Nieuwe uitspraken

  • KC 2026/004

    Klager stond op een container en een medegedetineerde duwde daar tegen aan. Hierdoor viel klager bijna van de container af. Klager zou volgens de directie vervolgens neus aan neus zijn gaan staan met de betrokken medegedetineerde. Ze zouden naar elkaar hebben geschreeuwd en meermaals hard tegen elkaars borstkas hebben geduwd. Volgens klager heeft hij de medegedetineerde enkel één duw gegeven. Klager heeft hiervoor een disciplinaire straf van vijf dagen opsluiting in eigen cel opgelegd gekregen en is gedegradeerd naar het basisprogramma. De beklagrechter acht aannemelijk dat klager de medegedetineerde (in ieder geval) één duw heeft gegeven, nu klager dit ook heeft verklaard. De disciplinaire straf kon daarom worden opgelegd, deze klacht is ongegrond verklaard. Vervolgens is de vraag of er sprake is van fysieke agressief gedrag waardoor klager direct gedegradeerd kon worden. De beklagrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en geeft klager hierin het voordeel van de twijfel. De camerabeelden ontbreken en klager heeft consequent aangegeven dat er slechts een enkele ‘droge’ duw is gegeven. Deze klacht is gegrond verklaard en er is een tegemoetkoming van € 45,00 toegekend.

  • KC 2026/001

    Over een begeleidingsplan kan niet worden geklaagd. Echter is gebleken dat het opgelegde begeleidingsplan omgezet had moeten worden naar een begeleidingsmaatregel. Met het oog op het handhaven van de orde en veiligheid was de beperking van klagers bewegingsvrijheid terecht, omdat er spullen op zijn cel waren aangetroffen die daar niet hoorden. Wel was sprake van een vormfout doordat het begeleidingsplan niet correct is omgezet. De kliniek erkende deze fout en bood een tegemoetkoming van € 25,00 aan, die klager afwees. De commissie betreurt dat klager zich niet heeft opengesteld voor de bemiddelingspoging. De klacht is formeel gegrond verklaard vanwege het vormverzuim met een vergoeding van €7,50. Inhoudelijk is de klacht ongegrond verklaard.

  • KC 2026/003

    Klager klaagt erover dat hij in september 2025 is gefilmd tijdens het opleggen van een disciplinaire straf en bij een celcontrole. Dit gebeurde zonder zijn toestemming. De directie stelt dat klager niet in beeld was bij de disciplinaire straf en geeft aan dat er vooraf geen toestemming is gevraagd aan de gedetineerden voor het filmen. De beklagrechter is van oordeel dat het filmen van klager een onnodige beperking vormt van zijn (toch al beperkte) vrijheid. Hoewel klagers gezicht niet herkenbaar is en de beelden nog niet openbaar zijn, acht de beklagrechter de privacy van klager geschonden. De klacht wordt gegrond verklaard door de beklagrechter en omdat de gevolgen voor klager niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, kent de beklagrechter een tegemoetkoming van €30 toe. De beklagrechter zal de directeur niet opdragen om een nieuwe beslissing te nemen, maar verzoekt de directeur bij de beslissing om wel of niet door te gaan met de opnames, rekening te houden met de overwegingen van de beklagrechter.

  • KC 2025/022

    Klacht 1 gaat om een algehele bezoekontzegging van een week, omdat klager een bezoeker ontving aan wie een bezoekontzegging was opgelegd. De beklagrechter oordeelt dat de Pbw geen mogelijkheid biedt voor een algehele bezoekontzegging als disciplinaire straf. De beklagrechter verklaart deze klacht gegrond. Klacht 2 betreft het ontbreken van sport- en recreatiemogelijkheden op 19 augustus 2025, omdat klager op grond van het bewaardersarrest werd ingesloten. Naar het oordeel van de beklagrechter is niet gebleken dat het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in het geding was waardoor klager bij het aanzeggen van het schriftelijk verslag onverwijld in een afzonderingscel geplaatst zou moeten worden. Ook dit beklag is gegrond verklaard. De beklagrechter kent een tegemoetkoming van €25,- toe.