Sla inhoud over

Rol van de commissie van toezicht

Meldingsprocedure: Rol CvT

Voor de Commissies van Toezicht is het van belang extra aandacht te besteden aan de meldingsprocedure rondom de beslissing tot dwangbehandeling. In deze procedure is een belangrijke rol weggelegd voor de Commissie van Toezicht en de maandcommissaris.

Bij de aanvang van alle vormen van de dwangbehandeling meldt het hoofd van de inrichting respectievelijk de directeur de behandeling aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Commissie van Toezicht (artikelen 34, tweede lid Reglement verpleging ter beschikking gestelden (Rvt), 22, tweede lid Penitentiaire maatregel (Pm) en 48, tweede lid Reglement justitiële jeugdinrichtingen (Rjj), hierna: de Reglementen. Bij a- en b-dwangbehandeling zal ook de bevoegde inspecteur voor de gezondheidszorg een melding moeten ontvangen, zo blijkt uit de Reglementen. De gedwongen geneeskundige handeling wordt slechts bij de inspecteur voor de gezondheidszorg gemeld indien de handeling wordt verricht ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens.[1]

Het hoofd van de inrichting respectievelijk de directeur stuurt de Minister van Justitie en Veiligheid, de Commissie van Toezicht en eventueel de inspecteur voor de gezondheidszorg een afschrift van zijn beslissing toe. Daarin wordt in ieder geval opgenomen in verband met welk gevaar de dwangbehandeling noodzakelijk is, welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om dat gevaar weg te nemen, wie zich tegen de behandeling verzet (de ingeslotene zelf en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger) en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de ingeslotene. Indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de ingeslotene is die zich verzet, wordt bovendien vermeld of de ingeslotene in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van zijn beklag en/of beroepsrecht. Ingeval van a- of b-dwangbehandeling wordt ook vermeld welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming te komen over het behandelingsplan.[2]

Aanvullende eisen meldingsprocedure bij a-dwangbehandeling
Bij een a-dwangbehandeling geldt een uitgebreidere meldingsprocedure. Ingeval van een a-dwangbehandeling meldt het hoofd van de inrichting respectievelijk de directeur het voornemen tot de beslissing om een dwangbehandeling te verrichten aan de voorzitter van de Commissie van Toezicht. Deze laatste schakelt de maandcommissaris in die onverwijld op bezoek gaat bij ingeslotene (zo schrijven de artikelen 16c, derde lid Bvt, 46e, derde lid Pbw en 51e, derde lid Bjj voor). De Commissie van Toezicht heeft op die manier informatie om haar toezichtrol te vervullen en de maandcommissaris kan advies geven aan de ingeslotene over zijn rechten en plichten en kan bemiddelen. De maandcommissaris dient de ingeslotene gedurende de periode dat de dwangbehandeling voortduurt te volgen en indien nodig te ondersteunen. Ook worden de raadsman, mentor en curator op de hoogte gesteld van het voornemen tot een beslissing een dwangbehandeling toe te passen. De melding wordt uiterlijk drie dagen voordat de beslissing wordt genomen gedaan, om allen voldoende tijd te geven om de ingeslotene bij te staan en eventueel bezwaren tegen de dwangbehandeling kenbaar te maken.[3]
Bij aanvang van de behandeling wordt opnieuw melding gedaan. In het afschrift van de beslissing dat het hoofd respectievelijk de directeur met zijn beslissing meezendt, moet ingeval van a-dwangbehandeling ook worden opgenomen welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de raadsman, mentor, curator, ouders en voogd.[4] Ook de beëindiging van de dwanghandeling moet aan deze partijen worden gemeld.

Rol CvT na de melding

Door middel van deze meldingsprocedure is getracht de Commissie van Toezicht in staat te stellen haar algemene toezichthoudende taak uit te voeren. De commissie kan controleren of een en ander volgens de regels geschied. Indien blijkt dat de ingeslotene zelf niet in staat is gebruik te maken van zijn beklag- en beroepsrecht zal de Commissie van Toezicht altijd de zorgvuldigheid van de beslissing dienen te onderzoeken, strekkende ter rechtsbescherming van de ingeslotene.[5]


[1]Staatsblad 2013, 99, p. 25-26.

[2]Staatsblad 2013, 99, p. 26.

[3]Staatsblad 2013, 99, p. 26-27.

[4]Staatsblad 2013, 99, p. 27.

[5]Staatsblad 2013, 99, p. 27.