Sla inhoud over

Gedwongen geneeskundige handeling en behandelingsplan

Gedwongen somatische geneeskundige handeling

Binnen de Beginselenwetten bestaat dus de mogelijkheid dat de directeur of het hoofd van de inrichting de ingeslotene kan verplichten een geneeskundige handeling te gedogen.[3] Bij een gedwongen geneeskundige handeling kan het gaan om iedere denkbare geneeskundige handeling. Zo kan het enkel bekijken van een plek op het lichaam van een ingeslotene onder dergelijke handelingen vallen.[4] Ook het maken van een röntgenfoto om te constateren of de ingeslotene voorwerpen die een gevaar opleveren voor zijn gezondheid, heeft ingeslikt of ingebracht[5] of het screenen van een ingeslotene op tbc valt er onder.[6]  

Als voorwaarden voor de gedwongen geneeskundige handeling schrijven de  Beginselenwetten voor dat de handeling naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk dient te zijn ter afwending van gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de ingeslotene of van anderen. De directeur dient, voordat hij beslist dat de gedwongen geneeskundige handeling zal worden toegepast, overleg te plegen met de arts en met het hoofd van de afdeling waar de ingeslotene verblijft.[7] De handeling dient te worden verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige. Daarnaast dient de geneeskundige handeling te worden toegepast in een daartoe geschikte ruimte, zo bepaalde de beroepsinstantie.[8]  

Gedwongen psychiatrische geneeskundige handeling

Zoals hierboven beschreven kan een gedwongen geneeskundige handeling bestaan uit een somatische geneeskundige handeling. Echter kan een gedwongen geneeskundige handeling ook een psychiatrische geneeskundige handeling bevatten, hierbij kan worden gedacht aan het onder dwang toedienen van medicatie ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit een stoornis.[9]  Met betrekking tot het nemen van de beslissing om over te gaan tot het toe dienen van dwangmediatie geldt wel dat voorafgaand aan de beslissing door de directeur overleg dient te worden gepleegd met een arts die hieromtrent overlegt met een psychiater.[10] Voor het toepassen van zo’n gedwongen geneeskundige handeling is het bestaan van een causaal verband tussen de stoornis en het gevaar niet vereist.

Daar waar wel sprake is van een causaal verband tussen het gevaar en de stoornis van de geestvermogens van de ingeslotene kan in het geval van acuut gevaar in de inrichting, worden besloten tot b-dwangbehandeling. Tot een a-dwangbehandeling kan worden besloten indien een behandeling noodzakelijk is om te voorkomen dat het (niet onmiddellijk dreigende) gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de ingeslotene doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen.[11]


Behandelingsplan

Voor het toepassen van een gedwongen psychiatrische geneeskundige behandeling is een behandelingsplan niet vereist. Wel dienen gedetineerden en jeugdigen ten aanzien van wie blijkt dat zij een geneeskundige behandeling in verband met hun geestelijke gezondheidstoestand behoeven, zo snel mogelijk na het toepassen van de gedwongen geneeskundige handeling, te worden overgeplaatst naar een speciale zorgafdeling. Gedetineerden naar een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) en jeugdigen naar een forensische observatie- en behandelingsafdeling (FOBA). Ter beschikking gestelden worden behandeld in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (voorheen tbs-kliniek). De Beginselenwetten verplichten dat na plaatsing op een speciale zorgafdeling of in een FPC in overleg met de ingeslotene zo spoedig mogelijk een behandelingsplan dient te worden opgesteld. Voor het toepassen van een a- en b-dwangbehandeling is een behandelingsplan wel vereist.


Een behandelingsplan moet erop gericht zijn de stoornis zo te verbeteren dat het gevaar wordt weggenomen.[14] In het behandelingsplan moet de diagnose van de psychische stoornis worden opgenomen. Ook moet worden opgenomen welke therapeutische middelen worden ingezet om het gevaar dat de stoornis veroorzaakt te minderen.[15]  Wanneer bepaalde gevaren zijn te voorzien verdient het de voorkeur, de middelen die ter afwending van dat gevaar kunnen worden ingezet ook in het behandelingsplan op te nemen. Op die manier heeft de ingeslotene nog invloed op de behandelingsmiddelen die worden ingezet en kan hij zijn voorkeuren uitspreken.[16] Omdat de ingeslotene, hoewel hij de behandeling niet vrijwillig ondergaat, niettemin voorkeuren kan hebben ten aanzien van de manier waarop die behandeling wordt uitgevoerd. In het behandelingsplan moet dan ook worden opgenomen op welke manier rekening wordt gehouden met die voorkeuren.[17] Ook moet in het behandelingsplan worden vermeld of overeenstemming is bereikt over het behandelingsplan (artikelen 16a Bvt, 46c Pbw en 51c Bjj).
Wanneer sprake is van een a- of b- behandeling moet in het behandelingsplan ook worden opgenomen welke voor de ingeslotene minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat diens stoornis de ingeslotene doet veroorzaken weg te nemen.[18]

Wanneer de ingeslotene niet wil instemmen met het behandelingsplan of wanneer de behandelingsmiddelen niet zijn opgenomen in het behandelingsplan en de ingeslotene daarmee niet alsnog wil instemmen kan in het uiterste geval worden overgegaan tot een dwangbehandeling.[19]  Het deel van het behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgevonden, waaraan in ieder geval een (behandelend) psychiater, arts, psycholoog en verpleegkundige hebben deelgenomen.[20]


[1] Handboek forensische en penitentiaire geneeskunde, Apeldoorn 2011: Maklu, p.228

[2] Staatsblad 2013, 99, p. 23.

[3] Kamerstukken II 1993/94, 23445 nr. 5p.12/3

[4] RSJ 9 juli 2012, 12/0241/GA

[5] Kamerstukken II 1994/95, 24 263 nr. 3, p. 53.

[6] Handboek forensische en penitentiaire geneeskunde, Apeldoorn 2011: Maklu, p.228

[7] RSJ 9 juli 2012, 12/0241/GA

[8] RSJ 9 juli 2012, 12/0241/GA

[9] Handboek rechtspositie gedetineerden, Den Haag 2006: SDU uitgevers, p. 123.

[10] RSJ 16 april 2013, 12/3689/GA

[11] Staatsblad 2013, 99, p. 23.

[12] Staatsblad 2013, 99, p. 21-22.

[13] Staatsblad 2013, 99, p. 22.

[14] Handboek Gezondheidsrecht deel I, rechten van mensen in de gezondheidszorg, Den Haag 2011: Boom Juridische uitgevers, p. 301.  

[15] Staatsblad 2013, 99, p. 24.

[16] Staatsblad 2013, 99, p. 22.

[17] Staatsblad 2013, 99, p. 24-25.

[18] Staatsblad 2013, 99, p. 24.

[19] Staatsblad 2013, 99, p. 20.

[20] Staatsblad 2013, 99, p. 24-25.

[21] RSJ 2 februari 2014, 13/2497/GA

[22] Staatsblad 2013, 99, p. 25-26.

[23] Staatsblad 2013, 99, p. 26.

[24] Staatsblad 2013, 99, p. 26-27.

[25] Staatsblad 2013, 99, p. 27.

[26] Staatsblad 2013, 99, p. 27.

[27] Kamerstuk I 2011/12, 32337 nr. C

[28] Kamerstuk II 2011/2012, 32337 nr. 17

[29] RSJ 3 december 2013, 13/2348/GA