UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE VAN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ PENITENTIAIRE INRICHTING LELYSTAD
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:
[…], verder te noemen klager.
Het klaagschrift is gericht tegen de beslissing:
- Dat klager niet meer vanuit de afdeling mag beeldbellen.
De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. De klacht is behandeld op de beklagzitting van 25 september 2025, in aanwezigheid van klager en zijn advocaat mr. J.J. Serrarens, en namens de directie […] (plv. vestigingsdirecteur).
De behandeling van de klacht is aangehouden, zodat de directie en klager nadere stukken konden aanleveren.
In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagrechter kennisgenomen van de volgende informatie:
- het klaagschrift van 13 mei 2025, 23 mei 2025, 1 juni 2025 en 21 juni 2025, binnengekomen bij het secretariaat op 13 mei 2025, 23 mei 2025, 1 juni 2025 en 21 juni 2025;
- het verweerschrift van de directeur van 18 september 2025;
- het verhandelde ter zitting van 25 september 2025, hieronder kort uiteengezet voor zover niet gebleken uit de schriftelijke bescheiden;
- de aanvullende stukken van de directie van 30 september 2025;
- de reactie van de advocaat op de aanvullende stukken van 8 oktober 2025;
- de aanvullende stukken van de directie van 15 december 2025;
- de intrekking van de reactie van de directeur van 24 december 2025;
- de aanvullende stukken van de directie van 29 december 2025;
- de reactie van de advocaat op de aanvullende stukken van 9 februari 2026;
- de aanvullende stukken van de advocaat van 12 februari 2026.
Voornoemde stukken worden als ingevoegd beschouwd.
Standpunt klager ter zitting 25 september 2025
Voor het standpunt van klager wordt verwezen naar het klaagschrift. Ter zitting heeft klager hier het volgende aan toegevoegd. Tot 1 mei 2025 kon klager vanuit de afdeling beeldbellen met zijn familie in het buitenland. Geregeld kwamen ook andere (gescreende) kinderen in beeld en daar is nooit eerder een opmerking over gemaakt.
Standpunt directie ter zitting 25 september 2025
Voor het standpunt van de directie wordt verwezen naar het verweerschrift. Ter zitting heeft de directie hier het volgende aan toegevoegd. Voor klager was een uitzondering gemaakt dat hij vanaf de afdeling mocht beeldbellen. De directie stelt dat daarover duidelijke afspraken zijn gemaakt die klager niet heeft nageleefd waardoor het toezicht door het personeel minder goed kon plaatsvinden. Op dat moment is besloten om de uitzondering stop te zetten. Er zijn cabines in de bezoekzaal waar beeldbellen mogelijk is.
Nagekomen stukken directie 30 september 2025
Ter zitting heeft de beklagcommissie een aantal vragen gesteld aan de directie en verzocht om dit uit te zoeken en een schriftelijke reactie naar de beklagcommissie te sturen.
(a) Wanneer en op welke wijze zijn de voorwaarden voor beeldbellen aan klager bekend gemaakt?
(b) Wat zijn de voorwaarden voor beeldbellen?
(c) Welke voorwaarden gelden er voor klager rondom het beeldbellen?
De directie heeft op 30 september 2025 een schriftelijke reactie ingediend. Kort samengevat:
Op 25 april 2025 is een nieuwsbrief verspreid onder de gedetineerden waarin staat dat beeldbellen voortaan in de bezoekzaal plaatsvindt. Verder is er een informatieblad met voorwaarden en spelregels voor beeldbellen. Deze voorwaarden worden met de gedetineerden besproken. De nieuwsbrief en het informatieblad Beeld Bellen Justitiabelen (BBJ) is bijgevoegd.
Een voorwaarde voor beeldbellen is onder andere dat het op een neutrale plek dient plaats te vinden en personeelsleden en andere gedetineerden niet in beeld mogen komen. Nu klager zich niet heeft gehouden aan deze voorwaarden is de directeur van mening dat zijn uitzondering om vanaf de afdeling te mogen beeldbellen terecht is ingetrokken. In de bezoekzaal zijn cabines waar klager kan beeldbellen.
Nagekomen stukken advocaat 8 oktober 2025
De advocaat is van mening dat de directie een onjuist en vertekend beeld schetst. Zij stelt dat de bijlagen die zijn meegestuurd nooit met klager zijn besproken en bovendien in de Nederlandse taal zijn, een taal die klager onvoldoende beheerst om de inhoud daarvan te kunnen begrijpen. Met klager zouden individuele afspraken zijn gemaakt omtrent beeldbellen. Die keer dat klager zich niet aan de voorwaarden zou hebben gehouden, heeft hij de instructies van een personeelslid, zijn mentor, opgevolgd waardoor hij vindt dat hem ten onrechte verweten wordt dat hij zich niet aan de voorwaarden zou hebben gehouden. Tenslotte zou de directeur klager hebben toegezegd dat hij ook na 1 mei 2025 vanaf de afdeling mocht beeldbellen totdat er geluidsdichte cabines waren in de bezoekzaal.
Nadere vragen aan directie van 8 december 2025
De beklagcommissie heeft naar aanleiding van deze beide reacties -kort samengevat- op 8 december 2025 nadere vragen gesteld aan de directie:
1. Welke afspraken zijn er in het verleden gemaakt met klager over het beeldbellen. Zijn deze op schrift gesteld, dan ontvangt de beklagcommissie graag een kopie;
2. Kennelijk mochten in het verleden ook gescreende personen per telefoon deelnemen aan het beeldbellen en hoe werd daarin door de PI omgegaan;
3. Opstellen schriftelijk verslag door de mentor m.b.t. calamiteit en waarbij klager in opdracht van zijn mentor van de bezoekzaal naar de cel moest om daar het beeldbellen voort te zetten;
4. Reactie van de directie op verwijt advocaat dat er kennelijk een onjuist en vertekend beeld van de relevante feiten wordt gegeven en de beklagcommissie daarmee kennelijk misleid zou worden.
Aanvullende reactie directie 15, 24, 29 december 2025
Op 15 december 2025 heeft de directie gereageerd op de vragen van de beklagcommissie van
8 december 2025. Deze reactie is op 24 december 2025 weer door de directie ingetrokken. Op
29 december 2025 heeft de directie een nieuwe reactie ingediend. Bij de beoordeling van de klacht zal de beklagcommissie alleen de reactie van 29 december 2025 meenemen in haar overwegingen.
Kort samengevat geeft de directie aan dat er geen nadere afspraken met klager zijn gemaakt, behoudens dat klager één uur mag beeldbellen. Er mogen geen andere personen deelnemen aan het beeldbelgesprek dan die gescreend zijn en op de bezoeklijst staan. Andere personen mogen niet deelnemen. In het verleden is dat wel eens gebeurd, maar dat is niet toegestaan. De directie bevestigt hetgeen klager heeft gesteld met betrekking tot de calamiteit en heeft daarover navraag gedaan bij de mentor. Deze heeft de lezing van klager bevestigd. Klager is inderdaad op verzoek van de mentor met zijn laptop open naar zijn cel gegaan.
Tot slot geeft de directie aan dat zij verbaasd is over het verwijt van de advocaat van klager dat zij het zorgelijk vindt dat er op dergelijke wijze wordt omgegaan met de feiten en het beeld dat wordt geschetst en dat de directie de belangen van klager en de inrichting niet serieus zou nemen. De directie geeft aan dat zij de feiten weergeeft zoals zij die kent.
Aanvullende reactie advocaat 9 en 12 februari 2026
De advocaat heeft op 9 februari 2026 gereageerd op de reactie van de directie en kort samengevat het volgende aangegeven.
Klager stelt zich op het standpunt dat de directie onjuiste informatie verstrekt. Klager mag sinds zijn binnenkomst in PI Lelystad iedere zondag beeldbellen met zijn gescreende gezinsleden, echtgenote, vier kinderen, twee kleinkinderen en schoondochter. Er is nooit een beperking van het aantal personen opgelegd. Ook als de gezinsleden op bezoek komen, mogen ze allemaal tegelijk komen.
Tenslotte heeft klager op 12 februari 2026 een document “goedgekeurde aanvraag beeldbellen” ingediend waaruit blijkt dat hij gelijktijdig mag beeldbellen met zijn vrouw, vier kinderen, twee kleinkinderen en schoondochter.
Ten aanzien van het aanvullende stuk van 12 februari 2026 beslist de beklagcommissie dat dit stuk niet in de beoordeling van deze beslissing zal worden meegenomen omdat die aanvraag ziet op een datum die is gelegen na de datum waarop onderhavige klacht ziet.
Beoordeling
Feiten:
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het verhandelde ter zitting, de nagekomen stukken van de directie en de reacties van de advocaat daarop.
De beklagcommissie stelt vast dat er vanaf 1 mei 2025 nieuw en algemeen beleid geldt met betrekking tot beeldbellen en dat dit beleid ook kenbaar is gemaakt aan de gedetineerden. De beklagcommissie begrijpt dat beeldbellen geen recht is, maar een gunst. Hoewel beeldbellen een gunst is, is beeldbellen belangrijk voor een gedetineerde, zoals klager, waarvan familie in het buitenland woonachtig is en deze niet elke week in de PI op bezoek kan komen. Beeldbellen is voor klager dan ook een belangrijk middel om contact te kunnen onderhouden met zijn familie.
Uit het verhandelde ter zitting en uit de stukken blijkt dat klager voor 1 mei 2025 een uitzonderingspositie had in die zin dat hij vanuit zijn afdeling/cel mocht beeldbellen en dat hij één uur per week mocht beeldbellen.
De directie heeft deze uitzonderingspositie beëindigd en heeft hiervoor twee redenen aangevoerd. De directie stelt enerzijds dat klager tijdens het beeldbellen gescreende personen via een telefoon heeft laten deelnemen aan het beeldbellen en zich daarmee niet aan de voorwaarden heeft gehouden en anderzijds dat klager tijdens een calamiteit vanuit de bezoekersruimte naar zijn cel moest lopen en daarbij kennelijk zijn beeldbelverbinding open heeft laten staan waardoor mogelijk personeel en medegedetineerden in beeld konden komen.
Overwegingen beklagcommissie t.a.v. het laten deelnemen aan beeldbellen van personen via de telefoon:
De beklagcommissie overweegt het volgende. Onduidelijk is of en welke afspraken er ten aanzien van klager precies golden met betrekking tot het beeldbellen, althans niet is komen vast te staan dat er afspraken zijn vastgelegd op papier. Zo staat wel op het door de advocaat van klager overgelegd toestemmingsformulier “gelieve rekening houden met afspraken”. De directie stelt echter dat er geen afspraken zijn vastgelegd. Er is geen duidelijkheid over verkregen welke afspraken hier bedoeld worden. Wel staat vast dat klager één uur per week mocht beeldbellen en dat hij vanuit zijn afdeling/cel mocht beeldbellen. Ook staat vast dat aan die gesprekken alleen gescreende personen mochten deelnemen. De beklagcommissie stelt vast dat het kennelijk vaker is voorgekomen dat gescreende personen via de telefoon aan het gesprek hebben deelgenomen via het account beeldbellen. Op zich is dit niet toegestaan, maar gebleken is dat het personeel van de PI daarin niet consequent heeft gehandeld en dit kennelijk meerdere keren heeft toegestaan. Hoewel klager hierin ook een verantwoordelijkheid heeft, lijkt door het handelen van het personeel van de PI ruimte te zijn ontstaan hoe deze regel moet/moest worden geïnterpreteerd en dat deelnemen via de telefoon kennelijk wel mogelijk was dan wel toegestaan was. Nu er kennelijk wel regels gelden, maar deze niet zijn vastgelegd en doordat personeelsleden van de PI daarin niet duidelijk en consequent handelen kan dit naar het oordeel van de beklagcommissie dan ook niet aan klager worden verweten dat hij zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden.
Overwegingen beklagcommissie t.a.v. de open beeldbelverbinding:
Voor wat betreft de verplaatsing tijdens een calamiteit waarbij klager zijn beeldbelverbinding heeft opengehouden heeft klager deze verplaatsing niet betwist maar wel gesteld dat hij in opdracht van zijn mentor naar zijn cel moest om daar verder beeld te bellen en dat hij ook de verbinding in stand moest laten tijdens deze verplaatsing. Bij nadere uitvraag bij de mentor heeft de directie bevestigd dat hetgeen klager hierover stelt juist is. De beklagcommissie begrijpt hieruit dat klager in opdracht van zijn mentor zijn beeldbelverbinding open heeft laten staan en zich heeft verplaatst. Klager kan hierin dan ook geen verwijt worden gemaakt.
De beklagcommissie komt gezien het vorenstaande tot het oordeel dat de beslissing van de directeur om klager niet langer te laten beeldbellen vanaf de afdeling/cel niet in stand kan blijven. De beide redenen die de directeur aandraagt kunnen niet aan klager worden verweten. Daarmee is de beslissing van de directeur onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd. De beklagcommissie zal de klacht van klager gegrond verklaren.
De beklagcommissie acht overigens geen termen aanwezig om een vergoeding toe te kennen nu is gebleken dat klager wel heeft kunnen beeldbellen. Het gegeven dat klager dit niet op cel heeft kunnen doen is niet zodanig dat de beklagcommissie daarvoor een vergoeding toekent.
BESLISSING
De beklagcommissie verklaart het beklag gegrond.
Aldus gegeven op 19 maart 2026 door dhr. mr. R. Appels, beklagrechter, mw. J. Tromp, dhr. drs. H.A. van der Meulen, leden, bijgestaan door mw. N. Badaljan, secretaris.