Opnieuw zoeken

Sla inhoud over

KC 2022/020

Datum uitspraak:
17/08/2022
Artikel:
2 lid 3 Pbw, 34 Pbw
Samenvatting:
De klacht richt zich tegen het maken van cameraopnames voor een televisieprogramma bij het uitvoeren van celinspecties op de afdeling van klager. De beklagrechter overweegt dat een inspectie van de verblijfsruimte van een gedetineerde een inbreuk vormt op de privacy van deze gedetineerde. Deze inbreuk is gerechtvaardigd op grond van artikel 34 van de Pbw. De betrokken gedetineerden zijn echter niet over het maken van de cameraopnames geïnformeerd, naar zeggen van de directie omdat het een onverwachte celinspectie betrof. De beklagrechter is van oordeel dat informeren ook mogelijk geweest zonder het benoemen van een specifieke datum of tijd. De beklagrechter overweegt bovendien dat uit de door de directeur overgelegde stukken ook niet blijkt dat de gedetineerden achteraf wel deugdelijk zijn geïnformeerd over de opnames. De beklagrechter oordeelt dat de privacy van klager is geschonden. Dat het gezicht van klager niet herkenbaar is beeld zal worden gebracht en zijn persoonlijke spullen niet in beeld zullen komen, doet daar niet aan af. De opnames van de cel inspectie van 24 juni 2022 dienen geen van de in artikel 2 derde lid van de Pbw opgenomen doelen en vormen dus een ongerechtvaardigde beperking op de al beperkte vrijheid die klager heeft. De beklagrechter verklaart de klacht gegrond en kent een tegemoetkoming van € 40,00 toe.
Uitspraak:

UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE VAN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ PENITENTIAIRE INRICHTING NIEUWEGEIN

  1. De procedure

De alleensprekende beklagrechter heeft kennisgenomen van de klacht van:

[…], verder te noemen klager.

De klacht is gericht tegen de omstandigheid dat een cameraploeg op 24 juni 2022 zonder toestemming van klager opnames heeft gemaakt van de inspectie van zijn verblijfsruimte.

Klager wordt in deze klacht bijgestaan door zijn raadsman mr. W.B.O. van Soest.

Opmerking verdient dat ook andere gedetineerden van afdeling G een klaagschrift hebben ingediend met daarin dezelfde klacht. De beklagrechter zal bij de beoordeling van die klachten, deze uitspraak als uitgangspunt nemen.

De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager en zijn raadsman hebben een kopie daarvan ontvangen. De klacht is behandeld op de beklagzitting van 14 juli 2022, in PI Nieuwegein, waarbij aanwezig waren:

  • klager;
  • zijn raadsman;
  • vestigingsdirecteur PI Nieuwegein, mw. […] (plv. vestigingsdirecteur);

De beklagrechter heeft kennisgenomen van de volgende informatie:

  • klacht gedateerd van en door de beklagcommissie ontvangen op 25 juni 2022;
  • het verweerschrift van de directeur van 13 juli 2022;
  • alles wat besproken is op de zitting van 14 juli 2022.

  1. De standpunten in de beklagprocedure

Het standpunt van klager

Namens klager geeft de raadsman aan dat op 24 juni om 07.30 uur klagers celdeur werd geopend en de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid (hierna: LBB) naar binnen kwam. Er werd klager meegedeeld dat zij er waren voor een bijzondere celinspectie. Ze gaven aan dat zij een tip hadden ontvangen dat in klagers cel contrabande aanwezig waren. Klager ontkende het bezit van contrabande. De LBB zei dat klager uit de kleren moest. Eenmaal gevisiteerd, moest klager naar buiten lopen en direct zag klager Ewout Genemans met een cameraploeg op hem gericht staan. Hierop liep klager zijn cel weer in. Klager gaf aan dat hij niet wilde deelnemen aan het televisieprogramma van Ewout Genemans en dat hij geen toestemming had gegeven. De LBB wilde hier niets van weten en gaf aan dat zij toestemming hadden van de directeur. Klager kreeg te horen dat hij verplicht is om hier aan mee te werken. Als klager niet meewerkt dan zou er geweld en een sanctie volgen. Klager moest ook accepteren dat zijn cel kon worden gefilmd waar persoonlijke eigendommen van hem liggen, waaronder foto’s van zijn familie en gerechtelijke stukken. Na de celinspectie moest klager nog wachten in de keuken waar ook een camera op meerdere gedetineerden werd gericht.

De raadsman stelt dat de directie misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie. Zij heeft een forse inbreuk gemaakt op klagers recht op privacy en privéleven. Zij heeft klager niet van tevoren ingelicht dat Ewout Genemans langs zou komen en heeft ook niet tijdens de inval klager de keuze gegeven om de camera’s de toegang te weigeren. Dat klager onherkenbaar wordt gemaakt op de beelden, doet volgens de raadsman niks af aan de inbreuk. Bij derden kan altijd duidelijk worden om wie het in casu gaat. Daarnaast was het filmen van de cel kennelijk nog niet genoeg.

Klager vermoedt bovendien dat het LBB helemaal geen tip had ontvangen over dat hij in het bezit zou zijn van contrabande, maar dat de celinspectie enkel is uitgevoerd ten behoeve van de opnames voor het televisieprogramma.

Het standpunt van de directeur

De directie geeft aan dat DJI regelmatig meedoet aan mediaverzoeken om inzicht te geven in het uitvoeren van deze publieke taak. In dit geval betrof het een aflevering over de werkwijze van Dienst, Vervoer & Ondersteuning (hierna: DV&O), door Ewout Genemans. Hierbij stond de inzet van de LBB centraal. Op 24 juni 2022 zijn er op de G afdeling opnames gemaakt van de LBB. Het inspecteren van ruimtes waar gedetineerden komen, gebeurt gepland en ongepland. Daar kan een aanleiding voor zijn of een reguliere controleronde. De scherpte ten aanzien van contrabande gaat onverminderd door. Daar doet een cameraploeg niets aan af. Wanneer het mogelijk is, worden gedetineerden vooraf geïnformeerd over de opnames. In sommige gevallen is dit niet mogelijk, zoals bij het doen van cel inspecties of bij een ter plekke ontstane situatie. Deze werkwijze komt overeen met hoe bijvoorbeeld documentaires over verkeerspolitie worden gemaakt.

Klager stelt dat zijn privacy is geschonden. Eén van de vaste voorwaarden is dat gedetineerden altijd onherkenbaar en onherleidbaar zijn. Dit heeft onder andere te maken met de zorg voor mogelijke slachtoffers. Persoonlijke spullen van gedetineerden zullen niet in beeld komen. Alvorens de uitzending op televisie komt, zullen de beelden door DJI en het hoofd veiligheid beoordeeld worden. Voor wat betreft de stelling van klager dat sprake is van een PR-stunt, geeft de directie aan dat hier geen sprake van is. Gelet op bovenstaande is klager zijn privacy niet geschonden. Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Ter zitting heeft de directeur nog aangegeven dat het initiatief om te komen tot het verzoek tot het bijwonen van een celinspectie bij DV&O lag en dat PI Nieuwegein enkel de locatie heeft gefaciliteerd. Het hele project werd vanuit DJI begeleid door een communicatiemedewerker van DV&O. Ook gaf de directeur aan dat de gedetineerden ter plekke wel zijn geïnformeerd over de opnames en dat zij onherkenbaar in beeld zouden komen.

  1. De beoordeling

Wat is er gebeurd?

De beklagrechter stelt vast dat er op 24 juni 2022 op de G afdeling opnames zijn gemaakt van de inzet van de LBB bij het uitvoeren van celinspecties. De gedetineerden van de G afdeling zijn voorafgaand niet geïnformeerd over deze opnames. De opnames zijn nog niet uitgezonden. Door de directeur is aangegeven dat de gedetineerden onherkenbaar en onherleidbaar zullen zijn. Ook zullen persoonlijke spullen van gedetineerden niet in beeld komen. Voordat de uitzending op televisie komt zullen de beelden door DJI en het hoofd veiligheid beoordeeld worden.

Beoordeling door de beklagrechter

De beklagrechter overweegt dat de directeur zorg draagt voor een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.[1] Daarnaast volgt uit artikel 2 derde lid van de Pbw dat personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging plaatsvindt van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die welke voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn.

Ook overweegt de beklagrechter dat een inspectie van de verblijfsruimte van een gedetineerde een inbreuk vormt op de privacy van deze gedetineerde. Deze inbreuk is gerechtvaardigd op grond van artikel 34 van de Pbw. De inspectie van 24 juni 2022 betrof niet enkel een inspectie van de verblijfsruimte maar de inspectie werd ook gefilmd door een cameraploeg. Dit filmen vond plaats zonder dat de gedetineerden vooraf om toestemming was gevraagd. De gedetineerden waren hier evenmin over geïnformeerd.

Door de directeur wordt aangegeven dat het in dit geval, omdat het een onverwachte celinspectie betrof, niet mogelijk was om de gedetineerden vooraf te informeren. De beklagrechter volgt deze redenering niet. Het had op de weg van de directeur had gelegen om de gedetineerden van de G-afdeling tijdig te informeren over het maken van opnames tijdens een celinspectie. Dit was ook mogelijk geweest zonder het benoemen van een specifieke datum of tijd. Dat het project begeleid wordt door DV&O ontslaat de directeur niet van deze verantwoordelijkheid. De beklagrechter overweegt bovendien dat uit de door de directeur overgelegde stukken ook niet blijkt dat de gedetineerden achteraf wel deugdelijk zijn geïnformeerd over de opnames.

De beklagrechter is op grond van bovenstaande van oordeel dat de privacy van klager is geschonden.[2] Dat het gezicht van klager niet herkenbaar is beeld zal worden gebracht en zijn persoonlijke spullen niet in beeld zullen komen, doet daar niet aan af. De opnames van de cel inspectie van 24 juni 2022 dienen geen van de in artikel 2 derde lid van de Pbw opgenomen doelen en vormen dus een ongerechtvaardigde beperking op de al beperkte vrijheid die klager heeft.

De beklagrechter zal de klacht daarom gegrond verklaren. Hij heeft echter niet de bevoegdheid om de directeur op te dragen dat de beelden worden vernietigd en/of niet worden uitgezonden.[3]

De beklagrechter kent een tegemoetkoming toe voor het door klager ondervonden nadeel. Dit nadeel bestaat eruit dat de privacy van klager is geschonden. Nog los van de vraag of de beelden al dan niet zullen worden gebruikt voor uitzending op de televisie. De tegemoetkoming wordt vastgesteld op € 40,-

  1. De uitspraak

De beklagcommissie verklaart de klacht gegrond en kent een tegemoetkoming toe van € 40,-.

Deze uitspraak is gedaan op 17 augustus 2022 door dhr. mr. P.F. Emmelot, bijgestaan door mw. mr. L.M. van Bemmelen, secretaris.

Er is door één van de klagers beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk 22/29060/GA

 

[1] Kamerstukken II 1994/95, 24263, nr. 3

[2] Vgl. RSJ 8 oktober 2015, 15/1882/GA

[3] Vgl. artikel 68 Pbw