Sla inhoud over

Levenslang

Levenslang
In artikel 10 van het Wetboek van Strafrecht is de mogelijkheid vastgelegd tot het opleggen van een levenslange gevangenisstraf. De levenslange gevangenisstraf is de zwaarste straf die in Nederland opgelegd kan worden. De straf kan opgelegd worden voor het moedwillig doden van iemand, misdrijven tegen de veiligheid van de staat, misdrijven tegen de algemene veiligheid van personen en terroristische misdrijven.[1] Voor jeugdigen tussen de 12 en 18 jaar is de levenslange gevangenisstraf uitgesloten.

Geschiedenis
In 1870 is de levenslange gevangenisstraf ingevoerd als vervanging van de doodstraf.
Op de levenslange gevangenisstraf, die alleen voor moord en doodslag kon worden opgelegd, werd bij de parlementaire behandeling al kritiek geuit, onder meer omdat de leeftijd van de levenslanggestrafte de uiteindelijke duur van de straf bepaalt.[2] Als gevolg daarvan is besloten dat levenslanggestraften niet werden uitgesloten van een mogelijkheid tot verkorting van de straf, door middel van gratie.[3] Bij de inwerkingtreding van het Wetboek van Strafrecht in 1886 was de levenslange gevangenisstraf opnieuw punt van aandacht. Oud-minister van Justitie Modderman besloot de levenslange gevangenisstraf in stand te houden, maar gaf aan dat dit ‘met bloedend hart’ was, want ‘in beginsel deugt zij niet’.[4] Het beleid sedertdien was dat na 15 jaar gevangenisstraf een onderzoek werd ingesteld naar de mogelijkheid tot het omzetten van de levenslange gevangenisstraf naar een straf van bepaalde duur. De levenslange gevangenisstraf in Nederland was hierdoor niet altijd echt levenslang.

In 1952 is de Commissie Pompe ingesteld om de regeling omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling van levenslanggestraften te herzien. De Commissie Pompe heeft een regeling voorgesteld voor de voorwaardelijke invrijheidstelling van levenslanggestraften, nadat zij minimaal 10 jaar van hun straf hadden uitgezeten. Vervolgens werd de Samkaldenregeling opgesteld, waarin standaardcriteria waren opgenomen voor het toekennen van gratie bij levenslanggestraften. Het doel was dat gratie werd verleend op een punt dat de levenslanggestraften nog actief konden participeren in de samenleving, voordat de schadelijke effecten van de straf of de leeftijd van de gedetineerde dat onmogelijk maakten.[5]

Tussen 1969 en 1982 werd de levenslange gevangenisstraf niet opgelegd.[6] Ondanks dat de implementatie van de gratiewet in 1987 oorspronkelijk bedoeld was om het oude gratiebeleid voort te zetten [7], werd dit gratiebeleid voor het laatst toegepast in 1986.[8] Het recht om gratie te verlenen ligt sindsdien bij de Kroon, te weten de Minister van Justitie en Veiligheid en de koning.[9] In de praktijk beslist de minister van Justitie namens de koning,[10] nadat hij door een rechter is geadviseerd. Het is dus een politieke procedure, die niet in de openbaarheid wordt uitgevoerd.[11] Mede door de gevoelens van onveiligheid in de samenleving en de roep om zwaardere straffen is het aantal veroordelingen tot levenslang na 2000 aanzienlijk gegroeid.[12] Sinds de invoering van de gratiewet is slechts éénmaal gratie verleend aan een levenslang gestrafte in 2009. Dit betrof een terminaal zieke levenslanggestrafte, die vlak na zijn vrijlating overleed. [13] De gratieverzoeken van andere levenslanggestraften zijn tot nu toe steeds afgewezen.[14]

Er bestond veel kritiek op het feit dat gratieverzoeken praktisch niet werden toegewezen in Nederland, waardoor er in feite geen mogelijkheid tot herbeoordeling van de levenslange gevangenisstraf bestond. Nederland was hiermee een van de weinige landen binnen Europa met zo’n strenge tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf. In een aantal Europese landen is de levenslange gevangenisstraf volledig afgeschaft en in het merendeel van de overige landen bestaat de mogelijkheid tot voorwaardelijke invrijheidstelling. In enkele landen kan de levenslange gevangenisstraf alleen via gratie worden omgezet in een tijdelijke straf. [15] De Nederlandse praktijk omtrent de levenslange gevangenisstraf heeft tot kritische reacties geleid van onder meer de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), nationale rechters en Forum Levenslang. De RSJ heeft in haar advies van 2006 beschreven dat de Nederlandse praktijk “op gespannen voet staat met zowel internationale richtlijnen als de Europese strafrechtpraktijk”.[16] De RSJ stelt zich op het standpunt dat de individuele of maatschappelijke situatie van levenslanggestraften na verloop van tijd zodanig veranderd kan zijn dat voortzetting van de straf niet meer vanzelfsprekend als legitiem kan worden ervaren.[17] De gronden voor de voortzetting van de straffen moeten volgens de RSJ worden onderworpen aan een periodieke toetsing.[18]

Volgens enkele rechters bestond er een gat tussen de door de strafrechter enerzijds gevoelde noodzaak tot oplegging van de levenslange gevangenisstraf en anderzijds de inhumane perspectiefloze wijze waarop die straf in Nederland wordt tenuitvoergelegd.[19] Verschillende rechtbanken, zoals de Rechtbank Noord-Nederland in 2015, besloten daarom om de levenslange gevangenisstraf niet op te leggen omdat in Nederland “de facto nauwelijks perspectief bestaat op verkorting van de opgelegde levenslange gevangenisstraf.” [20]

Het Forum Levenslang, welke in 2008 is opgericht door een aantal juristen, medici, gedragswetenschappers en pastoraal werkers die allen zijn betrokken bij de strafrechtstoepassing in Nederland, zet zich in voor een meer humane tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf. Het gaat daarbij zowel om het voorkomen van detentieschade als het bieden van een perspectief op invrijheidstelling. Het Forum Levenslang is opgericht vanwege de forse stijging van het aantal opleggingen van levenslange gevangenisstraf. De wijziging van het beleid rond de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf, te weten dat de levenslange gevangenisstraf in beginsel daadwerkelijk levenslang moet duren, heeft hierbij tevens een rol gespeeld.[21] In de rapporten van het Forum Levenslang wordt benadrukt dat de huidige wijze van tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in strijd is met artikel 3 EVRM. Het Forum Levenslang heeft voorts een voorstel gedaan tot wijziging van de levenslange gevangenisstraf, dat strekt tot wijziging van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, zodat levenslanggestraften voorwaardelijk in vrijheid kunnen worden gesteld.

Huidig beleid
Het beleid omtrent de levenslange gevangenisstraf in Nederland is de afgelopen jaren, mede door de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), van veranderingen voorzien. [22] Het EHRM heeft vanaf 2013 diverse keren geoordeeld dat een levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van herbeoordeling en eventuele vrijlating in strijd is met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Dit artikel betreft het verbod op folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
In het arrest Vinter e.a/Verenigd Koninkrijk van 2013 heeft het EHRM geoordeeld dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf op zichzelf niet in strijd is met artikel 3 EVRM, indien er is voldaan aan de volgende eisen:

  • ‘Prospect of release’
    Er dient enig zich op vrijlating (‘prospect of release’) te bestaan.[23] Indien ieder perspectief op vrijlating wordt onthouden, leidt dit tot een uitzichtloze situatie waardoor de levenslange gevangenisstraf onverenigbaar is met artikel 3 EVRM.
  • ‘Possibility of review’
    Er dient zowel de iure (in de wet) als de facto (in de praktijk) een vooruitzicht te zijn op mogelijke vrijlating (‘prospect of release’) aan de hand van een herzieningsmogelijkheid (‘possibility of review’).[24] Concreet betekent dit de gedetineerde al vanaf het moment van zijn veroordeling een reëel perspectief heeft dat hij ooit weer naar de samenleving kan terugkeren. Uiterlijk na 25 jaar moet worden onderzocht of er dermate significante veranderingen in het leven van de gedetineerde en groei in resocialisatie zijn ontstaan, dat de detentie niet langer een legitiem strafdoel dient.[25] Het EHRM heeft bepaald dat de toetsing: 1) moet zijn gebaseerd op een actuele waardering van relevante informatie, 2) met voldoende procedurele waarborgen zijn omkleed en 3) moet zijn gebaseerd op objectieve, van tevoren vastgestelde criteria. Staten hebben wel een bepaalde beoordelingsvrijheid (‘margin of appreciation’) om aan die toetsing invulling te geven.[26]


In 2016 oordeelde het EHRM, in de zaak Murray vs. Nederland, dat de uitvoering van de Nederlandse levenslange gevangenisstraf in strijd was met artikel 3 EVRM vanwege het ontbreken van de mogelijkheid tot herziening van zijn straf en het ontbreken van een ‘prospect of release’. Volgens het EHRM hebben staten bovendien een positieve verplichting tot het aanbieden van resocialisatiemogelijkheden, omdat er anders de facto geen mogelijkheid bestaat op een vervroegde vrijlating. Het EHRM concludeerde dat Murray onmenselijk was behandeld doordat hem geen behandeling van zijn psychische of psychiatrische stoornis(sen) was geboden. Zijn levenslange gevangenisstraf was daarmee in strijd met artikel 3 EVRM en de facto ‘irreducible’ omdat het gratieverzoek bij voorbaat kansloos was. Het EHRM oordeelde dat staten een inspanningsverplichting hebben om aan levenslanggestraften met psychische gezondheidsproblemen de nodige medische zorg te bieden. Staten zijn niet verantwoordelijk voor een daadwerkelijke rehabilitatie van de levenslanggestrafte, maar moeten wel de mogelijkheden voor rehabilitatie faciliteren, omdat het bieden van medische zorg kan bijdragen aan de voortgang in de rehabilitatie van de levenslanggestrafte.[27]

De Hoge Raad heeft zich in 2016 gebogen over de vraag of de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in strijd was met artikel 3 EVRM. De Hoge Raad heeft hierbij het standpunt van het EHRM overgenomen. De Hoge Raad concludeerde, in lijn met de eerdere jurisprudentie van het EHRM, dat Nederland niet beschikte over een herbeoordelingsprocedure die voldeed aan de door het EHRM gestelde eisen.[28] Dit standpunt werd onderbouwd met het argument dat de tenuitvoerleggingspraktijk niet meer in het teken staat van ‘prospect of release’ en de resocialisatie van de levenslanggestraften. Daarnaast merkte de Hoge Raad op dat de gratieprocedure niet meer werd benut voor de terugkeer in de maatschappij. Zolang de Nederlandse overheid de tenuitvoerleggingspraktijk niet zou aanpassen en een reële mogelijkheid tot herbeoordeling mogelijk zou maken, was de oplegging van de levenslange gevangenisstraf in strijd met artikel 3 EVRM. Om te voorkomen dat de straf niet meer werd opgelegd omdat het in strijd is met het EVRM, is het beleid aangepast en is een herbeoordelingsprocedure in het leven geroepen.

Herbeoordeling
In 2017 is met de komst van het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften een nieuw beleid ingevoerd, waardoor elke levenslanggestrafte na 25 jaar na de start van het voorarrest een herbeoordeling krijgt. De eerste 25 jaar van de detentie volgen levenslanggestraften alleen de standaard activiteiten, zoals sport en eventueel arbeid. De levenslanggestrafte heeft gedurende deze periode geen recht op verlof en re-integratieactiviteiten. Als de gedetineerde 25 jaar in detentie heeft gezeten, brengt het Adviescollege Levenslanggestraften een advies uit waarin staat opgenomen of de levenslanggestrafte mag gaan werken aan een mogelijke terugkeer in de maatschappij. De criteria hiervoor zijn de delictgevaarlijkheid, het recidivegevaar, het gedrag en de ontwikkeling tijdens detentie en de impact op slachtoffers en nabestaanden.[29] De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie neemt vervolgens een beslissing. Een positief besluit betekent geen garantie op daadwerkelijke vrijlating, want uiterlijk twee jaar na de eerste periodieke toets dient nog een herbeoordeling plaats te vinden. Bij deze gratieprocedure brengen het Openbaar Ministerie, de rechter en het Adviescollege Levenslanggestraften advies uit op basis van verschillende onderzoeken. Hierbij adviseren deze om wel of geen gratie aan de levenslanggestrafte te verlenen. De Minister neemt op basis van deze adviezen een besluit. Niet wettelijk geregeld is wanneer de Minister dit besluit moet nemen. Indien een positief besluit volgt, wordt de gedetineerde onder voorwaarden vrijgelaten. Het nieuwe beleid heeft tot gevolg dat een levenslanggestrafte op zijn vroegst na 27 jaar in aanmerking kan komen voor (voorwaardelijke) invrijheidstelling. Dit neemt niet weg dat een levenslange gevangenisstraf nog steeds daadwerkelijk levenslang kan duren.

De Hoge Raad heeft in 2017 geoordeeld dat het nieuwe beleid niet in strijd is met het EVRM omdat levenslanggestraften een reële kans op een herbeoordeling van de levenslange gevangenisstraf hebben, hetgeen kan leiden tot verkorting van de straf en (voorwaardelijke) invrijheidstelling, en de tenuitvoerlegging van de straf kan worden getoetst door de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).[30]

Het Forum Levenslang is van oordeel dat het huidige beleid niet voldoet aan de rechtspraak van het EHRM en niets toevoegt aan het onduidelijke en onzekere beleid dat voorheen van toepassing was.[31] Het Forum Levenslang acht het bezwaarlijk dat de maximale duur voordat de herbeoordeling daadwerkelijk plaatsvindt vaak langer zal zijn dan 25 jaar na oplegging en het mechanisme geen vaste termijnen kent voor het proces van herbeoordeling. Volgens het Forum Levenslang heeft het arrest van de Hoge Raad uit 2017 de situatie voor levenslanggestraften niet verbeterd.[32]

Herziening
Een andere mogelijkheid die openstaat voor levenslanggestraften betreft de herziening. Een herziening betreft een buitengewoon rechtsmiddel waarbij een partij de Hoge Raad verzoekt om een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling te herzien. Hiervoor is vereist dat er nieuwe gegevens beschikbaar zijn die ertoe zouden leiden dat de rechter waarschijnlijk tot een ander oordeel zou zijn gekomen als deze tijdens het proces bekend waren geweest. Indien de Hoge Raad het verzoek tot herziening gegrond verklaart, wordt de rechtszaak opnieuw behandeld door een gerechtshof dat nog niet eerder over de zaak heeft geoordeeld.[33] De herziening wordt toegekend als de veroordeelde door het gerechtshof bij nader inzien onschuldig wordt bevonden. Een voorbeeld van een herziening in een levenslange gevangenisstraf betreft de zaak van Lucia de Berk.[34]

Tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf
In 2012 maakte de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bekend speciale afdelingen voor levenslang- en langgestraften te willen realiseren in PI Krimpen aan den IJssel, PI Vught en PI Veenhuizen. Dit plan is aanvankelijk gerealiseerd in PI Veenhuizen. Op de speciaal daarvoor ingerichte afdelingen zou gespecialiseerd personeel komen te werken en zou het leefklimaat worden toegespitst op een langdurig verblijf. Het aanbieden van re-integratieactiviteiten op deze afdelingen was niet aan de orde, omdat deze groep gedetineerden niet voor re-integratie in aanmerking kwam.[35] De insteek voor plaatsing op de speciale levenslang- en langgestrafte afdeling was dat dit op basis van vrijwilligheid zou plaatsvinden. Uiteindelijk zijn in PI Veenhuizen vier levenslanggestraften en enkele langgestraften op de afdeling K geplaatst. 

Door de komst van de Noorse gevangenen naar Nederland in september 2015 zijn de plannen voor de afdeling met levenslang- en langgestraften in Veenhuizen gewijzigd en zijn de lang- en levenslanggestraften onderverdeeld in diverse penitentiaire inrichtingen in het land. Een aantal gedetineerden heeft tegen de verplaatsing een kort geding aangespannen bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter was van oordeel dat de voorgenomen terbeschikkingstelling van Norgerhaven aan de Noorse autoriteiten niet onrechtmatig was. De rechter was van oordeel dat, ondanks dat het beleid van de Staatssecretaris voor de detentie van (levens)langgestraften werd doorkruist, de eisersdoor de gedwongen overplaatsing niet onevenredig in hun belangen werden getroffen, omdat er adequate alternatieven waren.[36]

Rechten van levenslanggestraften
De Raad van Europa heeft een aantal aanbevelingen (‘soft law’) geschreven die betrekking hebben op de bejegening van levenslang- en langgestraften. In Recommendation 76 is onder meer vastgelegd dat verlof een integrerend onderdeel dient te zijn van de tenuitvoerlegging van de straf (artikel 9), dat bij de levenslange gevangenisstraf de mogelijkheden tot voorwaardelijke invrijheidstelling moeten worden onderzocht (artikel 12) en een sociaal klimaat moet worden gecreëerd dat hun reclassering bevordert.[37] In 'Recommendation 2003 on the management by prison administrations of life sentence and other long-term prisoners’ formuleerde de Raad van Europa de zes “beginselen” die bij de levenslange gevangenistraf ten grondslag moeten liggen: 1) individualisation principle, 2) the normalisation principle, 3) the responsibility principle, 4) the security and safety principle, 5) the non-segregation principle en 6) the progression principle. Deze beginselen vormden voor de Committee fort he Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) van de Raad van Europa het referentiekader voor de gedetailleerde standaarden voor de levenslange gevangenisstraf zoals beschreven in het 25th Annual report van 2016.[38]

Verlof
Een levenslanggestrafte komt niet in aanmerking voor algemeen verlof dan wel regimair verlof omdat voor hen geen strafrestant kan worden bepaald. Incidenteel verlof kan worden verleend indien de omstandigheden, anders dan in het geval van re-integratie daartoe aanleiding bieden.[39] Op 17 augustus 2017 heeft de minister de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi) gewijzigd naar aanleiding van wijzigingen in de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf. Na 25 jaar kan een levenslanggestrafte in aanmerking komen voor re-integratieactiviteiten, waaronder re-integratieverlof.[40] In het aan het Rtvi toegevoegde artikel 20d kan een levenslanggestrafte een verzoek tot verlof doen wanneer dit in overeenstemming is met hetgeen over de frequentie van het verlof is bepaald in zijn detentie- en re-integratieplan (hierna: D&R plan). De levenslanggestrafte dient in zijn verzoek duidelijk aan te geven op welke wijze het verlof de in het D&R plan opgenomen re-integratiedoelen ondersteunen. In het derde lid van eerder genoemd artikel worden de weigeringsgronden opgesomd. Het verlof zal plaatsvinden onder elektronisch toezicht. Gedurende het eerste jaar dat de levenslanggestrafte deelneemt aan de re-integratieactiviteiten zal het verlof onder begeleiding en bewaking plaatsvinden. Op grond van het gedrag van de levenslanggestrafte kan worden besloten dat gedurende het tweede jaar het toegekende verlof zonder bewaking en begeleiding zal plaatsvinden. Op grond van het advies van het Adviescollege levenslanggestraften kan hiervan worden afgeweken.

Re-integratieactiviteiten
Het staat vast dat een levenslange gevangenisstraf een grote impact heeft op de rechtsactiviteiten. De materiële en immateriële schade die detentie met zich meebrengt, geldt bij uitstek voor levens- en langgestraften.[41] De RSJ heeft geoordeeld dat de voorbereiding op terugkeer in de maatschappij uitgangspunt is voor alle gedetineerden. Dat een gedetineerde levenslang is gestraft kan dus niet redengevend zijn voor afwijzing van een verzoek tot deelname aan resocialisatieactiviteiten.[42] De beslissing om een levenslanggestrafte al dan niet te laten re-integreren kan niet worden aangemerkt als een beslissing van de directeur, omdat deze beslissing door de Minister van Justitie en Veiligheid wordt genomen op basis van het advies van het Adviescollege Levenslanggestraften.[43] Dit neemt niet weg dat uit de jurisprudentie van de RSJ volgt dat de directeur een zorgplicht heeft jegens levenslanggestraften.[44] Hierbij geldt een inspanningsverplichting om een levenslanggestrafte die er moeite mee heeft in contact te komen met arrestanten of kortgestraften, zoveel mogelijk af te schermen van deze groepen gedetineerden. Levenslanggestraften hebben baat bij een geïndividualiseerde aanpak, waarbij ruimte is voor individuele uitzonderingen en enige keuzevrijheid wordt geboden. Dit zou bereikt kunnen worden door het opzetten van afdelingen of programma’s die passen bij de levenslange detentie, met mogelijkheden tot bijvoorbeeld arbeid en zelfstudie.[45]

Toekennen van bijzondere rechten
De detentieschade van levenslanggestraften zou bovendien gecompenseerd kunnen worden door het toekennen van bijzondere rechten.[46] Uit jurisprudentie blijkt dat het van belang is om rekening te houden met de omstandigheden van de persoon van de gedetineerde bij het nemen van beslissingen jegens hem. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het recht op bezoek. In artikel 39 van de Pbw is vastgelegd dat een gedetineerde recht heeft om ten minste één uur per week bezoek te ontvangen. De praktijk geeft echter blijk van een sociaal isolement waarin levenslanggestraften verkeren, zeker naarmate de detentie voortduurt. Het recht op bezoek wordt vaak niet geeffectueerd. Door de persoon van de gedetineerde bij beslissingen mee te wegen zou een meer flexibele houding jegens het bezoek van een levenslanggestrafte kunnen worden gerealiseerd, zodat een levenslanggestrafte bijvoorbeeld langer dan één uur bezoek per keer mag ontvangen.

________________________________________________________________________________________________

[1] Zie onder andere artikel 92 Sr e.v., artikel 108 Sr, 168 Sr en 282b Sr.
[2] Kamerstukken II 1869/70, 80, nr. 4, p.4.: “Behalve andere bezwaren tegen die straf, bestaat ook dit, dat zij niet voor alle veroordeelden een even streng karakter heelt. Levenslange tuchthuisstraf beteekent voor den twintigjarige geheel iets anders dan voor hem, die reeds den ouderdom van 50 of 60 jaren heeft bereikt”.
[3] Van Hattum, ‘Het probleem van de levenslange gevangenisstraf’, in J. Harte, T. Verhagen and M. Zomer (eds), Most Probably the Best Professor of Forensic Psychiatry, Liber Amicorum Prof Dick Raes (Nijmegen, Wolf Legal Publishers), 2009, p. 311-329.
[4] Smidt 1891, p. 31.
[5] Handelingen II, 1956/57, 4500 (Justitiebegroting), p. 2307-2308.
[6] W.F. van Hattum ‘In de daad een mens. De gratieprocedure levenslanggestaften: departementaal beleid en magistratelijk toezicht, vroeger en nu’, Delikt en Delinkwent, 24, 2009, 325-352.
[7] Kamerstukken II, 1984/85, 19075, 3, p.15.
[8] W.F. van Hattum ‘In de daad een mens. De gratieprocedure levenslanggestaften: departementaal beleid en magistratelijk toezicht, vroeger en nu’, Delikt en Delinkwent, 24, 2009, 325-352.
[9] Artikel 122 Grondwet.
[10] Artikel 42 lid 2 Grondwet.
[11] T. De Bont en S. Meijer, ‘Perspectief voor levenslanggestraften?’, Justitiële verkenningen, 2. P. 120-136.
[12] W.F. van Hattum & S. Meijer, ‘An administrative procedure for life prisoners: law and practice of the royal pardon in the Netherlands’, in: D. van Zyl Smit & C. Appleton, Life imprisonment and Human Rights, Hart Publishers 2016, p. 148.
[13] Factsheet Forum Levenslang 2011 p. 9.
[14] Factsheet Forum Levenslang 2011 p. 24.
[15] Factsheet 2011, p. 11; zie ook Kamerstukken II 2009/10, 24587, nr. 377 p. 32 en A.M. van Kalmthout, Levenslang in Europa, in: W.F. van Hattum e.a, Levenslang, Bijdragen aan en naar aanleiding van het Symposium Levenslang, 6 april 2018 te Groningen, Zutphen 2019, p. 9-18.
[16] S. Struijk, ‘Een schets van het actuele belang van het kort geding inzake de strafexecutie’, Sancties 2015 (6-45), p. 288-297.
[17] RSJ 2006, p.3-4 en 8.
[18] Van de Pol & Koster, Sancties 2016, p. 1.
[19] Jansen/Trotman & Van Walree, NJB 2015, p. 9.
[20] https://nos.nl/artikel/2071172-drentse-moordenaar-wil-levenslang-maar-rechter-wil-er-niet-aan.html.
[21] Factsheet Forum Levenslang 2011 p. 44.
[22] Voor een gedetailleerde studie over de levenslange gevangenisstraf in Europa en de rest van de wereld, zie: Dirk van Zyl Smit en Catherine Appoleton, Life Imprisonment, A global human rights analysis, Cambridge 2019.
[23] EHRM 12 februari 2008, nr. 21906/04 (Kafkaris//Cyprus 2008).
[24] EHRM 9 juli 2013, nrs. 66069/09, 130/10, 3896/10,(Vinter e.a./Verenigd Koninkrijk).
[25] Detentie is alleen gerechtvaardigd op basis van legitieme penologische gronden zoals vergelding, speciale en generale preventie en rehabilitatie. Bij de oplegging van een levenslange gevangenisstraf zullen deze gronden meestal allemaal aanwezig zijn, maar de balans ertussen kan verschuiven.
[26] In de zaak Hudson heeft het EHRM aangegeven dat een rechterlijke procedure de voorkeur geniet boven een politieke procedure omdat de onafhankelijkheid van meer waarborgen is voorzien.
[27] EHRM 26 april 2016, nr. 10511/10, par. 104, 111 en 112 (Murray/Nederland).
[28] HR 5 juli 2016, NJ 2016/348, r.o. 3.4, ECLI:NL:HR:2016:1325.
[29] https://www.dji.nl/nieuws/2017/nieuw-beleid-levenslang-niet-meer-in-strijd-met-mensenrechten.aspx.
[30] Hoge Raad, 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3185.
[31] https://forumlevenslang.nl/nieuws/reactie-forum-levenslang-op-aangekondigde-beleidswijziging-tenuitvoerlegging-levenslange-gevangenisstraf/.
[32] https://forumlevenslang.nl/nieuws/arrest-hoge-raad-lost-niets-op/.
[33] https://www.rechtspraak.nl/Uw-Situatie/Herziening.
[34] Gerechtshof Arnhem, 14 april 2010, LJNBM0876.
[35] Kamerstukken II 2011/12, 24 587, nr. 464, p. 4-6.
[36] Rb Den Haag 6 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2352.
[37] Raad van Europa, Resolution (76) 2: On the treatment of longterm prisoners, 17 februari 1976.
[38] CPT, Situation of Life-sentenced prisoners, 25th General Report, Council of Europe, 2016.
[39] Wijziging van de Regeling tijdelijk verlaten inrichting, 17 augustus 2017, Staatscourant 2017, 48627.
[40] H. Sackers (2019), Het incidentele verlof, Sancties 2019/44, p. 4.
[41] G. de Jonge, ‘Naar een compensatoir regime voor levenslang- en zeer langgestraften’, Justitiële verkenningen, jaargang 39, nr. 2, 2013, p. 96- 98.
[42] RSJ 12 november 2015, 15/2527/GA.
[43] Uitspraak beklagcommissie, 7 november 2017 (KC 2017/043).
[44] RSJ 20 juli 2011, 10/3087/GA.
[45] https://magazines.dji.nl/djizien/2019/07/column-marieke-liem.
[46] Kamerbrief met reactie op Verslag Schriftelijk Overleg over de levenslange gevangenisstraf, 2 september 2016.