Sla inhoud over

Jurisprudentie

Adequate afhandeling     
RSJ 21 november, 22/25952/GA    
Beklag gericht tegen niet voortvarend handelen casemanager met betrekking tot detentiefasering. Beroepscommissie kan periode van na indiening beklag niet betrekken in beoordeling. Aanvraag tot deelname PP is ingediend op dezelfde dag als indiening beklag. Onder deze omstandigheden kan nog niet worden geoordeeld dat casemanager onvoldoende voortvarendheid heeft gehandeld. Beroep directeur gegrond, beklag alsnog ongegrond.             

RSJ 17 februari 2022, 21/19954/GA              
Beklag gericht tegen niet voortvarend handelen van de directeur, en namens deze de casemanager, met betrekking tot klagers detentiefasering beklagwaardig. Klager alsnog ontvankelijk in beklag. Niet aannemelijk geworden dat klager vertraging heeft opgelopen doordat directeur c.q. casemanager onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Beklag ongegrond.            

RSJ 30 augustus 2021, R-20/7156/GA         
Handelen van de casemanager in verband met klagers detentiefasering is beklagwaardig. Klager is alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar beklag ongegrond omdat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat casemanager onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.  

RSJ 19 oktober 2020, R-20/7704/GA            
Klager beklaagt zich over niet in behandeling nemen van zijn verzoeken om algemeen verlof en detentiefasering. Daartegen staat beklag open. Klager alsnog ontvankelijk. Directeur heeft verzoeken niet in behandeling genomen vanwege de coronamaatregelen. Het is uiteindelijk echter aan de gedetineerde om te bepalen of hij zijn verzoek wil voorleggen aan de directeur of de Minister. Beklag gegrond. Geen tegemoetkoming, omdat niet is gebleken van ongemak.

RSJ 14 mei 2019, R-18/1282/GA   
Beroep tegen hoogte tegemoetkoming. Klager heeft vertraging in zijn detentiefasering opgelopen doordat de casemanager een verkeerd e-mailadres van de reclassering heeft gebruikt. Klager heeft hierdoor niet slechts een vertraging van 2 weken opgelopen in zijn fasering, maar van vier weken.

RSJ 2 april 2019, R-18/1904/GA    
Het handelen van de casemanager in verband met klagers detentiefasering is beklagwaardig. Klager is alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar beklag ongegrond wegens voortvarend handelen van de casemanager. Overige in beroep is ongegrond.          

RSJ 22 maart 2018, 17/3240/GA    
Aanvraag tot detentiefasering tot moment verzenden selectievoorstel naar selectiefunctionaris is verzonden is, glet op complexiteit van de aanvraagprocedure, niet onredelijk lang. De directeur kan derhalve niet worden verweten dat de casemanager niet voortvarend heeft gehandeld. Beroep ongegrond.            

RSJ 27 maart 2017, 16/3844/GA    
Het handelen van personeel in het kader van de taakuitoefening wordt in beginsel gezien als handelen van of namens de directeur waartegen beklag openstaat. In casu heeft de casemanager niet voortvarend gehandeld bij de aanvraag voor detentiefasering. Beroep gegrond, tegemoetkoming wordt gematigd omdat klager zelf ook aan de selectiefunctionaris had kunnen verzoeken om fasering.       

RSJ 12 april 2013, 13/0360/GA      
Niet voortvarend gehandeld tav klaagsters detentiefasering. In MDO is twee weken voor streefdatum van overplaatsing beslist om een nieuw reclasseringsrapport te laten opstellen, terwijl al (veel) eerder bekend was dat eerste reclasseringsrapport niet volledig was. Daardoor vertraging van detentiefasering. Beroep gegrond en tegemoetkoming € 225,=.

PP
RSJ 8 juni 2022, 21/24910/GB        
Afwijzing PP. Klager kwam o.g.v. art. 4, lid 2, onder b, Pbw in aanmerking voor deelname aan een PP (strafrestant van meer dan vier weken), nu er geen wettelijke grondslag is voor een werkafspraak tussen DIZ en IDV - waarbij een extra termijn van zeven dagen in acht wordt genomen voor de start van het PP - en die werkafspraak in klagers geval onredelijk voorkomt. Klagers toekomstige werk als kapper was niet opgenomen als re-integratiedoel, maar dat is geen wettelijk vereiste. Beroep gegrond met tegemoetkoming van €100,-.  

RSJ 3 mei 2022, 21/24593/GB       
Afwijzing verzoek PP niet onredelijk of onbillijk. Hoewel het moeten hebben van re-integratiedoelen voor deelname aan een PP in de wet- en regelgeving niet uitdrukkelijk wordt benoemd, de beroepscommissie geen inzage heeft gehad in 'beleidskader overgangsrecht PP' - waar dat vereiste uit zou voortvloeien - en in een beleidsstuk geen volledig nieuwe eisen kunnen worden gesteld, geldt dat klager niet geschikt was om deel te nemen aan een PP. De bij klager geïndiceerde zorg verzette zich hiertegen, dat had (bijvoorbeeld) wel gekund i.h.k.v. Pbw art. 43, lid 4. Mogelijkheid om eventuele risico’s te beperken en te beheersen is te beperkt. Beroep ongegrond.

RSJ 24 februari 2022, 21/24595/GB              
Afwijzing PP onvoldoende gemotiveerd. Klager is veroordeeld voor dood door schuld. OM legt in hoger beroep (opnieuw) moord ten laste. Kans op fors hogere gevangenisstraf. Op dit moment weegt echter zwaarder dat (fictieve) einddatum nadert, terwijl het er niet op lijkt dat hoger beroep daarvóór nog wordt behandeld. Begrijpelijk dat nabestaanden moeite hebben met vrijheden. Daartegenover staat dat beroepscommissie waarde hecht aan geleidelijke terugkeer. Positieve adviezen van reclassering en vrijhedencommissie. Van maatschappelijke risico's en vrees voor beïnvloeding van getuigen onvoldoende gebleken. Beroep gegrond, opdracht nemen nieuwe beslissing binnen één week.           

RSJ 2 februari 2022, 21/23071/GB
Afwijzing verzoek PP. Niet gebleken dat klagers gedrag gedurende detentie in Duitsland is meegewogen bij beoordeling, wat het Beleidskader wel vereist. Dat risico zou bestaan dat klager opleiding niet kan voltooien door niet in bezit hebben van BGG/VOG is niet zonder meer te volgen. Beslissing onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond. Opdracht nemen nieuwe beslissing binnen twee weken. Geen tegemoetkoming.    

RSJ 8 juli 2019, R-19/3634/GB       
De forse overtredingen van de aan het p.p. verbonden voorwaarden, rechtvaardigen de beëindiging van deelname en de terugplaatsing naar gesloten setting. Beroep ongegrond.   

RSJ 30 april 2019, S-19/1520/SGA
De directeur heeft verzoekers deelname aan een p.p. tijdelijk aangehouden. De Pbw kent een dergelijke beslissing niet en gelet op de rechtsgevolgen beschouwt de voorzitter deze beslissing als een beëindiging van de deelname aan een p.p. De beslissing tot beëindiging van deelname aan een p.p. is exclusief voorbehouden aan de Minister, zodat de directeur onbevoegd is deze beslissing te nemen. De beslissing van de directeur is in strijd met de wet. Schorsingsverzoek toegewezen.

BBA
RSJ 21/23761/GB, 22 april 2022    
Terugplaatsing vanuit BBA in gevangenis. Klager was op eenmalig verzoek van werkgever naar andere werklocatie gegaan. Gelet op de feitelijke gang van zaken, de navolgbare verklaringen van klager en werkgever en op omstandigheid dat klagers gedrag verder onbesproken was, had kunnen worden volstaan met waarschuwing. Bestreden beslissing onredelijk en onbillijk. Beroep gegrond. Geen opdracht tot nemen nieuwe beslissing want klager in vrijheid. Tegemoetkoming €100,-.  

RSJ 21/23290/GV, 19 mei 2022     
Directeur heeft klagers re-integratieverlof voor extramurale arbeid ingetrokken. Minister heeft klager vervolgens teruggeplaatst in een gevangenis. Tegen deze beslissing heeft klager bezwaar ingesteld. Minister heeft dit ten onrechte doorgestuurd om als (verlof)beroep te behandelen. Beroepscommissie niet bevoegd om op beroep te beslissen. Minister moet alsnog op bezwaar beslissen.      

RSJ 21/21843/GB, 22 maart 2022 
Terugplaatsing BBA naar gevangenis. Klager heeft zich te laat gemeld bij BBA van locatie Roermond. Omstandigheid dat medewerker van PI Sittard klager mondeling toestemming zou hebben verleend om auto op te halen en dat klager in die zin te goeder trouw zou hebben gehandeld, doet niet af aan dat klager zich ingevolge afgegeven verlofpas uiterlijk om 10:00 uur diende te melden. Bestreden beslissing niet onredelijk of onbillijk. Beroep ongegrond.

RSJ 21/22204/GB, 3 maart 2022    
Afwijzing van klagers verzoek tot plaatsing in een BBA niet onredelijk of onbillijk, nu klager niet voldeed aan de eisen voor plaatsing in een BBA. Er was geen sprake van enige overeenkomst met een werkgever of een deelnemersverklaring extramurale arbeid, zodat aan klager geen verlof voor extramurale arbeid verleend kon worden. Beroep ongegrond.              

RSJ 21/22547/GB, 10 november 2021         
Afwijzing verzoek BBI juist. Doordat op verzoek ná 1 juli 2021 is beslist, is verzoek aangemerkt als gericht op plaatsing in BBA. Voor plaatsing in BBA gelden andere criteria dan voor de BBI, waardoor verzoek dient te worden getoetst aan criteria die aldus daarvoor vanaf 1 juli 2021 gelden, waaronder strafrestant. Klager komt door strafrestant (nog) niet in aanmerking voor plaatsing in BBA. Beroep ongegrond.