UITWERKING MONDELINGE UITSPRAAK VAN
DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ
FPC DE OOSTVAARDERSKLINIEK
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:
[…], verder te noemen klager.
Het klaagschrift is gericht tegen de oplegging van een begeleidingsplan op 3 februari 2025.
Klager wordt bijgestaan door (waarnemend) advocaat mr. E. Barten.
De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. De klacht is behandeld op de beklagzitting van 24 november 2025, in aanwezigheid van klager en zijn advocaat, en namens de directie de juridisch medewerker.
In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de volgende informatie:
- Klaagschrift van 3 februari 2025 en binnengekomen bij het secretariaat op 7 februari 2025;
- het verweerschrift van de directeur van 21 november 2025;
- het verhandelde ter zitting van 24 november 2025.
Standpunt klager
Voor het standpunt van klager wordt verwezen naar het klaagschrift. Ter zitting heeft klager hier het volgende aan toegevoegd.
Klager heeft destijds aangegeven het niet eens te zijn met het begeleidingsplan. Het begeleidingsplan had omgezet moeten worden naar een begeleidingsmaatregel, dit is niet gebeurd. Klager heeft de aangeboden compensatie niet geaccepteerd, omdat hij ook compensatie wil voor de arbeidsblokken die hij niet heeft kunnen uitvoeren doordat er niet altijd begeleiding beschikbaar was ten tijde van de maatregel.
Standpunt directeur
Voor het standpunt van de directie wordt verwezen naar het verweerschrift. Ter zitting heeft de directie hier niets aan toegevoegd.
Klager is €25,- tegemoetkoming aangeboden, omdat het begeleidingsplan formeel gezien niet is omgezet naar een begeleidingsplan. De begeleiding is wel terecht opgelegd, klager had immers spullen van derden op zijn kamer. Hij is hier eerder op aangesproken. Er lagen spullen van de patiëntenraad, een geleende playstation en apparaten die niet verzegeld waren.
Beoordeling
Allereerst dient beoordeeld te worden of klager kan worden ontvangen in zijn klacht. Volgens vaste rechtspraak maakt een begeleidingsplan onderdeel uit van klagers behandelplan en kan over een begeleidingsplan niet worden geklaagd.
[1] Echter, er is gebleken dat het opgelegde begeleidingsplan omgezet had moeten worden naar een begeleidingsmaatregel. Nu de directie reeds heeft toegegeven dat de begeleidingsmaatregel op onjuiste wijze is opgelegd, ziet de beklagcommissie belang bij een inhoudelijke behandeling van de klacht. Zij verklaart klager dan ook ontvankelijk in zijn beklag en zal de klacht behandelen als zijnde een klacht gericht tegen de begeleidingsmaatregel.
Op grond van artikel 33 Bvt en het tweede lid van artikel 32 Bvt kan het hoofd van de inrichting de bewegingsvrijheid beperken met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
Er is de beklagcommissie duidelijk geworden dat er tijdens de controle spullen zijn aangetroffen die niet verzegeld waren. Daarnaast waren er spullen op de kamer van klager aanwezig van een derde en een botermes, onduidelijk blijft waar dit vandaan kwam. In het verlengde hiervan is de beklagcommissie van oordeel dat de kliniek de bewegingsvrijheid van klager terecht beperkt heeft met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid in de inrichting en derhalve terecht de maatregel heeft opgelegd.
De beklagcommissie concludeert dat in eerste instantie ten onrechte een begeleidingsplan is opgelegd, dit had een begeleidingsmaatregel moeten zijn. Ze is derhalve van oordeel dat er sprake is geweest van vormverzuim. De kliniek heeft deze fout erkent en gepoogd te bemiddelen met klager. Klager heeft het bemiddelingsvoorstel niet geaccepteerd. De beklagcommissie onderstreept dat zij het belangrijk vindt dat de kliniek en klagers er zoveel mogelijk onderling uitkomen in een geschil om de onderlinge band te behouden. In onderliggend geval heeft klager zich niet opengesteld voor de bemiddelingspoging, terwijl de kliniek juist heeft geprobeerd haar fouten te compenseren. Dit betreurt de beklagcommissie. Gelet op het feit dat het begeleidingsplan niet is omgezet naar een begeleidingsmaatregel verklaart de beklagcommissie de klacht formeel gegrond. In lijn met de standaardbedragen tegemoetkomingen van de RSJ kent zij aan klager een tegemoetkoming toe van €7,50 als gevolg van het vormverzuim. Gelet op het feit dat de maatregel naar het oordeel van de beklagcommissie wel terecht is opgelegd, klager had immers spullen op zijn kamer van derden en spullen die niet verzegeld waren, verklaart zij de klacht inhoudelijk ongegrond.
BESLISSING
De beklagcommissie verklaart het beklag formeel gegrond met een tegemoetkoming van €7,50 en materieel ongegrond.
Aldus gedaan op 24 november 2025 door mw. mr. J.A. Neslo, voorzitter van de beklagcommissie, dhr. F. Langeraar en mw. C.I. Linzel-de Vries, leden van de beklagcommissie, bijgestaan door mw. R.M. Appels, secretaris en ondertekend door de voorzitter en de secretaris, op 17 februari 2026.
[1] RSJ 07/1533/TA, 10 september 2007.
Er is door klager beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk 25/53087/TA.