Sla inhoud over

Detentiefasering

Detentiefasering
Detentiefasering betekent dat een gedetineerde geleidelijk aan meer externe vrijheden verkrijgt binnen de detentie. Met de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen per 1 juli 2021 is op het gebied van detentiefasering veel veranderd. De (Zeer) Beperkt Beveiligde Inrichtingen (BBI en ZBBI) zijn tezamen met het regimesgebonden verlof, verdwenen. Gedetineerden kunnen in de laatste fase van hun detentie buiten de muren aan het werk op de nieuwe Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA). Zij worden in een BBA geplaatst wanneer aan hun re-integratieverlof voor extramurale arbeid is verleend. De selectiefunctionaris is namens de minister bevoegd om op het verzoek van een gedetineerde om re-integratieverlof voor extramurale arbeid te beslissen.[1] Meer over verlof is te lezen in het dossier Verlof. Met de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen is met ingang van 1 december 2021 e.e.a. veranderd omtrent het Penitentiair Programma. Het PP bestaat er nog slechts voor gedetineerden die minder dan 1 jaar straf hebben. Voor gedetineerden die op 1 december 2021 (na aftrek van de voorwaardelijke invrijheidstelling een strafrestant van minder dan 3 jaar hebben, bestaat een overgangsperiode van 3 jaar. In een PP verblijft een gedetineerde niet langer in een penitentiaire inrichting maar extern (buiten) op een goedgekeurd verlofadres. Het PP valt officieel niet onder de bovengenoemde definitie van detentiefasering die uit de wetsgeschiedenis blijkt. Omdat het echter wel direct verbonden is aan de detentiefasering wordt het in dit dossier wel meegenomen. Daarbij verstaat de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) onder detentiefasering ‘het op een zinvolle manier  organiseren van de detentie per individuele ingeslotene’.[2] Detentiefasering is een belangrijk onderdeel van de voorbereiding van een gedetineerde op de terugkeer in de maatschappij (re-integratie). Detentiefasering draagt op deze manier bij aan de vermindering van het recidive risico.[3]

Werkwijze
In de inrichting wordt een gedetineerde minimaal één keer per zes weken besproken in het Multi Disciplinair Overleg (MDO) met als doel het detentie & re-integratieplan (D&R) vast te stellen, aan te passen en de uitvoering te bewaken.[4] In het MDO zijn personeelsleden van verschillende disciplines in de inrichting betrokken waaronder in ieder geval de casemanager, een PIW’er (penitentiair inrichtingswerker), een arbeidsmedewerker en de medische dienst. Het afdelingshoofd is de voorzitter van het MDO. Bij de Extra Zorg Voorziening afdeling maakt de psycholoog verplicht onderdeel uit van het MDO. De taak van het MDO is de directeur te adviseren over het D&R plan van een gedetineerde.[5] Dit betekent dat het MDO de directeur onder meer adviseert over het al dan niet promoveren of degraderen en (over)plaatsingsverzoeken.  

In de gevangenis van een NBI maakt de casemanager op basis van de vrijheidsstraf een berekening van de faseringsdata. Dit zijn de data waarop de gedetineerde in aanmerking kan komen voor detentiefasering. Dit betreffen streefdata voor de mogelijke aanvang van de detentiefasering. Hieraan kunnen niet direct rechten aan  worden ontleend.[6] Op basis van de situatie van de individuele gedetineerde wordt vervolgens in het MDO en in overleg met de gedetineerde een passend traject bepaald en dit wordt neergelegd in het D&R plan. De casemanager vraagt vervolgens de noodzakelijk adviezen en stukken op. Het voorstel wordt besproken in het MDO dat een advies uitbrengt aan de directeur. De directeur bespreekt dit voorstel met het hoofd detentie & re-integratie in de VC (vrijhedencommissie) en neemt de beslissing tot het doen van een (over)plaatsingsverzoek aan de selectiefunctionaris. Namens de directeur stelt de casemanager een selectieadvies op (overplaatsingsverzoek) en stuurt deze naar de selectiefunctionaris. De selectiefunctionaris beoordeelt het verzoek en beslist.

Penitentiair Programma (PP)        
Gedetineerden met een straf korter dan 1 jaar kunnen verzoeken om deelname aan het PP. Een PP is een samenstel van activiteiten waaraan wordt deelgenomen door personen ter verdere tenuitvoerlegging van de aan hen opgelegde vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis in aansluiting op hun verblijf in een inrichting.[7] Evenals elke vorm van re-integratieverlof is ook PP alleen toegestaan als het bijdraagt aan de realisatie van een of meer re-integratiedoelen zoals opgesteld in het persoonlijk D&R-plan van de gedetineerde. Specifiek voor PP geldt dat dit re-integratiedoelen moeten zijn op de basisvoorwaarden werk en inkomen én huisvesting, de thuissituatie en het opbouwen van het sociaal netwerk. De gedetineerde heeft tijdens de detentie aan deze re-integratiedoelen gewerkt en PP dient een logische vervolgstap te zijn.[8]    
Een PP omvat minimaal 26 uur per week aan activiteiten waaraan door de deelnemer aan dat PP wordt deelgenomen.[9] Deze activiteiten zijn gericht op het aanleren van bepaalde sociale vaardigheden, het vergroten van de kans op arbeid na invrijheidstelling, het bieden van onderwijs, het bieden van bijzondere zorg aan de deelnemer zoals ambulante verslavingszorg of ambulante geestelijke gezondheidszorg, of geven op andere wijze invulling aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij.[10] Ondanks dat een gedetineerde het PP volledig buiten doorbrengt, is er formeel nog wel sprake van een detentie en de gedetineerde blijft administratief ingeschreven in een penitentiaire inrichting. De directeur van deze inrichting is om die reden dan ook verantwoordelijk voor de (detentie van de) gedetineerde.[11] De gedetineerde krijgt tijdens het PP een senior casemanager toegewezen die toezicht en contact onderhoudt tijdens het verloop. Ook de reclassering of andere instanties kunnen hierbij betrokken zijn.            

Beslissingsbevoegdheid
De directeur kan aan de selectiefunctionaris voorstellen om een gedetineerde, die hij daartoe geschikt acht, deel te laten nemen aan het PP.[12] De directeur voegt daarbij het advies van reclassering en indien vereist het advies van het OM.[13] De selectiefunctionaris beslist vervolgens over de deelname aan het PP. Een gedetineerde kan op grond van artikel 18 van de Pbw ook zelf een verzoek doen tot deelname aan een PP.[14]             

Bij de beslissing betrekt de selectiefunctionaris in ieder geval de volgende aspecten:

  1. de aard, zwaarte en achtergronden van het gepleegde delict;
  2. de mate van onzekerheid over de datum van invrijheidsstelling;
  3. de beschikbaarheid van een aanvaardbaar verblijfsadres.[15]


Voorwaarden PP
Gedetineerden kunnen in de gelegenheid worden gesteld tot deelname aan een PP direct voorafgaan de datum van invrijheidstelling, mits de gedetineerde:

  • volwassen is of onder het volwassenstrafrecht valt;
  • veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van minstens 6 maanden en maximaal één jaar;
  • bij aanvang van deelname aan het PP een strafrestant heeft van 4 weken tot 2 maanden;
  • deelneemt aan het plusprogramma;
  • een geldig ID-bewijs en BSN heeft;
  • een goedgekeurd verblijfadres heeft;
  • werkt aan de re-integratiedoelen die zijn opgenomen in zijn of haar D&R-plan;
  • de gedetineerde werk of dagbesteding heeft van minimaal 26 uur per week;
  • binnen afzienbare tijd inkomen heeft;
  • tekent voor akkoord met de voorwaarden en afspraken van de deelnameverklaring.[16]


De deelnemer aan een penitentiair programma wordt onder elektronisch toezicht (ET) gesteld, indien het gedrag van de deelnemer daartoe aanleiding geeft, aan de deelname aan een penitentiair programma bijzondere risico’s zijn verbonden, dit voor de bescherming van de belangen van slachtoffers noodzakelijk is[17]. De selectiefunctionaris is belast met de beslissing of een deelnemer onder ET wordt gesteld. Hij kan ook bepalen dat geen ET wordt toegepast.[18]

Voor PP gelden als algemene voorwaarden dat de gedetineerde:

  1. zich gedraagt conform de aanwijzingen van degene die belast is het met toezicht;
  2. melding maakt bij wijziging van de verblijfplaats;
  3. zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.[19]

Naast deze algemene voorwaarden kunnen er ook bijzondere voorwaarden worden opgelegd die worden afgestemd op de omstandigheden van het geval.[20] Denk hierbij aan een verbod tot het gebruik van verdovende middelen, elektronisch toezicht, een locatieverbod, een locatiegebod of een contactverbod.[21]


Bij overtreding van de algemene of bijzondere voorwaarden of verzuim van deelname aan het programma wordt de deelnemer teruggeplaatst in de PI. De directeur afhankelijk van de ernst van de gedraging beslissen tot het geven van een waarschuwing of wijziging of aanvulling van de bijzondere voorwaarden. Ook kan de directeur de selectiefunctionaris adviseren om de deelname aan het PP te beëindigen of indien dit dringend noodzakelijk is zelfstandig overgaan tot de beëindiging.[22]


Duur van het PP 
Het PP duurt niet langer dan een zesde deel van de opgelegde vrijheidsstraf. Daarnaast moet er sprake zijn van:

  1. een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van ten minste zes maanden;
  2. een strafrestant tussen de vier weken en één jaar.[23]

Gelet hierop duurt een PP, afhankelijk van de duur van de vrijheidsstraf, tussen de vier weken en één jaar.


Voor deelname aan het PP moet sprake zijn van een onvoorwaardelijk vrijheidsstraf van tenminste zes maanden. Onder een vrijheidsstraf wordt verstaan een gevangenisstraf, (vervangende) hechtenis, militaire detentie en (vervangende) jeugddetentie.[24] De uitspraak hoeft echter niet onherroepelijk te zijn. Het is dus mogelijk om met detentiefasering te starten wanneer een hoger beroep of cassatieberoep van de zaak nog loopt. Indien de veroordeling tot een vrijheidsstraf nog niet onherroepelijk is, wordt de datum van de invrijheidsstelling berekend op grond van de veroordeling waartegen het rechtsmiddel is aangewend.[25]


Uitgesloten van PP            
Bepaalde categorieën gedetineerden zijn volgens de regelgeving uitgesloten van de mogelijkheid tot deelname aan een PP. Het gaat hierbij om:

  • gedetineerden ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een tevens opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen;
  • gedetineerden die na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf gevolg dienen te geven aan de op hen rustende vertrekplicht of die zullen worden uitgeleverd;
  • gedetineerden die in een extra beveiligde inrichting zijn geplaatst;
  • gedetineerden die in een beperkt beveiligde afdeling zijn geplaatst;
  • gedetineerden aan wie de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is opgelegd.[26]


Overgangsrecht
Met de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen  gedetineerden die op 1 december 2021 (na aftrek v.i.) een strafrestant van minder dan 3 jaar hebben, bestaat een overgangsperiode van 3 jaar. Zie voor meer informatie hierover het informatieblad van DJI PP gedetineerden met overgangsrecht na 1 december 2021 en het Beleidskader Penitentiair Programma – overgangsrecht van het Gevangeniswezen.[27]


Insluittitel lijfsdwang &  vervangende hechtenis schadevergoeding(smaatregel)

Indien een gedetineerde is ingesloten op de insluittitel lijfsdwang, is het niet mogelijk om te faseren. Lijfsdwang is namelijk geen vrijheidsstraf in de zin van de Pbw maar een vrijheidsbenemende maatregel.[28] Lijfsdwang die echter aansluitend aan een gevangenisstraf wordt ondergaan hoeft niet aan detentiefasering in de weg te staan.[29]

De vervangende hechtenis in het kader van een schadevergoeding(smaatregel) valt wel onder het begrip vrijheidsstraf van de Pbw en daarmee onder het begrip strafrestant, waardoor het op deze insluittitel wel mogelijk is om te faseren.[30]     

Openstaande strafzaken  
Indien een gedetineerde openstaande strafzaken op zijn justitiële documentatie (strafblad) heeft staan, zou dit detentiefasering in de weg kunnen staan. Dit heeft te maken met het strafrestant. Indien er op (korte) termijn zicht is op de inhoudelijke behandeling van een zaak die nog tijdens de huidige detentie kan leiden tot verschuiving van de einddatum van de gedetineerde, staat het strafrestant onvoldoende vast. Hierdoor wordt niet voldaan aan het vereiste en kan detentiefasering niet plaatsvinden.[31] Dit kan anders zijn indien er sprake is van een zogenaamd voortdurend delict, bijvoorbeeld de onttrekking van een kind aan het ouderlijk gezag.[32]

Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA)            
Met de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen per 1 juli 2021 is de Beperkt Beveiligde Afdeling in het leven geroepen. Deze afdeling is een nieuwe afdeling in of bij de gevangenis. In de BBA kan een gedetineerde in de laatste fase van zijn straf buiten de gevangenis werken in de regio waar de gedetineerde weer gaat wonen na detentie. Dit kan eventueel in combinatie met opleiding/zorg.[33] 

Toewijzing van een verzoek om re-integratieverlof voor extramurale arbeid is een voorwaarde voor opname in een Beperkt beveiligde afdeling (BBA). Volgens artikel 2 lid 1 van de Rspog komen uitsluitend gedetineerden aan wie re-integratieverlof voor extramurale arbeid als bedoeld in artikel 20a van Rtvi in aanmerking voor plaatsing in een BBA. Het re-integratieverlof voor extramurale arbeid is geregeld in de artikelen 20a en 20ab van de Rtvi. Extramurale arbeid wordt in de Rtvi omschreven als “arbeid, verricht buiten de inrichting ten behoeve van een derde, alsmede het volgen van een dagopleiding buiten de inrichting”.[34] Volgens artikel 3 lid 1 van de Rtvi wint de directeur na ontvangst van het verzoek om verlof alle benodigde inlichtingen en adviezen in. De directeur wint in ieder geval het advies in van de plaatsings- en vrijhedencommissie. Het vierde lid van dit artikel geeft de mogelijkheid aan de directeur om zich te laten adviseren door de reclassering, de politie of hulpverleners. Tot slot bepaalt lid 5 dat de directeur de selectiefunctionaris om advies vraagt in geval hij bevoegd is namens de minister te beslissen op een verzoek van een gedetineerde om re-integratieverlof. Zie ook het dossier Verlof voor meer informatie over re-integratieverlof voor extramurale arbeid.  

Beslissingsbevoegdheid
Op een verzoek van een gedetineerde om re-integratieverlof voor extramurale arbeid beslist de selectiefunctionaris namens de minister.[35] Bij dit verzoek dient de gedetineerde tevens een verzoek te doen tot plaatsing in dan wel overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling.[36]      

Voorwaarden re-integratieverlof voor extramurale arbeid         
Re-integratieverlof voor extramurale arbeid kan op zijn vroegst worden verleend bij een gevangenisstraf langer dan zes maanden, en gedurende ten hoogste een zesde deel van de oplegde straf voorafgaand het moment waarop de gedetineerde in aanmerking kan komen voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling dan wel invrijheidsstelling.[37]

Bij de beslissing tot het verlenen van re-integratieverlof (en dus ook het verlenen van re-integratieverlof voor extramurale arbeid) geldt dat dit alleen wordt verleend ten behoeve van een re-integratiedoel dat is vastgesteld in het D&R-plan. Daarnaast worden de volgende aspecten betrokken:

  1. de mate waarin en de wijze waarop de gedetineerde door zijn gedrag gedurende de gehele detentie heeft doen blijken van een bijzondere geschiktheid tot terugkeer in de samenleving;
  2. de mogelijkheid om aan het verlof verbonden risico’s te beperken en te beheersen;
  3. de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen in ieder geval met betrekking tot het eerste verzoek om onbegeleid re-integratieverlof ten aanzien van een gedetineerde die is veroordeeld voor een misdrijf, als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
  4. de door de gedetineerde geleverde inspanningen om door het strafbare feit veroorzaakte schade te vergoeden.[38]


Een gedetineerde van wie het re-integratieverlof voor extramurale arbeid door eigen toedoen wordt beëindigd, komt hiervoor gedurende drie maanden niet in aanmerking.[39]

Duur van het re-integratieverlof voor extramurale arbeid          
Re-integratieverlof voor extramurale arbeid kan worden verleend voor de duur van maximaal vier weken en van maximaal twaalf maanden.[40] In het D&R-plan wordt de duur van het re-integratieverlof voor extramurale arbeid vastgelegd. Indien de maximale periode van twaalf maanden re-integratieverlof voor extramurale arbeid is verlopen en een voorwaardelijke invrijheidsstelling niet aanvangt, kan de selectiefunctionaris op verzoek van de gedetineerde namens de minister besluiten de duur van de extramurale arbeid met maximaal 24 maanden te verlengen.[41]

Uitsluitingsgronden voor re-integratieverlof voor extramurale arbeid      
Naast de weigeringsgronden, zoals beschreven in artikel 4 van Rtvi, komt de gedetineerde niet in aanmerking voor re-integratieverlof voor extramurale arbeid als hij:

  • is geplaatst in het basisprogramma;
  • is gedegradeerd;
  • niet wil meewerken aan een betalingsregeling;
  • een levenslange gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen;
  • een Tbs-maatregel opgelegd heeft gekregen;
  • een ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen;
  • in een extra beveiligde inrichting of terroristen afdeling is geplaatst;
  • is geplaatst in een PP.[42] Als een gedetineerde in aanmerking komt voor beiden beslist de selectiefunctionaris namens de minister.[43]

Met uitzondering van dit laatste punt gelden deze uitsluitingsgronden ook voor kort- en langdurend re-integratieverlof.[44]

Inrichtingen met een BBA 
De volgende inrichtingen beschikken over een BBA: 
PI Nieuwersluis  
PI Dordrecht       
PI Alphen a/d Rijn, locatie Eikenlaan            
PI Heerhugowaard, locatie Amerswiel          
PI Ter Peel (alleen voor vrouwen)  
PI Rotterdam, locatie Hoogvliet      
PI Roermond      
PI Almelo, locatie De Karelskamp  

Adequate afhandeling detentiefasering    
De directeur van inrichting is verantwoordelijk voor het detentieverloop en (het faciliteren van) de re-integratie en resocialisatie.[45] Dit betekent dat de directeur in beginsel op eigen initiatief detentiefasering dient op te starten. Daarnaast kan de gedetineerde ook zelf een verzoek doen tot detentiefasering op grond van artikel 18 Pbw. De directeur is verplicht om een dergelijk verzoek in behandeling te nemen.[46] Namens de directeur is de casemanager direct verantwoordelijk voor het in gang zetten van de detentiefasering. De casemanager moet hierbij verschillende adviezen en stukken opvragen waaronder die van het OM, de Reclassering, de politie en eventueel de bewoner van het verblijfadres. Dit neemt enige tijd in beslag en de casemanager is daarbij ook afhankelijk van deze instanties en personen. De casemanager moet hiervoor dan ook enige tijd worden gegeven.[47] Daarbij komt dat ook de gedetineerde een verantwoordelijkheid heeft in het aanleveren van informatie zoals het verblijfadres en het verkrijgen van werk of een dagbesteding. Er dient (door de casemanager maar ook de gedetineerde) rekening te worden gehouden met de tijd die dit alles in beslag neemt. Gelet op alle noodzakelijke informatie en stukken is het verstandig om rekening te houden met een tijdsbestek van ongeveer acht weken. Er zijn echter geen officiële termijnen vastgesteld waarin een verzoek dient te worden afgehandeld. Dit blijft altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Omdat de faseringsdatum is een streefdatum betreft, is bij de overschrijding van die datum niet per definitie sprake van een niet adequate afhandeling. Van geval tot geval dient te worden bekeken of er sprake is van een adequate afhandeling. Omdat de casemanager in dit kader in zijn taakuitoefening handelt namens de directeur, staat tegen het adequaat afhandelen van de detentiefasering beklag open bij de commissie van toezicht.[48] In de jurisprudentie van dit dossier zijn hier meerdere zaken over terug te vinden. Daarentegen staat geen beklag open tegen de inhoud en de totstandkoming van een selectieadvies dat de directeur opstelt.[49]

----------------------------------------------------------------------------------------
[1] Art. 15 lid 3 Pbw, art. 4 Pbw en art. 7 Pm voor wat betreft PP en art. 20a Rtvi voor wat betreft re-integratieverlof voor extramurale arbeid.

[2] Kst. II, 1994-1995, 24 263, nr. 3, p. 27

[3] Kst. II, 2018-2019, 35 122, nr. 3, p. 5

[4] Dienst Justitiële Inrichtingen, Handleiding toetsingskader promoveren en degraderen, 30 september 2020, p. 13

[5] Stcrt., 2014, nr. 4617, p. 12

[6] RSJ 24 april 2019, R-19/2956/GV

[7] Art. 4 Pbw

[8] Stcrt., 2022, nr. 17813, p. 1

[9] Art. 5 lid 1 Pm

[10] Art. 5 lid 2 Pm

[11] Art. 8 lid 1 Pm

[12] Art. 7 lid 1 Pm

[13] Art. 7 lid 2 Pm

[14] Art. 18 lid 1 sub b Pbw

[15] Art. 7 lid 3 Pm

[16] Art. 4 Pbw en Informatieblad DJI PP gedetineerden met maximaal 1 jaar straf na 1 december 2021

[17] Art. 7a lid 1 Pm

[18] Art. 7a lid 3 Pm

[19] Art. 9 lid 1 Pm

[20] Art. 9 lid 2 Pm

[21] Art. 9 lid 3 Pm

[22] Art. 9a lid 1 Pm

[23] Art. 4 lid 2 Pbw

[24] Art. 1 sub r Pbw

[25] Art. 4 lid 2 Pbw

[26] Art. 6 Pm

[27] Stcrt., 2022, nr. 17812

[28] Art. 1 sub t Pbw

[29] RSJ 5 augustus 2014, 14/1683/GB

[30] Art. 1 sub s en u Pbw & RSJ 20 juni 2019, R-18/2250/GB

[31] RSJ 2 april 2019, R-19/2705/GB

[32] RSJ 21 november 2018, R-1221

[33] Stcrt., 2022, nr. 1843, p. 1

[34] Art. 1 sub o Rtvi

[35] Art. 20a Rtvi

[36] Art. 18 lid 1 sub a Pbw

[37] Art. 20ab lid 2 Rtvi

[38] Art. 15 Rtvi

[39] Art. 20 ab lid 4 Rtvi

[40] Art. 20ab lid 1 Rtvi

[41] Art. 20ab lid 4 Rtvi

[42] Art. 20ab lid 3 Rtvi

[43] Art. 20ab lid 3 Rtvi

[44] Art. 16 Rtvi

[45] Art. 2 lid 2 Pbw

[46] RSJ 16 april 2014, 14/06/06/GA & RSJ 10 november 2009, 09/2036/GA

[47] RSJ 23 januari 2018, 17/1928/GA

[48] RSJ 18 februari 2019, R-18/1573/GA

[49] RSJ 8 januari 2019, 17/3121/GA