KC 2011/032
Klager stelt dat sprake is van een schending van zijn recht op verblijf in de buitenlucht. Volgens klager is er geen sprake van luchten in de zin van artikel 43 lid 3 Bvt gedurende zijn verblijf op de ZISZ-afdeling. Klager wordt dagelijks gelucht in een kooi die overdekt is met gaas. De directie stelt dat de luchtplaats voldoet aan de wettelijke eisen nu klager in de buitenlucht kan verblijven. De beklagcommissie oordeelt dat de de luchtruimte niet voldoet aan een verblijf in de buitenlucht als bedoeld in artikel 43 lid 3 Bvt en artikel 27.1 EPR. De beklagcommissie oordeelt dat klager materieel gezien een verblijf in de buitenlucht wordt onthouden en verklaart het beklag gegrond.
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van de klaagschriften van […], verblijvende in de […], locatie […].
1. De procedure
De klaagschriften, gedateerd 4, 17, 18 en 19 februari 2011 en 13, 14, 20, 21, 24 en 25 maart 2011, zijn bij de secretaris ingekomen op 9 en 23 februari 2011 en 16, 17, 23, 24, 28 en 30 maart 2011 en hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
- […]
- luchten (2011/013c);
- […]
- luchten (2011/015b);
- […]
- luchten (2011/024);
- […]
Daarnaast zijn met betrekking tot diverse klaagschriften nog aanvullingen ontvangen.
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van de verweerschriften (met bijlagen) van de zijde van de directeur van 27 april 2011, 11 en 12 mei 2011.
Daarnaast heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming van 28 maart 2011 tot afwijzing van klagers verzoek tot schorsing van de weigering een telefoongesprek te voeren met een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Op 20 mei 2011 zijn gehoord klager, bijgestaan door mr. […], advocaat te Maastricht, alsmede mr. […], juridisch medewerkster, en drs. […], manager patiëntenzorg langdurig forensisch psychiatrische zorg, namens de directeur.
2. De beoordeling van het beklag
2.1 Ontvankelijkheid van het beklag
2.1.1 […]
2.1.2 […]
2.1.3 De beklagcommissie begrijpt de klaagschriften 2011/013c, 2011/015b en 2011/024 aldus dat klager stelt dat sprake is van schending van zijn recht op verblijf in de buitenlucht. Een dergelijke klacht richt zich tegen een beperking van enig aan klager toekomend recht, hetgeen beklagwaardig is ingevolge artikel 56, eerste lid, aanhef en onder e, van de Bvt. Klager wordt derhalve ontvankelijk verklaard in bovengenoemde klaagschriften.
2.1.4 […]
2.1.5 […]
2.1.6 […]
2.2. Inhoud van het beklag
[…]
Ten aanzien van de klaagschriften 2011/013c, 2011/015b en 2011/024 (luchten)
2.2.4 Door en namens klager is aangevoerd dat geen sprake is van luchten in de zin van artikel 43, derde lid van de Bvt gedurende zijn verblijf op de ZISZ-afdeling. Klager heeft recht op lucht op een gewone luchtplaats, terwijl de voor hem beschikbare ruimte op een luchtkooi lijkt zoals gebruikelijk is bij een separatie.
Ter zitting is aangevoerd dat klager dagelijks in een kooi wordt gelucht die overdekt is met gaas. Daardoor lijkt het alsof klager nog steeds binnen verblijft. Het is zeer minimaal wat klager aan luchten wordt aangeboden. Ook is ruimte te klein om te kunnen hardlopen. Daarnaast bestaat de vloer van de ruimte uit beton; nergens ligt gras. Door klager is verwezen naar luchtruimten van eerdere ZISZ-afdelingen. Daar was geen sprake van een luchtkooi maar werd gelucht op een patio.
2.2.5 Vanwege de directeur is aangevoerd dat een verpleegde er het recht op heeft om tenminste één uur per dag in de buitenlucht te kunnen verblijven. De plek waarin klager mag luchten voldoet daar ruimschoots aan. Hem wordt derhalve niet op enige andere wijze zuurstof onthouden. Ter zitting is aangevoerd dat voldaan is aan het wettelijke vereiste nu klager in de buitenlucht kan verblijven. Dat de ruimte niet gezellig is, wordt erkend. Bekeken wordt hoe de ruimte verder kan worden aangekleed door in de ter beschikking staande ruimte onder meer een muurschildering aan te brengen en plantenbakken te plaatsen.
2.2.6 De beklagcommissie heeft zich op de hoogte gesteld van de situatie ter plaatse door het bekijken van klagers luchtruimte, samen met klager en de vertegenwoordigers van de directie. De beklagcommissie stelt vast dat de luchtruimte bestaat uit 3 grijze, hoge, kale en dichte muren en dat de gehele ruimte is overkapt met een massief raster met gaten van ongeveer 2 cm bij 2 cm. Geconstateerd wordt dat zich naast de lange binnenmuur een gespiegelde luchtruimte bevindt. In de smalle achtermuur bevindt zich tevens één massieve grijze deur. Achter deze muur bevindt zich het PPC. Ten slotte wordt geconstateerd dat de andere lange muur eveneens volledig gesloten is. Achter deze muur bevindt zich een looppad richting de directie.
De vertegenwoordiger van de directie heeft uitgelegd dat de Rijksgebouwendienst alle muren grijs heeft laten schilderen. De luchtruimte is voorzien van een raster zodat geen voorwerpen naar deze ruimte kunnen worden gegooid, zoals messen of sigaretten.
2.2.7 De beklagcommissie overweegt als volgt. De vraag die door de beklagcommissie beantwoordt dient te worden is of klagers recht op luchten is geschonden gedurende zijn verblijf op de ZISZ-afdeling gezien de hem ter beschikking staande, hierboven omschreven ruimte. In artikel 43, derde lid van de Bvt is bepaald dat de verpleegde het recht heeft op verblijf in de buitenlucht gedurende tenminste een uur per dag. Daarnaast verwijst de beklagcommissie naar artikel 27.1 van de European Prison Rules: “Every prisoner shall be provided with de opportunity of at least one hour of exercise every day in the open air, if the weather permits”. Het verblijf van klager in de vooromschreven luchtruimte voldoet naar het oordeel van de beklagcommissie niet aan een verblijf in de buitenlucht als bedoeld in art 43, derde lid van de Bvt en artikel 27.1 van de European Prison Rules, ook niet wanneer de beperkingen die een verblijf op een zeer intensieve speciale zorgafdeling zoals genoemd in artikel 32 van de BVT meebrengt, in aanmerking worden genomen Weliswaar wordt klager technisch gezien, geen zuurstof onthouden, door de beklemmende setting van deze luchtruimte, met name de dichte grijze muren en het raster, wordt klager materieel gezien een verblijf in de buitenlucht onthouden. Gezien het vorenstaande verklaart de beklagcommissie het klaagschrift gegrond.
[…]
BESLISSING
De beklagcommissie:
- […];
- verklaart de klaagschriften 2011/013c, 2011/015b en 2011/024 gegrond en verstaat dat klager een tegemoetkoming toekomt indien en voor zover deze beslissing onherroepelijk wordt;
- […]