Koppelingen

Sla inhoud over

KC 2008/011

Datum uitspraak:
22/03/2007
Artikel:
50 Pbw, 51 Pbw
Samenvatting:
Klager beklaagt zich over een disciplinaire straf inhoudende twee dagen opsluiting in een strafcel. Straf naar aanleiding van betreden cel medegedetineerde en roken op cel van medegedetineerde. Dit is in strijd met in de inrichting geldende regels. Klager heeft niet direct gehoor gegeven aan aanwijzingen van het personeel om de kamer te verlaten en de sigaret te doven. Beslissing niet in strijd met wet- en regelgeving dan wel onredelijk en onbillijk. Klacht ongegrond.
Uitspraak:

DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ […] TE […]

De alleensprekende beklagrechter heeft kennis genomen van het op 6 februari 2007 bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:

[…], verder te noemen klager.

Het klaagschrift, gedateerd 23 januari 2007, is gericht tegen de beslissing van de directeur d.d. 23 januari 2007.

De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen.

De klacht is behandeld ter zitting van 22 maart 2007 in het bijzijn van klager en de afdelingshoofden […] en […]

De feiten
Klager heef top 23 januari 2007 een disciplinaire straf opgelegd gekregen inhoudende 2 dagen opsluiting in een strafcel.

Beslissing van de directeur
Op 23 januari 2007 is aan klager een disciplinaire straf opgelegd van 2 dagen opsluiting in een strafcel. Deze beslissing is genomen op grond van de overweging dat klager ondanks herhaaldelijke waarschuwingen een opdracht van het personeel heeft geweigerd. Klager bevond zich op een cel die niet de zijne was, hij was op de hoogte dat dit niet is toegestaan maar hij is daar wel gaan roken. Ook dit is niet toegestaan, de enige plek waar gerookt mag worden is op eigen cel en buiten tijdens het luchten. Omdat klager meerdere keren is gevraagd om de cel te verlaten en dat hij rookte op een plek waar dit niet is toegestaan, is aan klager deze sanctie opgelegd. Klager heeft aangegeven dat hij de sanctie niet terecht vindt want hij had zeker de cel verlaten bij het aanspreken door het personeel. Dit is een teken dat klager wist waar hij mee bezig was en een zekere afweging heeft gemaakt bij het niet opvolgen van de opdracht van het personeel. Dit wordt klager zeer kwalijk genomen. Klager mag ervan uit gaan dat als hij de volgende keer weer zo’n afweging maakt, daar gepast op gereageerd zal worden.

Standpunt klager
Klager geeft aan dat hij in de isolatiecel moest omdat hij in een andere cel was geweest. Hij had van de bewaarder 2 tellen gekregen om de kamer te verlaten. Dat is veel te kort. Klager geeft aan dat hij pas kort in […] verbleef en nog niet alle regels kende. Het is hem niet gezegd dat hij de isoleercel in kon gaan als hij bij iemand anders op cel komt. Er is wel gezegd dat hij een kamerarrest als sanctie kon krijgen. Klager is van mening dat de straf veel te zwaar is. Hij is niet meerdere malen gewaarschuwd. De bewaker gaf hem 2 seconden en hij kon zijn sigaret niet eens uitdoen. Het is onjuist dat klager eerst zijn sigaret wilde oproken. Klager vindt dat hij te weinig tijd heeft gekregen om gevolg te geven aan het verzoek van de bewaarder.

Standpunt directie
Klager heeft een rapport gekregen voor het zich op een cel begeven welke niet de zijne was. Het op cel gaan bij een ander is hier niet toegestaan en dient daarom gerapporteerd te worden bij een constatering. Verder was hij op die kamer aan het roken en ook dit is volgens de regels niet toegestaan. Hij geeft in zijn klacht aan op de hoogte te zijn van deze regel. Hierom en omdat hij meerdere malen is gewaarschuwd met betrekking tot deze regel is er besloten hem een sanctie op te leggen. Aangezien het dagprogramma en vierpersoonscellen een kamerarrest bemoeilijken is klager in de isoleercel geplaatst.

Beoordeling
Artikel 50 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) geeft aan dat indien een ambtenaar of medewerker constateert dat een gedetineerde betrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming en hij voornemens is daarover aan de directeur schriftelijk verslag te doen, deelt hij dit de gedetineerde mede. Op grond van artikel 51 Pbw kan de directeur wegens het begaan van feiten zoals bedoeld in artikel 50 Pbw een disciplinaire straf opleggen van opsluiting in een strafcel dan wel andere verblijfsruimte voor ten hoogste twee weken.

De beklagrechter is van oordeel dat vast is komen te staan dat klager twee in de inrichting geldende regels heeft overtreden, namelijk de regel dat men niet bij anderen op cel mag komen en de regel dat er alleen gerookt mag worden in de eigen cel en tijdens het luchten. Uit het opgemaakte rapport is gebleken dat aan klager is gevraagd of hij van de cel af wilde komen. Klager geeft aan dat hij van de bewaarder te weinig tijd heeft gekregen om gevolg te geven aan dit verzoek. Niet is komen vast te staan dat klager meerdere keren gewaarschuwd is of althans dat hij de waarschuwingen heeft gehoord en begrepen. Ongeacht het feit dat dit niet vast is komen te staan, is de beklagrechter van oordeel dat klager niet snel genoeg gehoor heeft gegeven aan de opdracht van de bewaarder om uit de cel te komen. Daarnaast was klager een sigaret aan het roken op een plek waar dit niet is toegestaan. De beklagrechter is derhalve van oordeel dat de beslissing om klager een disciplinaire straf van 2 dagen opsluiting in een strafcel op te leggen niet in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift en tevens kan niet gezegd worden dat de beslissing onredelijk of onbillijk is geweest.

BESLISSING
De beklagrechter verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door de beklagrechter […], bijgestaan door […], secretaris, op 2007.