Sla inhoud over

Bezoek gedetineerden

Recht op bezoek
Gedetineerden hebben het recht op ten minste één uur per week bezoek van familieleden of andere personen (artikel 38 lid 1 van de Penitentiaire beginselenwet (hierna Pbw). Voor gedetineerden die in een Huis van Bewaring zitten geldt het wettelijk minimum van één uur per week ook.[1] In de huisregels van de inrichtingen is vastgelegd op welke tijden en plaatsen het bezoek mag plaatsvinden, de wijze waarop het bezoek moet worden aangevraagd en het aantal personen dat de gedetineerde mag ontvangen (artikel 38 lid 1 Pbw).

De gedetineerde kan bij de directeur een aanvraag doen om bezoek te ontvangen. Over de toelating van bezoekers beslist de directeur. De directeur kan het aantal tegelijkertijd tot de gedetineerde toe te laten personen beperken (artikel 38 lid 2 Pbw) of het toelaten van een bepaald persoon of bepaalde personen weigeren (artikel 38 lid 3 Pbw). Dit doet de directeur met het oog op de volgende belangen; de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid, de voorkoming of opsporing van strafbare feiten of de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven (artikel 36 lid 4 Pbw). Tevens kan de directeur voorwaarden verbinden aan het ontvangen van bezoek, zoals het moeten toestaan van onderzoeken aan kleding op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting (artikel 38 lid 5 Pbw). Het onderzoek kan ook betrekking hebben op meegebrachte voorwerpen.

In een uitspraak van 3 oktober 2014 met kenmerk 14/1941/GA e.a. heeft de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna RSJ) bepaald dat: “De wet stelt geen eisen aan tijdstip bezoek maar bezoekrecht moet wel effectief zijn. Met huidige bezoektijden van 07.45-08.45 uur is daarvan voor klagers geen sprake. Bezoektijden vormen een te grote belemmering om klagers daadwerkelijk te bezoeken, maken inbreuk op individueel bezoekrecht.”

Geprivilegieerd bezoek
De personen en instanties genoemd in artikel 37 lid 1 Pbw, zoals advocaten van gedetineerden, hebben vrije toegang tot gedetineerden. Deze personen mogen zonder toezicht contact onderhouden met de gedetineerden, tenzij de directeur na overleg met de bezoeker van mening is dat van de gedetineerde ernstig gevaar voor de veiligheid van de bezoeker uitgaat. Van de geprivilegieerde personen en instanties hebben alleen de leden van de RSJ en de Commissie van Toezicht (hierna CvT) te allen tijde toegang tot de gedetineerden. De overige in artikel 37 lid 1 Pbw genoemde instanties en personen hebben alleen op de in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen toegang waarbij er geen vorm van toezicht mag worden gehouden. Het bezoek van geprivilegieerde personen wordt niet in mindering gebracht van het reguliere bezoek.

De RSJ oordeelde in zijn beslissing van 15 juli 2016 met kenmerk 15/4173/GA het volgende: ”Geestelijk verzorgers die niet aan de inrichting verbonden zijn dan wel met wie de directeur geen dienstverband is aangegaan, hebben niet vrijelijk toegang tot de inrichting, kunnen niet vrijelijk en vertrouwelijk met gedetineerden contacten onderhouden, maar zijn aangewezen op de reguliere bezoekregeling van artikel 38 van de Pbw die in beginsel onder toezicht plaatsvindt.”

Toezicht
Het bezoek vindt in beginsel plaats in een bezoekzaal met collectief toezicht. In deze ruimte kunnen meerdere gedetineerden hun bezoek tegelijkertijd ontvangen en wordt er door het personeel toezicht gehouden. Daarnaast kan het bezoek tussen de gedetineerde en een bezoeker in een ruimte onder individueel toezicht van een ambtenaar plaatsvinden. Indien er sprake is van een aparte ruimte waarbij een ambtenaar individueel toezicht houdt, moet dit noodzakelijk zijn met het oog op een van de belangen genoemd in artikel 36 lid 4 Pbw. Te weten de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting, de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid, de voorkoming of opsporing van strafbare feiten en de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven.
Voornoemd toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het gesprek tussen de bezoeker en de gedetineerde. Tevoren wordt aan betrokkenen mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht. (artikel 38 lid 4 Pbw).

Bezoek zonder toezicht
Per 1 december 2015 is het in normaal beveiligde penitentiaire inrichtingen zijnde gevangenissen en huizen van bewaring mogelijk om bezoek zonder toezicht te ontvangen.[2 gewijzigde regeling] Hiervoor moet zowel de gedetineerde als de bezoeker een verzoek indienen. Voorheen was bezoek zonder toezicht alleen mogelijk voor langgestraften maar tegenwoordig komen gedetineerden die gedurende een aaneengesloten periode van zes maanden in een normale beveiligde inrichting verblijven hiervoor in aanmerking. De reden hiervoor is onder andere dat er een mogelijkheid wordt gegeven om ongestoord en persoonlijk contact te hebben met eventueel de gelegenheid tot seksueel contact. In het landelijk vastgelegde Model Huisregels penitentiaire inrichtingen verbindt hier de volgende voorwaarden aan:

U kunt ten hoogste één keer per maand bezoek zonder toezicht ontvangen indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden:
a. u verblijft gedurende een aaneengesloten periode van zes maanden in één of meerdere normaal beveiligde penitentiaire inrichtingen zijnde gevangenis of huis van bewaring;
b. het bezoek draagt, naar het oordeel van de directeur, redelijkerwijs bij tot het behoud of het versterken van de banden tussen u en het beoogde bezoek, en is van belang voor de terugkeer van u in de samenleving;
c. de band tussen u en het beoogde bezoek is naar het oordeel van de directeur hecht en duurzaam;
d. de belangen van de opsporing en vervolging van strafbare feiten verzetten zich niet tegen het beoogde bezoek.

Bezoek zonder toezicht is geen recht van de gedetineerde. In de Pbw is dit recht niet vastgelegd.
Een directeur dient echter een verzoek tot bezoek zonder toezicht wel in behandeling te nemen en daarop beslissen. Conform jurisprudentie dient een directeur een concreet op verzoeker toegesneden beslissing met betrekking tot bezoek zonder toezicht te nemen. Deze beslissing is beklagwaardig. De RSJ oordeelde op 16 augustus 2016 dat er geen sprake was van een individuele belangenafweging, nu een verzoek tot bezoek zonder toezicht was afgewezen omdat geen samenlevingscontract, geregistreerd partnerschap of huwelijksakte kon worden overgelegd. Volgens de RSJ kan voornoemde hechte en duurzame band namelijk ook vastgesteld kan worden zonder dat een samenlevingscontract, geregistreerd partnerschap of huwelijksakte wordt overgelegd. [3] In haar uitspraak van 12 juli 2016 oordeelde de RSJ dat ook bij intrekking van een toegezegd extra bezoek zonder toezicht in redelijkheid van de directeur kan worden verlangd dat hij voorafgaand aan intrekking een gemotiveerde, kenbare en achteraf toetsbare dus schriftelijke belangenafweging maakt. Anders is de beslissing onvoldoende gemotiveerd en kennelijk onredelijk. [4]

In zijn beslissing van 15 juli 2016 met kenmerk 16/0484/GA oordeelde de RSJ als volgt: “ Dat klager zou zijn toegestaan BZT aan te wenden teneinde zijn geestelijk verzorger in beslotenheid te ontmoeten, staat op gespannen voet met het bepaalde in de huisregels daaromtrent. Immers, BZT dient redelijkerwijs bij te dragen aan behoud of het versterken van de banden tussen klager en zijn bezoekster en het dient om een hechte en duurzame relatie te gaan. BZT is niet in het leven geroepen om een geestelijk verzorger zonder toezicht contact te laten onderhouden met gedetineerden.”

In een uitspraak van de RSJ van 14 juli 2016 met kenmerk 16/1163/GA is als volgt geoordeeld: “Klager heeft bij een urinecontrole op 17 juli 2015 positief gescoord op het gebruik van cocaïne, nadat hij op 12 juli 2015 BZT had genoten. In augustus 2015 hebben gedetineerden verklaard dat zij door klager bedreigd worden om drugs in de inrichting in te voeren. Uit het selectieadvies van 15 september 2015 blijkt dat klager op 4 september 2014 en op 25 februari 2015 een disciplinaire straf opgelegd heeft gekregen wegens het bezit van contrabande, waaronder 10 gram hasj. Op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband bezien, kon de directeur klager in redelijkheid verdenken van handel in en invoer van drugs. Gelet hierop kan de beslissing tot afwijzing van klagers verzoek om BZT en de beslissing tot interne overplaatsing van klager niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.”

Het is tevens mogelijk om bezoek zonder toezicht als compensatie toe te passen, voorbeelden hiervan zijn de uitspraken van de RSJ op 16 augustus 2016 met kenmerk 16/1894/GA en op 12 juli 2016 met kenmerk 16/0327/GA.

Onderling gedetineerdenbezoek
Het is mogelijk dat gedetineerden die in verschillende inrichtingen verblijven elkaar willen bezoeken. Een dergelijk bezoek is mogelijk indien beide betrokken inrichtingen hiermee instemmen.[5] Daarbij is het van belang dat het gaat om een hechte relatie met een gedetineerde levenspartner, broer, zuster, ouder of kind, die de gedetineerde als gevolg van zijn gevangenschap op zijn minst drie maanden niet heeft gezien.[6]
Op 31 mei 2015 oordeelde een beklagcommissie van de Commissie van Toezicht omtrent dit onderwerp als volgt:
Klager stelt dat het niet toestaan van onderling gedetineerdenbezoek met zijn levenslang gestrafte vader in strijd is met het recht op family life, zoals vastgelegd artikel 8 EVRM. Het OM weigerde toestemming - desgevraagd door de inrichting - twee keer omdat klager verdacht wordt van het plegen van geweldsdelicten, waarvan één tijdens een geschorst bevel voorlopige hechtenis gepleegd. De beklagcommissie acht de inbreuk op het family life, gelet op het tweede lid van artikel 8 EVRM, in dit geval gerechtvaardigd. Klacht ongegrond. De RSJ heeft de uitspraak in hoger beroep vernietigd en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag. [7]

Weigering en beëindiging van bezoek
De directeur kan bepaalde bezoekers de toegang weigeren voor maximaal twaalf maanden (artikel 38 lid 3 Pbw), indien hij dit noodzakelijk vindt met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid, de voorkoming of opsporing van strafbare feiten of de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokken bij misdrijven. Ontzegging van bezoek voor de volle twaalf maanden is echter slechts aan de orde indien het gaat om een gedetineerde die verdacht wordt van een terroristisch misdrijf; een gedetineerde die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld voor het begaan van een terroristisch misdrijf en een gedetineerde waarbij de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven een weigering voor een zo lang mogelijke termijn vergt.[8]

Tevens kan de directeur bezoek vroegtijdig beëindigen (artikel 38 lid 4 Pbw) en de bezoeker(s) uit de inrichting doen verwijderen (artikel 38 lid 6 Pbw). De directeur kan hier onder andere toe overgaan indien een bezoeker zich misdraagt [9].

Disciplinaire straf “ ontzegging van het bezoek”
Indien de gedetineerde feiten begaat die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting tijdens zijn bezoek kan de directeur een ontzegging van het bezoek opleggen voor ten hoogste vier weken indien het feit plaatsvond in verband met het bezoek van die persoon of personen. Dit gebeurt dan in de vorm van een disciplinaire straf opgelegd aan de gedetineerde die de directeur op basis van artikel 51 lid 1 sub b Pbw kan opleggen. In KC 2011/036 had de directeur klager een disciplinaire straf opgelegd waarbij zijn verloofde twee maanden niet op bezoek mocht komen. Aan die straf had de directeur ten grondslag gelegd dat klager betrokken was geweest bij een incident met betrekking tot invoer van een handelshoeveelheid drugs. De beklagcommissie was van oordeel dat klagers betrokkenheid bij het incident onvoldoende is vastgesteld. Tevens achtte de beklagcommissie in deze zaak de weigering van al het bezoek wegens een gepleegd feit onredelijk en onbillijk.

Gedetineerden in een straf- of afzonderingscel
Gedetineerden die zich in een straf- of afzonderingscel bevinden ontvangen hun bezoek gescheiden van overige gedetineerden en onder toezicht [10]. Zij kunnen in hun recht op het ontvangen van bezoek van persoonlijke relaties slechts worden beperkt, indien het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid dan wel indien het gedrag of de lichamelijke gemoedstoestand van de gedetineerde zulks noodzakelijk maken.

Themaonderzoek Inspectie Veiligheid & Justitie ‘Slechts op bezoek’
In maart 2013 is een themaonderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie gepubliceerd. De Inspectie heeft tien verschillende inrichtingen in de sector gevangeniswezen bezocht en ook gesproken met bezoekers van gedetineerden zoals familieleden, ambtelijke bezoekers en vrijwilligers van niet-justitie gebonden organisaties.

De Inspectie concludeert dat gedetineerden over het algemeen voldoende mogelijkheid hebben om bezoek te ontvangen. Het blijkt echter dat de bezoekdagen en tijden vaak niet aansluiten bij de mogelijkheden van bezoekers. Daarnaast is er niet altijd aandacht voor individuele gedetineerden die zelden tot nooit bezoek krijgen en kan de bezoekersinformatie over bezoek beter. In het onderzoek komt ook het belang naar voren van bezoek voor gedetineerden. De bezoekmomenten zorgen ervoor dat gedetineerden het contact met de buitenwereld niet verliezen. Tevens draagt bezoek bij aan de maatschappelijke re-integratie. Bezoek brengt echter ook risico’s met zich mee, zowel voor de inrichting als voor de maatschappij. Voor de inrichting in de vorm van de binnenkomst van contrabande middels bezoek. Het risico voor de maatschappij ligt in de gevallen dat er sprake kan zijn van persoonsverwisselingen tussen gedetineerden en hun bezoekers.

Er worden in de onderzochte inrichtingen verschillende initiatieven getoond om het contact met de buitenwereld te bevorderen. Zo worden een aantal keer per jaar ouder-kind-dagen (OKD) georganiseerd, wat op grote belangstelling onder gedetineerden kan rekenen. Op deze dagen krijgen ouders de gelegenheid om met hun kinderen tot 16 jaar, te praten, spelen, huiswerk te maken of samen te eten. Voor die activiteiten is meestal 1,5 uur tot 2 uur beschikbaar. Een ander initiatief is de mogelijkheid om contact te onderhouden met vrijwilligers van niet-justitie gebonden organisaties, zoals “Stichting Exodus’’, ‘’Gevangenenzorg Nederland’’ en ‘’Stichting Humanitas ‘’ (p.34). Daarnaast is er nog een initiatief dat de mogelijkheid biedt om contact met familie en vrienden in het buitenland te onderhouden middels “Skype”.

Klik hier om direct naar het themaonderzoek te gaan.


-------------------------------------------------------------------------------------------

[1] Themaonderzoek ‘slechts op bezoek’, Inspectie van Veiligheid en Justitie, maart 2013, p. 19.
[2] Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 5 november 2015, nr. 689569, houdende wijziging van de Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen in verband met aanpassing van de voorwaarden voor het verlenen van bezoek zonder toezicht.
[3] RSJ, 16 augustus 2016, 16/1894/GA
[4] RSJ, 12 juli 2016, 16/0327/GA
[5] De voorwaarden van incidenteel verlof zijn van toepassing op dergelijke bezoeken. (Regeling 'tijdelijk verlaten van de inrichting' van 24 december 1998, nr. 733726/98/DJI, Sa 1999, nr. 4 en gewijzigd bij Regeling van 12 mei 2006, Stcrt.2006, 103).
[6] C. Kelk, Nederlands detentierecht 2008, p. 222.
[7] 31/05/2015 KC 2016/032
[8] artikel 6 van de Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten penitentiaire inrichtingen’.
[9] RSJ 05 december 2012, 12/2609/GA.
[10] artikel 31 Regeling 'straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen' van 15 juni 1999, Sa 1999, nr. 11.