Opnieuw zoeken

Sla inhoud over

KC 2022/017

Datum uitspraak:
13/07/2022
Artikel:
47 Pbw, 9 RAG
Samenvatting:
Klaagster beklaagt zich over de afwijzende beslissing op het verzoek van klaagster om weer naar de arbeid te kunnen. Ook heeft klager geen wachtgeld ontvangen. De directie stelt dat klaagster conform de huisregels wegens een disciplinaire straf op de wachtlijst is geplaatst voor de arbeid en geen wachtgeld heeft ontvangen. Een gedetineerde kan zich opnieuw inschrijven en wordt dan op de wachtlijst. De beklagrechter overweegt dat er sprake is van een algemene regel. De beklagrechter merkt op dat de huisregels geen helderheid verschaffen of klaagster in aanmerking komt voor wachtgeld. De beklagrechter heeft vastgesteld dat de directeur klaagster niet voor een langere periode heeft uitgesloten van arbeid. Op het moment dat klaagster zich inschrijft voor arbeid komt ze dan op grond van artikel 47 Pbw in samenhang bezien met artikel 9 RAG ook in aanmerking voor wachtgeld. Het beklag wordt gegrond verklaard. Omdat de beklagrechter niet zelf kan vaststellen wanneer klaagster zich heeft ingeschreven voor de arbeid en met ingang van welke datum zij weer aan het werk is gegaan, draagt zij de directeur op dit nader te onderzoeken en klaagster het haar toekomende wachtgeld uit te betalen.
Uitspraak:

BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ DE PENITENTIAIRE INRICHTINGEN ZUID-OOST LOCATIE TER PEEL

Uitspraak van de alleensprekende beklagrechter uit de commissie van toezicht bij de Penitentiaire Inrichtingen Zuid-Oost, locatie Ter Peel te Evertsoord naar aanlei­ding van het indienen van het klaagschrift van:

[…] (registratienummer […])

Klaagster zat in de Penitentiaire Inrichtingen (P.I.) Ter Peel toen zij haar beklag indiende.

ALGEMEEN

De inhoud van de hierna genoemde stukken maakt onderdeel uit van deze uitspraak.

  • Op 20 juni 2022 heeft de alleensprekende beklagrechter de beslissing over de klacht met kenmerk […] aangehouden in afwachting van nader verweer door de directeur. De klacht betreft de afwijzende beslissing op het verzoek om weer naar de arbeid te kunnen.
  • Op 23 juni 2022 heeft de directie van genoemde inrichting aanvullende inlichtingen en opmerkingen gezonden, waarvan de inhoud bij het standpunt van de directie is weergegeven. Deze reactie is ontvangen op 23 juni 2022.
  • Op 27 juni 2022 heeft de raadsman van klaagster, mr. D.A.W. Dekker, advocaat te Almere per e-mailbericht schriftelijk gereageerd op het verweer van de directie. Namens klaagster persisteert hij bij de eerder aangedragen argumenten. Klaagster gaat ermee akkoord dat het beklag schriftelijk wordt afgedaan.


ONDERWERP

De afwijzende beslissing van een medewerker van de afdeling Arbeid op het verzoek van klaagster om weer naar de arbeid te kunnen.

STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN HAAR RAADSMAN

Klaagster heeft verzocht om opnieuw in aanmerking te komen voor arbeid, nadat haar disciplinaire straf was afgerond op 19 oktober 2021 om 14:00 uur. Klaagster heeft mondeling van een personeelslid vernomen dat dit verzoek is afgewezen, omdat zij pas na zes weken in aanmerking zou komen voor arbeid, omdat klaagster was gedegradeerd naar het basisregime. Klaagster is het niet eens met deze beslissing. Zij vindt ook dat zij recht heeft wachtgeld.

STANDPUNT VAN DE DIRECTEUR

Uit onderzoek is gebleken dat klaagster wegens een disciplinaire straf op de wachtlijst is geplaatst voor de arbeid en geen wachtgeld heeft ontvangen. Uit de huisregels[1] blijkt dat gedetineerden die disciplinair zijn gestraft geen loon ontvangen en op de wachtlijst kunnen worden geplaatst. De arbeidsplaats is tijdens de disciplinaire straf overgenomen door een andere gedetineerde, die op de wachtlijst voor arbeid stond. Een gedetineerde kan zich opnieuw inschrijven en wordt dan op de wachtlijst voor arbeid geplaatst, tot er een plaats beschikbaar is. Deze beslissing is redelijk en billijk. Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

BEOORDELING

De beklagrechter heeft in haar uitspraak van 20 juni 2022 reeds besloten dat klaagster in haar beklag wordt ontvangen.

Een gedetineerde heeft per 1 juli 2021 niet meer het recht op deelname aan de in de inrichting beschikbare arbeid. Vanaf de genoemde datum geldt dat de gedetineerde in de gelegenheid kan worden gesteld deel te nemen aan de inrichting beschikbare arbeid (voor zover de duur van de detentie zich daartegen niet verzet). Daarmee kent de wet de directeur een discretionaire bevoegdheid toe. Dit laat onverlet dat indien een gedetineerde aan de directie verzoekt te mogen werken daarover een zorgvuldige beslissing moet worden genomen. Die beslissing is vatbaar voor beklag en kan op zorgvuldigheid (bij afweging van alle in aanmerking komende belangen onredelijk of onbillijk) worden getoetst. Dat geldt temeer nu de per 1 juli 2021 gewijzigde Regeling arbeid gedetineerden (art. 1a) een zorgverplichting van de directeur voor de beschikbaarheid van arbeid inhoudt, terwijl slechts enkele specifieke categorieën gedetineerden daarvan worden uitgesloten.[2]

De zorgverplichting van de directeur voor de beschikbaarheid van arbeid vervalt ten aanzien van een gedetineerde die vanwege zijn gedrag tijdens de arbeid op grond van een besluit van de directeur structureel is uitgesloten van toegang tot arbeid. In het besluit bepaalt de directeur de duur van de uitsluiting.[3]

Uit de opgelegde disciplinaire straf van 14 oktober 2021 blijkt dat deze is opgelegd op basis van artikel 51, eerste lid van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). De beklagrechter stelt vast dat er in dit besluit niets staat vermeld over het niet mogen deelnemen aan arbeid voor een langere periode dan de straf is opgelegd. De zorgplicht van de directeur blijft dan ook gelden.

In artikel 3.2 van de huisregels is vastgesteld dat er geen loon wordt betaald:

  1. a) Wanneer een gedetineerde ten gevolge van een disciplinaire straf of ten gevolge van een maatregel niet in de gelegenheid bent aan de normale werkzaamheden deel te nemen. Aan de gedetineerde wordt ook geen celwerk aangeboden. (…)
  2. d) Gedetineerden die door eigen toedoen niet deel kunnen nemen aan de arbeid kunnen na ommekomst van hun straf of maatregel ná het indienen van een schriftelijk verzoek, op een wachtlijst worden geplaatst voor deelname aan de arbeid.

 

Uit de huisregels[4] blijkt dat een gedetineerde die in het basisprogramma verblijft in aanmerking komt voor arbeid, indien daar ruimte voor is. Een wachttijd van 6 weken, zoals genoemd zou zijn door de medewerker, is dus niet aan de orde. Men hoeft immers niet te wachten tot men weer gepromoveerd is naar het plusregiem.

De beklagrechter overweegt dat er sprake is van een algemene regel: een gedetineerde moet zich opnieuw inschrijven voor de arbeid nadat een disciplinaire straf is opgelegd. Hierna wordt de gedetineerde op de wachtlijst geplaatst.

Vraag is of klaagster wel of niet in aanmerking komt voor wachtgeld. De beklagrechter merkt op dat de huisregels op dit punt niet helder zijn. In bijlage 5 wordt een onderscheid gemaakt. Er is een wachtgeldregeling voor het Huis van Bewaring en voor de gevangenis. Nu staat onder het kopje Huis van Bewaring vermeld:
Wanneer een gedetineerde door een rapport, de arbeid verzuimt, wordt hij op de niet-werkers lijst gezet en dient zich weer opnieuw aan te melden (zonder betaling van wachtgeld). Ook gaan dan alle nieuwe aanmeldingen voor die nog niet op de arbeid zijn geweest en op de wachtlijst staan.

Dit om te voorkomen, dat men zich steeds weer aanmeldt, enkele dagen naar de arbeid komt, om vervolgens weer te stoppen, opnieuw aanmelden etc.

Betrokkene komt na 14 dagen weer in aanmerking voor plaatsing op een werkzaal. Ook wanneer een gedetineerde vrijwillig stopt met werken, geldt vorenstaande. De gedetineerde wordt op de wachtlijst gezet zonder betaling en komt na 14 dagen weer in aanmerking voor plaatsing op de arbeid waarbij voorrang krijgen;

- Eerst degenen die nog niet hebben deelgenomen aan de arbeid, op volgorde van aanmelden;

- Daarna degenen, die door rapport of vrijwillig stoppen van de werkzaal zijn verwijderd, op volgorde van aanmelden.  


Onder het kopje Gevangenis staat het volgende vermeld:

 

In principe bestaat er voor de gevangenis geen wachtlijst, omdat gedetineerden in een gevangenisregiem verplicht zijn deel te nemen aan de arbeid. Echter door gebouwelijke omstandigheden (indeling van afdeling met dubbelcellen), kan het voorkomen, dat er geen werkplekken genoeg zijn op de werkzalen. Hierdoor kan het voorkomen, vooral in de maandag-ochtend-groep, dat gedetineerden tijdelijk op de wachtlijst worden geplaatst. Zodra er dan ergens ruimte is, zal deze z.s.m. worden geplaatst. Gedetineerden uit de gevangenis, zullen dan ook slechts zeer korte tijd op de wachtlijst staan. De eerste dag na inkomst, wordt deze meestal op de wachtlijst geplaatst, omdat zijn inkomst dan pas bekend is via de dag-staat. Wanneer er plaats is, zal hij dan de tweede dag op de werkzaal worden geplaatst.

Gelet op het feit dat klaagster in het Klooster heeft gezeten, en er daar in principe alleen gedetineerden met een gevangenisregiem worden geplaatst, gaat de beklagrechter ervan uit dat klaagster is afgestraft en dus in de gevangenis zit. In dat geval zou dus gelden wat er onder het kopje gevangenis staat. De inhoud van dit stukje klopt echter niet meer na invoering van de Wet Straffen en Beschermen en de Regeling arbeid gedetineerden per 1 juli 2021. Er bestaat sinds deze datum immers geen recht meer op arbeid.

Omdat de huisregels op dit punt in strijd zijn met de wet, wordt voorbijgegaan aan deze bijlage van de huisregels.

De beklagrechter overweegt het volgende:
In artikel 47 Pbw staat:

artikel 1: De gedetineerde kan in de gelegenheid worden gesteld deel te nemen aan de in de inrichting beschikbare arbeid.

artikel 2: De directeur draagt zorg voor de beschikbaarheid van arbeid voor de gedetineerden, voor zover de aard of de duur van de detentie zich daar niet tegen verzet.

artikel 4: Onze Minister stelt regels omtrent de toepassing van het tweede lid en omtrent de samenstelling en de hoogte van het arbeidsloon. De directeur is belast met de vaststelling en uitbetaling van het arbeidsloon.

Uit artikel 9 van de Regeling arbeid gedetineerden[5] blijkt het volgende:
De gedetineerde ontvangt geen financiële vergoeding of tegemoetkoming op grond van deze Regeling:

a. voor zover hij conform de artikelen 23, eerste lid, onder a, b of d24of 51, eerste lid onder a of c, van de wetis uitgesloten van deelname aan de arbeid;

b. de directeur heeft besloten hem vanwege zijn gedrag tijdens arbeid structureel uit te sluiten van arbeid.

De beklagrechter heeft eerder vastgesteld dat de directeur klaagster niet voor een langere periode heeft uitgesloten van arbeid. Op het moment dat klaagster zich inschrijft voor arbeid komt ze dan ook in aanmerking voor wachtgeld. Klaagster krijgt op dit punt gelijk. Het beklag is gegrond.

Omdat de beklagrechter niet zelf kan vaststellen wanneer klaagster zich heeft ingeschreven voor de arbeid en met ingang van welke datum zij weer aan het werk is gegaan, draagt zij de directeur op dit nader te onderzoeken en klaagster het haar toekomende wachtgeld aan klaagster uit te betalen.

BESLISSING
De alleensprekende beklagrechter:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • stelt vast dat klaagster alsnog wachtgeld dient te worden uitbetaald over de periode dat zij stond ingeschreven voor de arbeid tot het moment dat zij weer aan het werk kon;
  • draagt de directeur op dit per omgaande uit te voeren.


Deze uitspraak is gedaan op 13 juli 2022 door de alleensprekende beklagrechter, mr. P. van Blaricum, bijgestaan door de secretaris P. van Kaam-Wolfswinkel.


[1] Artikel 3.2 Huisregels P.I. Ter Peel, versie 1 juli 2021

[2] Staatscourant 10 juni 2021, 28357.

[3] Artikel 2 Regeling arbeid gedetineerden, versie 1 juli 2021

[4] Artikel 2.3.1 Huisregels P.I. Ter Peel, versie 1 juli 2021

[5] Versie 1 juli 2021