DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ FPC DE OOSTVAARDERSKLINIEK TE ALMERE
Beslissing van de beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij het FPC Oostvaarderskliniek, inzake het klaagschrift van:
[…], verder te noemen klager.
Het klaagschrift is gericht tegen:
- de beslissing tot afzondering voor de duur van vier weken van 25 juni 2025 (B);
- de beslissing tot het weigeren van bezoek voor de duur van vier weken van 25 juni 2025 (C);
- de beslissing tot het weigeren van telefoongesprekken voor de duur van vier weken van 25 juni 2025 (A).
Klager wordt in deze procedure bijgestaan door mr. E.M.J.W. Jaspar. Ter zitting heeft mr. K. Moors de behandeling waargenomen.
Het hoofd van de inrichting heeft schriftelijk gereageerd en klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen.
De klachten zijn behandeld ter zitting van 3 november 2025 in het bijzijn van klager en namens de inrichting […] (juridisch medewerker). De beklagcommissie heeft daarnaast het Hoofd Behandeling van de afdeling Kogge […] gehoord over de onderliggende situatie.
In het kader van de behandeling van deze klachten heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de volgende informatie:
- het klaagschrift gedateerd en ontvangen op 1 juli 2025 (A, B en C);
- het verweerschrift van de directie, ontvangen op 29 oktober 2025 (A, B en C);
- de aanvullende gronden van de directie, ontvangen op 16 november 2025 (A, B en C);
- de reactie op de aanvullende gronden, ontvangen op 28 november 2025 (A, B en C);
- het verhandelde ter zitting van 3 november 2025.
Deze stukken worden als ingevoegd beschouwd.
Standpunt klager
Voor het standpunt van klager wordt verwezen naar het klaagschrift. Ter zitting heeft klager hier het volgende aan toegevoegd.
Klager stelt dat het verweerschrift van de directie onjuist is. De maatregelen zijn niet op 4 juli 2025 opgeheven, maar hebben een ruime maand geduurd. Daarnaast was er gedurende het onderzoek veel onduidelijkheid voor klager en zijn familie. Klager mocht zijn familie niet op de hoogte brengen. De raadsman van klager vraagt zich af waarom de maatregelen niet eerder stapsgewijs zijn afgeschaald.
Standpunt kliniek
Voor het standpunt van de directie wordt verwezen naar het verweerschrift. Ter zitting heeft de directie hier het volgende aan toegevoegd.
De vertegenwoordiging van de directie schrikt van het feit dat zij mogelijk onjuist is geïnformeerd over de duur van de maatregelen en verzoekt om een termijn voor het aanleveren van aanvullende gronden, zodat dit uitgezocht kan worden. De naam van klager is genoemd rondom het binnenbrengen van contrabanden en het handelen binnen de kliniek. Echter, hier is geen concreet bewijs voor gevonden. Bovendien was klager voorafgaand aan het sluiten van de afdeling al op een maatregel afzondering gezet omdat een kruidenmengsel (trassi) van hem positief uitsloeg op harddrugs. Na het uitvoeren van een herhalingsonderzoek bleek dit echter vals positief. Volgens de directie hebben de maatregelen niet 1,5 maand geduurd.
Beoordeling
Situatie
Op 24 juni 2025 is op de afdeling Kogge met behulp van een drugshond en daarop volgende spitacties een aantal contrabande gevonden in de algemene ruimte, waaronder verdovende middelen en communicatiemiddelen. De directie heeft gedurende de eerste twee dagen gesproken met alle patiënten. De directie ontving signalen dat mogelijk ook op de afdeling Kievit contrabanden aanwezig waren en er werden namen van patiënten van beide afdelingen genoemd die mogelijk betrokken waren bij de handel of het gebruik van verdovende middelen. Na een week had de directie duidelijke aanwijzingen welke patiënten mogelijk betroken waren. In het kader van de handhaving van de orde en de veiligheid achtte de directie het noodzakelijk alle patiënten op Kogge en Kievit op 25 juni 2025 een afzonderingsmaatregel op kamer, een maatregel weigering telefoongesprekken en een maatregel weigering toelating bezoek op te leggen. In het geval van klager is de afzonderingsmaatregel op 3 juli 2025 omgezet naar een afdelingsarrest. Het afdelingsarrest heeft tot en met 15 juli 2025 geduurd. De belmaatregel is op 21 juli 2025 beëindigd en de bezoekmaatregel op 3 juli 2025.
Ten aanzien van de afzonderingsmaatregel
Artikel 34 van de Bvt bepaalt dat het hoofd van de instelling bevoegd is een verpleegde af te zonderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt). Gelet op artikel 57 derde lid van de Bvt is een afzonderingsmaatregel beklagwaardig nadat deze twee dagen heeft geduurd.
Ten aanzien van de maatregel weigeren bezoek
Op grond van artikel 37, derde lid, van de Bvt is het hoofd van de instelling bevoegd om de toelating tot de verpleegde van bezoek voor een periode van ten hoogste vier weken te weigeren indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid van de Bvt.
Ten aanzien van de maatregel weigeren telefoongesprekken
Ingevolge artikel 38, derde lid, van de Bvt kan het hoofd van de inrichting het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek telkens voor een periode van ten hoogste vier weken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid van de Bvt.
De oplegging van de maatregelen
De beklagcommissie stelt vast dat contrabande zijn gevonden op diverse afdelingen binnen de kliniek, in de vorm van verdovende middelen en communicatiemiddelen. Het was bij de vondst onduidelijk wie hiervoor verantwoordelijk was. De beklagcommissie begrijpt dan ook dat de kliniek maatregelen heeft moeten treffen. Ten aanzien van de oplegging van de afzonderingsmaatregel die op 25 juni 2025 is de beklagcommissie van mening dat deze terecht is opgelegd. De kliniek wist immers niet van wie de contrabande waren, wie hierover op de hoogte waren en wie betrokken waren. Gelet op het feit dat onduidelijk was hoe de contrabande de kliniek zijn binnengekomen en de mogelijkheid nog bestond dat dit via het netwerk van een van de patiënten is gebeurd, is het naar het oordeel van de beklagcommissie dan ook niet onredelijk dat aan de patiënten een bezoek- en belmaatregel is opgelegd.
De duur van de maatregelen
De beklagcommissie constateert dat in het geval van klager de afzonderingsmaatregel op 3 juli 2025 omgezet naar een afdelingsarrest dat tot en met 15 juli 2025 heeft geduurd, de bezoekmaatregel is op 3 juli 2025 opgeheven en de belmaatregel op 21 juli 2025. De directie stelt dat klager al op afzondering zat, voorafgaand aan de sluiting van de afdeling, omdat een kruidenmengsel van hem positief uitsloeg op harddrugs. De beklagcommissie concludeert dat dit niet is genoemd op de beschikking van de afzonderingsmaatregel die klager heeft gekregen. Zij gaat er dan ook vanuit dat klager is afgezonderd in verband met de aangetroffen contrabande. Het kruidenmengsel dat op klagers kamer is gevonden en een positieve uitslag op harddrugs gaf, bleek een vals positieve uitslag te geven. Dit is gebleken uit herhalingsonderzoek. Het is de beklagcommissie niet bekend wanneer dit herhalingsonderzoek is uitgevoerd en wanneer de uitslag bij de kliniek bekend is geworden. Klagers naam werd volgens de directie genoemd in verband met het binnenbrengen van contrabanden in de kliniek. Desondanks is de bezoekmaatregel van klager al op 3 juli 2025 beëindigd. De kliniek zag op dat moment klaarblijkelijk geen reden meer om klagers contact met de buitenwereld te beperken. De beklagcommissie ziet dit moment dan ook als een punt waarop het voor de kliniek voldoende duidelijk had moeten zijn dat klager geen betrokkenheid had bij de contrabande. Waarom zou de kliniek klager immers bezoek laten hebben terwijl de verdenking bij hem specifiek ziet op de invoer van contrabanden, wat via bezoek mogelijk geregeld zou kunnen worden? Toch hebben de afzonderingsmaatregel en de belmaatregel nog na 3 juli 2025 voortgeduurd. De beklagcommissie acht het onbegrijpelijk dat de kliniek klager langer heeft beperkt terwijl uit het onderzoek is gebleken dat hij geen betrokkenheid had bij de aanwezigheid van de contrabande en zij hem zelf al meer vrijheden gaven omtrent het bezoek. Gelet hierop zal zij de klachten A en B gegrond verklaren voor zover de maatregelen langer hebben geduurd dan 3 juli 2025.
Aan klager wordt een tegemoetkoming toegekend van €6,- voor de dagen dat hij een afzonderingsarrest had, €2,- per dag gedurende de periode dat de bezoekweigering van kracht was, en €1,- per dag dat het belverbod van toepassing was. De beklagcommissie heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de standaardbedrag van de RSJ en jurisprudentie van de beroepscommissie. Dit komt neer op een tegemoetkoming van €90,-. De beklagcommissie verklaart klacht C, gelet op het vorenstaande, ongegrond nu voor 3 juli 2025 onvoldoende aannemelijk was dat klager in het geheel niet betrokken was dan wel kon zijn bij de gevonden contrabanden.
Ten overvloede
Ten overvloede merkt de beklagcommissie op dat zij begrip heeft voor het feit dat de kliniek de situatie zeer serieus heeft genomen en onderzoek heeft verricht. Zij vindt het goed dat de kliniek de situatie heeft geëvalueerd met de patiënten en ook inziet dat de situatie erg zwaar is geweest voor de patiënten. Daarentegen had de communicatie naar de patiënten vele malen beter gemoeten. Het feit dat de patiënten niet zelf hun netwerk konden inlichten over de situatie heeft voor veel verwarring gezorgd die voorkomen had kunnen worden door heldere communicatie van de kant van de kliniek.
BESLISSING
De beklagcommissie verklaart de klachten A en B gegrond en kent aan klager een tegemoetkoming toe van €90,-. De beklagcommissie verklaart klacht C ongegrond.
Aldus gedaan door mw. mr. J.A. Neslo, voorzitter van de beklagcommissie, mw. mw. J.A. van der Velden en mw. C.I. Linzel-de Vries, leden van de beklagcommissie, bijgestaan door R.M. Appels, secretaris en ondertekend door de voorzitter en de secretaris, op 16 april 2026.
Er is beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk 26/56793/TA