Sla inhoud over

Jurisprudentie

Beklagcommissie

KC2017/043
Klager klaagt over de schending van het recht op het opstellen van een re-integratieplan. Ook is aangevoerd dat de huidige tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf strijdig is met het EVRM. Uitgangspunt is dat herbeoordeling niet langer dan 25 jaar na oplegging van de levenslange gevangenisstraf plaatsvindt. Daartoe dient voorafgaand aan die 25 jaar begonnen te worden met resocialisatie en eventueel re-integratie zodat klager zich kan voorbereiden op een eventuele terugkeer in de samenleving. Het verweer van de directie is primair niet-ontvankelijkheid van het klaagschrift en subsidiair ongegrondverklaring. De re-integratiefase vangt niet eerder aan dan nadat een periode van 25 jaar na de aanvang van de detentie is verstreken. Pas op 8 mei 2019 kan de re-integratiefase van klager starten, indien het Adviescollege positief adviseert en de staatssecretaris dit advies overneemt. In de re-integratiefase, die in beginsel twee jaar duurt, komt klager pas in aanmerking voor re-integratieactiviteiten, waaronder verlof. Gelet hierop is de vraag of door de directeur al invulling dient te worden gegeven aan een re-integratie(plan) nog niet aan de orde. De beklagcommissie oordeelt dat onvoldoende duidelijk is tegen welke beslissing van de directeur jegens klager de klacht is gericht. Aangezien daardoor niet is voldaan aan de formele eisen, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De beklagcommissie stelt daarnaast vast dat op 1 maart 2017 het Besluit Adviescollege levenslanggestraften in werking is getreden. Hieruit volgt dat het Adviescollege de Minister van Veiligheid en Justitie adviseert of aan levenslanggestraften re-integratieactiviteiten worden aangeboden waarna de Minister op het advies beslist. Daarom kan een beslissing om klager als levenslanggestrafte al dan niet te laten re-integreren geen beslissing van de directeur betreffen en kan klager om deze reden niet in zijn beklag worden ontvangen.


Beroepscommissie

RSJ 1 juli 2019, R-18/1314/GA
Klager, die een levenslange gevangenisstraf heeft, heeft geweigerd met EBV vervoer naar ziekenhuis te gaan. Procedure omtrent vervoer is niet volgens regels verlopen. Aanvraag van de directeur om klager te laten vervoeren zonder vrijheidsbeperkende middelen is niet voorzien van de gebruikelijke beoordelingscriteria. Ook DV&O heeft geen inzicht kunnen verschaffen in de gemaakte aanvullende risicoanalyse, terwijl evenmin gebleken is van inhoudelijke afstemming tussen de inrichting en DV&O. Beroep gegrond, beklag alsnog gegrond. Geen tegemoetkoming nu niet gebleken is dat klager in zijn belang is geschaad.

RSJ 13 december 2018, R-18/1678/GV
Klager is levenslang gestraft en heeft verzocht om incidenteel verlof of strafonderbreking. Beroepscommissie merkt verzoek aan als verzoek om re-integratie en/of resocialisatie verlof. Incidenteel verlof voor dit doel niet langer passende vorm van verlof, nu art. 20d Regeling, een nieuwe specifieke bepaling met dergelijk doel, in werking is getreden. Klager voldoet niet aan voorwaarden voor incidenteel verlof en komt evenmin voor strafonderbreking in aanmerking. Nu Adviescollege nog geen advies heeft uitgebracht en klager nog niet tot re-integratiefase is toegelaten, voldoet hij niet aan voorwaarden. Beroep ongegrond.

RSJ 20 oktober 2017, 17/1028/GA
Klager is levenslang gestraft. Bij ziekmelding ontvangt hij 80% van het loon. Uit eerdere uitspraak in gelijkluidende zaak is overwogen dat niet kan worden opgemaakt dat een levenslang gestrafte in geen geval hoeft te werken. Kennelijk ruimte in p.i. om individuele afspraken te maken m.b.t. arbeid. Niet onredelijk of onbillijk om klager, wanneer hij niet aan de arbeid wenst deel te nemen, in te sluiten. Dit onderdeel van beklag alsnog ongegrond. Beroep voor het overige ongegrond.

RSJ 27 januari 2017, 16/3937/GV
Incidenteel verlof kan ook worden verleend aan een levenslang gestrafte gedetineerde. Klager verblijft 'pas' 15 jaar in detentie en komt nog niet in aanmerking voor de door de Staatssecretaris toegezegde ambtshalve herbeoordeling van de duur van de levenslange straf. Klagers belang bij resocialisatieactiviteiten is vooralsnog onvoldoende om een toewijzing van zijn verzoek om incidenteel verlof te rechtvaardigen. Beroep ongegrond.

RSJ 23 november 2016, 16/0298/GB
Verzoek levenslang gestrafte om overplaatsing van Zuyder Bos naar Esserheem. Beroepscommissie acht het niet wenselijk dat klager wordt geconfronteerd met gedetineerden die (tijdelijk) de inrichting verlaten. Voorts valt niet in te zien op welke wijze klager baat heeft bij de overplaatsing. Ook niet gebleken van een noodzaak tot overplaatsing. Beroep ongegrond.

RSJ 8 november 2016, 16/0239/GV
Klager is levenslang gestraft. Een korter durend verlof dan strafonderbreking (hoewel niet expliciet verzocht) is niet aan de orde, nu door klagers toedoen geen gedragskundig onderzoek heeft plaatsgevonden en geen reclasseringsrapportage kon worden opgemaakt. Voorts is er geen kwestie van Unierecht in het kader waarvan prejudiciële vragen aan het HJEU dienen te worden gesteld. Beroep ongegrond.

RSJ 10 mei 2016, 16/0239/GV (tussenbeslissing)
Levenslanggestrafte verzoekt om strafonderbreking voor resocialisatiedoeleinden. Strafonderbreking kan alleen worden toegekend als een andere vorm van verlof niet voorziet in het doel wat met verlof wordt beoogd. Het verzoek kon daarom worden afgewezen. Het is wenselijk de mogelijkheden van een korter verlof te beoordelen. Hiervoor worden rapportages opgevraagd. Beslissing op beroep wordt drie maanden aangehouden.

RSJ 28 april 2016, 16/529/GB
Klager heeft een levenslange gevangenisstraf en verblijft ruim tien jaar in de EBI. Geen sprake van recente informatie omtrent maatschappelijke of vluchtrisico's. Detentietraject t.a.v. klager onduidelijk. Begin van positieve ontwikkeling bij klager die wat meer zicht geeft op gedrag. Er zijn andere detentiemogelijkheden waarbij door oplegging van maatregelen eventueel uitdragen radicaal gedachtegoed aan banden kan worden gelegd. Beslissing verlenging verblijf in de EBI onredelijk en onbillijk. Beroep gegrond en opdracht tot nieuwe beslissing.

RSJ 29 maart 2016, 16/0276/GV
Klager, die levenslang gestraft is, heeft verzocht om incidenteel verlof voor het steunen van zijn partner bij het IVF-traject. Hoewel ongetwijfeld sprake is van een intensief traject waarbij klagers steun aan zijn partner wenselijk is, is een (begeleid) verlof van klager daarmee niet noodzakelijk. Beslissing afwijzing verlof niet onredelijk of onbillijk. Beroep ongegrond.

RSJ 12 november 2015, 15/2527/GA
Voorbereiding op terugkeer in maatschappij is uitgangspunt voor alle gedetineerden. Dat klager levenslang is gestraft kan dus niet redengevend zijn voor afwijzing van een verzoek om deelname aan resocialisatie-activiteiten. Bovendien heeft klager in 2012 een gratieverzoek ingediend. Beroep gegrond.

RSJ 19 mei 2015, 14/3242/GV
Verlof dient in beginsel onderdeel uit te maken van resocialisatie van gedetineerde. Voor klager die levenslang is gestraft is dit ook van belang ivm een zorgvuldige voorbereiding van zijn gratieprocedure. Dat klager ongewenst is verklaard en niet wenst terug te keren in de Nederlandse maatschappij, maakt dit niet anders. Incidenteel verlof is mogelijk en een passende verlofvorm. Invulling hiervan dient te worden opgenomen in klagers detentieplan. Beroep gegrond en opdracht nieuwe beslissing. Geen tegemoetkoming.

RSJ 15 mei 2015, 14/3891/GA
Enkele omstandigheid dat een gedetineerde levenslang is gestraft kan niet redengevend zijn voor afwijzing van een verzoek om gebruik te mogen maken van het RIC. Niet onredelijk dat voor gebruikmaking van het RIC de eis wordt gesteld dat sprake dient te zijn van een concrete hulpvraag. Daarvan is niet gebleken. Beroep ongegrond.

RSJ 21 augustus 2014, 14/1296/GA
Directeur heeft klager, een tot levenslang gestrafte gedetineerde, disciplinaire straffen opgelegd wegens werkweigering. Voorbereiding op terugkeer in de maatschappij dient als uitgangspunt te blijven gelden voor alle gedetineerden. Beroepscommissie neemt afstand van het standpunt van de Staatssecretaris dat levenslang levenslang betekent. Gegeven duur van de levenslange straf en de beperkte(re) perspectieven op in vrijheidstelling past het niet vast te houden aan de arbeidsverplichting. Directeur die te maken krijgt met een levenslang gestrafte die weigert aan de arbeid deel te nemen, dient zijn detentieomstandigheden uitdrukkelijk te betrekken in zijn beslissing om hiertegen sanctionerend op te treden. Onder deze omstandigheden is de beslissing van de directeur om klager wegens werkweigering telkens disciplinair te straffen niet redelijk en billijk. Beroep gegrond, tegemoetkoming €82,50.

RSJ 20 juli 2011, 10/3087/GA
Het beklag betreft het verwijt dat de directeur in zijn zorgplicht jegens klager tekort schiet doordat de directeur klager, die levenslang gestraft is, op zijn afdeling confronteert met arrestanten en kortgestraften. Klager is ontvankelijk in zijn beklag. De directeur heeft een zorgplicht om levenslanggestraften desgewenst af te schermen van arrestanten en kortgestraften. In dit geval is de directeur zoveel als mogelijk tegemoetgekomen aan wensen van klager. Beroep ongegrond.