Sla inhoud over

Promoveren & Degraderen

NB: Op 1 oktober 2020 is er een nieuw toetsingskader in werking getreden voor het stimuleren van gewenst gedrag en het ontmoedigen van ongewenst gedrag van gedetineerden in detentie. Dit nieuwe toetsingskader wordt hieronder uiteen gezet. Het oude toetsingskader dat gold tot 1 oktober 2020 is inmiddels uit dit dossier verwijderd. Wel is de handleiding van het oude toetsingskader en de jurisprudentie daarover nog te raadplegen in dit dossier onder achtergronddocumenten en jurisprudentie.

Toetsingskader promoveren & degraderen
Het nieuwe toetsingskader dat op 1 oktober 2020 in werking is getreden wordt door DJI een aangescherpt toetsingskader genoemd. Het nieuwe toetsingskader gaat volgens DJI meer houvast geven en zal daarmee gaan leiden tot inhoudelijk betere en consistente beoordelingen van het gedrag van gedetineerden. Hieronder worden de overeenkomsten en verschillen beschreven ten opzichte van het oude toetsingskader. Ook wordt het nieuwe toetsingskader uiteengezet zoals het staat beschreven in de (aangepaste) Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (Regeling spog). Hoe het nieuwe toetsingskader in de praktijk precies vorm gaat krijgen moet met de tijd blijken. Er is tot op heden nog weinig jurisprudentie. Wel heeft de RSJ een (kritisch) advies uitgebracht over het nieuwe toetsingskader. Dit advies is hier te raadplegen.

Overeenkomsten en verschillen met het oude toetsingskader
Net als in het oude toetsingskader beslist de directeur over de promotie en degradatie van gedetineerden.[1] Wel is het mogelijk dat de directeur deze bevoegdheid overdraagt aan bepaalde medewerkers van de inrichting, het is namelijk geen voorbehouden beslissing. Daarnaast is er nog steeds sprake van een basis- en plusprogramma. De grootste verandering ziet op de beoordelingscriteria voor promotie en degradatie. Zo is het ‘stoplichtmodel’ komen te vervallen. In plaats van groen, oranje en rood wordt er gesproken van ‘gewenst gedrag’ en ‘ongewenst gedrag’. Er is dus geen tussenweg meer. Daarnaast is er een aparte categorie ‘ontoelaatbaar gedrag’. Bij ontoelaatbaar gedrag wordt een gedetineerde direct gedegradeerd. Bij het oude toetsingskader moest er sprake zijn van structureel ongewenst gedrag. Het vereiste van deelname aan bepaalde reïntegratietrainingen geldt niet meer.[2] Verder is de periode vanaf binnenkomst nog steeds maximaal zes weken, maar wordt deze hierna minimaal zes weken. Ook is, conform de jurisprudentie van de RSJ (17/0641/GA), de uitsluiting voor promotie gedurende de hele detentie indien een gedetineerde een strafbaar feit in detentie pleegt, ongedaan gemaakt. Tot slot geeft DJI aan dat er in bij de beoordeling meer dan in het vorige toetsingskader waarde wordt toegekend aan de inspanningen die een gedetineerde verricht op het gebied van de re-integratie/resocialisatie.[3]

Eigen verantwoordelijkheid en maatwerk
Van gedetineerden worden verwacht dat zij zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun re-integratie en resocialisatie. Inzet tonen is alleen niet voor alle gedetineerden even haalbaar. Denk hierbij aan gedetineerden met een licht verstandelijke beperking (lvb) of een psychiatrische stoornis. Om iedereen een eerlijke kans te bieden is de beoordeling van het gedrag een persoonsgerichte aanpak. Er wordt dus rekening gehouden met de beperkingen en persoonlijke situatie van een gedetineerde. Dit gebeurt al bij de intake bij binnenkomst in detentie en in het verlengde daarvan ook bij de vaststelling van het persoonlijke detentie- en re-integratieplan (D&R) van een gedetineerde. De doelen die in dit plan worden vastgelegd sluiten aan bij de situatie en mogelijkheden van de gedetineerde. Ook wordt aan een gedetineerde gerichte begeleiding en ondersteuning geboden als dat noodzakelijk is. Deze aanpak betekent dus dat alle gedetineerden in aanmerking kunnen komen voor promotie naar het plusprogramma.[4]

Dagprogramma’s
Basisprogramma
Het basisprogramma wordt in de regelgeving omschreven als het in de inrichting aangeboden dagprogramma.[5] Het basisprogramma bevat ongeveer 42,5 uur aan activiteiten per week Er is geen avondprogramma en een beperkt weekendprogramma. Als er geen activiteiten zijn, verblijft een gedetineerde op cel. Een basisprogramma wordt aangeboden in zowel het huis van bewaring (hvb) als de gevangenis.[6] Dit betekent echter niet dat je niet in hvb kan promoveren en degraderen. Het toetsingskader wordt ook in het hvb gehanteerd en er kan dus ook in het hvb worden gepromoveerd en gedegradeerd. In het hvb wordt ook al uitvoering gegeven aan het D&R-plan.[7] Wanneer een gedetineerde is gepromoveerd in het hvb en veroordeeld tot een gevangenisstraf, kan degene bij overplaatsing naar de gevangenis direct in het plusprogramma worden geplaatst.

Plusprogramma
In de regelgeving wordt het plusprogramma omschreven als het in een gevangenis aangeboden programma bestaande uit de onderdelen van het basisprogramma, aangevuld met extra onderwijsfaciliteiten, gekwalificeerde arbeid of arbeid met meer vrijheden, gedragsinterventies, extra –re-integratieactiviteiten en de mogelijkheid om het tijdstip van deelname aan bepaalde activiteiten aan te geven.[8] Het plusprogramma bevat 48 uur aan activiteiten per week. Er is twee avonden per week een avondprogramma en in het weekend zijn extra activiteiten. Als er in de ochtend of middag geen activiteiten zijn kan je als gedetineerde buiten je cel op de afdeling verblijven. Je wordt dus niet ingesloten zoals in het basisprogramma. Als er wel activiteiten zijn waar je niet aan deelneemt, wordt je wel ingesloten. In het plusprogramma is er dus de mogelijkheid om meer verantwoordelijkheden te krijgen. Ook kan je in het plusprogramma voorkeuren aangeven voor het moment waarop een aantal activiteiten wordt gepland, denk hierbij aan bezoek. Het plusprogramma wordt alleen aangeboden in de gevangenis en niet in het hvb.[9] Het deelnemen aan een plusprogramma is de eerste fase van interne detentiefasering. Het is onderdeel van het stap voor stap toewerken naar externe vrijheden in de vorm van verlof, plaatsing in een (Z)BBI of het penitentiair programma (pp). Bij de bepaling of een gedetineerde in aanmerking komt voor externe vrijheden wordt het gedrag tijdens de hele detentie meegewogen. Het is dus niet enkel voldoende om op het moment van overwegen gepromoveerd te zijn.[10]

Doelgroep van het toetsingskader
In beginsel vallen alle gedetineerden die binnenstromen in een huis van bewaring of gevangenis onder het toetsingskader. De volgende groepen zijn uitgesloten van het toetsingskader:

  • Invrijheidstelling nog voordat het tweede MDO plaatsvindt (9e/10e week);
  • Pre-ISD’ers: gedetineerden ten aanzien van wie het Openbaar Ministerie de ISD-maatregel vordert in de strafzaak;
  • ISD’ers: op deze afdelingen wordt op een andere manier het gedrag beoordeeld;
  • Gedetineerden die geplaatst zijn in een:
    • Uitgebreid Beveiligde Inrichtingen (UBI) = beheersproblematische gedetineerden (BPG) en de Terroristen Afdeling (TA);
    • Extra Beveiligde Inrichting (EBI);
    • Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) of het Justitieel Medisch Centrum (JMC).[11]


Of ook de recentelijk in het leven geroepen Afdeling Intensief Toezicht in PI Leeuwarden is uitgesloten van het toetsingskader is niet duidelijk. De AIT is in ieder geval niet ondergebracht in een UBI maar in een NBI. Gelet op het feit dat de AIT niet wordt genoemd in de uitgesloten categorieën lijkt het erop dat het toetsingskader ook daar geldt. Zie voor meer informatie over de AIT het dossier overplaatsing.[12]

Procedure
Bij binnenkomst in de inrichting vindt er een screening en intake (ISS) en trajectgesprek plaats en wordt er gestart in het basisprogramma. Een uitzondering hierop zijn de zelfmelders, zie hiervoor het kopje ‘beoordelingscriteria’. Op basis van de intake wordt er in het eerste MDO (multidisciplinair overleg) binnen vier weken een D&R plan opgesteld.[13] In dit plan staan doelen en concrete acties waar de gedetineerde tijdens zijn detentie aan werkt.[14] Na vaststelling van het D&R plan in het eerste MDO volgen de gedragsrapportages van de verschillende disciplines in de inrichting. De disciplines die rapporteren zijn: mentor, casemanager, arbeidsmedewerker, onderwijsmedewerker, sportmedewerker en de trainer.[15] De MDO cyclus is telkens maximaal zes weken, behalve bij lang- en levenslanggestraften. Bij hen is de cyclus elke drie maanden. Wanneer gesproken wordt van een langgestrafte, is niet nader gespecifieerd in de handleiding van het toetsingskader en daarom onduidelijk.[16] Een gedetineerde kan promoveren indien er gedurende deze cyclus op alle onderdelen gewenst gedrag is vertoond. Het gedrag wordt gerapporteerd aan de hand van twee onderwerpen: ‘re-integratie en resocialisatie’ en ‘verblijf en leefbaarheid’. [17] In het MDO maken alle disciplines gezamenlijk een afweging op basis van alle rapportages. Indien een gedetineerde niet op alle vlakken gewenst gedrag vertoont, bestaat alsnog de mogelijkheid dat het MDO positief adviseert. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de ontwikkeling van de gedetineerde overwegend positief is of omdat er vanuit de persoonlijke situatie van de gedetineerde begrip is voor het vertoonde ongewenste gedrag.[18] Het PMO (psycho medisch overleg) speelt hier een rol. Het PMO adviseert de directeur of er omstandigheden bekend zijn, over bijvoorbeeld een stoornis of een gebrekkige ontwikkeling, die invloed hebben op het gedrag van een gedetineerde. De psycholoog zit namens het PMO bij de inkomstenafdeling en de EZV in het MDO. In de andere gevallen kan de psycholoog op afroep of eigen initiatief aan het MDO deelnemen.[19] Op deze manier kan dus maatwerk worden geleverd. De mentor (PIW’er) informeert de gedetineerde over de uitkomst van de bespreking in het MDO.[20]

Beoordelingscriteria promotie
Een gedetineerde wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn vermeld in de bijlagen van de Regeling spog. Bijlage 1 is voor reguliere gedetineerden en bijlage 2 is voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen die (in beginsel) verblijven in PI Ter Apel. Als een gedetineerde gedurende zes weken na begin detentie gewenst gedrag laat zien op de gebieden ‘verblijf en leefbaarheid’ en ‘re-integratie/resocialisatie’, komt hij of zij in aanmerking voor promotie.[21] De beslissingsbevoegdheid ligt volgens de Regeling spog bij de directeur en het MDO adviseert de directeur.[22] De beslissingen tot promotie en degradatie zijn echter geen voorbehouden beslissingen zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Pbw. Dit betekent dat de directeur deze beslissingsbevoegdheid ook mag overdragen aan andere medewerkers van de inrichting, bijvoorbeeld het MDO. Iemand die zichzelf bij een inrichting meldt om zijn/haar straf te ondergaan (zelfmelder) wordt bij binnenkomst gepromoveerd.[23] De termijn van zes weken vanaf binnenkomst detentie of de termijn zoals die is vastgesteld door de directeur, loopt gedurende de detentie door. Dit betekent dat bij een overplaatsing de ontvangende inrichting moet voortborduren op hetgeen in de vorige inrichting is gebeurd. De termijn begint dus niet opnieuw te tellen bij binnenkomst in een andere inrichting. De informatie over het gedrag van een gedetineerde wordt aan de ontvangende inrichting doorgegeven in het selectieadvies (overplaatsingsverzoek).

Bijlage 1 Regeling spog

Gewenst gedrag ‘re-integratie/resocialisatie’ Ongewenst gedrag ‘re-integratie/resocialisatie’ Ontoelaatbaar gedrag dat leidt tot directe degradatie

– Een gedetineerde doorloopt de benodigde screening/ diagnostiek en intake.
– Een gedetineerde werkt actief mee aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.
– Een gedetineerde voert het D&R-plan uit.

– Een gedetineerde doorloopt niet de benodigde screening/ diagnostiek en intake.
– Een gedetineerde werkt niet mee aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.
– Een gedetineerde voert het D&R-plan niet uit.

– Een gedetineerde keert verwijtbaar te laat of niet terug van verlof.
– Een gedetineerde brengt in de inrichting verboden goederen binnen, handelt daarin of heeft deze in bezit.
– Een gedetineerde gedraagt zich fysiek agressief of bedreigt personeel of een medegedetineerde ernstig.
– Een gedetineerde ontvlucht de inrichting, dan wel onderneemt een poging daartoe.
– Een gedetineerde wordt vervolgd voor het in detentie plegen dan wel medeplegen van een misdrijf.
– Een gedetineerde gebruikt alcohol drugs, of weigert een drugstest af te nemen of fraudeert bij het afnemen van de test.

Gewenst gedrag ‘verblijf en leefbaarheid’ Ongewenst gedrag ‘verblijf en leefbaarheid’

– Een gedetineerde werkt mee aan het dagprogramma.
– Een gedetineerde werkt mee aan arbeid.
– Een gedetineerde houdt zich aan (huis)regels.
– Een gedetineerde houdt zich aan afspraken.
– Een gedetineerde laat zich aanspreken op gedrag.
– Een gedetineerde gebruikt geen alcohol of drugs en werkt mee aan drugstesten (urinecontroles).

– Een gedetineerde werkt niet mee aan het dagprogramma.
– Een gedetineerde werkt niet mee aan arbeid.
– Een gedetineerde houdt zich niet aan (huis)regels.
– Een gedetineerde houdt zich niet aan afspraken.
– Een gedetineerde laat zich niet aanspreken op gedrag.


Beoordelingscriteria degradatie
Indien een gedetineerde is gepromoveerd en niet het gewenste gedrag laat zien op het gebied ‘verblijf en leefbaarheid’ of ‘re-integratie/resocialisatie’, kan de directeur besluiten tot degradatie.[24] Volgens de vaste rechtspraak van de RSJ dient de directeur bij een degradatiebeslissing het gedrag te benoemen dat leidt tot de degradatie en dient hij daarbij ook een kenbare belangenafweging te maken.[25] De directeur bepaalt daarbij de periode waarin de gedetineerde het gewenste gedrag moet laten zien om weer voor promotie in aanmerking te komen. Deze periode is minimaal zes weken. Als de directeur een langere periode dan zes weken bepaalt, moet hij dit besluit motiveren. Hierbij moet hij in ieder geval de volgende aspecten meewegen:

  • de aard en de ernst van het gedrag dat aanleiding gaf voor degradatie;
  • de mate waarin het gedrag de orde en veiligheid in de inrichting of de ongestoorde tenuitvoerlegging heeft geraakt;
  • de al dan niet opzettelijkheid van het gedrag;
  • het structurele gedrag van de gedetineerde in detentie;
  • de duur van de eventuele opgelegde straf door de strafrechter (indien van toepassing).[26]


Volgens de toelichting op het artikel kan het bijvoorbeeld gaan om dermate (herhalend) verstorend gedrag dat dit een langere uitsluiting dan zes weken rechtvaardigt. Een uitsluiting van promotie voor de gehele detentie is echter niet mogelijk. Een gedetineerde wordt altijd in staat gesteld om gedurende zijn detentie weer te kunnen promoveren.[27]

Ontoelaatbaar gedrag
Als er sprake is van gedrag dat wordt aangemerkt als ‘ontoelaatbaar‘, wordt een gedetineerde direct gedegradeerd.[28] Er vindt in dat geval geen brede beoordeling van het gedrag plaats en het MDO wordt niet afgewacht. De directeur kan per direct degraderen.[29] Ontoelaatbaar gedrag kan ook tot gevolg hebben dat promotie uitblijft als een gedetineerde nog niet was gepromoveerd. Inmiddels is er één uitspraak van de RSJ gepubliceerd waarin verzocht werd om schorsing van een beslissing tot degradatie op grond van ontoelaatbaar gedrag. Op social media was een foto gepubliceerd waarin de gedetineerde poseerde in een cel van JC Zaanstad. De directeur had dit aangemerkt als ‘ontoelaatbaar‘ dan wel ‘ongewenst‘ gedrag waarvoor hij de gedetineerde had gedegradeerd. De RSJ oordeelde dat het poseren op een foto die op social media is geplaatst, niet valt onder de gedragingen die als ‘ontoelaatbaar‘ gedrag worden bestempeld. Indien het als ‘ongewenst‘ gedrag moet worden aangemerkt, dient de directeur volgens vaste rechtspraak het gedrag te benoemen dat leidt tot de degradatie en een kenbare belangenafweging te maken, aldus de RSJ. Dat was niet gebeurd. De beslissing was onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd. Het schorsingsverzoek werd toegewezen.[30]

Schriftelijke beslissing
De beslissing die elke zes weken (lang- en levenslanggestrafte elke drie maanden) wordt genomen, dient gemotiveerd op schrift te worden gesteld en aan de gedetineerde te worden uitgereikt. De afwegingen die zijn gemaakt moeten in de beslissing worden vermeld, zodat voor de gedetineerde inzichtelijk wordt welke gedragingen hebben geleid tot het niet promoveren of degraderen, maar ook zodat de overwegingen in beklag en beroep kunnen worden getoetst.[31] In de jurisprudentie van de RSJ op basis van het oude toetsingskader is altijd geoordeeld dat er sprake moest zijn van een belangenafweging. Deze belangenafweging is ten aanzien van het ontoelaatbare gedrag niet meer aan de orde. De praktijk zal nog moeten leren hoe de beroepscommissie tegen deze directie degradatie zonder belangenafweging aankijkt.

Beklag & Beroep
Tegen de beslissingen in het kader van promoveren en degraderen kan beklag worden ingediend bij de Commissie van Toezicht van de inrichting.[32] Het zal hierbij vooral gaan om beslissing over niet promoveren en degraderen, het ligt niet voor de hand dat er wordt geklaagd over het promoveren. Ook tegen het uitblijven van een beslissing kan beklag worden ingediend.[33] Tegen de beoordeling van het gedrag door een discipline op gewenst of ongewenst gedrag staat geen beklag open omdat dit niet wordt gezien als een beslissing van de directeur.[34] Tegen de uitspraak kan vervolgens in beroep worden gegaan bij de RSJ. Zie voor meer informatie het dossier beklagprocedure.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

[1] Artikel 1d, eerste lid, Rspog

[2] Handleiding toetsingskader promoveren en degraderen, juni 2020, p. 4

[3] Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 4 & 5

[4] Staatscourant 2020, nr. 49131, p. 5 & 6

[5] Artikel 1 onder i Rspog

[6] Informatieblad promoveren en degraderen, DJI september 2020

[7] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8

[8] Artikel 1 onder j Rspog

[9] Informatieblad promoveren en degraderen, DJI september 2020

[10] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8

[11] Artikel 1e Rspog

[12] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7

[13] Artikel 1c Rspog

[14] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 4

[15] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 10

[16] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7

[17] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7

[18] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 7 & 12

[19] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 37

[20] Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 13

[21] Artikel 1d, derde lid, Rspog

[22] Artikel 1d, eerste lid, Rspog

[23] Artikel 1d, zevende lid, Rspog

[24] Artikel 1d, vierde lid, Rspog

[25] RSJ 12 november 2020, S-20/4683/SGA

[26] Artikel 1d, zesde lid, Rspog

[27] Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 6

[28] Artikel 1d, vijfde lid, Rspog

[29] Staatscourant 2020 nr. 49131, p. 5 & Handleiding toetsingskader promoveren & degraderen, juni 2020, p. 8

[30] RSJ 12 november 2020, S-20/4683/SGA

[31] RSJ 1 augustus 2016, 16/0480/GA

[32] Artikel 60 Pbw

[33] Artikel 60, tweede lid, Pbw

[34] RSJ 14 april 2017, 17/0266/GA