Contact ouder en kind
Wanneer een ouder wordt gedetineerd, wordt hij of zij in beginsel gescheiden van zijn of haar kind(eren). Het aantal kinderen dat in Nederland wordt gescheiden van een gedetineerde vader wordt geschat op 17.873. De Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) meldt daarnaast dat jaarlijks circa 3.000 vrouwen gedetineerd worden, waarvan ongeveer 70 procent moeder is van tenminste één minderjarig kind.[1] In het hiernavolgende wordt een beeld geschetst van relevante wet- en regelgeving, achtergronden, organisaties en projecten met betrekking tot het contact tussen kinderen en hun ouders in detentie.
Nationaal kader
Contactmogelijkheden in geval van gescheiden plaatsing
Volgens artikel 38, eerste lid, van de Penitentiaire Beginselenwet (hierna: Pbw) heeft een gedetineerde minstens één uur per week recht op het ontvangen van bezoek. Kinderen jonger dan twaalf jaar mogen niet zonder begeleiding van een volwassene op bezoek in de inrichting. De directeur mag eenmaal per maand een bezoek zonder toezicht toestaan. Het wetsartikel zegt niet of dit bezoek ook op kinderen ziet. Voor een Extra Beveiligde Inrichting (EBI) geldt een leeftijdsgrens van 16 jaar. Kinderen onder de 16 jaar mogen daar alleen onder begeleiding van een volwassene naar binnen.[2]
Met de zogenoemde kind-check wordt door de casemanager aan de gedetineerde gevraagd of hij of zij de zorg heeft voor minderjarige kinderen. Wanneer dat het geval is, kan hieraan vanuit een PI op verschillende manieren aandacht worden besteed.[3]
Het zogenaamde 'Ouder-Kindbezoek' vindt plaats in een kindvriendelijk ingerichte bezoekruimte. Tijdens dit bezoek worden gedetineerde ouders in de gelegenheid gesteld om activiteiten met hun kinderen te ondernemen.
Gedetineerden en hun kinderen kunnen tevens gebruikmaken van een digitale postservice. Via deze service kunnen kinderen (dagelijks) mailtjes sturen naar de penitentiaire inrichting die vervolgens bij de gedetineerde ouder worden bezorgd.[4]
Voor moeders in detentie zijn er ook mogelijkheden om in het weekend bezoek te ontvangen. Elke penitentiaire inrichting voor vrouwen beschikt in de toekomst over de mogelijkheid tot beveiligde video-communicatie voor (extra) periodiek moeder-kindcontact.[5]
Gedetineerden met kinderen tot negen maanden
In principe verblijven er geen kinderen bij hun ouder in detentie. De huidige praktijk is echter dat kinderen tot negen maanden bij hun moeder in de inrichting mogen verblijven. Daarvoor zijn speciale moeder-kindcellen ingericht. Deze toestemming wordt verleend ongeacht of de moeder het kind zelf voedt. Een beperking van deze mogelijkheid is volgens de Memorie van Toelichting niet te rechtvaardigen. Op grond van artikel 12, achtste lid, van de Pbw komen de kosten van de verzorging van het kind voor rekening van het Rijk, voor zover de gedetineerde niet zelf in die kosten kan voorzien. Bovenstaande heeft ook betrekking op gedetineerden vaders. In het geval van gedetineerde vaders zou gedacht kunnen worden aan de situatie waarin een vader voor detentie al de verzorging van het kind op zich nam. Dit geval lijkt in de praktijk nog niet te zijn voorgekomen.[6]
In de Pbw is geen maximumleeftijd voor plaatsing neergelegd.[7] Bij een kind ouder dan negen maanden bestaat echter het risico dat de detentie schadelijke effecten heeft op de fysieke en verstandelijke ontwikkeling. Daarom is plaatsing in een gesloten setting vanaf die leeftijd in beginsel niet mogelijk. Alleen als er geen andere mogelijkheid tot opvang van het kind is, kan de minister van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 12 van de Pbw inrichtingen of afdelingen aanwijzen waar kinderen onder mogen worden gebracht. Op grond van artikel 5, vierde lid, en artikel 12, tweede en derde lid, van de Pbw, beslist de directeur over de toestemming van de onderbrenging van een kind in de inrichting. Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Pbw kan de directeur over een door hem voorgenomen onderbrenging van een kind in de inrichting of afdeling het advies inwinnen van de Raad voor de Kinderbescherming. De directeur kan volgens artikel 12, vijfde lid, van de Pbw, de toestemming intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in het tweede lid van artikel 12 Pbw of indien de gedetineerde een bepaalde voorwaarde niet nakomt. Indien de directeur een nader onderzoek nodig oordeelt, kan hij de medewerking van de Raad voor de Kinderbescherming inroepen. De directeur is op grond van artikel 12, zesde lid, van de Pbw verplicht de toestemming in te trekken, indien de onderbrenging van het kind in de inrichting in strijd komt met enige op het gezag over het kind betrekking hebbende beslissing. Op grond van artikel 57, eerste lid sub a, van de Pbw, stelt de directeur de gedetineerde in de gelegenheid te worden gehoord alvorens hij beslist omtrent de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen.
De PI in Ter Peel beschikt over een Moeder Met Kindhuis (MMK). Hier kunnen kinderen tot vier jaar bij hun gedetineerde moeder verblijven. Voorwaarde is dat de gedetineerde moeder in aanmerking komt voor plaatsing in een meer open deel van de gevangenis en waarin zij ook periodiek verlof heeft. Het huis staat op het terrein van de PI en beschikt over huiselijke voorzieningen en een speelruimte. De kinderen verblijven overdag in een kinderdagverblijf in de regio.[8]
Internationaal kader
Ten eerste is in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven vastgelegd. Dit betekent dat de overheid een verplichting heeft om een gezins- en familieleven mogelijk te maken. Daarnaast is in artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) neergelegd dat bij alle beslissingen en maatregelen die worden genomen het belang van het kind voorop moet staan. In artikel 9 van het IVRK is vastgelegd dat het kind het recht heeft om niet afgezonderd te worden van zijn ouders, tenzij dat in zijn belang is en de afzondering door een gerechtelijke procedure gebeurt.
Daarnaast staan in niet-bindende, gezaghebbende internationale documenten artikelen waarin is vastgelegd dat een gedetineerde recht heeft op het krijgen van bezoek en het onderhouden van contact met familie. Zo benadrukken bijvoorbeeld de artikelen 37 en 92 van de United Nations Minimum Rules of the Treatment of Prisoners dat de gedetineerde de kans moet krijgen contact te leggen met familie en hen te ontmoeten. Toezicht is alleen aanwezig indien dit noodzakelijk wordt geacht.[9]
Children of Prisoners Europe
Children of Prisoners Europe (ook wel: COPE) is een Europees initiatief dat opkomt voor de belangen van kinderen met een gedetineerde ouder.[10] COPE zet zich met haar netwerk van Europese partners in voor het creëren van bewustzijn omtrent dit onderwerp. Ze leiden rechters, scholen, gevangenenbewaarders en kinderbeschermingsinstanties op over de impact van ouders in detentie op kinderen.
Achtergronden
Problemen in het gezin
Uit onderzoek is gebleken dat als een ouder gedetineerd wordt, er vaak voor detentie al problemen speelden in een gezin. Dit kunnen verwaarlozing en mishandeling zijn, maar ook werkloosheid, armoede en een antisociale omgeving.[11] Tijdens een detentieperiode kunnen andere risicofactoren ontstaan. Als een ouder gedetineerd wordt, ontstaat een gehele nieuwe situatie voor het gezin. Het wegvallen van een ouder kan schadelijk zijn voor het welzijn van het kind. Het kind kan de ouder missen en schaamte- en schuldgevoelens ervaren. Het kind kan sociaal worden uitgesloten door de omgeving, omdat er negatief gereageerd wordt op het feit dat één van de ouders in detentie zit.[12] Deze factoren kunnen leiden tot probleemgedrag bij het kind. Zo vertonen kinderen met een gedetineerde vader vaker en meer probleemgedrag en delinquent gedrag dan kinderen van vaders die niet gedetineerd zijn.[13]
Relatie met recidive
Indien er voor detentie problemen bestonden met de nu gedetineerde ouder, kan de detentie van een ouder ook een positief effect hebben op de rest van het gezin.[14] Het verminderde contact tussen de gedetineerde ouder en het kind kan dus een beschermende factor zijn om het risico op recidive te verkleinen.
De gevolgen van detentie
Hoe groot de gevolgen van een gedetineerde ouder zijn, is mede afhankelijk van de leeftijd van het kind en de relatie met de ouders. Uit onderzoek is gebleken dat oudere kinderen het contact anders ervaren dan jongere kinderen. Oudere kinderen kunnen rust ervaren als de ouder weg is, met name in het geval van een gedetineerde moeder. Jongere kinderen zijn meer afhankelijk van de ouder en zullen de detentieperiode sneller als negatief ervaren.[15] Bovendien kunnen oudere kinderen de situatie realistischer bekijken en zien de fout van hun ouder heel anders dan jongere kinderen.[16]
Ook de contactmogelijkheden en de regels van de inrichting over het contact tussen ouder en kind spelen een rol. Zo kunnen de negatieve gevolgen van een detentieperiode zowel voor de ouder als voor het kind verkleind worden door het goed onderhouden van contact. Er zijn verschillende factoren die de mogelijkheid tot het goed onderhouden van contact kunnen belemmeren. Zo kan het voor kinderen lastig zijn de penitentiaire inrichting te bereiken, bijvoorbeeld omdat ze geen vervoer hebben.[17] Ook de huisregels kunnen een probleem vormen, wat betreft de bezoektijden, de duur van het bezoek en het maximaal aantal bezoekers dat naar binnen mag.[18]
Indien er goed contact is, kan de ouder zijn of haar ouderrol vervullen en de band met het kind onderhouden. Gedetineerden hebben bovendien een positiever toekomstbeeld na hun vrijlating als er contact is geweest met het kind. Het contact met de ouder kan voor het kind bijdragen aan een realistisch beeld van de ouder. Bovendien zal de detentieperiode van de ouder beter verwerkt worden door het kind.[19][20][21]
Afhouden bezoek kinderen door gedetineerden
Er is een groep gedetineerde ouders die niet wil dat hun kind op bezoek komt, omdat ze hun kind wil behoeden voor bijvoorbeeld het fouilleren en de constante aanwezigheid van toezichthouders.[22] Daarnaast schamen ouders zich vaak voor de situatie. Sommige gedetineerde ouders onderhouden daarom liever contact met hun kind via de telefoon en de post.
Organisaties en projecten
Er zijn veel instellingen die proberen bij te dragen aan een goede relatie en een goed contact tussen de gedetineerde ouder en het kind. Veel van deze instellingen werken met projecten. Een aantal van deze projecten zal hieronder kort worden toegelicht.
Project ‘Gezinsbenadering’
In samenwerking met de Hanzehogeschool Groningen startte de PI Leeuwarden en later ook de PI Veenhuizen in 2018 het project Gezinsbenadering. In het kader van de Gezinsbenadering is in beide betrokken PI’s een vadervleugel ingericht. Het project ‘ Gezinsbenadering’ begon in als een pilot waarin de aandacht voor het gezin met een vader in detentie centraal werd gezet en is inmiddels een vast onderdeel van het aanbod binnen DJI. Het doel van de gezinsbenadering is om de schade die kinderen ondervinden doordat hun vader in de gevangenis zit zoveel mogelijk te beperken. Een ander doel is dat gedetineerden niet terugvallen in crimineel gedrag, maar hun vaderrol invullen. En de gezinsbenadering moet de intergenerationele overdracht, waardoor een kind net als de vader het foute pad op gaat, doorbreken. Bij de gezinsbenadering staat altijd het belang van het kind centraal.[23] Om het Nederlandse gevangeniswezen kindvriendelijk(er) te maken is een online kennisbank ontwikkeld met een aanbod van uiteenlopende activiteiten, producten en onderzoek op het gebied van gezinsbenadering. De PI’s kunnen zelf beslissen welke aspecten hiervan ze willen toepassen.
Het project is afgeleid van de Family Interventions Unit (FIU), die in 2010 in de Parc Prison in Wales is geopend. De FIU is een leefomgeving waar vaders kunnen werken aan hun opvoedvaardigheden en kunnen nadenken over hun vaderrol. In Nederland nemen de PI Leeuwarden en de PI Veenhuizen deel aan dit project, in deze twee gevangenissen is een tevens een zogenaamde vadervleugel opgericht; op één afdeling in de gevangenis zijn twaalf cellen gereserveerd voor gemotiveerde vaders die een speciaal dagprogramma aangeboden krijgen met extra aandacht voor hun vaderrol. Daarnaast zijn hier zijn familiekamers ingericht waar kinderen in een goede en ontspannen sfeer hun vader kunnen zien. Zo kunnen er spelletjes worden gespeeld, kan er huiswerk worden gemaakt of kunnen de kinderen met hun vader knuffelen.
Betere Start
'Betere Start' is een erkende gedragsinterventie voor vrouwelijke gedetineerden. Het is (groeps)training in opvoedvaardigheden voor moeders van kinderen van 2 tot en met 10 jaar. Het doel is moeders te trainen om gedragsproblemen bij hun kinderen te voorkomen. Moeders volgen de training tijdens hun detentie en worden na detentie nog een aantal keren thuis door de trainers bezocht. Deze training is effectief gebleken. Uit onderzoek blijkt dat de opvoedvaardigheden zijn verbeterd en gedragsproblemen bij de kinderen door de training met circa 25 procent zijn afgenomen.[24]
Mijn kind en ik
Deze training is gericht op het opbouwen van de band tussen de gedetineerde ouder en het kind. Daarnaast wordt de ouder voorbereid op de ouderrol die hij of zij gaat vervullen na vrijlating. Er wordt samen met gedetineerde gekeken hoe invulling gegeven kan worden aan de rol als gedetineerde ouder.[25]
Exodus
Exodus is in meerdere PI’s in Nederland actief met het Ouders, Kinderen en Detentieprogramma (OKD).[26] In de PI’s waar Exodus actief is, wordt in het kader van dit programma een ouder-kinddag aangeboden. Vrijwilligers van Exodus rijden met de kinderen naar de PI’s voor de kindvriendelijke ouder-kinddag met frisdrank en spelletjes.
In 2010 is een overeenkomst afgesloten met de DJI waarin afspraken zijn vastgelegd tussen Exodus en de PI’s. Eén van de afspraken is dat iedere inrichting ten minste vier keer per jaar een ouder-kinddag moet organiseren. Dit moet buiten de reguliere bezoektijden om, op woensdagmiddag of in het weekend. Exodus raadt echter aan om één keer per maand een ouder-kinddag te organiseren.Ook is afgesproken dat de inrichtingen kindvriendelijke veiligheidsmaatregelen moeten nemen en dat de bezoekersruimten kindvriendelijk moeten worden ingericht. Ten slotte moet een medewerker worden aangesteld die als aanspreekpunt fungeert.
In een paar PI’s vinden Herfstkampen plaats. De kinderen, tussen de acht en vijftien jaar, brengen een aantal dagen door met hun gedetineerde ouder in de PI en slapen samen met de andere kinderen – onder begeleiding van vrijwilligers van Exodus Nederland – op een locatie buiten de PI.[27]
Expertisecentrum K I N D
In november 2018 heeft Exodus in samenwerking met de Avans Hogeschool het expertisecentrum K I N D geopend. Dit is een landelijk informatie-, advies- en trainingscentrum voor kinderen en naaste familie van gedetineerden, waar alle kennis op het gebied van kinderen van gedetineerden samenkomt. Kinderen, maar ook hun naaste familie, vrijwilligers, hulpverleners en andere professionals kunnen hier terecht voor advies en trainingen. Expertisecentrum K I N D geeft periodiek een nieuwsbrief waar je men zich hier voor in kunt schrijven. In deze nieuwsbrief vindt men nieuwsberichten op het gebied van kinderen en gedetineerden.[28] In samenwerking met Augeo heeft expertisecentrum K I N D een infographic ontwikkeld over kinderen met een ouder in detentie. De infographic geeft beknopt informatie over kinderen die opgroeien met een ouder in detentie. De infographic beantwoordt de volgende vragen: wat betekent het als een kind opgroeit met een ouder in de gevangenis? Hoe kunnen zij beter ondersteund worden? Wat zijn beschermende factoren? Welke rol kunnen scholen, hulpverleners en ook gevangenispersoneel daarin spelen?
Humanitas
Een onderdeel van Humanitas is ‘Gezin in Balans’.[29] Zowel tijdens detentie als daarna kan een gezin begeleid worden door een vrijwilliger. Begeleiding kan bijvoorbeeld door een moeder- of vadermaatje. Tijdens detentie kan een moeder of vader bij deze vrijwilliger terecht met vragen over het ouderschap. Bij thuiskomst kan het maatje een begeleidende rol spelen in het terugkeren in de samenleving. Deze begeleiding duurt ongeveer 1 tot 1,5 jaar.[30] Daarnaast worden er ‘ik jij wij trainingen’ gegeven. Deze trainingen zijn speciaal voor moeders en leren hen hoe ze het moederschap het beste kunnen invullen.[31] Ten slotte begeleiden vrijwilligers van Gezin in Balans ook de ouder-kinddagen.
RSJ Advies De buitenwereld naar binnen
Op eigen initiatief bracht de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming een advies uit aan de minister voor Rechtsbescherming over het belang van het betrekken van de buitenwereld bij het proces van resocialisatie en herstel van een gedetineerde. Onder de buitenwereld verstaat de RSJ bijvoorbeeld het sociaal netwerk, vrijwilligers en werkgevers.
De verschillende initiatieven op het gebied van contact tussen ouder en kind zijn volgens de RSJ van groot belang, omdat het de ouder enigszins de mogelijkheid biedt om vanuit een ouderrol en fysiek in contact te staan met het kind, wat tijdens het reguliere bezoek in de bezoekzaal vrijwel niet mogelijk is. Dit komt onder andere door de beperkte duur van en de beveiligingsmaatregelen tijdens het reguliere bezoek.[32]
Toch ziet de RSJ een aantal knelpunten en kansen om de mogelijkheden voor dit contact te verbeteren. Allereerst wat betreft aandacht en zorg voor thuisblijvers. Thuisblijvers zijn afhankelijk van vrijwilligers en de goodwill van de piw’ers of casemanagers voor wat betreft de mate waarin zij betrokken worden bij de detentie van hun partner, kind of ouder. De RSJ constateert bovendien een hiaat voor wat betreft het zicht op eventuele (achterblijvende) kinderen van gedetineerden. Wanneer de gedetineerde geen eerlijk antwoord of geen toestemming geeft, kan aandacht voor de thuisblijvers ten onrechte achterwege blijven en dit kan ten koste gaan van het belang van minderjarige kinderen.
Daarnaast constateert de RSJ dat alhoewel er door PI’s diverse initiatieven worden genomen, het beleid op het gebied van de gezinsbenadering en de aandacht die vanuit de PI’s uitgaat naar de ouder-kind relatie, vrijblijvend is. Hierdoor is er niet in alle PI’s een structureel aanbod voor kinderen van gedetineerde ouders en zijn er grote verschillen tussen de PI’s.
Ook acht de RSJ de digitale mogelijkheden binnen het gevangeniswezen – vooral vanwege veiligheidsrisico’s – erg beperkt. Het gebrek aan toegang tot de digitale wereld vormt volgens de RSJ een extra obstakel voor gedetineerden, terwijl digitale mogelijkheden juist een kans bieden voor gedetineerden om meer en beter in contact te staan met het thuisfront.
Tot slot merkt de RSJ met betrekking tot het kortdurend verlof ten behoeve van het sociale netwerk op dat er een wachtlijst is ontstaan voor de beoordeling van verlofaanvragen door selectiefunctionarissen, aangezien er geen beperking is op het aantal verlofaanvragen dat mag worden ingediend. Daarnaast ontbreekt een kader om deze aanvragen te beoordelen, waardoor het onduidelijk is waar de aanvragen aan dienen te voldoen. DJI werkt daarom volgens de RSJ terecht aan een beleidskader. Ook is het volgens de RSJ van belang na te gaan hoe deze vorm van verlof ook kan worden ingezet voor gedetineerden zonder (positief) sociaal netwerk.
Advies ingesloten vrouwen in beeld
De RSJ pleit in het Advies ingesloten vrouwen in beeld (onder meer) te zorgen voor - niet vrijblijvend - landelijk beleid gericht op de relatie tussen moeders en hun kinderen in de PI’s, JJI’s en tbs-klinieken. De RSJ stelt voor om ook voor vrouwen bijvoorbeeld een moedervleugel te creëren en zogenoemde Herfstkampen of soortgelijke activiteiten voor moeders en hun kinderen te stimuleren. Ook pleit de RSJ voor voldoende begeleiding voor moeders met kinderen in alle inrichtingen.
___________________________________________________
[1] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Vrouwen in Detentie’, dji.nl.
[2] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Bezoek – Algemene bezoekregels’, dji.nl.
[3] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Ouders in detentie’, dji.nl.
[4] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Vrouwen in Detentie’, dji.nl.
[5] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Vrouwen in Detentie’, dji.nl.
[6] Kelk, C. & Boone, M. (2015). Nederlands Detentierecht. Deventer: Kluwer, p. 331.
[7] Kamerstukken II, 24263 nr. 3, 1994-1995.
[8] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Vrouwen in Detentie’, dji.nl.
[9] Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners. First United Nations Congress on the Prevention of Crime and the Treatment of Offenders, 1955: Genève.
[10] ‘What we do’, Childrenofprisoners.eu.
[11] Ezinga, M. & Hissel, S. (2010). Kinderen van gedetineerde moeders. Een studie naar het gedrag en welbevinden van kinderen met een moeder in de gevangenis. Tijdschrift voor de Criminologie, 1, 52, p. 38.
[12] Hissel, S., Bijleveld, C. en Kruttschnitt, C. (2011). The well-being of children of incarcerated mothers: An exploratory study for the Netherlands. European Journal of Criminology, 8, 5, p. 349.
[13] Reef, J. & Nieuwberta, P. (2016). ‘De persoon van de verdachte vader: Gezinsomstandigheden van Nederlandse verdachte vaders’. Sancties 2016/31, p. 204 en 207.
[14] De Smet, J. (2010). ‘Baby’s van gedetineerden. De ouders aan het woord’. Universiteit Gent, p. 7.
[15] Reef, J. & Nieuwberta, P. (2016). ‘De persoon van de verdachte vader: Gezinsomstandigheden van Nederlandse verdachte vaders’. Sancties 2016/31, p. 207.
[16] Ezinga, M. & Hissel, S. (2010). Kinderen van gedetineerde moeders. Een studie naar het gedrag en welbevinden van kinderen met een moeder in de gevangenis. Tijdschrift voor de Criminologie, 1, 52, p. 39.
[17] Uitzending Tros, 1 mei 2012 ‘Je ouders in de lik’. Uitzendinggemist.nl.
[18] De Smet, J. (2010). Baby’s van gedetineerden. De ouders aan het woord. Universiteit Gent, p. 14.
[19] Furniere, T. (2010). Vaders in detentie, ook een straf voor het kind?. De Hogeschool West-Vlaanderen, p. 48. en Reef, J. & Nieuwberta, P. (2016). ‘De persoon van de verdachte vader: Gezinsomstandigheden van Nederlandse verdachte vaders’. Sancties 2016/31, p. 207.
[20] Uitzending Tros, 1 mei 2012 ‘Je ouders in de lik’, Uitzendinggemist.nl.
[21] Dienst Justitiële Instellingen, ‘Aandacht voor vaders in detentie’, Djizien.dji.nl.
[22] De Smet, J. (2010). Baby’s van gedetineerden. De ouders aan het woord. Universiteit Gent, p. 15.
[23] Dienst Justitiële Instellingen, ‘Gezinsbenadering’, dji.nl.
[24] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Moeders in Detentie’, dji.nl.
[25] Exodus, ‘Training ‘Mijn Kind en ik’’, Exodus.nl.
[26] Exodus, ‘Ouders-, Kinderen en Detentieprogramma (OKD)’, Exodus.nl.
[27] Exodus, ‘Projecten’, Exodus.nl.
[28] Dienst Justitiële Inrichtingen, ‘Ouders in detentie’, dji.nl.
[29] ‘Humanitas Gezin in Balans’, Humanitas.nl.
[30] ‘Humanitas Gezin in Balans’, Humanitas.nl.
[31] ‘Humanitas Gezin in Balans’, Humanitas.nl.
[32] RSJ, ‘Advies De buitenwereld naar binnen’, 20 juni 2024.