Jurisprudentie
4 mei 2021, KC 2021/023
Klaagster beklaagt zich erover dat haar de toegang tot medische zorg is ontzegt. Zij had een afspraak met de psycholoog tijdens arbeidstijd, maar de arbeidsmedewerker heeft zonder klaagster in te lichten deze afspraak afgezegd. Klaagster stelt dat de psycholoog valt onder de medische dienst. De directie heeft aangegeven dat normaliter afspraken bij de medische dienst, op de afspraken met de arts na, worden ingepland buiten de uren dat klaagster aan het werk is. De psycholoog weet dat afspraken buiten arbeidstijd moeten worden gepland. De beklagcommissie stelt vast dat een psycholoog geen studie medicijnen afgerond en daarom geen arts is. Daarnaast betreft psychische zorg tweedelijns zorg. Een bezoek aan de psycholoog kan echter alleen plaatsvinden na doorverwijzing van de medische dienst, wat ook in klaagsters geval is gebeurd. Nu echter uit de overgelegde stukken niet is gebleken wanneer de afspraak plaatsvond en ook niet waarom deze al dan niet is doorgegaan, kan de beklagcommissie niet anders kan dan de klacht ongegrond verklaren. Indien en voor zover klaagster zich beklaagt over de wijze waarop de arbeidsmedewerker met haar omgaat, wordt dit beklag voor het overige niet-ontvankelijk verklaard omdat bejegening geen klachtwaardige beslissing betreft in de zin van artikel 60 Pbw.
20 december 2013, KC 2014/011
Klaagster beklaagt zich over een schending van haar privacy, nu tijdens het horen in de strafcel een filmploeg opnames maakte van het verhoor. De directeur is van mening dat klaagster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu de klacht een bejegeningskwestie betreft. De beklagcommissie ontvangt klaagster in haar beklag. De beklagcommissie toetst inhoudelijk of het recht van klaagster op privacy zwaarder weegt dan het recht van de media om te informeren wat er in de samenleving aan de hand is. Het filmen in een afzonderingscel levert naar het oordeel van de beklagcommissie een ernstige inbreuk van de privacy op waarbij de intimiteit van de betrokkene in belangrijke mate in het geding is. Onder de omstandigheden kan naar het oordeel van de beklagcommissie de toestemming van de directie tot het maken van filmopnamen niet volstaan en dient er voor camera opnames zoals de onderhavige in de privacy van haar cel, toestemming van de gedetineerde te worden verkregen. Het beklag wordt gegrond verklaard en de beklagcommissie kent aan klaagster €10,- toe.
25 maart 2013, KC 2013/031
Klaagster wordt niet ontvankelijk verklaard in het beklag tegen feitelijk handelen en bejegening door de medewerker van Terugdringen Recidive (TR). Voor zover de klacht is gericht tegen vertraging die door de TR-medewerker zou zijn ontstaan wordt de klacht ongegrond verklaard omdat onvoldoende vaststaat dat niet adequaat handelen van de TR-medewerker -als daarvan al sprake is- heeft geleid tot vertraging in het traject.
23 januari 2012, KC 2012/064
Uitschelden van een gedetineerde door een personeelslid betreft feitelijk handelen van dit personeelslid en is in die zin geen beslissing van de directeur. Klacht niet-ontvankelijk.
14 januari 2010, KC 2010/010
De klacht is gericht tegen de wijze waarop klager door het personeel en medepatiënten bejegend en behandeld wordt en de wijze van postontvangst. De beklagcommissie stelt vast dat bejegening door het personeel geen beklagwaardige beslissing in de in zin van de artikelen 56 en 57 Bvt, beklag niet-ontvankelijk.
Jurisprudentie beroepscommissie
Per 1 januari 2024 wordt de jurisprudentie van de RSJ niet meer in dit dossier geüpdatet. U kunt de jurisprudentiedatabank van de RSJ hiervoor raadplegen.