KC 2025/002

Volgens vaste jurisprudentie van de RSJ kan het onthouden van medische zorg onder omstandigheden gelijk worden gesteld met een beslissing van de directeur, als sprake is van een beklag met voldoende belang voor de gedetineerde. Daarvan is in beginsel slechts sprake wanneer de directeur volgens de gedetineerde jegens hem “structureel en in belangrijke mate tekortschiet in zijn verzorgende taken”. Klaagster stelt dat haar medische zorg is onthouden tijdens haar zwangerschap en geeft hierbij aan dat dit over een langere periode het geval is geweest. Gelet op het feit dat het standpunt van klaagster onweersproken blijft door de directie, maakt dit dat de beklagcommissie onvoldoende kan toetsen of sprake is van een structurele tekortkoming van de directeur. Omdat de RSJ eerder heeft geoordeeld dat in het geval sprake is van het onthouden van medische zorg bij fysieke klachten sprake kan zijn van een dusdanig belangrijke klacht dat dit beklagwaardig is, wordt klaagster ontvangen in haar klacht. Vervolgens stelt de beklagcommissie vast dat de directie bij haar standpunt blijft dat geen medisch inhoudelijke informatie kan worden verstrekt. De beklagcommissie is daarom van oordeel dat de directie hetgeen klaagster aanvoert niet, in elk geval niet voldoende, heeft weersproken en verklaart de klacht gegrond. Tegemoetkoming €25,--.

 

UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ DE PENITENTIAIRE INRICHTING NIEUWERSLUIS

De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:

X, verder te noemen klaagster, op dit moment verblijvende in PI Nieuwersluis.

Het klaagschrift is gericht tegen de schending van de zorgplicht. Klaagster wordt in deze procedure bijgestaan door mr. N. Alberts.

De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klaagster heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. De klacht is behandeld op de beklagzitting van 8 mei 2024, in aanwezigheid van klaagster en haar raadsvrouw en de directie en juridisch medewerker.

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de volgende informatie:

  • Het klaagschrift gedateerd en binnengekomen bij het secretariaat op 24 augustus 2023;
  • het verweerschrift van de directeur van 13 september 2023;
  • het verhandelde ter zitting van 8 mei 2024;
  • het aanvullend verweerschrift van de directeur van 27 mei 2024;
  • de schriftelijke reactie op het verweerschrift van mr. N. Alberts van 11 juni 2024.


Standpunt klaagster

Voor het standpunt van klaagster wordt verwezen naar de klacht en de schriftelijke aanvulling hierop. Ter zitting heeft klaagster hier het volgende aan toegevoegd.

De klacht van klaagster ziet op de wijze van handelen van de directeur en omvat dan ook een specifieke zorgplicht klacht. Klaagster voelt zich niet gehoord en, ondanks het feit dat ze toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van haar medische gegevens en verslaglegging van contactmomenten met de medische dienst aan de beklagcommissie, is dit geweigerd door de inrichting. Klaagster heeft gedurende haar zwangerschap meermaals contact gezocht met de medische dienst, maar de toegang tot de zorg is haar enkele malen geweigerd. Tevens is geen verslaglegging van haar ziekenhuisbezoeken.

Standpunt directie

Voor het standpunt van de directie wordt verwezen naar het verweerschrift en de schriftelijke aanvulling hierop. Ter zitting heeft de directie hier het volgende aan toegevoegd.

De directie stelt zich op het standpunt dat de klacht ziet op een medisch inhoudelijk punt. Gelet op het feit dat enkel de medische dienst over het medisch dossier kan beschikken, kunnen zij dus ook geen verslaglegging overleggen.

Beoordeling

De ontvankelijkheid van het klaagschrift.

Allereerst dient beoordeeld te worden of klaagster ontvangen kan worden in haar beklag. Op grond van artikel 60 Pbw kan alleen beklag worden ingesteld tegen een beslissing van de directeur (of de weigering of het verzuim om een beslissing te nemen). Volgens vaste jurisprudentie van de beroepscommissie kan het onthouden van medische zorg onder omstandigheden gelijk worden gesteld met een beslissing van de directeur, zoals bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Pbw, als sprake is van een beklag met voldoende belang voor de gedetineerde. Daarvan is in beginsel slechts sprake wanneer de directeur volgens de gedetineerde jegens hem “structureel en in belangrijke mate tekortschiet in zijn verzorgende taken” (Kamerstukken II 1994/95, 24 263, nr. 3, p. 76). Klaagster stelt dat haar medische zorg is onthouden tijdens haar zwangerschap en geeft hierbij aan dat dit over een langere periode het geval is geweest. Gelet op het feit dat het standpunt van klaagster onweersproken blijft door de directie, maakt dit dat de beklagcommissie onvoldoende kan toetsen of sprake is van een structurele tekortkoming van de directeur. Echter, het gaat in het geval van klaagster wel om een belangrijke (vermeende) tekortkoming. De beroepscommissie heeft eerder geoordeeld dat in het geval sprake is van het onthouden van medische zorg bij fysieke klachten sprake kan zijn van een dusdanig belangrijke klacht dat dit beklagwaardig is (vgl. RSJ 15 november 2023, 22/26461/GA). De beklagcommissie ontvangt klaagster dan ook in haar beklag.

De inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift.

Op grond van artikel 42 lid 1 Pbw heeft een gedetineerde recht op verzorging door een aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger. Op grond van artikel 42 lid 3 Pbw dient de directeur zorg te dragen voor de aanwezigheid en de beschikbaarheid van de medische dienst. De beklagcommissie dient dan ook te beoordelen of de directeur de toegang tot de arts, zoals bedoeld in voorgenoemd artikel, in voldoende mate heeft gewaarborgd en daarmee heeft voldaan aan de zorgplicht.

De beklagcommissie stelt dat de klacht van klaagster ziet op het feit dat zij onvoldoende toegang tot de medische dienst heeft gehad. Het gaat hier om een gebrek aan contactmomenten tussen klaagster en de medische dienst tijdens haar zwangerschap en na het afbreken hiervan. Klaagster stelt meermaals om een contactmoment of consult te hebben verzocht, maar deze hebben desondanks niet voldoende plaatsgevonden. De directie heeft naar aanleiding van de behandeling ter zitting de mogelijkheid geboden gekregen om een aanvullende reactie te geven op hetgeen klaagster aanvoert over de beschikbaarheid van de medische dienst. De beklagcommissie constateert dat de directie de gevraagde informatie, te weten een overzicht van contactmomenten tussen klaagster en de medische dienst, niet heeft aangeleverd en dat de directie bij haar standpunt blijft dat geen medisch inhoudelijke informatie kan worden verstrekt. Gelet op het vorenstaande is de beklagcommissie van oordeel dat de directie hetgeen klaagster aanvoert over de beschikbaarheid van de medische dienst niet, in elk geval niet voldoende, heeft weersproken. Zij verklaart de klacht gegrond.

De beklagcommissie is van oordeel dat klaagster benadeeld is door onvoldoende toegang te hebben tot de medische dienst. Zij kent aan klaagster een tegemoetkoming toe van €25,00.

BESLISSING

De beklagcommissie verklaart het beklag gegrond en kent aan klaagster een tegemoetkoming van €25,00 toe.

Aldus gegeven op 30 juli 2024 door dhr. mr. M. de Reus, voorzitter, en mw. mr. H. Afellay en dhr. dr. H.M. Pieters, leden, bijgestaan door mw. R.M. Appels, secretaris.

Er is beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk 24/42387/GA.