel 1d, tweede lid, Rspog en RSJ 23 augustus 2022, 21/23340/GA m.nt. Bemelmans Sancties

2023/14.

[36] Artikel 1d, derde lid, Rspog.

[37] Artikel 1d, eerste lid, Rspog.

[38] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 11.

[39] Artikel 1d, zevende lid, Rspog.

[40] Artikel 1d, vierde lid, Rspog.

[41] RSJ 28 juni 2022, 21/20142/GA, 21/20143/GA en 21/21634/GA en RSJ 11 mei 2023, 21/24078/GA, herhaald in RSJ 27 september 2023, 22/2773/GA.

[42] RSJ 29 augustus 2022, 21/24256/GA, herhaald in RSJ 4 april 2023, 22/26147/GA.

[43] RSJ 22 november 2023, 23/34202/GA; RSJ 19 maart 2024, 23/32193/GA en RSJ 11 september 2024, 23/33933/GA.

[44] RSJ 1 april 2025, 24/44826/GA; Vz RSJ 31 januari 2023, 23/31723/SGA, met aant. Balkema

Sancties 2023/46 en. RSJ 27 juni 2022, 21/20486/GA.

[45] Artikel 1d, zesde lid, Rspog.

[46] Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 6.

[47] Artikel 1d, vijfde lid, Rspog.

[48] Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 5 & Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8.

[49] RSJ 3 november 2025, 24/44016/GA.

[50] RSJ 1 augustus 2016, 16/0480/GA & RSJ 6 januari 2022, R-20/6788/GA.

[51] RSJ 21 december 2017, 17/2106/GA & RSJ 22 maart 2018, 17/3764/GA.

[52] Nota van toelichting bij de wijziging van de Regeling in verband met een wijziging inzake het systeem van promoveren en degraderen (Stcrt. 2020, nr. 49131).

[53] RSJ 28 november 2016, 16/2548/GA & RSJ 18 juni 2025, 24/44571/GA.

[54] RSJ 21 maart 2017, 16/3564/GA.

[55] RSJ 18 juni 2018, R-184.

[56] Artikel 60, eerste lid Pbw.

[57] Artikel 60, tweede lid, Pbw.

[58] RSJ 14 april 2017, 17/0266/GA.

[59] Artikel 69 Pbw.