Sla inhoud over

Meerpersoonscelgebruik

De historie van de meerpersoonscel in Nederland
Het traditionele uitgangspunt van het Nederlandse gevangeniswezen – slechts een gedetineerde per cel – werd in 2004 verlaten als gevolg van het grote cellentekort. Tot 2002 was een meerpersoonscel, mogelijk gemaakt door artikel 20 lid 2 Penitentiaire beginselenwet (hierna: Pbw), uitzondering; slechts vreemdelingen en soms kortgestraften en subsidiair gehechten konden in een meerpersoonscel worden ingesloten. In 2002 werd op basis van de Noodwet drugskoeriers tevens de mogelijkheid geschapen drugssmokkelaars die werden gearresteerd op Schiphol in meerpersoonscellen te plaatsen.

De regering achtte kort daarna uitbreiding van het meerpersoonscelgebruik wenselijk en noodzakelijk gezien de tekorten in de tenuitvoerlegging, maar zag in dat niet alle gedetineerden geschikt zijn voor de meerpersoonscel en er contra-indicaties opgesteld moesten worden. De uitbreiding van het gebruik van de meerpersoonscel kon slechts plaatsvinden indien de wet zou worden aangepast omdat op grond van de toen geldende wettelijke regeling het gebruik van de meerpersoonscel slechts werd toegestaan in een regime van algehele gemeenschap. [1] Uiteindelijk werd op 13 september 2004 artikel 19 lid 3 Pbw ingevoerd waardoor de mogelijkheid ontstond om tevens in een regime van beperkte gemeenschap cellen te creëren voor meerdere personen.[2]

Contra-indicaties
Een gedetineerde krijgt een cel toegewezen door de directeur, zo ook een meerpersoonscel. Echter, voor de plaatsing in een meerpersoonscel gelden bepaalde criteria die krachtens artikel 19 Pbw zijn vastgelegd in de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van overplaatsing van gedetineerden.

Aan een gedetineerde verblijvende in een justitiële inrichting kan een meerpersoonscel worden toegewezen, tenzij de gedetineerde daarvoor ongeschikt wordt geacht. Om te bepalen of een gedetineerde geschikt is voor een meerpersoonscel zijn in artikel 11a van voornoemde Regeling contra-indicaties opgenomen. Het uitgangspunt is dat iedere gedetineerde in aanmerking komt voor plaatsing op een meerpersoonscel, tenzij er sprake is van contra-indicaties.[3]  Deze contra-indicaties zien op de psychische gestoordheid van een gedetineerde, diens verslavingsproblematiek, gezondheidstoestand en gedragsproblematiek maar tevens op de achtergrond van het door de gedetineerde gepleegde delict en de aan hem opgelegde beperkingen. [4] De contra-indicaties zijn slechts wegingsfactoren en geen absolute uitsluitingsgronden. De mate van relevantie van de contra-indicaties zal per gedetineerde verschillen.[5]

Naast de contra-indicaties spelen ook andere factoren een rol bij de keuze van de celgenoten. Dit zijn bijvoorbeeld de eigen voorkeur van de gedetineerden, de culturele en etnische achtergrond maar ook leeftijd en taal. Deze factoren staan op zichzelf los van de geschiktheid voor plaatsing op een meerpersoonscel en zijn dan ook niet opgenomen in artikel 11a Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing. Invulling van deze factoren wordt aan de directeur overgelaten.[6]

Internationale wet- en regelgeving
De internationale verdragen op het gebied van de rechten van de mens waar Nederland aan is gebonden, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), kennen geen recht op eenpersoonscellen voor gedetineerden. Echter, artikel 18.5, 18.6 en 18.7 van de European Prison Rules (hierna: EPR) bepalen dat gedetineerden in beginsel behoren te beschikken over een eigen cel. De plaatsing op een meerpersoonscel zou slechts kunnen plaatsvinden indien dit ‘preferable’ is. [7] Het gaat hier echter om een aanbeveling van de Raad van Europa (‘soft law’), en niet om een juridisch bindend instrument. De EPR hebben derhalve, ondanks ondertekening door Nederland, geen juridisch bindende werking.

Hoewel verdragen als het EVRM niet verhinderen dat een gedetineerde op een meerpersoonscel wordt geplaatst, kunnen toch bepaalde rechten van de mens die erkend zijn in internationale verdragen relevant zijn voor het meerpersoonscelgebruik. Er worden krachtens artikel 3 EVRM en de artikelen 7 en 19 Internationaal Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: IVBPR) wel eisen gesteld aan de situatie waarin de detentie plaatsvindt. Voorgenoemde artikelen eisen bijvoorbeeld een verbod van onmenselijke of vernederende behandeling.

Casus
Van onmenselijke of vernederende behandeling kan sprake zijn indien een meerpersoonscel bijvoorbeeld veel te klein is voor het aantal gedetineerden dat er verblijft, er minder bedden zijn dan het aantal gedetineerden dat er verblijft, er onvoldoende ventilatie mogelijk is in de meerpersoonscel of het gebruik maken van het toilet slechts mogelijk is in het bijzijn van de celgenoten.

Al deze omstandigheden deden zich voor in een arrest van het Europese Hof van de Rechten van de Mens; de gezondheid van een gedetineerde was geschaad nu hij al enkele jaren aan deze omstandigheden werd blootgesteld. De gedetineerde verbleef met 18 tot 24 personen in een achtpersoonscel met een afmeting tussen 17 en 20,8 m². De cel werd voorts slecht geventileerd en roken was er toegestaan. De toegang tot het toilet was tot slot niet afgesloten. Het Europese Hof oordeelde dan ook dat er sprake was van een vernederende behandeling en dus van een schending van artikel 3 EVRM. [8]

Dergelijke situaties zullen zich in Nederland niet snel voordoen, mede doordat een aantal van deze situaties is opgenomen in de Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen. Tevens heeft de gedetineerde op basis van internationale verdragen het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer krachtens artikel 8 EVRM en artikel 17 IVBPR. Plaatsing in een meerpersoonscel kan derhalve slechts plaatsvinden met inachtneming van deze eisen. [9]

Meer informatie over internationale wet- en regelgeving vindt u hier.

Weigeren van een meerpersoonscel
Zoals reeds beschreven is het uitgangspunt in Nederland dat ieder gedetineerde in aanmerking komt voor plaatsing op een meerpersooncel, tenzij er sprake is van een zogenaamde contra-indicatie, zoals reeds beschreven. Plaatsing op een meerpersoonscel geschiedt derhalve niet standaard (meer) op basis van vrijwilligheid.

Disciplinaire straf
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: de RSJ) heeft bepaald dat weigeren om mee te werken aan overplaatsing naar of verblijf in een meerpersoonscel strafwaardig gedrag oplevert in de zin van artikel 50, eerste lid, Pbw. Het is dan ook mogelijk voor de directeur om aan een weigerende gedetineerde een disciplinaire straf op te leggen.[10]

Ordemaatregel
Het is mogelijk om onder bepaalde omstandigheden aan een weigerende gedetineerde een ordemaatregel op te leggen. Echter, de weigering om te worden geplaatst in een meerpersoonscel vormt op zichzelf geen goede grond voor een ordemaatregel. Het uitgangspunt van een ordemaatregel is dat de noodzaak van voortduren dagelijks wordt vastgesteld. Een ordemaatregel kan derhalve aan een weigerende gedetineerde worden opgelegd indien voldoende duidelijk is dat de ordemaatregel er toe dient om dagelijks na te gaan of de gedetineerde wil terugkeren naar een meerpersoonscel. [11]

Contrabande in een meerpersoonscel
De RSJ heeft bepaald dat op het moment dat er contrabande op een meerpersoonscel wordt aangetroffen, alle in die verblijfsruimte verblijvende gedetineerden daarvoor verantwoordelijk kunnen worden gehouden. De gedetineerden kunnen aldus disciplinair gestraft worden. Dit is anders indien een of meer van hen geen verwijt kan worden gemaakt. [12]

Themaonderzoek Inspectie voor de Sanctietoepassing
De toenmalige Inspectie voor de Sanctietoepassing (hierna: ISt) heeft van september 2010 tot en met januari 2011 een themaonderzoek uitgevoerd naar het meerpersoonscelgebruik in inrichtingen van het gevangeniswezen en voor vreemdelingenbewaring. De conclusies en aanbevelingen zijn verwerkt in het inspectierapport dat in april 2011 gepubliceerd is.
De ISt concludeert dat het gebruik van meerpersoonscellen, ondanks dat het in de praktijk nadelen oplevert en het gebruik op gespannen voet staat met de EPR, inmiddels algemeen aanvaard is. De gedetineerden en ingesloten vreemdelingen ondervinden zowel voor- als nadelen. Daarbij merkt de ISt wel op dat veel afhangt van de ruimte die men krijgt om zelf een celgenoot te kiezen.[13] De voordelen komen vaak pas naar voren op het moment dat men die keuzevrijheid krijgt en de nadelen doen zich met name voor als men deze keuzevrijheid niet krijgt. Of men wel of geen keuzevrijheid heeft om zelf een celgenoot te kiezen hangt sterk af van de inrichting waar men in verblijft. In enkele inrichtingen worden ingeslotenen extra gestimuleerd om plaats te nemen op een meerpersoonscel door het toekennen van extra bezoek, extra recreatie, extra luchten of extra sport en/of korting op de huur van een tv of van een koelkast. [14] Zodra ingeslotenen zelf keuzevrijheid hebben in het kiezen van een celgenoot, voelen zij zich over het algemeen veilig op een meerpersoonscel. Het gebruik van meerpersoonscellen heeft binnen de penitentiaire inrichtingen en detentiecentra niet tot substantiële veiligheidsrisico’s geleid. [15]

De ISt heeft verschillende aanbevelingen gedaan, onder andere om de uitvoeringspraktijk te verbeteren. Zo heeft de ISt bijvoorbeeld benadrukt dat het belangrijk is dat rokers niet onvrijwillig met niet-rokers worden samengeplaatst. Ook is het van belang dat pas tot meerpersoonscelgebruik wordt overgegaan nadat tenminste de (psycho)medische staf heeft geconstateerd dat er geen contra-indicaties zijn. Het komt ten tijde van de totstandkoming van het inspectierapport regelmatig voor dat gedetineerden bij binnenkomst direct in een meerpersoonscel worden geplaatst. In detentiecentra is dit zelfs de standaardwerkwijze. [16]

Detentieconcept Lelystad
In 2006 is Detentieconcept Lelystad (hierna: DCL) opengesteld. Het betreft een pilot waarbij 150 kortverblijvenden [17] in zespersoonscellen worden ondergebracht in een beperkt beveiligd regime. De nadruk ligt in het regime op de eigen verantwoordelijkheid van gedetineerden.

Geschiktheid DCL
Bij binnenkomst wordt door de badmeester beoordeeld of de gedetineerde geschikt is voor een verblijf op een zespersoonscel. Na de ontvangst krijgt de gedetineerde een video te zien over de zespersoonscel. Hierdoor krijgt de gedetineerde een indruk van wat hem te wachten staat. Na het zien van de video wordt de gedetineerde nogmaals beoordeeld door de badmeester. Na de tweede screening door de badmeester wordt de gedetineerde naar de verpleegkundige gebracht voor een medische intake waarbij de fysieke en psychische gesteldheid worden gescreend. De verpleegkundige geeft een bindend oordeel. Gedetineerden die niet geschikt worden geacht voor verblijf op een zespersoonscel worden op een andere afdeling ingesloten in een eenpersoonscel. Daar wordt de gedetineerde nogmaals gescreend, nu door een psycholoog. De psycholoog oordeelt of de gedetineerde alsnog geschikt is voor het DCL, op de afdeling met eenpersoonscellen moet blijven of overgeplaatst dient te worden naar een afdeling voor bijzondere zorg. [18]
Na plaatsing op de zespersoonscel kan alsnog blijken dat een gedetineerde, door bijvoorbeeld psycho-sociale problemen, niet geschikt is voor verblijf op een dergelijke cel. Dit wordt door de PIW-ers beoordeeld. Indien een gedetineerde alsnog niet geschikt wordt bevonden wordt hij overgeplaatst naar afdeling X, de afdeling met eenpersoonscellen binnen het DCL. [19]

Meer informatie over het DCL en het in opdracht van het WODC uitgevoerde onderzoek vindt u hier.

Masterplan Gevangeniswezen
In de plannen van de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie over de grootschalige veranderingen in het gevangeniswezen, is er een grote rol weggelegd voor het plaatsen van gedetineerden in meerpersoonscellen. Dit zorgt voor het herbergen van een groot aantal gedetineerden, waarvoor geen ingrijpende en kostbare verbouwingen noodzakelijk zijn. Aldus de Staatssecretaris is dit een volwaardige vorm van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming en goedkoper. [20]

______________________________________________

[1] Kamerstukken II, 2002/03, 28 979.
[2] Staatsblad 2004, 350 (wijziging artikel 19 PBW) en Staatsblad 2004, 445 (datum inwerkingtreding)
[3] C. Kelk, ‘ Twee personen in één cel’, Sancties, 2005, p. 13.
[4] Artikel 11a Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van 15 september 2006, nr. 5441965/06/DJI, Stcrt. 2006, 181.
[5] Kamerstukken II, 2003/04, 28 979.
[6] Kamerstukken II, 2003/04, 28 979.
[7] G. de Jonge, ‘ De Europese gevangenisregels zijn vernieuwd. De rechtskracht ervan blijft echter gering’, Sancties, 6(2006), p. 347.
[8] EHRM 15 juli 2002, nr. 47095/99, Kalashnikov v. Russia, r.o. 92-103.
[9] Kamerstukken II, 2002/03, 28 979.
[10] O.a. RSJ 16 november 2011, 10/1728/GA en RSJ 4 januari 2010, 09/2456/GA.
[11] RSJ 8 juni 2009, 09/0099/GA en RSJ 5 januari 2007, 06/2680/GA.
[12] RSJ 12 januari 2010, 09/2671/GA.
[13] Meerpersoonscelgebruik, Inspectierapport ISt, april 2011, p. 83.
[14] Meerpersoonscelgebruik, Inspectierapport ISt, april 2011, p. 71.
[15] Meerpersoonscelgebruik, Inspectierapport ISt, april 2011, p. 66.
[16] Meerpersoonscelgebruik, Inspectierapport ISt, april 2011, p. 83-85.
[17] Dat wil zeggen: gevangen met een straf of strafrestant van minder dan vier maanden. B. Post, S. Stoltz, F. Miedema, Evaluatie detentieconcept Lelystad, onderzoek uitgevoerd in opdracht van het WODC, maart 2007, p. 20.
[18] B. Post, S. Stoltz, F. Miedema, Evaluatie detentieconcept Lelystad, onderzoek uitgevoerd in opdracht van het WODC, maart 2007, p. 17-18.
[19] B. Post, S. Stoltz, F. Miedema, Evaluatie detentieconcept Lelystad, onderzoek uitgevoerd in opdracht van het WODC, maart 2007, p. 19.
[20] Masterplan DJI 2013-2018, p. 14- 15.