Sla inhoud over

Kiesrecht

Nederlanders die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, hebben actief en passief kiesrecht (artikel 54 Grondwet, hierna: GW). Actief kiesrecht betekent dat er gestemd kan worden op een persoon die zich verkiesbaar heeft gesteld. Dit wordt ook wel stemrecht genoemd. Passief kiesrecht is het recht waarmee iemand zich verkiesbaar kan stellen. Voor gedetineerden was het tot 1986 niet mogelijk om te stemmen.[1] Dit is veranderd en nu behoudt de gedetineerde zijn actieve en passieve kiesrecht. Er is echter een uitzondering: indien een persoon is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar en daarbij tevens is ontzet uit het kiesrecht, verliest hij het recht op actief en passief kiesrecht (artikel 54 lid 2 GW). De ontzetting uit het kiesrecht kan de rechter opleggen op grond van artikel 28, eerste lid, sub 3 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Stempas
Gedetineerden dienen hun oproepingskaart of stempas op hetzelfde moment als alle andere kiesgerechtigden te ontvangen. De oproepingskaart of stempas wordt verzonden naar het adres waar zij de dag van de kandidaatstelling als kiezer staan geregistreerd.[2] De oproepingskaart of stempas wordt minstens veertien dagen voor de stemming verstuurd (artikel J 7 Kieswet, hierna KW). Uit een uitspraak van een beklagcommissie blijkt dat er ook een actieve rol van de directie wordt verwacht. Zij dienen de gedetineerden goed voor te lichten over termijnen en de mogelijkheden tot stemmen.[3]

Mogelijkheden kiesrecht
Het passieve kiesrecht kan praktische problemen opleveren bij de uitvoering ervan in een detentiesituatie. Een gedetineerde kan zich wel verkiesbaar stellen, maar kan niet zijn zetel innemen tijdens de detentieperiode.

Actief kiesrecht is eenvoudiger uitvoerbaar en kan zelfs op verschillende manieren. Allereerst kan een gedetineerde zijn stem uitbrengen door middel van een volmacht (artikel L 2 lid 1 KW). Deze volmacht kan worden verleend op grond van een schriftelijke aanvraag of door overdracht van de oproepingskaart. Dit kan al worden gedaan voordat de gedetineerde de oproepingskaart of stempas heeft ontvangen. Het schriftelijke verzoekschrift dient te worden ingediend voor de stemming bij de gemeente waar de volmachtgever op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd (artikel L 8 lid 1 KW). In het verzoekschrift wijst de gedetineerde een gemachtigde aan. Als gemachtigde kan slechts optreden degene die op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd binnen het gebied waarvoor de verkiezing geldt (artikel L 8 lid 2 KW). Indien de gedetineerde niemand kent binnen dezelfde gemeente kan de gedetineerde een schriftelijk verzoek indienen om een kiezer in een andere gemeente te machtigen. Dit geldt niet voor de Gemeenteraadsverkiezingen omdat er dan niet voldaan wordt aan de afbakening van verkiezingsgebied. Naast de verklaring van de volmachtgever dient de gevolmachtigde ook een verklaring te overleggen dat deze bereid is om als gevolmachtigde op te treden (artikel L 8 lid 3 KW). De burgemeester, respectievelijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, doet vervolgens het volmachtbewijs aan de gemachtigde toekomen (artikel L 13 lid 1 KW).

Gedetineerden zouden ook gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om verlof aan te vragen om een stem uit te brengen. Er is weinig informatie bekend in welke mate van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt.
Een laatste mogelijkheid is om stemgerechtigde gedetineerden gelijk te stellen aan Nederlanders die in het buitenland wonen. Op deze manier hebben zij dezelfde mogelijkheden om te stemmen via een brief en een kiezerspas.[4]

De vraag of gedetineerden ook in persoon zouden moeten kunnen stemmen, is moeilijk te beantwoorden. In artikel 6 B van de kieswet staat dat diegene die hun vrijheid kwijt zijn ten tijde van de verkiezing hun stem kunnen laten gelden via een volmacht. Op grond van deze wet zijn er dus geen andere mogelijkheden voor handen. Desondanks klinken er geluiden van andere orde. Volgens de Landelijke Gedetineerdencommissie (hierna: LGC) is het een groot goed om in persoon een stem uit te brengen, waardoor aan de inrichtingen wordt gevraagd waar mogelijk een eigen stembureau in te richten.[5] Er is geen eenduidige regeling hoe dit moet gebeuren omdat inrichtingen veel van elkaar verschillen. Volgens het kabinet weegt de ongestoorde tenuitvoerlegging van de straf of maatregel, de handhaving van de orde en veiligheid en één eenduidige regeling voor de uitoefening van het kiesrecht zwaarder dan de uitoefening van het kiesrecht door gedetineerden in persoon.[6] De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft dan ook aangegeven een ander visie te hebben dan de LGC. Een stemlokaal moet namelijk voor elke kiezer openbaar toegankelijk zijn. Een stemlokaal in een penitentiaire inrichting kan volgens de staatssecretaris hier niet aan voldoen en behoort dus niet tot de mogelijkheden.[7] De LGC verschilt hier dus van mening met de staatssecretaris van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. Toenmalige minister Hirsch Ballin liet tijdens zijn bewindsperiode weten dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om gedetineerden te laten stemmen vanuit een inrichting. Dit is echter afhankelijk van de concrete mogelijkheden van de desbetreffende inrichting om aan de eisen van de Kieswet te voldoen. Het stembureau moet namelijk openbaar en toegankelijk zijn voor alle kiezers. Bovendien moet de directie geen belemmeringen zien in de dagelijkse gang van zaken door een stembureau.[8]

Tijdens de verkiezingen van 2010 is er als pilot in de Tbs-kliniek de Kijvelanden voor het eerst een mobiel stembureau geweest.

Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017 waren in een aantal justitiële inrichtingen “gesloten stemlokalen” ingericht, waar gedetineerden maar ook medewerkers hun stem konden uitbrengen. Zie hierover het nieuwsbericht op deze website.

___________________________

[1] Kelk, C. (2015). Nederlands detentierecht. Wolters Kluwer: Deventer. p. 24.
[2] Kamerstukken II 2007/08, nr. 736, Aanhangsel. p. 1.
[3] KC 2011/048, 19 augustus 2011.
[4] Stichting Landelijke Gedetineerdencommissie 2006. Stemmen Tijdens Detentie, rapportnummer 0611/21. p. 3.
[5] Muller, E.R. & Vegter, P.C. (2009) Detentie: gevangen in Nederland. Kluwer: Deventer. p. 390.
[6] Kabinetsreactie op bevindingen uit rapport ‘Stemmen met vertrouwen’, 23 november 2007, p. 10. 
[7] Antwoorden op Kamervragen over de uitoefening van het kiesrecht door gedetineerden, 14 maart 2007 
[8] Antwoorden op Kamervragen over het stemmen vanuit gevangenissen en tbs-klinieken, 23 juli 2010 door Hirsch Ballin. Vergaderjaar 2009-2010, nr. 2823.