Sla inhoud over

Internationale wet- en regelgeving: Jeugd

De bijzondere positie van het gedetineerde kind wordt sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw erkend in internationale mensenrechtelijke verdragen en standaarden. Naast de in 1985 door de Verenigde Naties (VN) aangenomen Standard Minimum Rules for the Administration of Juvenile Justice (Beijing Rules), zijn met name het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) uit 1989 en de Rules for the Protection of Juveniles Deprived of Their Liberty (ook wel de Havana Rules) uit 1990 van belang. Om jeugdcriminaliteit te bestrijden heeft de VN richtlijnen opgesteld: De Riyadh Rules voor de preventie van jeugddelinquentie.
De kernbepaling van het internationale recht is artikel 37 IVRK, dat de gevolgen van vrijheidsbeneming voor kinderen onderkent en de noodzaak tot een kindspecifieke, mensenrechtelijke benadering ten aanzien van gedetineerde kinderen onderstreept.

IVRK: uitgangspunt van terughoudendheid
Internationale mensenrechtelijke verdragen dwingen tot de grootst mogelijke terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsbeneming van kinderen. Aanhouding, detentie of gevangenschap mogen alleen worden toegepast als uiterste middel en voor de kortst mogelijke duur (art. 37 aanhef, onder b IVRK). De voorwaarden van artikel 37 aanhef, onder b IVRK impliceren voorts dat de noodzaak tot en duur van vrijheidsbeneming in elk individueel geval zorgvuldig dienen te worden afgewogen, waarbij de belangen van het kind een eerste overweging dienen te vormen (art. 3 lid 1 IVRK).

Uitoefening basisrechten
Verdragsstaten hebben de positieve verplichting te garanderen dat een gedetineerd kind in de eerste plaats zijn basisrechten kan uitoefenen. Zo dient een adequate levensstandaard te worden gewaarborgd, waarbij elk kind de benodigde medische zorg ontvangt, onderwijs kan genieten en contact met zijn familie kan onderhouden (zie expliciet art. 37 aanhef, onder c IVRK)

Recht op bijzondere bescherming
Elk kind heeft recht op bijzondere bescherming. Dit betekent dat het die bescherming moet genieten die noodzakelijk is in het licht van zijn bijzondere positie en kwetsbaarheid als gedetineerd kind. Hierbij dient rekening te worden gehouden met verschillen tussen kinderen op grond van onder meer leeftijd, rijpheid en geslacht. Elk kind moet adequaat worden beschermd tegen foltering of andere vormen van onrechtmatige behandeling (art. 37 aanhef, onder a IVRK), met inbegrip van geweld, (seksueel) misbruik of verwaarlozing door inrichtingspersoneel en medegedetineerden. Lijfstraffen moeten worden verboden; de maatregel van eenzame opsluiting zou niet moeten worden toegepast; en ordemaatregelen en dwang- of controlemiddelen mogen alleen worden gebruikt op grond van de wet en indien noodzakelijk.

Klachtrecht
Een belangrijke rechtswaarborg tegen onrechtmatige of willekeurige behandeling tijdens vrijheidsbeneming is het recht om te klagen. Elk gedetineerd kind dient over een dergelijke mogelijkheid te beschikken en moet in staat worden gesteld deze te gebruiken; in dit verband is van groot belang dat hij volledig is geïnformeerd over zijn rechtspositie en kan beschikken over juridische en andere passende bijstand (art. 37 aanhef, onder d IVRK).

Voorgaande materiële en formele aspecten van de rechtspositie van gedetineerde kinderen kunnen tezamen met tal van andere aspecten, worden afgeleid uit verschillende internationale en regionale mensrechtelijke standaarden, waarvan de Rules for the Protection of Juveniles Deprived of their Liberty van de VN wereldwijd de belangrijkste zijn voor kinderen.[1]

Op 21 april 2016 heeft de Raad van de Europese Unie een richtlijn aangenomen die o.a. voorziet in bijzondere waarborgen voor kinderen gedurende vrijheidsbeneming, met name detentie. Na bekendmaking van de richtlijn in het Publicatieblad van de EU krijgen lidstaten drie jaar de tijd om hun nationale wetgeving om te zetten conform de richtlijn.[2]  

Rechtskracht internationale regelgeving
Het IVRK heeft minder rechtskracht dan bijvoorbeeld het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), ondanks het feit dat het een verdrag met bindende werking is. Uit de jurisprudentie blijkt dat de artikelen 2-12, 16, 19-23, 26-28, 37 en 40 IVRK reeds voor de rechter zijn ingeroepen of ambtshalve zijn toegepast. Het Verdrag wordt dikwijls ambtshalve door de rechter aangehaald. De artikelen 3, 7, 9, 10, en 37 IVRK worden het meest ingeroepen, de overige artikelen komen slechts incidenteel aan de orde. Een beroep op het IVRK wordt in het algemeen door de rechter veelal niet gehonoreerd. Van de artikelen die in de Memorie van Toelichting van de Goedkeuringswet als mogelijk rechtstreeks werkend werden aangemerkt, is aan de artikelen 7 lid 1 (recht op naam, nationaliteit, kennen van en verzorging door ouders), 9 lid 3 (persoonlijke betrekkingen en contact met ouders) en 37 (bescherming tegen foltering, wrede behandeling en bestraffing) IVRK in de jurisprudentie in één of meerdere zaken - impliciet of expliciet - rechtstreekse werking toegekend. De artikelen 3 (belangen van het kind), 23 (gehandicapte kinderen) en 40 lid 1 (kinderstrafrecht, bevorderen van herintegratie) IVRK zijn echter, hoewel zij niet als ‘rechtstreeks werkende’ verdragsbepalingen in de Memorie van Toelichting van de Goedkeuringswet genoemd zijn, eveneens rechtstreeks door een rechter toegepast.[3]

De Beijing Rules en de Havana Rules zijn in tegenstelling tot het IVRK beiden niet bindend. De Riyahd Richtlijnen zijn ook niet bindend maar er gaat wel een grote morele kracht van deze richtlijnen uit.
Daarnaast worden er door Nederland vaak voorbehouden gemaakt op bepaalde artikelen uit een verdrag, zo ook op het IVRK. Een voorbeeld hiervan is artikel 37c waardoor in Nederland minderjarigen bij volwassenen in een cel kunnen worden geplaatst.


_____________________________

[1] Bovenstaande informatie is terug te vinden in het uitgebreide stuk: T. Liefaard, Deprivation of Liberty of Children in Light of International Human Rights Law and Standards (diss. Amsterdam VU), Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia 2008.
[2] Hierbij de link naar het persbericht en de richtlijn.
[3] Meer informatie is hier te vinden: http://wodc.nl/onderzoeksdatabase/doorwerking-vn-verdrag-inzake-de-rechten-van-het-kind-in-de-nederlandse-rechtspraak.aspx