UITWERKING MONDELINGE UITSPRAAK DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ HET DETENTIECENTRUM SCHIPHOL
De alleensprekende beklagrechter uit de beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij het Detentiecentrum Schiphol (DCS) heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:
[…], verder te noemen klager en momenteel gedetineerd in PI Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan.
Het klaagschrift is gericht tegen de omstandigheid dat klagers privacy is geschonden door het maken van opnames van klager op 12 en 24 september 2025.
Klager wordt in deze procedure bijgestaan door zijn raadsvrouw,
mr. S.R. Nahar. De directeur heeft schriftelijk gereageerd op de klacht. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. Klager is rogatoir gehoord door de voorzitter van de beklagcommissie bij de PI Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan. De klacht is behandeld op een beklagzitting, in aanwezigheid van klagers raadsvrouw en namens de directie, […] (plv. vestigingsdirecteur) en […] (juridisch medewerker).
In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagrechter kennisgenomen van de volgende informatie:
- klaagschrift gedateerd 15 september 2025, door het secretariaat ontvangen op 23 september 2025;
- klaagschrift gedateerd 26 september 2025, door het secretariaat ontvangen op 30 september 2025;
- aanvullende stukken gedateerd 29 oktober 2025, door het secretariaat ontvangen op 29 oktober 2025;
- aanvullende stukken gedateerd 18 december 2025, door het secretariaat ontvangen op 18 december 2025;
- verweerschrift van de directeur van 20 oktober 2025;
- proces-verbaal van horen van de beklagrechter van de commissie van toezicht bij de PI Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan van 18 december 2025;
- het verhandelde ter zitting van 12 januari 2026, hieronder kort uiteengezet voor zover niet gebleken uit de schriftelijke bescheiden.
Het standpunt van klager
Voor het standpunt van klager wordt verwezen naar het klaagschrift, de aanvullende stukken en het proces-verbaal van het rogatoir horen van klager. Ter zitting heeft klager hier het volgende aan toegevoegd.
Het is niet vast te komen staan dat klager zijn privacy is gewaarborgd.
Het standpunt van de directie
Voor het standpunt van de directie wordt verwezen naar het verweerschrift en de aanvulling daarop. Ter zitting heeft de directie hier het volgende aan toegevoegd.
De directeur werd gevolg in deze situatie, niet klager. De filmploeg stond buiten de cel, de directeur stond links ín de cel en klager rechts. Hierbij stond alleen de directeur in beeld. De medewerkers werden gevolgd door de cameraploeg, dus klager is niet geschonden in zijn privacy.
De beoordeling
Ontvankelijkheid
Klager klaagt over een algemene situatie, die niet specifiek klager betreft. Het beklag is daarom te vergelijken met een beklag tegen een algemene regel, waar alleen beklag tegen openstaat als er sprake is van strijd met (hogere) wet- of regelgeving.
[1]
De beklagrechter overweegt dat de directeur zorg draagt voor een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.
[2] Uit artikel 2 derde lid van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) volgt dat personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging plaatsvindt van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die welke voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn.
De beklagrechter is van oordeel dat het filmen van klager een beperking is van de ongestoorde tenuitvoerlegging van klagers vrijheidsbeneming. De beklagrechter ziet niet waarom deze beperking noodzakelijk is voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. De beklagrechter oordeelt dan ook dat deze algemene situatie in strijd is met (hogere) wet- of regelgeving en verklaart klager ontvankelijk in zijn beklag.
Inhoudelijke beoordeling
Klager stelt dat hij op 12 en 24 september 2025 is gefilmd bij het opleggen van een disciplinaire straf resp. een celcontrole. Hij is dus in zijn cel gefilmd, wat op dat moment zijn verblijfplaats en privéplek is. Door klager is hiervoor geen toestemming gegeven. De directie geeft aan dat klager bij het opleggen van de disciplinaire straf niet in beeld stond en gaat niet verder in op de situatie met betrekking tot de celcontrole.
In het algemeen wordt opgemerkt dat aan de gedetineerden vooraf een memo is verstrekt met informatie over de opnames, maar dat niet om toestemming is gevraagd.
De beklagrechter is op grond van bovenstaande van oordeel dat de privacy van klager is geschonden.
[3] Dat het gezicht van klager niet herkenbaar in beeld zal worden gebracht en de opnames nog niet zijn vrijgegeven, doet daar niet aan af. De opnames van klager dienen geen van de in artikel 2 derde lid van de Pbw opgenomen doelen en vormen dus een ongerechtvaardigde beperking op de al beperkte vrijheid van klager. Gelet hierop zal de beklagrechter de klacht gegrond verklaren.
[4]
Op het verzoek van de raadsvrouw aan de beklagrechter om aan de directeur op te dragen een nieuwe beslissing te nemen over de opnames, beslist de beklagrechter als volgt. De beklagrechter zal de directeur niet opdragen om een nieuwe beslissing te nemen. Op dinsdag 20 januari 2026 zal er door de directeur een besluit worden genomen over de opnames en de beklagrechter verzoekt de directeur daarbij rekening te houden met de overwegingen van de beklagrechter.
Tegemoetkoming
Nu de gevolgen voor klager niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, kent de beklagrechter een tegemoetkoming toe aan klager. De tegemoetkoming wordt vastgesteld op € 30,-.
BESLISSING
De beklagrechter;
- verklaart het beklag gegrond;
- kent een tegemoetkoming toe van € 30,-.
Aldus gegeven en uitgesproken op 12 januari 2026 door mw. mr. R. Ockeloen, beklagrechter, bijgestaan door mw. mr. Y. Boer, secretaris, en ondertekend op 25 februari 2026.
Er is door de directie beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk 26/54147/GA.
[1] RSJ 1 september 2023, 22/29880/GA
[2] Kamerstukken II 1994/95, 24263, nr. 3
[3] RSJ 8 oktober 2015, 15/1882/GA