UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE VAN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ JUSTITIEEL COMPLEX ZEIST
De procedure
De alleensprekende beklagrechter heeft kennisgenomen van de klacht van:
X, verder te noemen klager.
Klager wordt bijgestaan door mr. K. Blonk.
De klacht is ertegen gericht dat klager de mogelijkheid is ontnomen om afscheid te nemen van een naaste.
De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager heeft een kopie daarvan ontvangen. De klacht is behandeld op de beklagzitting van 9 april 2026 in Justitieel Complex Zeist, waarbij aanwezig waren klager, zijn raadsvrouw, E. W. (plv. vestigingsdirecteur) en de juridisch medewerker.
De beklagrechter heeft kennisgenomen van de in bijlage 1 genoemde informatie.
De standpunten in de beklagprocedure
Het standpunt van klager
Voor het standpunt van klager wordt verwezen naar de klacht. Ter zitting heeft klager hier het volgende aan toegevoegd.
Klager werd aangeboden om de uitvaart via beeldbellen bij te wonen, maar daarvan heeft klager meteen aangegeven dat hij zijn naasten niet wilde belasten met het moeten beeldbellen tijdens de uitvaart. Er is vervolgens met de casemanager afgesproken dat klager aan de casemanager een link zou laten toesturen, via welke link klager de uitvaart mocht bijwonen. De zus van klager heeft op 11 januari 2026 de YouTube link aan de casemanager toegezonden. Aangezien klager hier verder niks op gehoord had, ging hij ervan uit dit goed zat. Pas toen de uitvaart al bijna een uur begonnen was, werd klager verteld dat hij niet via de YouTube link de uitvaart mocht bijwonen. Als dit in ieder geval eerder was gecommuniceerd, was het al anders geweest.
Klager heeft ook geen gebruik gemaakt van het aanbod om toch via beeldbellen of de link van de uitvaartonderneming de uitvaart bij te wonen, omdat hij door de situatie hoog in zijn emoties raakte en er niet meer met woorden uitkwam. Zijn deur werd daarom dichtgemaakt.
Het standpunt van de directeur
Voor het standpunt van de directie wordt verwezen naar het verweerschrift. Ter zitting heeft de directie hier het volgende aan toegevoegd.
De casemanager heeft zich ingespannen om te regelen dat klager de uitvaart van zijn naaste op afstand kon bijwonen. Dat zou zijn toegezegd dan wel afgesproken dat klager de uitvaart via een YouTube link zou mogen bijwonen, wordt tegengesproken. Dat aan de casemanager een YouTube link is toegezonden, wil niet zeggen dat er toestemming is gegeven aan klager om via deze link de uitvaart bij te wonen.
Er is aan klager aangeboden om de uitvaart via beeldbellen bij te wonen. Op de dag van de uitvaart heeft de casemanager ook nog via de uitvaartonderneming een link geregeld om de uitvaart via hun livestream bij te wonen. Dit was wellicht kort dag, maar 12 januari 2026 betrof een maandag. De casemanager heeft één en ander dus na het weekend zo spoedig mogelijk opgepakt. Dat dit pas met klager is besproken terwijl de uitvaart al was begonnen, wordt tegengesproken. Het is in ieder geval voor 13:30 uur met klager besproken, aangezien er om 13:30 uur een melding is opgemaakt van het gesprek dat hierover is gevoerd met klager.
De beoordeling
Klager klaagt erover dat hem de mogelijkheid is ontnomen om afscheid te nemen van een naaste. Klager had de directie op 8 januari 2026 verzocht of hij de uitvaart van zijn nicht vanuit de inrichting op afstand mocht bijwonen via een livestream van de uitvaartverzorgers. Volgens klager is dit verzoek goedgekeurd, maar is de directie hier later op teruggekomen. De directie heeft dit weersproken. Er is klager volgens de directie op het moment van klagers verzoek enkel toegezegd dat bekeken zou worden of klager op enigerlei wijze de uitvaart vanuit de inrichting op afstand zou kunnen bijwonen. De beklagrechter volgt de directie in deze stelling. Het is niet aannemelijk geworden dat ten tijd van het verzoek reeds de beslissing is genomen dat klager de uitvaart vanuit de inrichting op afstand mocht bijwonen, en specifiek, via de YouTube link. Op dat moment ontbraken immers ook nog de benodigde stukken om het verzoek te kunnen beoordelen, zoals de rouwkaart.
Vervolgens heeft de directie op de dag van de uitvaart beslist dat klager de uitvaart mocht bijwonen via beeldbellen of via de livestream van de uitvaartonderneming. Klager heeft dit niet ontkend. De beklagrechter is van oordeel dat de beslissing om klager de uitvaart via beeldbellen of via de livestream van de uitvaartonderneming te laten mogen bijwonen in de gegeven omstandigheden niet onredelijk of onbillijk is. Hoewel de beklagrechter begrijpt dat klager om hem moverende redenen de voorkeur gaf aan het bijwonen van de uitvaart via de YouTube link, siert het de directie dat zij zich heeft ingezet om klager in ieder geval op enigerlei wijze de uitvaart te laten bijwonen. Er bestond voor klager immers niet op grond van enige wet- of regelgeving het recht om de betreffende uitvaart – op enigerlei wijze - te mogen bijwonen.
De beklagrechter is gelet op het voorgaande ook van oordeel dat de directie klager niet de mogelijkheid heeft ontnomen om afscheid te nemen van zijn naaste. Klager heeft zelf beslist om geen gebruik te maken van de door de directie geboden mogelijkheden. Dat deze mogelijkheden klager pas zouden zijn aangeboden toen de uitvaart al begonnen was, zoals klager voor het eerst ter zitting heeft gesteld, vindt de beklagrechter niet aannemelijk geworden. Klager spreekt in zijn klacht immers van “op het laatste moment” en de directie heeft gemotiveerd gesteld dat het gesprek met klager in ieder geval voor 13:30 uur op de dag van de uitvaart heeft plaatsgevonden.
Gelet op al het voorgaande, zal de klacht van klager ongegrond worden verklaard.
De uitspraak
De beklagrechter verklaart de klacht ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2026 door mr. A.M. Buijs, beklagrechter, bijgestaan door mr. S. van den Heerik, secretaris.