Sla inhoud over

Beklagcommissie voor het vervoer

Beklagcommissie voor het vervoer
Commissies van Toezicht vragen zich geregeld af of het voor gedetineerden, jeugdigen, vreemdelingen en terbeschikkinggestelden mogelijk is rechtstreeks te klagen over het vervoer bij de Commissie van Toezicht bij DV&O. Dit is vanaf 1 januari 2021 beperkt mogelijk.

Per 1 januari 2021 zijn drie wetten gewijzigd: de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) en de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt). Dit resulteert erin dat het beklagrecht vervoer een feit is.

De beklagcommissie vervoer, onderdeel van de Commissie van Toezicht Dienst Vervoer & Ondersteuning zal dit beklagrecht gaan beoordelen.

Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat de beklagcommissie vervoer bevoegd is voor gebeurtenissen vanaf 1 januari 2021. Voor alle gebeurtenissen tot en met 31 december 2020 is de lange arm constructie van toepassing, wat inhoudt dat klachten rechtstreeks bij de CvT van de inrichting waar men verblijft kunnen worden ingediend.

De beklagcommissie vervoer is anders ingericht dan een reguliere beklagcommissie:

  • Zij is slechts bevoegd kennis te nemen van een drietal categorieën klachten (zie hieronder);
  • Zij is bevoegd kennis te nemen van klachten over het vervoer van klagers uit alle justitiële inrichtingen in Nederland;
  • De CvT heeft geen bevoegdheid om een maandcommissaris te laten bemiddelen.


Klachten over vervoer
Bij de beklagcommissie vervoer kan binnen 7 dagen na de vervoersbeweging worden geklaagd over:

  • Onderzoek aan lichaam en kleding (art. 29 Pbw, art. 23 Bvt, art. 34 Bjj);
  • Gebruik van geweld of geweldsmiddelen (art. 35 Pbw, art. 30 Bvt, art. 40 Bjj);
  • Gebruik van vrijheidsbeperkende middelen (art. 35 Pbw, art. 30 Bvt, art. 40 Bjj).


Voor alle overige klachten, dus ook ten aanzien van de vermissing van goederen en preciosa, zal de “lange arm constructie” blijven gelden en deze klachten dienen ook dan bij de CvT’s van de betreffende inrichtingen te worden ingediend en in behandeling te worden genomen. Klachten die hierover bij de CvT DV&O binnenkomen, zullen direct worden doorgestuurd aan de betreffende CvT waar klager verblijft.

De beklagzittingen zullen tweewekelijks op vrijdagmiddag plaatsvinden in de rechtbank Midden-Nederland locatie Utrecht, waarbij de DV&O het vervoer van de justitiabele verzorgd.

Halverwege december 2020 is door DJI een brief gestuurd aan de directies van de justitiële inrichtingen en klinieken, onder bijvoeging van het klachtenformulier beklagcommissie vervoer en het informatieblad DV&O voor justitiabelen.

De CvT DV&O is bereikbaar via e-mailadres: cvt.rb-midden-nederland@rechtspraak.nl. Het secretariaat is gevestigd binnen rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht.

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring nog niet in werking getreden
De behandeling bij de Eerste Kamer van het op 19 juni 2018 door de Tweede kamer aangenomen gewijzigde wetsvoorstel “Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring (34309)” is opgeschort. Op 17 december 2019 heeft de commissie voor Immigratie en Asiel besloten de brief van de staatssecretaris van J&V d.d. 12 december 2019 voor kennisgeving aan te nemen en het wetsvoorstel tot aanpassing van het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring af te wachten.

Het wetsvoorstel “Wet Terugkeer en vreemdelingenbewaring” (hierna Wtv) strekt tot introductie van één uniform bestuursrechtelijk regime voor vreemdelingenbewaring. De territoriale bewaring wordt uit de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) gehaald en het Reglement regime grenslogies wordt ingetrokken. In het nieuwe regime wordt onderscheid gemaakt tussen twee hoofdregimes, het verblijfsregime en het beheersregime. Verder worden de alternatieven voor bewaring nadrukkelijker verankerd en het ultimum remedium karakter van bewaring wordt benadrukt.

Naast de rechten, plichten en omstandigheden in bewaring, bevat het voorstel tevens de instelling van een Commissie van Toezicht voor het vervoer en de instelling van een beklagcommissie voor het vervoer (onderdeel van de CvT DV&O) ten behoeve van het vervoer van de vreemdeling.

In dit wetsvoorstel is opgenomen dat er een beklagcommissie voor het vervoer (onderdeel van de CvT DV&O) zal worden ingesteld (artikel 9 Wtv), die op grond van artikel 61 Wtv beperkte bevoegdheid zal krijgen ten aanzien van toepassingen door de ambtenaren van Onze Minister (feitelijk de medewerkers van DV&O) ten aanzien van klachten over de volgende onderwerpen:

  • de toepassing van geweld dan wel vrijheidsbeperkende middelen (art. 44 Wtv);
  • het onderzoek aan de kleding, evenals het onderzoek van de voorwerpen die de vreemdeling bij zich draagt of met zich meevoert en het in beslag nemen van de bij een onderzoek aan de kleding aangetroffen voorwerpen die niet in het bezit van de vreemdeling mogen zijn (art. 46 Wtv).


Voor alle overige klachten, dus ook ten aanzien van vermissing van goederen, zal de “lange arm constructie” blijven gelden en deze klachten dienen ook dan bij de CvT’s van de betreffende inrichtingen te worden ingediend en in behandeling te worden genomen. 

Op dit moment is onduidelijk wanneer het opgeschorte wetsvoorstel in de Eerste Kamer verder zal worden behandeld. De redactie van het Kenniscentrum zal de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend in de gaten houden en een update uitbrengen zodra hierover meer bekend is.