Sla inhoud over

Jurisprudentie


Jurisprudentie beklagcommissie

 

KC 7 oktober 2019, KC 2019/019

De beklagcommissie stelt vast dat op 23 juli 2019 de beslissing is genomen om de a-dwangbehandeling door middel van medicatie bij klaagster voort te zetten. Het beklag richt zich onder meer tegen het feit dat de beslissing onzorgvuldig is geweest nu er geen second opinion is gevraagd. De RSJ heeft onlangs aangegeven dat zij het bij een a-dwangbehandeling als deze in het kader van de zorgvuldigheid wenselijk acht dat bij voorkeur vanaf een tweede en uiterlijk bij een derde verlenging ook een psychiater is betrokken, die zijn oordeel geeft over de noodzaak en toepassing van de a-dwangbehandeling. De beklagcommissie is van oordeel dat dit (kennelijk) een gewijzigd/nieuw standpunt is dat de RSJ heeft ingenomen. Er bestaat echter geen wettelijke verplichting om een onafhankelijk psychiater in te schakelen bij de verlenging/voortzetting van de a-dwangbehandeling. Bovendien zijn er in het geval van klaagster ook meerdere psychiaters betrokken geweest op verschillende momenten. De beklagcommissie is dan ook van oordeel dat de kliniek voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het nemen van de beslissing tot voortzetting van de a-dwangbehandeling. De beklagcommissie stelt dat er wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. De beklagcommissie is van oordeel dat het beklag ongegrond dient te worden verklaard.

KC 9 juli 2018, KC 2018/026
Klager vraagt om zijn dwangbehandeling te stoppen dan wel te wijzigen. Van de behandeling die hij nu ondergaat, medicijnen in de vorm van een injectie (depotmedicatie), heeft hij veel klachten. Klager wil graag een kans om de medicatie in tabletvorm in te nemen. Volgens de directie is het stoppen van medicatie niet haalbaar, omdat het gebruik van anti psychotische medicatie noodzakelijk is om het risico op agressief gedrag te minimaliseren. In samenspraak met klager, de directie en de behandelend psychiater is geprobeerd andere medicatie toe te dienen, de huidige medicatie te verminderen en de medicatie in tabletvorm te geven. Helaas had geen van de alternatieven het gewenste effect. De beklagcommissie overweegt dat de kliniek zeer zorgvuldig met de situatie omgaat. Men blijft steeds met klager in gesprek. Er zijn nu echter geen alternatieven meer beschikbaar die zich ook verhouden met het belang van de handhaving van de veiligheid. De kliniek heeft, het voorgaande in overweging nemende, voldoende gemotiveerd en onderbouwd waarom de toediening van dwangmedicatie noodzakelijk is. De beklagcommissie begrijpt dat het vervelend is voor klager dat hij zich niet goed voelt bij de huidige depotmedicatie en hoopt dat klager en de kliniek met elkaar in gesprek kunnen blijven hierover. De klacht dient echter ongegrond te worden verklaard.


KC 5 januari 2017, KC 2017/003
De beklagcommissie stelt op de eerste plaats vast dat uit de bestreden beslissing tot toepassing van b-dwangbehandeling niet blijkt welke vorm van gevaar zoals neergelegd in artikel 46a van de Pbw in het onderhavige geval door de directeur is aangenomen en aan zijn beslissing is ten grondslag gelegd. Ook neemt de beklagcommissie in aanmerking dat uit het behandelplan noch uit de overige beschikbare stukken blijkt waaruit het agressieve gedrag van klager bestond. Het bestreden besluit lijdt daarmee aan een motiveringsgebrek. Bovendien kan aldus evenmin worden vastgesteld of wellicht het reeds ingezette, minder ingrijpende middel van afzondering in de afzonderingscel niet voldoende was om het gevaar voorlopig af te wenden en dat een beslissing over het al dan niet toepassen van a-dwangbehandeling – welke beslissing met meer procedurele waarborgen voor klager is omkleed – in het onderhavige geval niet kon worden afgewacht. Nu de gevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, komt aan klager een tegemoetkoming toe ter hoogte van € 50,00 euro.


KC 1 november 2016, KC 2017/004
De beklagcommissie komt tot het oordeel dat niet voldaan is aan het gevaarscriterium zoals omschreven in artikel 46a van de Pbw, nu onvoldoende aannemelijk is geworden dat het gevaar bestaat dat klaagster maatschappelijk te gronde gaat of dat het gevaar bestaat dat klaagster een ander van het leven zal beroven of hem ernstig lichamelijk letsel toe zal brengen. De directeur heeft daarom niet kunnen beslissen tot het toepassen van a-dwangbehandeling. De klacht zal gegrond verklaard worden waarbij aan klaagster een tegemoetkoming toekomt van 50,00 euro.


KC 6 oktober 2016, KC 2017/005
Omdat de directeur niet voldaan heeft aan alle in de wet en jurisprudentie gestelde vereisten is de beklagcommissie van oordeel dat de beslissing tot verlenging van de a-dwangbehandeling onvoldoende is gemotiveerd en dientengevolge onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Gelet hierop zal het beklag gegrond worden verklaard. Nu de gevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, komt aan klaagster een tegemoetkoming toe van € 50,00.


KC 5 september 2016, KC 2016/061
Klager beklaagt zich over de weigering tot het geven van een schriftelijke mededeling van de toegediende medicatie op 10 juni 2016. De beklagcommissie overweegt dat de wet niet vereist dat na schriftelijke mededeling van de eerste beslissing tot het toepassen van a-dwangbehandeling met bepaalde medicatie gedurende drie maanden, van elke toediening van die medicatie binnen die drie maanden weer een schriftelijke mededeling wordt verstrekt. De toestemming voor a-dwangbehandeling impliceert dat dwangmedicatie gegeven mag worden conform het behandelplan, mits wel voldoende ruimte open wordt gelaten tot wijziging van medicatie en dosering. In dit geval is in de beslissing opgenomen dat de hoogte en interval van het depot verder zal worden bepaald op geleide van werking en/of eventuele bijwerking. Derhalve mochten medicatie en dosering aan worden gepast zonder dat daar een nieuwe beslissing voor hoeft te worden genomen. Het uitreiken van een nieuwe schriftelijke mededeling bij wijziging van medicatie en/of dosering, is derhalve geen wettelijk bepaald recht. De beklagcommissie is van oordeel dat geen sprake is van schending van enig recht van klager, waardoor geen sprake is van een beslissing in de zin van artikel 56 Bvt. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in zijn beklag. Er is beroep tegen deze uitspraak ingesteld. Dit is ongegrond verklaard.


KC 18 mei 2015, KC 2015/014
Het hoofd van de kliniek heeft ten aanzien van klaagster besloten tot de toepassing van b-dwangbehandeling ex artikel 16b Bvt. In het kader van deze b-dwangbehandeling is er feitelijk op verschillende data onvrijwillig medicatie aan klaagster toegediend. De middelen die zijn ingezet waren voorafgaand aan de behandeling in het behandelingsplan opgenomen. De toediening werd steeds volstrekt noodzakelijk geacht door de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater. Voorafgaand aan iedere toediening is er overleg geweest tussen deze psychiater, een arts, het afdelingshoofd en het hoofd van de kliniek. Anders dan klaagsters raadsman is de beklagcommissie van oordeel dat de geneeskundige behandeling ex artikel 26 Bvt in casu geen alternatief is. De beklagcommissie is van oordeel dat het gevaar in dit geval niet op andere wijze dan middels de b-dwangbehandeling kon worden afgewend. Aan de vereisten van de wet, alsmede aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid is voldaan en de klacht wordt derhalve ongegrond verklaard.


Jurisprudentie beroepscommissie

 

RSJ 5 maart 2021, 20/16378/TA

Het hoofd van de instelling heeft de beslissing om klager te verplichten tot het ondergaan van een a dwangbehandeling gebaseerd op de verklaringen van de behandelend psychiater van klager en van een psychiater die meer dan een jaar niet bij de behandeling van klager betrokken is geweest, maar hem kort tevoren heeft bezocht. Het hoofd van de instelling heeft deze verklaringen overgelegd. De verklaringen voldoen aan de vereisten van artikel 16c, tweede lid, van de Bvt. De enkele omstandigheid dat de second opinion zonder medewerking van klager tot stand is gekomen, kan niet leiden tot een ander oordeel en geeft geen aanleiding klager nogmaals in de gelegenheid te stellen een psychiater te spreken met het oog op een second opinion in het kader van de beslissing tot het starten van de a-dwangbehandeling. De beroepscommissie ziet evenmin aanleiding de behandeling van het beroep tegen de start van de a-dwangbehandeling aan te houden in afwachting van het uitbrengen van de second opinion die in het kader van de voortzetting van de a-dwangbehandeling op kortere termijn is te verwachten, nu die second opinion geen betrekking heeft op de situatie ten tijde van de beslissing tot het starten van de a-dwangbehandeling.. Het verzoek om aanhouding wordt daarom afgewezen. Beroep ongegrond.

RSJ 11 juni 2020, R-20/5964/TA

Hoofd van instelling heeft kunnen oordelen dat voortzetting a-dwangbehandeling noodzakelijk was. Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het aanbevelingswaardig dat bij langlopende dwangtrajecten  telkens om de zes maanden de noodzaak en toepassing van dwangbehandeling door een onafhankelijk psychiater wordt getoetst. Bij toekomstige verlengingsberoepen maakt second opinion onderdeel uit van de beoordeling. Beroep ongegrond.

RSJ 6 december 2019, R-19/4478/GA

Voldoende aannemelijk dat vóór nemen van bestreden beslissing het vereiste overleg met hoofd van de afdeling heeft plaatsgevonden. Sprake van dreiging van onmiddellijk of acuut gevaar binnen de inrichting vanuit klagers psychische stoornis. Geneeskundige behandeling was volstrekt noodzakelijk om dit gevaar af te wenden. Beroep directeur gegrond.

 

RSJ 28 augustus 2019, R-19/3442/TA en R-19/3445/TA

Voortzetting a-dwangbehandeling niet onredelijk. De beroepscommissie is van oordeel dat het hoofd van de instelling, gezien de eerder gemaakte keuze om ten aanzien van klaagster een a-dwangbehandelingstraject met medicatie in te zetten en gezien de omstandigheden als hierboven vermeld, in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat het noodzakelijk was om de eerder ten aanzien van klaagster ingezette a-dwangbehandeling voort te zetten. Immers, op grond van de stukken is aannemelijk dat, als de a-dwangbehandeling wordt gestaakt, het ten tijde van de bestreden beslissing bereikte teniet zal worden gedaan en geen enkele vorm van behandeling zal kunnen plaatsvinden en een langdurig verblijf in (een) tbs-instelling(en) dreigt. Beroep ongegrond. De beroepscommissie acht het bij een a dwangbehandeling als deze in het kader van de zorgvuldigheid wenselijk dat bij voorkeur vanaf een tweede en uiterlijk bij een derde verlenging tevens een psychiater - die gedurende minimaal een jaar niet bij de behandeling is betrokken - zijn oordeel geeft over de noodzaak en toepassing van de a dwangbehandeling en dat bij elke volgende verlenging opnieuw een dergelijk onafhankelijk oordeel wordt ingewonnen.

RSJ 6 november 2018, 18/0352/GA
In het onderhavige geval wordt de medicatie niet middels een injectie toegediend, zolang klager zijn medicatie vrijwillig blijft innemen. Klager verbleef op de BPG-afdeling geruime tijd in de afzondering op driemansbenadering en heeft in het boeienregime verbleven nadat hij na binnenkomst de directeur heeft aangevallen en een medewerker een gebroken kaak heeft geslagen. Er zijn geen alternatieven voor de noodzakelijke behandeling met een antipsychoticum. Separatie is geen adequaat alternatief. Klager weigert de inname hiervan.  Beroep ongegrond.


RSJ 26 oktober 2018, R-872
Gelet op klaagsters voorgeschiedenis alsmede de verklaringen van de psychiaters over klaagsters stoornis en haar daaruit voortvloeiende gedrag en opstelling, kon naar het oordeel van de beroepscommissie in redelijkheid de inschatting worden gemaakt dat er bij het laten voortduren van de situatie geen enkel perspectief bestond op behandeling, laat staan resocialisatie, met als gevolg dat een zeer langdurig verblijf in een tbs-inrichting dreigt. Daarmee is naar het oordeel van de beroepscommissie sprake van het gevaar van maatschappelijke teloorgang. Onder deze omstandigheden acht de beroepscommissie het aannemelijk dat zonder een medicamenteuze behandeling genoemd gevaar dat de stoornis van de geestvermogens klaagster voor zichzelf doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. Beroep ongegrond.


RSJ 26 oktober 2018, R-757
Met klager is meermaals gesproken over nut en noodzaak van het adequaat gebruik van antipsychotische medicatie, maar weigert die (thans) in te nemen. De beroepscommissie acht dan ook voldoende aannemelijk geworden dat de gekozen dwangbehandeling resultaat aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid voldoet. Hoewel uitsluitend is geconcludeerd dat een behandeling met (dwang)medicatie is aangewezen en daarbij niet expliciet onderscheid is gemaakt tussen een a-dwangbehandeling resultaat en een b-dwangbehandeling resultaat, volgt de beroepscommissie de directeur in de gekozen a-dwangbehandeling resultaat, nu de gekozen termijn voor het bestaan van het gevaar naar het oordeel van de beroepscommissie voldoende is onderbouwd. Beroep ongegrond.


RSJ 15 oktober 2018, R-704
De beroepscommissie acht aannemelijk geworden dat gevaar bestaat voor klager voor een honger- en dorststaking en het staken van het slikken van benodigde somatische medicatie indien de antipsychotica wordt gestaakt. Dit gevaar komt voort uit een psychotische stoornis en kan niet binnen een redelijke termijn worden weggenomen. Sinds de start van de a-dwangbehandeling is er sprake van verbetering in klagers toestandsbeeld. Klager heeft desondanks geen ziektebesef en -inzicht. Hij meent dat hij geen last heeft van een psychotische stoornis en slikt de medicatie liever niet. Gelet daarop is aannemelijk geworden dat klager zich zonder dwangbehandeling niet zal houden aan het medicamenteus beleid met als gevolg dat het toestandsbeeld van klager zal verslechteren. Beroep ongegrond.


RSJ 14 november 2016, 16/3795/STA
Verklaring noodzakelijkheid b-dwangbehandeling is niet door psychiater ondertekend. Naar voorlopig oordeel van voorzitter is sprake van zo ernstig gebrek bij totstandkoming van beslissing dat dit een schorsing rechtvaardigt. Wijst verzoek toe. 


RSJ 4 november 2016, 16/2857/GA
Klager is voor toediening dwangmedicatie op basis van ordemaatregel overgebracht naar PPC en na twee dagen retour naar EBI. Voor plaatsing in PPC is beslissing selectiefunctionaris nodig. Handelwijze directeur in strijd met wet. Geen behandelplan. Beroep gegrond, tegemoetkoming €50,=.


RSJ 31 oktober 2016, 16/2220/TA
Klager neemt medicatie zelf in, maar gelet op omstandigheden in dit geval sprake van dwang. Concreet gevaar niet aangegeven en onvoldoende gemotiveerd hoe gedurende een jaar sprake zou kunnen zijn van acuut gevaar. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 50,=. Ten overvloede overweging m.b.t. mogelijkheid a-dwang-behandeling.


RSJ 11 oktober 2016, 16/2458/GA
Tweede psychiatrische verklaring niet afkomstig van een onafhankelijk psychiater, zoals de wetgever dat heeft bedoeld. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 17,=.


RSJ 6 oktober 2016, 16/2253/GA en 16/2643/GA
Gelet op wettelijke procedurele waarborgen geen terugwerkende kracht aan toepassing a-dwangbehandeling mogelijk. Beroep in zoverre gegrond. Geen tegemoetkoming. Nieuwe beslissing voldoet aan eisen van doelmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Beroep ongegrond.


RSJ 23 september 2016, 16/1973/GA
Klager veroorzaakte gevaar voor anderen, maar niet gebleken dat sprake was van zodanig acuut gevaar dat moest worden beslist tot b-dwangbehandeling. Beroep gegrond, tegemoetkoming €50. Grondslag aan beslissing cameratoezicht komen te ontvallen. Beroep in zoverre gegrond, tegemoetkoming €10. Beslissing ordemaatregel gezien het gevaar niet onredelijk. Beroep in zoverre ongegrond.


RSJ 9 september 2016, 16/2298/GA
A-dwangbehandeling. Gevaar voor verwaarlozing op moment beslissing reeds afgewend. Gevaar voor anderen niet zodanig dat niet anders kon worden beslist dan tot a-dwangbehandeling. Overige gevaren niet onderbouwd. Niet voldaan aan gevaarscriterium. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 9 september 2016, 16/2131/GA
A-dwangbehandeling. Niet kan worden vastgesteld dat toediening antipsychotica doelmatig is. Gevaar voor anderen niet gebleken. Gevaar voor zichzelf niet zodanig dat niet anders kon worden beslist dan tot a-dwangbehandeling. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 26 augustus 2016, 16/0463/GA
Klager heeft geen toestemming gegeven voor verstrekking van zijn behandelplan aan de beroepscommissie. Uit adviezen van behandelend en niet behandelend psychiater aannemelijk geworden dat klager psychiatrische stoornis heeft en gevaar veroorzaakt zonder geneeskundige behandeling. Aan wettelijke eisen voldaan. Beroep ongegrond.


RSJ 10 augustus 2016, 16/2179/GA
Uit de stukken van de niet bij de behandeling betrokken psychiater blijkt niet dat deze heeft geadviseerd tot toepassing van a-dwangbehandeling. Onvoldoende gebleken van een zorgvuldige voorbereiding. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 29 juli 2016, 16/0355/GA
Nu klager toestemming weigert te geven voor afgifte van het behandelplan aan de beroepscommissie maar uit de overige in het geding gebrachte stukken voldoende kan worden vastgesteld dat is voldaan aan de vereisten voor toepassing van dwangmedicatie, hoeft het ontbreken van het behandelplan niet tot een gegrondverklaring te leiden. Voldoende aanleiding om over te gaan tot dwangmedicatie. Beroep daarom ongegrond. De beroepscommissie merkt nog op dat het wenselijk is dat de tweede beoordelend psychiater niet werkzaam is in het PPC waar de gedetineerde verblijft.


RSJ 20 juni 2016, 16/1331/GA
Als uiterste middel kan a-dwangbehandeling toegepast worden ter afwending van gevaar. Het risico dat klager een zwervend bestaan zal gaan leiden en opnieuw diefstal kan plegen, vormt in ieder geval niet het in de wet bedoelde gevaar. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 18 april 2016, 15/4316/GA
Directeur heeft geen (uittreksel van het) behandelplan overgelegd. Ook uit de overige stukken kan niet worden vastgesteld dat de bestreden beslissing tot toepassing van a-dwangbehandeling haar grondslag vindt in het behandelplan. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 25,=.


RSJ 11 april 2016, 15/3833/GA
Voor stelling van psychiater dat de mogelijkheid bestaat dat het gevaar niet binnen redelijke termijn kan worden afgewend worden onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd. Ook onjuiste maatstaf gehanteerd. Enkele mogelijkheid dat zich een gevaar voordoet is onvoldoende. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 31 maart 2016, 16/0323/GA
A-dwangbehandeling. Geen (uittreksel) behandelplan overgelegd en uit overige stukken blijkt niet dat in behandelplan is voorzien in mogelijkheid a-dwangbehandeling. Niet kan worden vastgesteld dat beslissing grondslag vindt in behandelplan. Geen verklaring onafhankelijk psychiater overgelegd. Beroep gegrond. Geen tegemoetkoming. 


RSJ 21 maart 2016, 16/0413/TA
A-dwangbehandeling met electroconvulsietherapie (ECT), een in psychiatrie geaccepteerd behandelingsperspectief ook bij therapieresistente psychosen, niet onredelijk. Is ultimum remedium. Risico ECT afgewogen tegen risico niet-behandelen. Voldaan aan eisen proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Beroep ongegrond, suggestie eerst overleg met familie voor meer commitment.


RSJ 25 februari 2016, 15/4143/GA
De beoogd behandelend psychiater van klager kon ten tijde van het opstellen van zijn verklaring niet worden aangemerkt als dé behandelend psychiater van klager als bedoeld in artikel 46e, tweede lid, van de Pbw. Deze heeft een verklaring opgesteld zonder klager, die werd overgeplaatst, gesproken te hebben. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 25 februari 2016, 15/3782/GA
Directeur heeft de betrokken personen niet drie dagen voorafgaand aan de definitieve beslissing in kennis gesteld van de voorgenomen beslissing tot a-dwangbehandeling. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 5 februari 2016, 15/3735/GA
Advies aan directeur van behandelend psychiater kan niet gezien worden als het uittreksel behandelplan. In dat advies is bovendien onvoldoende informatie opgenomen voor een goede beoordeling van de beslissing tot a-dwangbehandeling. Nogmaals aanbeveling om adviesaanvraag aan tweede psychiater buiten PPC te doen teneinde schijn van vooringenomenheid te voorkomen. Beroep gegrond, tegemoetkoming €50,=.


RSJ 15 januari 2016, 15/3370/GA
Niet voldaan aan de vereisten voor het toepassen van een a-dwangbehandeling. De enkele mogelijkheid dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen is onvoldoende. Aannemelijk dient te zijn dat zonder de geneeskundige behandeling voornoemd gevaar niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. Dit is niet aannemelijk geworden. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 25,=.


RSJ 3 december 2015, 15/2711/GA
Behandeling met antipsychotica is aangewezen om klagers psychose te behandelen; behandeling met Lorazepam volstaat niet. Beslissing tot toepassing van a-dwangbehandeling voor de duur van drie maanden niet onredelijk of onbillijk. Beroep ongegrond.


RSJ, 15/1486/GA
18 december 2015, eindbeslissing
Behandelplan noch andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat in behandelplan is voorzien in mogelijkheid dwangbehandeling. Niet vast te stellen of beslissing dwangbehandeling grondslag vindt in behandelplan. Derhalve staat niet vast dat beslissing voldoet aan wet. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 50,=.


24 september 2015, tussenbeslissing
Sprake van verlengingsbeslissing nu beslissing a-dwangbehandeling is genomen binnen 6 maanden na beëindiging van de in de p.i. voortgezette, in andere inrichting aangevangen, a-dwangbehandeling. Geen rechtstreeks beroep mogelijk, maar wegens proceseconomische redenen zal beroepscommissie zaak inhoudelijk behandelen. Verstrekking van (onderdelen van) behandelplan kan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van klager. Beroep aangehouden. Directeur in gelegenheid gesteld noodzakelijke (onderdelen van) behandelplan over te leggen.


RSJ 20 juli 2015, 15/1407/GA
Niet voldaan aan vereisten van wet wat betreft de aannemelijkheid dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen en het vereiste causaal verband tussen gevaar en stoornis van de geestvermogens. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 10 juli 2015, 15/1333/TA
Beslissing a-dwangbehandeling 6 maanden na stoppen eerdere behandeling. Eerdere advisering door tweede psychiater betekent niet dat deze bij behandeling betrokken is. In periode zonder medicatie sprake van psychotisch afglijden. Aannemelijk dat gevaar voortkomende uit stoornis, zonder behandeling, niet binnen redelijke termijn kan worden weggenomen. Beroep ongegrond.


RSJ 15 juni 2015, 15/0578/GA
Overgelegd behandelplan bevat niet alle informatie als opgesomd in uitspraak 13/3550/GA (tussenbeslissing). In behandelplan ontbrekende informatie blijkt wel uit overige stukken en dat wordt in dit geval voldoende geacht. A-dwangbehandeling niet onredelijk of onbillijk. Beroep ongegrond.


RSJ 29 mei 2015, 15/0484/TA
Geen belemmering als tweede niet bij de behandeling betrokken psychiater werkzaam is bij dezelfde inrichting als de behandelend psychiater. A-dwangbehandeling is laatste mogelijkheid om de zeer lang bestaande behandelimpasse te doorbreken. Beroep ongegrond.


RSJ 29 mei 2015, 14/4735/TA
Externe psychiater niet bevooroordeeld enkel omdat hij eerder dwangtraject heeft geadviseerd. Zonder medicatie geen perspectief op behandeling terwijl gevaar hoog blijft. Inmiddels verbetering toestandsbeeld en vrijwillige inname medicatie; onderzocht wordt of dit schijnaanpassing of bestendige positieve ontwikkeling betreft. Beroep ongegrond.


RSJ 23 april 2015, 15/0405/GA
Beroepscommissie heeft onherroepelijk beslist over a-dwangbehandeling en duur daarvan. Klager kan niet opnieuw beroep instellen ook niet nu a-dwangbehandeling in ander PPC is voortgezet. Dit is slechts anders indien sprake is van nieuwe feiten, maar daarvan is hier geen sprake. Niet- ontvankelijk in beroep.


RSJ 22 december 2014, 14/3461/GA
Behandelplan is niet actueel en op essentiële punten niet ingevuld. Voorts blijkt uit het verslag van het psychiatrisch vervolgconsult van de onafhankelijk psychiater onvoldoende dat (ook) de onafhankelijk psychiater een a-dwangbehandeling geïndiceerd acht. Gelet op voornoemde gebreken, beroep gegrond. Tegemoetkoming van € 25,=.


RSJ 22 december 2014 , 14/3416/GA
Zorgvuldigheidsgebreken bij voorbereiding en uitvoering beslissing a-dwangbehandeling; advies behandelend psychiater niet ondertekend, adviezen van beide psychiaters vertonen inhoudelijk en redactioneel veel overeenkomst en tweede psychiatrische verklaring niet aangevraagd bij psychiater die niet werkzaam is in desbetreffend PPC. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 50,=.


RSJ 28 oktober 2014, 14/2492/TA
Psychiater van De Waag behoort niet tot dezelfde behandelorganisatie als de Van der Hoeven Kliniek. Vermeend gevaar kan zich pas op langere termijn voordoen terwijl klager enkele jaren verlof heeft genoten en buiten de inrichting heeft gewoond. A-dwangbehandeling voldoet niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Beroep gegrond, geen tegemoetkoming.


RSJ 9 oktober 2014, 14/1982/GA
Alleen tegen een beslissing tot het toedienen van dwangmedicatie staat een rechtsmiddel open, daarom wordt de wachttijd van 72 uur voordat daadwerkelijk dwangmedicatie wordt toegepast noodzakelijk geacht. In dit geval eerder dwangmedicatie toegediend zonder noodzaak daartoe. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 25,=.


RSJ 6 augustus 2014, 14/1222/GA
Verlenging a-dwangbehandeling. Weigering verstrekking medische gegevens. Verstrekking gegevens aan te merken als wettelijke verplichting en overigens wenselijk gelet op ‘need-to-know-principe’. Toetsing beslissing aan eisen van doelmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit niet mogelijk. Beroep en beklag derhalve gegrond. Tegemoetkoming € 250,=.


RSJ 5 augustus 2014, 14/1383/GA
Zorgvuldigheidsgebreken bij voorbereiding en tenuitvoerlegging beslissing a-dwangbehandeling. Verzuim vermelding termijn duur a-dwangbehandeling. Betrokkenheid mdo bij beslissing onduidelijk. Op dag beslissing reeds gestart met toediening, wenselijk dat 72 uur wordt gewacht. Beroep gegrond, tegemoetkoming €100,=.


RSJ 6 mei 2014, 14/1491/STA
Niet gebleken dat verzoeker bij herhaling heeft geweigerd vrijwillig medicatie in te nemen en dat herhaalde pogingen hem daartoe te motiveren zouden zijn mislukt. Niet gebleken dat a-dwangbehandeling in behandelplan is opgenomen. Toewijzing schorsingsverzoek i.a.v. uitspraak beroepscommissie.


RSJ 16 april 2014, 14/0549/TA
Wenselijk dat niet uit verklaringen van gedragsdeskundigen inz. toepassing a-dwangbehandeling wordt geciteerd, maar dat die verklaringen als afzonderlijke stukken in de procedure worden overgelegd. Er is geen verplegings- en behandelingsplan, waarin wordt beschreven hoe de dwangbehandeling past in het perspectief van de verdere behandeling van klager. Beroep gegrond, vernietiging bestreden beslissing. Geen tegemoetkoming omdat dwangbehandeling feitelijk nog niet is uitgevoerd.


RSJ 8 april 2014, 13/3859/GA
Verlengingsbeslissing a-dwangbehandeling. Tegen een verlengingsbeslissing als bedoeld in artikel 46e, vijfde lid, Pbw staat geen rechtstreeks beroep open. Klager niet- ontvankelijk in beroep. Ten overvloede beslist beroepscommissie dat verlengingsbeslissing niet onredelijk en onbillijk is.


RSJ 11 februari 2014, 13/2783/GA en 13/3761/GA
A-dwangbehandeling. Directeur heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat klager lijdt aan psychiatrische stoornis die hem gevaar doet veroorzaken en waarvoor dwangbehandeling noodzakelijk is. Beroep gegrond en tegemoetkoming € 50,=.

RSJ 16 april 2013, 12/3689/GA

Straf kan in een andere inrichting dan waar het verslag is opgemaakt worden ten uitvoer gelegd en die beslissing is in dit geval niet onredelijk. Beroep ongegrond. Niet gebleken dat voorafgaande aan toediening dwangmedicatie overleg heeft plaatsgevonden tussen directeur en arts en tussen arts en psychiater. Beroep gegrond en tegemoetkoming € 50,=. Niet in strijd met Pbw om het aantal recreatie-uren van klager, die in individueel regime verblijft, in te korten. Beroep ongegrond.

RSJ 9 juli 2012, 12/0241/GA

Beroep t.a.v. gedwongen douchen ongegrond. Het bekijken van een plek op klagers scrotum kan worden aangemerkt als een geneeskundige handeling. Nu niet aannemelijk is geworden dat hiervan onverwijld melding is gedaan aan de Minister van Veiligheid en Justitie en de commissie van toezicht en tevens niet is voldaan aan de hoorplicht en het vereiste van een schriftelijke mededeling is het beroep in zoverre gegrond. Beklag alsnog gegrond. Toekenning tegemoetkoming van € 25,=.