Sla inhoud over

Arbeid

Arbeid

In artikel 47 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) is bepaald dat de gedetineerde recht heeft op deelname aan de in de inrichting beschikbare arbeid. De directeur dient zorg te dragen voor de beschikbaarheid van arbeid voor de gedetineerden, voor zover de aard van de detentie zich daar niet tegen verzet.

Tot een vrijheidsstraf veroordeelde gedetineerden zijn, volgens het derde lid van artikel 47 Pbw, verplicht de aan hen opgedragen arbeid, zowel binnen als buiten de inrichting, te verrichten. Een belangrijke achterliggende gedachte achter deze plicht tot arbeid is dat arbeid wordt geacht bij te dragen aan een succesvolle re-integratie van de veroordeelde. Deelname aan de arbeid geeft de veroordeelde een dagritme en daarmee structuur.[1] Vanwege dit belang wordt de arbeidsplicht voor de veroordeelden niet strijdig geacht met art. 4, vierde lid, sub a van het EVRM (verbod op dwangarbeid).[2] Voor onveroordeelden geldt het belang van re-integratie (nog) niet, waardoor arbeid voor hen niet verplicht is. Voor hen geldt de onschuldpresumptie. Ook voor levenslanggestraften is arbeid niet verplicht, gegeven de duur van hun straf  en de beperkte perspectieven om überhaupt terug te keren in de maatschappij.[3] Tot slot zijn ook verpleegden verblijvende in een tbs-kliniek en jeugdigen die in een justitiële jeugdinrichting verblijven, niet verplicht om arbeid te verrichten.


Binnen de penitentiaire inrichtingen zijn er verschillende werkzaamheden die door gedetineerden worden uitgevoerd; van werk aan de lopende band tot vakarbeid. Deze arbeid kan verricht worden in werkplaatsen in de inrichting, bijvoorbeeld voor hout- en metaalbewerking, maar ook buiten de inrichting, zoals in naaiateliers, callcenters, groentekwekerijen of betonfabrieken.[4]

Dagprogramma
Arbeid vormt in iedere penitentiaire inrichting een belangrijk onderdeel van het dagprogramma. Volgens artikel 47 lid 4 Pbw wordt de arbeidstijd in de huisregels vastgesteld binnen de grenzen van wat buiten de inrichting gebruikelijk is. De Memorie van Toelichting verduidelijkt verder dat om te bepalen wat gebruikelijk is, gekeken wordt naar de in de vrije maatschappij geldende normen.[5] Gemiddeld verrichten gedetineerden twintig uur per week arbeid.[6] Het standaard aanbieden van mínder dan twintig uur arbeid aan de deelnemende gedetineerden, is gelet op de belangrijke plaats die arbeid vervult in het dagprogramma, volgens de RSJ onredelijk en onbillijk.[7]

Aanbod arbeid
De mogelijkheden die inrichtingen hebben om arbeid aan te bieden zijn wisselend. In meerdere uitspraken is door de RSJ  bepaald dat de directeur zich voldoende dient in te spannen om gedetineerden voldoende arbeidsmogelijkheden aan te bieden in de inrichting.[8] Indien arbeid incidenteel uitvalt, levert dit echter nog geen schending van de in artikel 47 lid 2 Pbw neergelegde zorgplicht op.[9] Kanttekening hierbij is, dat het uitvallen van deze activiteit er niet toe mag leiden dat gedetineerden een dagprogramma wordt geboden dat onder het minimum aantal uur uitkomt. (Voor meer informatie omtrent het dagprogramma van gedetineerden: zie het dossier DBT)


Wanneer de uitval van arbeid een structureel karakter krijgt, kan dit wel tot schending van bovengenoemde zorgplicht leiden. In dat geval dient de directeur voor vervangende activiteiten te zorgen. De RSJ oordeelde op dit punt dat het doorbetalen van loon, waartoe de directeur op grond van artikel 5 Regeling arbeidsloon gedetineerden verplicht is, niet altijd als volledige compensatie is aan te merken.[10]  

Het uitgangspunt van minimale beperkingen

Voor preventief gehechten en anderen die niet op grond van een strafrechtelijke titel gedetineerd zijn, bijvoorbeeld gegijzelden, vreemdelingen of psychiatrische patiënten, geldt het uitgangspunt van minimale beperkingen. Zoals eerder genoemd geldt voor hen geen arbeidsplicht. Preventief gehechte gedetineerden verblijven in de meeste inrichtingen in het Huis van Bewaring op een speciale inkomstenafdeling. Over arbeid op deze zogenoemde inkomstenafdeling heeft de RSJ in een uitspraak bepaald dat het niet aanbieden van arbeid op een dergelijke afdeling, niet strookt met het eerste en tweede lid van artikel 47 Pbw.[11] De RSJ wijst daarbij op het grote belang van arbeid als bindend en vormend element van de detentie en op de daaruit voortvloeiende verplichting voor de directeur om ervoor te zorgen dat gedetineerden kunnen deelnemen aan de arbeid. In de Pbw is geen basis voor een algemene uitzondering op de verplichting om te voorzien in werk. Een dergelijke basis wordt dus ook niet gevormd door het feit dat er geen sprake zou zijn van een arbeidsplicht. Alleen in gevallen die een individuele gedetineerde betreffen, is het mogelijk geen werk aan te bieden en wel in verband met de aard van de detentie of de arbeidsongeschiktheid van de gedetineerde.


In-Made en Ex-Made

In 2011 heeft de DJI een penitentiair productiebedrijf opgericht, genaamd ‘In-Made’. Circa 8000 gedetineerden voeren uiteenlopende werkzaamheden uit voor dit bedrijf. Vaak zijn dit arbeidsintensieve werkzaamheden, zoals inpakwerk of metaalbewerking. In-Made levert diensten aan uiteenlopende werkgevers, waarbij gedacht kan worden aan zowel de overheid als het bedrijfsleven.[12] In de laatste fase van detentie kan een gedetineerde onder bepaalde voorwaarden en bij aantoonbaar goed gedrag, buiten de muren van de gevangenis werken. Er wordt dan gezocht naar werkplekken die aansluiten bij de competenties van de gedetineerde. Dit kunnen ook werkplekken zijn die perspectief bieden op een betaalde baan na detentie.[13]


Ziekmelding
Indien een gedetineerde ziek is, dient hij dit te melden bij het personeel en zal de medische dienst hiervan op de hoogte worden gebracht.[13] De medische dienst zal de gedetineerde bezoeken en bepalen of de gedetineerde daadwerkelijk ziek is. Indien de medische dienst oordeelt dat de gedetineerde zich onterecht ziek heeft gemeld, is dit nog niet voldoende om disciplinair te worden gestraft. Dit is pas het geval indien de gedetineerde een vervolgens door de directeur gegeven opdracht om alsnog aan de arbeid deel te nemen, zou weigeren. Het dient namelijk voorkomen te worden dat een gedetineerde uit vrees voor een disciplinaire straf, besluit zich niet tot een inrichtingsarts te wenden.[14]

Op dit punt heeft een KC onlangs geoordeeld dat een disciplinaire straf niet mag worden opgelegd omdat een gedetineerde de opdracht weigert van de directeur om weer aan de arbeid deel te nemen, indien die opdracht slechts gebaseerd is op de verklaring van een verpleegkundige, en niet van een arts.[15] Een disciplinaire straf geldt voor de onherroepelijk veroordeelde, aangezien hij op dat moment niet aan de arbeidsverplichting voldoet. Ten aanzien van gedetineerden voor wie geen arbeidsverplichting bestaat, kan in de huisregels zijn opgenomen dat wanneer zij niet meer willen deelnemen aan arbeid, zij 'vrijwillig ontslag' nemen.

Arbeidsongeschiktheid

Indien een gedetineerde arbeidsongeschikt is verklaard, neemt hij geen deel aan arbeid. De medische dienst van de inrichting bepaalt of een gedetineerde al dan niet arbeidsongeschikt is. Ook gedetineerden die voorafgaand aan hun detentieperiode of in een andere penitentiaire inrichting reeds arbeidsongeschikt zijn verklaard, worden opnieuw beoordeeld door de medische dienst.[16] De inrichtingsarts maakt dus een zelfstandige afweging, omdat de arbeid in een penitentiaire inrichting een ander karakter en andere functie heeft dan arbeid in de vrije maatschappij.

Wanneer een gedetineerde door structurele omstandigheden in zijn persoon gelegen niet aan arbeid kan deelnemen,  mag diegene niet worden ingesloten tijdens de arbeid. Ook heeft de directeur ten aanzien van hen een inspanningsverplichting om hen gedurende de arbeidsuren zoveel mogelijk een vervangend programma aan te bieden.[17]
 
Arbeidsloon en wachtgeld
In de Regeling arbeidsloon gedetineerden is de beloning voor de verrichtte arbeid geregeld. Het basisuurloon bedraagt € 0,76 per uur.[18] Indien een gedetineerde vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid niet in staat is om deel te nemen aan arbeid dan ontvangt hij een loonvervangende financiële tegemoetkoming, ook wel wachtgeld genoemd.[19] Hiernaast ontvangen gedetineerden die hebben aangegeven te willen werken, maar waar niet voldoende aanbod voor is, eveneens wachtgeld. Die gedetineerden worden op een wachtlijst geplaatst en ontvangen voor de tijd dat ze op de wachtlijst staan, wachtgeld.[20]

Gedetineerden pensioengerechtigde leeftijd
Voor gedetineerden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, vervalt de arbeidsverplichting.[21] Indien zij niet deelnemen aan arbeid komen zij in aanmerking voor een loonvervangende financiële tegemoetkoming ter hoogte van 80% van het basisuurloon.[22]

 

_____________________________________________
[1] https://www.dji.nl/justitiabelen/volwassenen-in-detentie/zorg-en-begeleiding/arbeid/index.aspx
[2] Kelk, C. & Boone, M. (2015).
Nederlands Detentierecht. Deventer: Kluwer, p. 252.
[3] RSJ 21 augustus 2014, 14/1296/GA.
[4] https://www.dji.nl/justitiabelen/volwassenen-in-detentie/zorg-en-begeleiding/arbeid/index.aspx
[5] Kamerstukken II 1994/95, 24 263, nr. 3, p. 65.
[6] Brief 16 april 2012 staatssecretaris van veiligheid en justitie, modernisering penitentiaire arbeid, p. 2. Zie ook https://www.dji.nl/justitiabelen/volwassenen-in-detentie/zorg-en-begeleiding/dagbesteding/index.aspx
[7] RSJ 4 maart 2013, 12/3810/GA; RSJ 16 augustus 2018, 17/4005/GA

[8] onder meer RSJ 24 november 2016, 16/2607/GA en RSJ 27 maart 2013,
12/3885/GA
[9] RSJ 10 februari 2012, 11/3281/GA; RSJ 30 december 2016, 16/2534/GA.
[10] RSJ 27 maart 2013, 12/3885/GA.
[11] RSJ 6 juli 2011, 11/0683/GA en RSJ 9 december 2010, 10/2397/GA.

[12] https://www.dji.nl/binaries/LR_89349_In%20made_V4_tcm41-120656.pdf  brochure ‘InMade’ van de DJI, p. 3.

[13] Idem, p. 13.
[13] Dit is vastgelegd in de huisregels van penitentiaire inrichtingen.
[14] Kelk, C. & Boone, M. (2015). Nederlands Detentierecht. Deventer: Kluwer, par. 6.6.1. ‘plichten en rechten inzake de arbeid’.

[15] KC 2018/030, 26 november 2018.
[16] RSJ 21 september 2010, 10/1550/GM.
[17] RSJ 2 februari 2015, 14/3586/GA.
[18] Art. 2 Regeling arbeidsloon gedetineerden.
[19] Art. 5 Regeling arbeidsloon gedetineerden.
[20] RSJ 12 juni 2012, 11/4434/GA.
[21] Giele, D. (2017). ‘Vergrijzing in het gevangeniswezen: een uitdaging’. Sancties 2017/3.
[22] Art. 7 lid 2 Regeling arbeidsloon gedetineerden.