Sla inhoud over

A- en b-dwangbehandeling en behandelingsplan


Wat is een geneeskundige (dwang)behandeling?

In sommige gevallen volstaat het ingrijpen middels een geneeskundige handeling niet en is een breder en/of langer durend ingrijpen nodig. In dat geval kan worden gekozen voor een gekozen voor een geneeskundige behandeling.


Op grond van artikel 46cvan de Pbw, artikel 16a van de Bvt en artikel 51c Bjj wordt een geneeskundige behandeling slechts uitgevoerd indien:

  • de behandeling voorzien is in het behandelingsplan van de ingeslotene;
  • het overleg over het behandelingsplan tot overeenstemming heeft geleid;
  • de ingeslotene die de behandeling moet ondergaan, of in het geval van ingeslotene die jonger is dan zestien jaar de (stief-, pleeg-)ouders of voogd, zich niet tegen de behandeling verzet(ten).


Het toepassen van een geneeskundige behandeling terwijl de ingeslotene zich hiertegen verzet is dus een uitzonderlijk middel dat onder bepaalde voorwaarden, maar enkel als uiterst redmiddel, ingezet kan worden. Op grond van artikel 46d van de Pbw, 16b van de Bvt en artikel 51d van de Bjj toegepast worden wanneer:

  • aannemelijk is dat zonder die behandeling het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de ingeslotene doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen, of;
  • dit volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de jeugdige binnen de inrichting doet veroorzaken, af te wenden.


Dit zijn respectievelijk, verwijzend naar de subleden van de wetsartikelen, de a-dwangbehandeling en de b-behandeling.

De a-dwangbehandeling
Een a-dwangbehandeling kan worden opgelegd als aannemelijk is dat zonder geneeskundige behandeling het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de ingeslotene doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden afgewend. Deze vorm van dwangbehandeling is niet gericht op het afwenden van een onmiddellijk (dreigend) gevaar, maar op het voorkomen dat de ingeslotene gedurende een lange periode op een speciale zorgafdeling of in de inrichting moet verblijven.[1] Het hoeft bij een a-dwangbehandeling dus niet te gaan om een gevaar dat zich onmiddellijk binnen de inrichting verwezenlijkt of dreigt te verwezenlijken. De a-dwangbehandeling kan worden opgelegd voor drie maanden met een mogelijkheid tot verlenging.


De a-dwangbehandeling is de meest ingrijpend vorm van dwangbehandeling omdat het onvrijwillig en mogelijk langdurig ingrijpen betreft zonder dat er sprake is van een acuut (dreigend) gevaar. Daarom dient altijd de noodzakelijkheid, doelmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit van de behandeling in acht genomen te worden bij een oplegging of voortzettint van een behandeling.[2] Daarnaast heeft de beroepscommissie van de RSJ bepaald dat het vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid aanbevelenswaardig is dat bij langlopende dwangtrajecten telkens om de zes maanden de noodzaak en toepassing van dwangbehandeling door een onafhankelijk psychiater wordt getoetst.[3]  


De b-dwangbehandeling
Een b-dwangbehandeling kan worden opgelegd als dit naar het oordeel van de arts volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat de stoornis de ingeslotene binnen de inrichting doet veroorzaken af te wenden. De behandeling is dus alleen mogelijk ter afwending van (acuut) gevaar binnen de inrichting.[4] In zoverre komt het overeen met de gedwongen geneeskundige behandeling. Ook wanneer daarover geen overeenstemming met de betrokkene wordt bereikt, dienen de middelen in het behandelingsplan te worden opgenomen. De b-dwangbehandeling kan worden opgelegd voor twee weken. Als de behandeling langer duurt, moet een team worden samengesteld bestaande uit een afdelingshoofd, een psycholoog en een psychiater.


Onder welke voorwaarden mag een dwangbehandeling worden verricht?

De directeur dient, voordat hij beslist dat de gedwongen geneeskundige handeling zal worden toegepast, overleg te plegen met de arts en met het hoofd van de afdeling waar de ingeslotene verblijft (art. 22a Pm, art. 34 Rvt of art. 49a Rjj). Voor zowel de a- als b-dwangbehandeling is vereist dat er een causaal verband bestaat tussen het (dreigende) gevaar en de stoornis van de ingeslotene. Daarnaast kunnen er alleen de behandelingsmiddelen worden ingezet die zijn opgenomen in het behandelingsplan.[5]


Net als bij de gedwongen geneeskundige handeling is vereist dat de dwangbehandeling wordt verricht door een arts of door een verpleegkundig die in opdracht van een arts handelt. Een dwangbehandeling kan alleen worden verricht in een forensisch psychiatrisch centrum (in het geval van beschikking gestelden), op een speciale zorgafdeling zoals een penitentiair psychiatrisch centrum (in het geval van gedetineerden) of op de forensische observatie- en behandelingsafdeling (in het geval van jeugdigen). Gedetineerden en jeugdigen die vanwege hun geestelijke gezondheidstoestand een geneeskundige behandeling moeten ondergaan, dienen zo snel mogelijk na het toepassen van de gedwongen geneeskundige handeling te worden overgeplaatst naar een speciale zorgafdeling. Gedetineerden worden overgeplaatst naar een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) en jeugdigen naar een forensische observatie- en behandelingsafdeling (FOBA). Ter beschikking gestelden kunnen worden behandeld in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) waarin zij verblijven.


De arts die verantwoordelijk is voor de geneeskundige handeling dient ervoor te zorgen dat de melding van de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling en de resultaten van het multidisciplinair overleg aangaande de ingeslotene worden geregistreerd in het medische dossier van de ingeslotene (artikel 22f Pm, 34e Rvt en 49f Rjj). Daarnaast dient de ingeslotene gedurende de periode dat de geneeskundige handeling wordt verricht, zo vaak mogelijk te worden bezocht door een arts of een verpleegkundige (artikel 22d Pm, 34c Rvt en 49d Rjj). Van de bevindingen van dient notitie gemaakt te worden in het medische dossier.

Tot slot dienen ingeslotenen door de directeur te worden gehoord en dienen zij een schriftelijke mededeling te ontvangen van het besluit een gedwongen geneeskundige handeling toe te passen (art. 57 jo. art. 58 van de Pbw, art. 53 en art. 54 van de Bvt en art. 61 jo. art. 61 van de Bjj).


Behandelingsplan

Een behandelingsplan moet erop gericht zijn om de stoornis zo te verbeteren dat het gevaar wordt weggenomen.[6] Wet- en regelgeving t.a.v. het behandelingsplan is te vinden in (art. 46b Pbw jo. 21b Pm, art. 16 Bvt jo. art. 25 Rvt of art. 51b Bjj jo. art. 48b Rjj).  In het behandelingsplan moet de diagnose van de psychische stoornis worden opgenomen. Ook moet worden opgenomen welke therapeutische middelen worden ingezet om het gevaar dat de stoornis veroorzaakt te verminderen.[7]  Wanneer bepaalde gevaren voorzien worden, verdient het de voorkeur om de middelen die ter afwending van dat gevaar kunnen worden ingezet ook in het behandelingsplan op te nemen. Op die manier heeft de ingeslotene nog invloed op de behandelingsmiddelen die worden ingezet en kan hij zijn voorkeuren uitspreken.[8] De ingeslotene kan, hoewel hij de behandeling niet vrijwillig ondergaat, namelijk wel voorkeuren hebben ten aanzien van de manier waarop die behandeling wordt uitgevoerd. In het behandelingsplan moet dan ook worden opgenomen op welke manier rekening wordt gehouden met die voorkeuren.[9] Ook moet in het behandelingsplan worden vermeld of overeenstemming is bereikt over het behandelingsplan. Wanneer sprake is van een a- of b- behandeling moet in het behandelingsplan ook worden opgenomen welke voor de ingeslotene minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar weg te nemen dat diens stoornis doet veroorzaken.[10] Het deel van het behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt alleen vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgevonden, waaraan in ieder geval een (behandelend) psychiater, arts, psycholoog en verpleegkundige hebben deelgenomen.[11]


___________________________________________________

[1] Stb. 2013, 99, p. 22.

[2] Stb. 2013, 99, p. 22

[3] Zie: RSJ 11 juni 2020, R-20/5964/TA en RSJ 28 augustus 2019, R-19/3442/TA en R-19/3445/TA.

[4] Kamerstukken II 2005/2006, 30492, nr. 3, p. 9.

[5] Stb. 2013, 99, p. 22

[6] Handboek Gezondheidsrecht deel I, rechten van mensen in de gezondheidszorg, Den Haag 2011: Boom Juridische uitgevers, p. 301.  

[7] Stb. 2013, 99, p. 24.

[8] Stb. 2013, 99, p. 22.

[9] Stb. 2013, 99, p. 24-25.

[10] Stb. 2013, 99, p. 24

[11] Stb. 2013, 99, p. 24-25.