Sla inhoud over

Beklagcommissie voor het vervoer

Beklagcommissie voor het vervoer
Commissies van Toezicht vragen zich geregeld af of het voor gedetineerden, jeugdigen, vreemdelingen en terbeschikkinggestelden mogelijk is rechtstreeks te klagen over het vervoer bij de Commissie van Toezicht bij DV&O. Dit is nog niet het geval.

Er is thans nog geen beklagcommissie voor het vervoer. Dit houdt in dat klachten over het vervoer vooralsnog door middel van de “verlengde arm constructie” door de CvT van de inrichting waar de klager verblijft in behandeling moeten worden genomen.

Aangenomen wet
Op 3 april 2019 is de Wet tot wijziging van de Beginselenwetten, de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de Wet politiegegevens en enkele andere wetten in verband met het vervoer, het medisch klachtrecht en wijzigingen van technische aard (Stb. 2019, 141) aangenomen. 

In deze Wet is opgenomen dat er een beklagcommissie voor het vervoer (onderdeel van de CvT DV&O) zal worden ingesteld, die beperkte bevoegdheid zal krijgen ten aanzien van toepassingen door medewerkers van DV&O ten aanzien van klachten over de volgende onderwerpen:
- onderzoek aan lichaam en kleding (29 Pbw, 23 Bvt en 34 Bjj);
- toepassing van geweld of geweldsmiddelen (35 Pbw, 30 Bvt en 40 Bjj);
- gebruik vrijheidsbeperkende middelen (art. 35 Pbw, 30 Bvt, 40 Bjj).

Het streven was erop gericht de wet, waaronder de instelling van een beklagcommissie voor het vervoer door DV&O in werking te laten treden op 1 juli 2020.

De betreffende wet kan echter pas in werking treden op het moment dat ook de onderliggende Algemene maatregel van bestuur (AMvB) in werking kan treden. Deze AMvB is gereed om voor advies te verzenden aan de Raad van State, maar in het kader van de uitbraak van COVID-19 worden momenteel alleen stukken aan de Raad van State aangeboden die spoed hebben. Hoewel de AMvB noodzakelijk is voor inwerkingtreding van de wet, kan deze niet worden aangemerkt als spoedstuk.

Het is op dit moment onzeker wanneer de AMvB wel ter advies kan worden aangeboden. De nieuwe streefdatum voor inwerkingtreding van de wet en de AMvB is daarom vooralsnog 1 januari 2021.

Voor alle overige klachten, dus ook ten aanzien van vermissing van goederen, zal de “lange arm constructie” blijven gelden en deze klachten dienen ook dan bij de CvT’s van de betreffende inrichtingen te worden ingediend en in behandeling te worden genomen. 

Lopend wetsvoorstel
De behandeling bij de Eerste Kamer van het op 19 juni 2018 door de Tweede kamer aangenomen gewijzigde wetsvoorstel “Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring (34309)” is op 2 oktober 2019 opgeschort, totdat een door de staatssecretaris aangekondigd ander wetsvoorstel de Eerste Kamer heeft bereikt.

Het wetsvoorstel “Wet Terugkeer en vreemdelingenbewaring” (hierna Wtv) strekt tot introductie van één uniform bestuursrechtelijk regime voor vreemdelingenbewaring. De territoriale bewaring wordt uit de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) gehaald en het Reglement regime grenslogies wordt ingetrokken. In het nieuwe regime wordt onderscheid gemaakt tussen twee hoofdregimes, het verblijfsregime en het beheersregime. Verder worden de alternatieven voor bewaring nadrukkelijker verankerd en het ultimum remedium karakter van bewaring wordt benadrukt.

Naast de rechten, plichten en omstandigheden in bewaring, bevat het voorstel tevens de instelling van een Commissie van Toezicht voor het vervoer en de instelling van een beklagcommissie voor het vervoer (onderdeel van de CvT DV&O) ten behoeve van het vervoer van de vreemdeling.

In dit wetsvoorstel is opgenomen dat er een beklagcommissie voor het vervoer (onderdeel van de CvT DV&O) zal worden ingesteld (artikel 9 Wtv), die op grond van artikel 61 Wtv beperkte bevoegdheid zal krijgen ten aanzien van toepassingen door de ambtenaren van Onze Minister (feitelijk de medewerkers van DV&O) ten aanzien van klachten over de volgende onderwerpen:
- de toepassing van geweld dan wel vrijheidsbeperkende middelen (art. 44 Wtv);
- het onderzoek aan de kleding, evenals het onderzoek van de voorwerpen die de vreemdeling bij zich draagt of met zich meevoert en het in beslag nemen van de bij een onderzoek aan de kleding aangetroffen voorwerpen die niet in het bezit van de vreemdeling mogen zijn (art. 46 Wtv).

Voor alle overige klachten, dus ook ten aanzien van vermissing van goederen, zal de “lange arm constructie” blijven gelden en deze klachten dienen ook dan bij de CvT’s van de betreffende inrichtingen te worden ingediend en in behandeling te worden genomen. 

Op dit moment is onduidelijk wanneer het opgeschorte wetsvoorstel in de Eerste Kamer verder zal worden behandeld. De redactie van het Kenniscentrum zal de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend in de gaten houden en een update uitbrengen zodra hierover meer bekend is.