Sla inhoud over

Promoveren & Degraderen

NB: Op 1 oktober 2020 is er een nieuw toetsingskader in werking getreden voor het stimuleren van gewenst gedrag en het ontmoedigen van ongewenst gedrag van gedetineerden in detentie. Dit nieuwe toetsingskader wordt hieronder uiteen gezet. Scrol verder naar beneden voor het toetsingskader dat gold van 1 maart 2014 tot 1 oktober 2020.

Toetsingskader promoveren & degraderen (per 1 oktober 2020)
Het nieuwe toetsingskader dat op 1 oktober 2020 in werking is getreden wordt door DJI een aangescherpt toetsingskader genoemd. Het nieuwe toetsingskader gaat volgens DJI meer houvast geven en zal daarmee gaan leiden tot inhoudelijk betere en consistente beoordelingen van het gedrag van gedetineerden. Hieronder worden de overeenkomsten en verschillen beschreven ten opzichte van het oude toetsingskader. Ook wordt het nieuwe toetsingskader uiteengezet zoals het staat beschreven in de (aangepaste) Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (Regeling spog). Hoe het nieuwe toetsingskader in de praktijk vorm gaat krijgen moet met de tijd blijken. Er is daarom nog geen jurisprudentie (uitspraken) van de commissies van toezicht (beklagcommissies) of de RSJ (beroepscommissie). Wel heeft de RSJ een (kritisch) advies uitgebracht over het nieuwe toetsingskader. Dit advies is hier te raadplegen.

Overeenkomsten en verschillen met het oude toetsingskader
Net als in het oude toetsingskader beslist de directeur over de promotie en degradatie van gedetineerden.[Artikel 1d, eerste lid, Rspog] Wel is het mogelijk dat de directeur deze bevoegdheid overdraagt aan bepaalde medewerkers van de inrichting, het is namelijk geen voorbehouden beslissing. Daarnaast is er nog steeds sprake van een basis- en plusprogramma. De grootste verandering ziet op de beoordelingscriteria voor promotie en degradatie. Zo is het ‘stoplichtmodel’ komen te vervallen. In plaats van groen, oranje en rood wordt er gesproken van ‘gewenst gedrag’ en ‘ongewenst gedrag’. Er is dus geen tussenweg meer. Daarnaast is er een aparte categorie ‘ontoelaatbaar gedrag’. Bij ontoelaatbaar gedrag wordt een gedetineerde direct gedegradeerd. Bij het oude toetsingskader moest er sprake zijn van structureel ongewenst gedrag. Het vereiste van deelname aan de KVV-training en de reflector gelden niet meer.[Handleiding toetsingskader promoveren en degraderen, juni 2020, p. 4] Verder is de periode vanaf binnenkomst nog steeds maximaal zes weken, maar wordt deze hierna minimaal zes weken. Ook is, conform de jurisprudentie van de RSJ (17/0641/GA), de uitsluiting voor promotie gedurende de hele detentie indien een gedetineerde een strafbaar feit in detentie pleegt, ongedaan gemaakt. Tot slot geeft DJI aan dat er in bij de beoordeling meer dan in het vorige toetsingskader waarde wordt toegekend aan de inspanningen die een gedetineerde verricht op het gebied van de re-integratie/resocialisatie.[Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 4 & 5]

Eigen verantwoordelijkheid en maatwerk
Van gedetineerden worden verwacht dat zij zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun re-integratie en resocialisatie. Inzet tonen is alleen niet voor alle gedetineerden even haalbaar. Denk hierbij aan gedetineerden met een licht verstandelijke beperking (lvb) of een psychiatrische stoornis. Om iedereen een eerlijke kans te bieden is de beoordeling van het gedrag een persoonsgerichte aanpak. Er wordt dus rekening gehouden met de beperkingen en persoonlijke situatie van een gedetineerde. Dit gebeurt al bij de intake bij binnenkomst in detentie en in het verlengde daarvan ook bij de vaststelling van het persoonlijke detentie- en re-integratieplan (D&R) van een gedetineerde. De doelen die in dit plan worden vastgelegd sluiten aan bij de situatie en mogelijkheden van de gedetineerde. Ook wordt aan een gedetineerde gerichte begeleiding en ondersteuning geboden als dat noodzakelijk is. Deze aanpak betekent dus dat alle gedetineerden in aanmerking kunnen komen voor promotie naar het plusprogramma.[Staatscourant 2020, nr. 49131, p. 5 & 6]

Dagprogramma’s
Basisprogramma
Het basisprogramma wordt in de regelgeving omschreven als het in de inrichting aangeboden dagprogramma.[Artikel 1 onder i Rspog] Het basisprogramma bevat ongeveer 42,5 uur aan activiteiten per week Er is geen avondprogramma en een beperkt weekendprogramma. Als er geen activiteiten zijn, verblijft een gedetineerde op cel. Een basisprogramma wordt aangeboden in zowel het huis van bewaring (hvb) als de gevangenis.[Informatieblad promoveren en degraderen, DJI september 2020] Dit betekent echter niet dat je niet in hvb kan promoveren en degraderen. Het toetsingskader wordt ook in het hvb gehanteerd en er kan dus ook in het hvb worden gepromoveerd en gedegradeerd. In het hvb wordt ook al uitvoering gegeven aan het D&R-plan.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8] Wanneer een gedetineerde is gepromoveerd in het hvb en veroordeeld tot een gevangenisstraf, kan degene bij overplaatsing naar de gevangenis direct in het plusprogramma worden geplaatst.

Plusprogramma
In de regelgeving wordt het plusprogramma omschreven als het in een gevangenis aangeboden programma bestaande uit de onderdelen van het basisprogramma, aangevuld met extra onderwijsfaciliteiten, gekwalificeerde arbeid of arbeid met meer vrijheden, gedragsinterventies, extra –re-integratieactiviteiten en de mogelijkheid om het tijdstip van deelname aan bepaalde activiteiten aan te geven.[Artikel 1 onder j Rspog] Het plusprogramma bevat 48 uur aan activiteiten per week. Er is twee avonden per week een avondprogramma en in het weekend zijn extra activiteiten. Als er in de ochtend of middag geen activiteiten zijn kan je als gedetineerde buiten je je cel op de afdeling verblijven. Je wordt dus niet ingesloten zoals in het basisprogramma. Als er wel activiteiten zijn waar je niet aan deelneemt, wordt je wel ingesloten. In het plusprogramma is er dus de mogelijkheid om meer verantwoordelijkheden te krijgen. Ook kan je in het plusprogramma voorkeuren aangeven voor het moment waarop een aantal activiteiten wordt gepland, denk hierbij aan bezoek. Het plusprogramma wordt alleen aangeboden in de gevangenis en dus niet in het hvb.[Informatieblad promoveren en degraderen, DJI september 2020] Het deelnemen aan een plusprogramma is de eerste fase van interne detentiefasering. Het is onderdeel van het stap voor stap toewerken naar externe vrijheden in de vorm van verlof, plaatsing in een (Z)BBI of het penitentiair programma (pp). Om daar uiteindelijk voor in aanmerking te komen wordt het gedrag tijdens de hele detentie meegewogen. Het is dus niet enkel voldoende om op het moment van overwegen gepromoveerd te zijn.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8]

Doelgroep van het toetsingskader
In beginsel vallen alle gedetineerden die binnenstromen in een huis van bewaring of gevangenis onder het toetsingskader. De volgende groepen zijn uitgesloten van het toetsingskader:

  • Invrijheidstelling nog voordat het tweede MDO plaatsvindt (9e/10e week);
  • Pre-ISD’ers: gedetineerden ten aanzien van wie het Openbaar Ministerie de ISD-maatregel vordert in de strafzaak;
  • ISD’ers: op deze afdelingen wordt op een andere manier het gedrag beoordeeld;
  • Gedetineerden die geplaatst zijn in een:
    • Uitgebreid Beveiligde Inrichtingen (UBI) = beheersproblematische gedetineerden (BPG) en de Terroristen Afdeling (TA);
    • Extra Beveiligde Inrichting (EBI);
    • Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) of het Justitieel Medisch Centrum (JMC).[Artikel 1e Rspog]

Of ook de recentelijk in het leven geroepen Afdeling Intensief Toezicht in PI Leeuwarden hieronder valt, is niet bekend. De AIT is namelijk niet ondergebracht in een UBI maar in een reguliere inrichting. Zie voor meer informatie het dossier overplaatsing.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7]

Procedure
Bij binnenkomst in de inrichting vindt er een screening en intake (ISS) en trajectgesprek plaats en wordt er gestart in het basisprogramma. Een uitzondering hierop zijn de zelfmelders, zie hiervoor het kopje ‘beoordelingscriteria’. Op basis van de intake wordt er in het eerste MDO (multidisciplinair overleg) binnen vier weken een D&R plan opgesteld.[Artikel 1c Rspog] In dit plan staan doelen en concrete acties waar de gedetineerde tijdens zijn detentie aan werkt.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 4] Na vaststelling van het D&R plan in het eerste MDO volgen de gedragsrapportages van de verschillende disciplines in de inrichting. De disciplines die rapporteren zijn: mentor, casemanager, arbeidsmedewerker, onderwijsmedewerker, sportmedewerker en de trainer.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 10] De MDO cyclus is telkens maximaal zes weken, behalve bij lang- en levenslanggestraften. Bij hen is de cyclus elke drie maanden. Een cyclus loopt door na een overplaatsing en begint dan dus niet opnieuw te tellen.[RSJ 28 november 2016, 16/2548/GA en RSJ 14 maart 2017, 16/2938/GA] Wanneer gesproken wordt van een langgestrafte, is niet nader gespecifieerd in de handleiding van het toetsingskader.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7] Een gedetineerde kan promoveren indien er gedurende deze cyclus op alle onderdelen gewenst gedrag is vertoond. Het gedrag wordt gerapporteerd aan de hand van twee onderwerpen: ‘re-integratie en resocialisatie’ en ‘verblijf en leefbaarheid’. [Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7] In het MDO maken alle disciplines gezamenlijk een afweging op basis van alle rapportages. Indien een gedetineerde niet op alle vlakken gewenst gedrag vertoont, bestaat alsnog de mogelijkheid dat het MDO positief adviseert. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de ontwikkeling van de gedetineerde overwegend positief is of omdat er vanuit de persoonlijke situatie van de gedetineerde begrip is voor het vertoonde ongewenste gedrag.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7 & 12] Het PMO (psych medisch overleg) speelt hier een rol. Het PMO adviseert de directeur of er omstandigheden bekend zijn, over bijvoorbeeld een stoornis of een gebrekkige ontwikkeling, die invloed hebben op het gedrag van een gedetineerde. De psycholoog zit namens het PMO bij de inkomstenafdeling en de EZV in het MDO. In de andere gevallen kan de psycholoog op afroep of eigen initiatief aan het MDO deelnemen.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 37] Op deze manier kan dus maatwerk worden geleverd. De mentor (PIW’er) informeert de gedetineerde over de uitkomst van de bespreking in het MDO.[Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 13]

Beoordelingscriteria promotie
Een gedetineerde wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn vermeld in de bijlagen van de Regeling spog. Bijlage 1 is voor reguliere gedetineerden en bijlage 2 is voor strafrechtelijk gedetineerden vreemdelingen die (in beginsel) verblijven in PI Ter Apel. Als een gedetineerde gedurende zes weken na begin detentie gewenst gedrag laat zien op de gebieden ‘verblijf en leefbaarheid’ en ‘re-integratie/resocialisatie’, komt hij of zij in aanmerking voor promotie.[Artikel 1d, derde lid, Rspog] De beslissing is in de regeling aan de directeur en het MDO adviseert de directeur.[Artikel 1d, eerste lid, Rspog] De beslissingen tot promotie en degradatie zijn echter geen voorbehouden beslissingen zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Pbw. Dit betekent dat de directeur deze beslissingsbevoegdheid ook mag overdragen aan andere medewerkers van de inrichting, bijvoorbeeld het MDO. Iemand die zichzelf bij een inrichting meldt om zijn/haar straf te ondergaan (zelfmelder) wordt bij binnenkomst gepromoveerd.[Artikel 1d, zevende lid, Rspog] De termijn van zes weken vanaf binnenkomst detentie of de termijn zoals die is vastgesteld door de directeur, loopt gedurende de detentie door. Dit betekent dat bij een overplaatsing de ontvangende inrichting moet voortborduren op hetgeen in de vorige inrichting is gebeurd. De termijn begint dus niet opnieuw te tellen bij binnenkomst in een andere inrichting. De informatie over het gedrag van een gedetineerde wordt aan de ontvangende inrichting doorgegeven in het selectieadvies (overplaatsingsverzoek).

Bijlage 1 Regeling spog

Gewenst gedrag ‘re-integratie/resocialisatie’ Ongewenst gedrag ‘re-integratie/resocialisatie’ Ontoelaatbaar gedrag dat leidt tot directe degradatie

– Een gedetineerde doorloopt de benodigde screening/ diagnostiek en intake.
– Een gedetineerde werkt actief mee aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.
– Een gedetineerde voert het D&R-plan uit.

– Een gedetineerde doorloopt niet de benodigde screening/ diagnostiek en intake.
– Een gedetineerde werkt niet mee aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.
– Een gedetineerde voert het D&R-plan niet uit.

– Een gedetineerde keert verwijtbaar te laat of niet terug van verlof.
– Een gedetineerde brengt in de inrichting verboden goederen binnen, handelt daarin of heeft deze in bezit.
– Een gedetineerde gedraagt zich fysiek agressief of bedreigt personeel of een medegedetineerde ernstig.
– Een gedetineerde ontvlucht de inrichting, dan wel onderneemt een poging daartoe.
– Een gedetineerde wordt vervolgd voor het in detentie plegen dan wel medeplegen van een misdrijf.
– Een gedetineerde gebruikt alcohol drugs, of weigert een drugstest af te nemen of fraudeert bij het afnemen van de test.

Gewenst gedrag ‘verblijf en leefbaarheid’ Ongewenst gedrag ‘verblijf en leefbaarheid’

– Een gedetineerde werkt mee aan het dagprogramma.
– Een gedetineerde werkt mee aan arbeid.
– Een gedetineerde houdt zich aan (huis)regels.
– Een gedetineerde houdt zich aan afspraken.
– Een gedetineerde laat zich aanspreken op gedrag.
– Een gedetineerde gebruikt geen alcohol of drugs en werkt mee aan drugstesten (urinecontroles).

– Een gedetineerde werkt niet mee aan het dagprogramma.
– Een gedetineerde werkt niet mee aan arbeid.
– Een gedetineerde houdt zich niet aan (huis)regels.
– Een gedetineerde houdt zich niet aan afspraken.
– Een gedetineerde laat zich niet aanspreken op gedrag.


Beoordelingscriteria degradatie
Indien een gedetineerde is gepromoveerd en niet het gewenste gedrag laat zien op het gebied ‘verblijf en leefbaarheid’ of ‘re-integratie/resocialisatie’, kan de directeur besluiten tot degradatie.[Artikel 1d, vierde lid, Rspog] De directeur bepaalt daarbij de periode waarin de gedetineerde het gewenste gedrag moet laten zien om weer voor promotie in aanmerking te komen. Deze periode is minimaal zes weken. Als de directeur een langere periode dan zes weken bepaalt, moet hij dit besluit motiveren. Hierbij moet hij in ieder geval de volgende aspecten meewegen:

  • de aard en de ernst van het gedrag dat aanleiding gaf voor degradatie;
  • de mate waarin het gedrag de orde en veiligheid in de inrichting of de ongestoorde tenuitvoerlegging heeft geraakt;
  • de al dan niet opzettelijkheid van het gedrag;
  • het structurele gedrag van de gedetineerde in detentie;
  • de duur van de eventuele opgelegde straf door de strafrechter (indien van toepassing).[Artikel 1d, zesde lid, Rspog]

Volgens de toelichting op het artikel kan het gaan om dermate (herhalend) verstoren gedrag dat dit een langere uitsluiting dan zes weken rechtvaardigt. Een uitsluiting van promotie voor de gehele detentie is echter niet mogelijk. Een gedetineerde wordt altijd in staat gesteld om gedurende zijn detentie weer te kunnen promoveren. [Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 6] Daarnaast wordt een gedetineerde sowieso altijd gedegradeerd als er sprake is van ontoelaatbaar gedrag.[Artikel 1d, vijfde lid, Rspog] Er vindt in dat geval geen brede beoordeling van het gedrag plaats, het MDO wordt dus niet afgewacht. De directeur kan per direct degraderen.[Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 5 & Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8] Ontoelaatbaar gedrag kan ook tot gevolg hebben dat promotie uitblijft als een gedetineerde nog niet was gepromoveerd. In jurisprudentie van de RSJ op basis van het oude toetsingskader is geoordeeld dat het enkele niet meewerken aan re-integratie, terwijl wel aan alle andere onderdelen van het gewenst gedrag wordt voldaan, onvoldoende is om niet te promoveren of te degraderen.[RSJ 3 februari 2020, S-20/2952/SGA en zie ook RSJ 30 september 2019, R-19/2499/GA]

Beslissing
De beslissing die elke zes weken (lang- en levenslanggestraften elke drie maanden) wordt genomen, dient gemotiveerd op schrift te worden gesteld en aan de gedetineerde te worden uitgereikt. De afwegingen die zijn gemaakt moeten in de beslissing worden vermeld, zodat voor de gedetineerde inzichtelijk wordt welke gedragingen hebben geleid tot het niet promoveren of degraderen, maar ook zodat de overwegingen in beklag en beroep kunnen worden getoetst.[RSJ 1 augustus 2016, 16/0480/GA] In de jurisprudentie van de RSJ op basis van het oude toetsingskader is altijd geoordeeld dat er sprake moest zijn van een belangenafweging. Deze belangenafweging is ten aanzien van het ontoelaatbare gedrag niet meer aan de orde. De praktijk zal nog moeten leren hoe de beroepscommissie tegen deze directie degradatie zonder belangenafweging aankijkt.

Beklag & Beroep
Tegen de beslissingen in het kader van promoveren en degraderen kan beklag worden ingediend bij de Commissie van Toezicht van de inrichting.[Artikel 60 Pbw] Het zal hierbij vooral gaan om beslissing over niet promoveren en degraderen, het licht niet voor de hand dat er wordt geklaagd over het promoveren. Ook tegen het uitblijven van het nemen van een beslissing kan beklag worden ingediend.[Artikel 60, tweede lid, Pbw] Tegen de beoordeling van het gedrag door een discipline op gewenst of ongewenst gedrag staat geen beklag open omdat dit niet wordt gezien als een beslissing van de directeur.[RSJ 14 april 2017, 17/0266/GA] Tegen de uitspraak kan vervolgens in beroep worden gegaan bij de RSJ. Zie voor meer informatie het dossier beklagprocedure.


Toetsingskader DBT (tot 1 oktober 2020)
Op 1 maart 2014 is voor het gevangeniswezen het beleidskader Dagprogramma, Beveiliging en Toezicht op maat (hierna: DBT) ingevoerd. DBT is een belangrijk deelproject van het programma ‘Modernisering van het gevangeniswezen’ (hierna: MGW). DBT maakt binnen het gevangeniswezen een onderscheid tussen het basisprogramma en het plusprogramma. Gedetineerden komen voor een van de twee programma’s in aanmerking door het systeem van promoveren en degraderen. Gedetineerden kunnen, bij goed gedrag, promoveren naar een plusprogramma, waar zij meer vrijheden, activiteiten en extra bezoek krijgen. Wanneer gedetineerden ongewenst gedrag laten zien, worden zij gedegradeerd of kunnen zij (nog) niet promoveren.

Programma’s
DBT kent twee programma’s: het basisprogramma en het plusprogramma.
Het plusprogramma wordt alleen gehanteerd in gevangenissen. Een huis van bewaring (hierna: HvB) en een penitentiair psychiatrisch ziekenhuis (hierna: PPC) hebben alleen een basisprogramma, omdat daar de focus niet ligt op re-integratie en resocialisatie.

Basisprogramma
In het basisprogramma wordt ongeveer 42,5 uur per week aan activiteiten aangeboden. Het programma bestaat uit de wettelijke basisactiviteiten, zoals recreatie, luchten en arbeid. Naast de wettelijke basisactiviteiten kunnen gedetineerden meedoen aan extra activiteiten, zoals de training ‘Kies voor Verandering’, deelname aan een gespreksgroep van de geestelijke verzorging of het voorbereiden van hun terugkeer via internet.[1] Deelname aan de training Kies voor Verandering is een voorwaarde om te promoveren naar het plusprogramma. Het basisprogramma heeft geen avondprogramma en een beperkt weekendprogramma. Als er geen activiteiten zijn, verblijven de gedetineerden op hun cel.
Het doel van het basisprogramma is om gedetineerden te motiveren om een leven te kiezen zonder criminaliteit.[2]

Plusprogramma
In het plusprogramma wordt ongeveer 48 uur per week aan activiteiten aangeboden. In principe bestaat het plusprogramma uit dezelfde onderdelen als het basisprogramma, maar wordt het programma uitgebreid door de inhoud, vrijheden en intensiteit van het programma aan te passen. Er wordt intensiever aan de slag gegaan met activiteiten die zijn gericht op terugkeer in de maatschappij. Zo wordt er meer scholing, terugkeeractiviteiten en gedragsinterventies aangeboden dan in het basisprogramma. Het plusprogramma heeft op twee avonden per week een avondprogramma. In het weekend worden extra activiteiten aangeboden. Als er in de ochtend en middag geen activiteiten worden aangeboden, mogen de gedetineerden buiten de cel op de afdeling blijven. Dit is een groot verschil met het basisprogramma, waar gedetineerden buiten de activiteiten om worden ingesloten.

Een ander belangrijk verschil met het basisprogramma is dat binnen het plusprogramma gedetineerden meer vrijheden en verantwoordelijkheden kunnen krijgen.[3] Zo kunnen gedetineerden deelnemen aan plusarbeid. Dit is arbeid met meer vrijheid of arbeid waarvoor meer zelfstandigheid wordt verwacht. Een voorbeeld van plusarbeid is specifiek werk binnen de inrichting, zoals schoonmaakwerk, schilderwerk of werk in de winkel of keuken. Plusarbeid is werk waar vaak een (vak)scholing aan gekoppeld kan worden. Gedetineerden kunnen dan onderwijs volgen dat is gericht op het vinden van een baan. Naast het voordeel van de plusarbeid kunnen gedetineerden in het plusprogramma hun voorkeuren aangeven voor het moment waarop activiteiten, zoals bezoek, worden gepland. Daarnaast is deelname aan het plusprogramma een voorwaarde om vrijheden buiten de inrichting te verdienen.[4]

Verloop bij binnenkomst
Uitgangspunten plaatsing

Bij binnenkomst in een penitentiaire inrichting starten gedetineerden in principe in het basisprogramma. Alleen zelfmelders of gedetineerden die zijn overgeplaatst en al in het plusprogramma zaten, kunnen direct in plusprogramma worden geplaatst.
Nadat de gedetineerde in een programma is geplaatst, wordt vervolgens zoveel mogelijk informatie over de gedetineerde verzameld, zoals de delict- en detentiegeschiedenis. Hiertoe worden bijvoorbeeld reclasseringsrapporten opgevraagd. Ook wordt de gedetineerde geobserveerd in het kader van ‘Inkomsten, Screening en Selectie’. Daarnaast wordt voor iedere gedetineerde, ongeacht of hij of zij aan het basis- of plusprogramma deelneemt, binnen dertien dagen na binnenkomst een concept detentie- en re-integratieplan (hierna: D&R-plan) vastgesteld. Dit wordt gedaan door het MDO. De directeur is verantwoordelijk voor de definitieve vaststelling van het D&R-plan binnen één maand na binnenkomst (art. 1c lid 1 Regeling SPOG).

 

Op basis van bovengenoemde informatie wordt beslist of een gedetineerde gedurende de gehele detentie in het basisprogramma moet blijven of mee kan doen aan het systeem van promoveren en degraderen. Er wordt dan onderscheid gemaakt tussen zelfmelders, niet zelfmelders en van het plusprogramma uitgesloten groepen. Klik hier voor een overzicht van het ‘Processchema: Besluitvorming promoveren van basis- naar plusprogramma’ (hierna: Processchema).

 

Uitgesloten van DBT
Een aantal groepen gedetineerden is uitgesloten van het plusprogramma en komt niet in aanmerking voor het systeem van promoveren en degraderen. Voor die gedetineerden geldt een afzonderlijk dagprogramma.[5] In artikel 1e Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (hierna: Regeling SPOG) is vastgelegd welke gedetineerden zijn uitgesloten van het systeem van promoveren en degraderen. Dit zijn:

  • Zogenoemde ‘ISD’ers’; gedetineerden die de ISD-maatregel opgelegd hebben gekregen. De ISD-maatregel staat voor Inrichting Stelselmatige Daders en wordt opgelegd aan daders die in de vijf jaar voor het gepleegde delict minimaal drie onherroepelijke straffen opgelegd hebben gekregen;
  • Zogenoemde ‘pre-ISD’ers’: voorlopig gehechte gedetineerden die bekend staan als veelplegers en waarvan het openbaar ministerie plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders bij de rechter heeft gevorderd, maar die de ISD-maatregel nog niet opgelegd hebben gekregen;
  • Gedetineerden die zich tijdens hun detentie schuldig maken aan het (mede)plegen van misdrijven én die daarvoor worden vervolgd en veroordeeld;
  • Gedetineerden die zijn geplaatst in een JMC of Penitentiair Psychiatrisch Centrum (art. 19 en 20c Regeling SPOG);
  • Gedetineerden die behoren tot een van de beheersgroepen (uitgebreide en extra beveiligde inrichtingen of Terroristen Afdeling bijv.) (art. 5, 6 en 20a Regeling SPOG

 

Onderscheid tussen zelfmelders en niet-zelf melders
Indien de gedetineerde niet behoort tot een uitgesloten groep wordt gekeken of de gedetineerde een ‘zelfmelder’ is.[6] Vanaf dat punt onderscheidt het Processchema een route van ‘Niet Investeren, tenzij’ en ‘Investeren, tenzij’. Bij recidive wordt een gedetineerde in beginsel in het basisprogramma geplaatst, maar kan de gedetineerde via de route ‘Niet Investeren, tenzij’ promoveren naar het plusprogramma door groen gedrag te vertonen. Hierna worden de twee routes apart besproken.

Zelfmelder
Een zelfmelder is een persoon die is veroordeeld voor een vrijheidsbenemende straf en zich, na een daartoe ontvangen oproep, zelf heeft gemeld bij een penitentiaire inrichting of bij de politie voor het ondergaan van de opgelegde vrijheidsstraf. Zelfmelders worden bij binnenkomst direct in een plusprogramma geplaatst vanwege het zeer gewenste gedrag van ‘zichzelf melden’.[7] Voor alle gedetineerden, ook die in een plusprogramma verblijven, geldt dat zij één keer per zes weken worden beoordeeld. Bij ongewenst gedrag kunnen zelfmelders dus net zo goed degraderen.

Niet-zelfmelder
In beginsel verblijven ‘niet-zelfmelders’ in het basisprogramma. Deze gedetineerden kunnen wel promoveren naar het plusprogramma, tenzij ze onder een van het plusprogramma uitgesloten groep vallen.

Het systeem van promoveren en degraderen

Het stoplichtmodel
Zoals gezegd, worden gedetineerden bij binnenkomst in een gevangenis in een basis- of plusprogramma geplaatst. Na zes weken kunnen gedetineerden promoveren of degraderen naar een ander dagprogramma. De beslissing over promotie, degradatie of nog niet promoveren wordt gedaan op basis van de beoordeling van het gedrag van de gedetineerde. Het gedrag wordt beoordeeld aan de hand van het stoplichtmodel ‘Stimuleren en ontmoedigen’ (hierna: het stoplichtmodel). Het stoplichtmodel plaatst het gedrag in één van de volgende drie categorieën: goed gedrag (groen), dit-kan-beter-gedrag (oranje) en ongewenst gedrag (rood). Ieder gedrag kent dezelfde onderdelen: veiligheid en beveiliging, zorg en begeleiding en re-integratie en resocialisatie. Per onderdeel worden voorbeelden van gedragingen omschreven. Deze lijst is niet limitatief.[8] Klik hier voor het stoplichtmodel.
Om in aanmerking te komen voor promotie naar het plusprogramma, dient een gedetineerde op alle onderdelen gedurende zes weken goed gedrag (groen) te scoren. De termijn vangt aan vanaf het moment dat de gedetineerde de penitentiaire inrichting binnenkomt en dus niet vanaf het moment dat het D&R plan is opgesteld.
Oranje gedrag dient te worden opgevat als een waarschuwing. Opnieuw oranje gedrag vertonen na een waarschuwing kan leiden tot degradatie. Incidenteel oranje gedrag hoeft niet tot een ‘oranje’ kleuring te leiden.
Bij oranje en rood gedrag kunnen gedetineerden in principe niet promoveren naar het plusprogramma. Bovendien kan rood gedrag disciplinair worden gestraft. Gedetineerden die door een verstandelijke beperking of een psychische stoornis niet in staat zijn aan bepaalde gedragsregels te voldoen, kunnen onder omstandigheden toch in aanmerking komen voor promotie, bijvoorbeeld als zij bereidheid tonen tot verbetering.

 

Voorbeelden van goed gedrag:

  • Meewerken op de afdeling
  • Agressie voorkomen of beheersen
  • Respectvol met anderen omgaan (sociaal functioneren)
  • Goede hygiëne
  • Meewerken aan het D&R-plan

 

Voorbeelden van dit-kan-beter-gedrag:

  • Geen corvee doen of te laat komen
  • Oneerlijk zijn, onbetrouwbaar of kleinerend
  • ‘Storend’ zijn, frustratie tonen in houding en woorden
  • Slechte hygiëne van lichaam of cel
  • Niet meewerken aan D&R-plan

 

Voorbeelden van ongewenst gedrag:

  • Huisregels niet naleven
  • Onttrekking/ontvluchting
  • Verboden middelen
  • Agressie

 

De herbeoordeling

De medewerkers van de inrichting beoordelen iedere zes weken op basis van het stoplichtmodel het gedrag van de gedetineerden. De medewerkers van de inrichting zijn bijvoorbeeld de mentoren, docenten, arbeidsmedewerkers of casemanagers. Gezamenlijk vormen zij het Multi Disciplinair Overleg (hierna: MDO). Het MDO legt vervolgens zijn advies over het gedrag van de gedetineerden voor aan de directeur. De directeur neemt in beginsel het besluit over promotie en degradatie van een gedetineerde (art. 1d lid 1 Regeling SPOG). De directeur kan het MDO ook mandateren om dit besluit zelf te nemen.[9]

 

Zowel gedetineerden in het basisprogramma als in het plusprogramma worden minstens één keer per zes weken in het MDO besproken. Na die bespreking wordt het D&R-plan vastgesteld of aangepast. Onderdeel van dat plan zijn gedragsrapportages met een daarbij horende kleuring (groen, oranje of rood gedrag). Indien het gedrag van de gedetineerde oranje of rood is, wordt de begeleiding naar groen gedrag besproken. Bij groen gedrag voor de duur van zes weken wordt de gedetineerde gepromoveerd naar een plusprogramma (art. 1d lid 2 Regeling SPOG).Indien de gedetineerde al in het plusprogramma zit, wordt vooral de voortgang van de uitvoering van het D&R-plan geanalyseerd.
Indien het gedrag van een gedetineerde daar aanleiding toe geeft, kan de gedetineerde tussentijds in het MDO worden besproken.


[1] Toelichting bij Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (wijziging), Stcrt. 2014, nr. 4617, p. 12

[2] L. van Gent, Handleiding Toetsingskader promoveren en degraderen, Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie (DJI) 2013, p. 34.

[3] Toelichting bij Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (wijziging), Stcrt. 2014, nr. 4617, p. 13

[4] L. van Gent, Handleiding Toetsingskader promoveren en degraderen, Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie (DJI) 2013, p. 34.

[5] Toelichting bij Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (wijziging), Stcrt. 2014, nr. 4617, p. 15

[6] Een zelfmelder is een veroordeelde met een onherroepelijke onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, die zich, na een daartoe ontvangen oproep, zelf dient te melden bij een penitentiaire inrichting of bij de politie voor het ondergaan van de opgelegde vrijheidsstraf.

[7] L. van Gent, Handleiding Toetsingskader promoveren en degraderen, Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie (DJI) 2013, p. 12.

[8] Toelichting bij Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (wijziging), Stcrt. 2014, nr. 4617, p. 14

[9] L. van Gent, Handleiding Toetsingskader promoveren en degraderen, Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie (DJI) 2013, p. 34.

[10] L. van Gent, Handleiding Toetsingskader promoveren en degraderen, Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie (DJI) 2013, p. 15.