Sla inhoud over

ISD-maatregel

De ISD-maatregel

Sinds 1 oktober 2004 is de Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (hierna: de ISD-maatregel) van kracht. De ISD-maatregel is bedoeld voor meerderjarige daders die vaak met de politie in aanraking komen. Als deze actieve veelplegers de ISD-maatregel opgelegd krijgen, kunnen zij gedurende een periode van maximaal twee jaar worden gedetineerd in een speciale ISD inrichting.[1]

Voor de invoering van de ISD-maatregel bestond de SOV-maatregel. SOV is de afkorting voor: 'Strafrechtelijke Opvang Verslaafden'. Met de invoering van de ISD-maatregel is de SOV-maatregel in de vorm van een programma opgenomen in de ISD-maatregel. De ISD-maatregel is opgenomen in de artikelen 38m tot en met 38u Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).


Doelgroep
De ISD-maatregel heeft een grote doelgroep. De maatregel kan opgelegd worden aan zowel mannelijke als vrouwelijke gedetineerden, verslaafden en niet verslaafden en personen met psychische problematiek. Vanaf 1 juli 2009 kunnen ook vreemdelingen, die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben (artikel 8 Vreemdelingenwet 2000) en feitelijk niet uitzetbaar of moeilijk uitzetbaar zijn, de ISD-maatregel opgelegd krijgen.[2]


Doel
Het doel van de ISD-maatregel is tweeledig. Het eerste doel is het terugdringen van de criminaliteit die gepleegd wordt door veelplegers en daarmee de maatschappelijke veiligheid vergroten door middel van opsluiting van de veelpleger. Het tweede doel is de kans op recidive van de veelpleger verminderen. Het willen bereiken van één van de doelen is voldoende om de maatregel op te leggen.  
De ISD-maatregel is bedoeld als alternatief voor de gevangenisstraf.[3] Met de maatregel wordt beoogd de vicieuze cirkel van vastzitten, vrijkomen en terugvallen waardoor men weer vast komt te zitten, te doorbreken.

Ultimum remedium

De ISD-maatregel is bedoeld als ‘allerlaatste-kans-voorziening’, bestemd voor zeer actieve veelplegers van vooral kleine criminaliteit.[4] Het besluit om een ISD-maatregel op te leggen, is zo ingrijpend dat alleen de meervoudige kamer hierover mag beslissen (artikel 369 lid 2 Sr). De rechters leggen uitsluitend een ISD-maatregel op, op vordering van de Officier van Justitie.[5] De rechters bekijken eerst welke eerdere straffen en/of maatregelen zijn opgelegd, waarmee het gewenste resultaat niet is bereikt.[6] Daarnaast betrekken de rechters in het oordeel het oorzakelijk verband tussen de onderliggende problematiek en de kans op recidive. Oftewel, alle andere opties moeten zijn bekeken, voordat wordt overgegaan tot het opleggen van de ISD-maatregel.


Voorwaarden voor oplegging
De ISD-maatregel kan op vordering van het OM worden opgelegd, indien aan de volgende voorwaarden uit artikel 38m Sr is voldaan:

1.     het door de verdachte begane feit een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;

2.     de verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het door hem begane feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of taakstraf is veroordeeld of bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd;

3.     het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen;

4.     er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan;

5.     de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist. 

 

Omdat de ISD-maatregel een alternatief voor de gevangenisstraf is, kan de ISD-maatregel niet worden opgelegd aan een ontoerekeningsvatbaar persoon, zoals bedoeld in artikel 39 Sr. 


Duur
De ISD-maatregel moet vanwege de effectiviteit minimaal voor de duur van één jaar worden opgelegd.[7] De maximale duur van de maatregel is twee jaar (artikel 38n Sr). 

Proportionaliteit van de duur

In de praktijk blijkt dat een ISD-maatregel ook wordt opgelegd voor relatief 'lichte' misdrijven. Het nieuwe feit wordt geplaatst in het licht van de stelselmatigheid van de verdachte. Het veelvuldig plegen van bijvoorbeeld winkeldiefstallen kan er dus toe leiden dat men in aanmerking komt voor een ISD-maatregel. Een veel gehoord bezwaar is dat de duur van de ISD-maatregel in het licht van het vergrijp disproportioneel zou zijn. Het kenmerk van deze maatregel is echter dat deze in het teken staat van beveiliging en behandeling en niet zoals bij een straf in het teken van leedtoevoeging. Daarom zal de duur van de ISD-maatregel vaak toch proportioneel zijn.

De gefaseerde tenuitvoerlegging

De ISD-maatregel heeft drie verschillende fasen[8]:

1.     De intramurale fase

2.     De tussenfase

3.     De extramurale fase

 

De duur van de fasen wordt per geval bepaald. Factoren die meespelen, zijn onder andere het wel of niet mee willen werken aan de behandeling, de training die men moet volgen en de voortgang van deze training. Voor het volgen van trainingen wordt ook binnen de ISD gebruik gemaakt van het programma 'terugkeeractiviteiten'.


Intramurale fase

Deze eerste fase van de maatregel binnen de PI wordt voor ISD-ers vooral gebruikt voor screening, diagnostiek, stabilisatie, het bieden van structuur en het opstellen van een Detentie- en Re-integratieplan.[9]

Nadat de oplegging van de ISD-maatregel onherroepelijk is geworden, komen de feitelijke beslissingen over de wijze van de tenuitvoerlegging toe aan DJI. Feitelijke beslissingen gaan onder andere over de wijze van tenuitvoerlegging van het intramurale deel van de ISD-maatregel. Zo wijst de directeur na plaatsing van de veroordeelde een trajectcoördinator aan, die de ISD-er  begeleidt gedurende het hele verblijf en toezicht houdt op de naleving van de gemaakte afspraken. Ook heeft de trajectcoördinator als taak de verschillende instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma met elkaar te verbinden (artikel 44k PM).

Bij aanvang van de intramurale fase kan de ISD-er in het basisregime of het trajectregime met gedragsinterventie worden geplaatst. Plaatsing in het trajectregime gebeurt slechts wanneer op basis van de beschikbare informatie wordt verwacht dat een re-integratietraject kan worden gestart. De meeste ISD-ers worden in eerste instantie in het basisregime geplaatst, waar zij het reguliere dagprogramma aangeboden krijgen.[10] Wanneer er voldoende aanleiding is om het re-integratietraject te starten, wordt de ISD-er overgeplaatst naar het trajectregime. Daarmee vangt de tussenfase aan.


Verblijfsplan
Als de maatregel aanvangt, wordt binnen een maand een verblijfsplan (re-integratieplan) opgesteld (artikel 18a Pbw). Op basis van artikel 44i Penitentiaire Maatregel (hierna: PM) wordt in het verblijfsplan in ieder geval een diagnose van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid en een individueel begeleidingsplan opgenomen. Bij het opstellen van het verblijfsplan zijn meerdere partijen betrokken, namelijk: de trajectbegeleider van de DJI, het Psycho Medisch Overleg in de penitentiaire inrichting en de reclasseringswerker.[11]

 

Detentieklimaat in intramurale fase
ISD-ers worden gedetineerd in de ISD-inrichting, een speciale afdeling binnen Penitentiaire Inrichtingen. ISD-ers mogen niet samen met andere gedetineerden op een afdeling verblijven of gezamenlijk deelnemen aan activiteiten. Op de ISD-afdeling moet een motiverend en stimulerend klimaat heersen, waardoor contact met andere gedetineerden niet gewenst is. Op de ISD-afdeling is veel individuele aandacht voor de ISD-ers. Zo is onder andere aandacht voor het stabiliseren van psychiatrische stoornissen, motivering naar zorg in de GGZ, zelfverzorging en hulp bij de basislevensbehoeften zoals huisvesting en financiën.[12]
Daarnaast is er voor ISD-ers extra psychiatrische en psychologische zorg nodig en extra personeel voor begeleiding van gedragsinterventies (waaronder mentorgesprekken), rapporteren, motivatie en verlofbegeleiding.[13]

De ISD-inrichtingen moeten ten minste de in de wet voorziene activiteiten aanbieden en die worden aangevuld met op de individu toegesneden activiteiten zoals arbeid, creatieve therapie, sport en bibliotheekbezoek.

Met het oog op het drugsontmoedigingsbeleid vinden in ISD-inrichtingen vaker urinecontroles plaats dan in andere regimes. Alle ISD-ers worden namelijk wekelijks aan een urinecontrole onderworpen. Daarnaast vinden er vrijwel dagelijks aselecte en steekproefsgewijze controles plaats en wordt er gecontroleerd indien er een vermoeden van drugsgebruik is.[14] De ISD-inrichtingen passen allen een vorm van maatwerk toe bij het sanctioneren na geconstateerd drugsgebruik. Er wordt gekeken welke sanctie het meest passend is voor de betreffende ISD-er Dit kan bijvoorbeeld een voorwaardelijke sanctie zijn of verplicht contact met de verslavingszorg.[15]

 

Tussenfase
De tussenfase, ook wel ‘halfopen fase’ genoemd, is bedoeld om de overgang van een gesloten afdeling naar een open, extramurale setting geleidelijk te laten verlopen.[16] In de tussenfase verblijft de ISD-er ’s nachts in de inrichting en overdag buiten de inrichting. De dagbesteding buiten de inrichting kan bestaan uit werk, een dagbehandeling of andere activiteiten ter voorbereiding op de extramurale fase.[17]
Bij goed verloop kan vervolgens de stap naar een volledig verblijf buiten de inrichting gemaakt worden.  

 

Verlof in de intramurale fase en tussenfase

In de intramurale fase en tussenfase kan (begeleid) verlof voor ten minste twee uur en ten hoogste 52 uur per week worden verleend (artikel 20c RTVI). Bovengenoemde activiteiten worden niet als verlof aangemerkt en worden dus niet in mindering gebracht op het maximale aantal verlofuren.
Bij het toekennen van verlof is de directeur veel ruimte geboden. Zo kunnen de individuele omstandigheden, de verantwoordelijkheid en het gebleken verantwoordelijkheidsbesef bij de afweging worden betrokken. Daarnaast heeft de directeur een grote beleidsvrijheid ten aanzien van het bepalen van de omvang van het verlof en de daaraan verbonden voorwaarden.[18]


Extramurale fase

Op grond van het advies van de directeur en het college van burgermeesters en wethouders, beslist de selectiefunctionaris over de aanvang van de extramurale fase.
Het doel van de extramurale fase is de ISD-er zijn stoornissen en/of verslavingen te leren beheersen en hem te laten re-integreren in de maatschappij.

De duur van de extramurale fase varieert van zes maanden tot anderhalf jaar. De fase bestaat uit een zorgtraject binnen een GGZ-instelling en een re-integratietraject, waarbij aandacht wordt besteed aan begeleid wonen en een dagbesteding.[19]


Aan de extramurale fase zijn voorwaarden gesteld. De algemene voorwaarden houden onder andere in dat de ISD-er zich dient te houden aan aanwijzingen van de trajectbegeleider, geen strafbare feiten pleegt en zich onthoudt van het gebruik van harddrugs (artikel 44l lid 3 PM). Naast deze algemene voorwaarden kunnen door de directeur of het college van burgemeester en wethouders bijzondere voorwaarden worden gesteld. De reclassering houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden en rapporteert de directeur maandelijks over het verloop van de extramurale fase.[20] Indien de voorwaarden niet worden nageleefd of de ISD-er zich onttrekt aan opname of begeleiding, kan (tijdelijke) terugplaatsing in de inrichting volgen.[21] De selectiefunctionaris beslist over de (tijdelijke) terugplaatsing op basis van advies van de directeur. Dit advies wordt gevormd door het eigen oordeel van directeur, die daarvoor eveneens informatie moet inwinnen bij het gemeentebestuur en de reclassering.[22]

Omdat de algemene verantwoordelijkheid tijdens de laatste fase van de ISD-maatregel nog steeds bij de directeur ligt, dient een verzoek om verlof ook in de extramurale fase aan de directeur te worden voorgelegd.[23] 
De gemeente waar de gedetineerde verblijft in de extramurale fase is verantwoordelijkheid voor de invulling van de extramurale fase. Het gaat dan om de basisvoorzieningen inkomen, arbeid of dagbesteding en huisvesting. Om die verantwoordelijkheid in te vullen worden nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente en de directeur van de penitentiaire inrichting.[24]


Vreemdelingen
Voor veroordeelde vreemdelingen geldt dat hun maatregel enkel uit een intramurale fase zal bestaan, aangezien zij geen beroep kunnen doen op de reguliere voorzieningen in de Nederlandse samenleving. Daarnaast wordt verlof op grond van artikel 4 RTVI geweigerd aan gedetineerden die ongewenst zijn verklaard of van wie vaststaat dat zij na hun detentie zullen worden uitgezet. Alleen incidenteel verlof is onder bepaalde omstandigheden mogelijk.

Verzoek om tussentijdse toetsing

Een veroordeelde kan op grond van artikel 38s Sr zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel de rechter verzoeken om te toetsen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. De rechter kijkt naar het verloop van de behandeling, gaat na of de maatregel beantwoordt aan het doel waarvoor deze is opgelegd en toetst of de maatregel zorgvuldig ten uitvoer wordt gelegd. Ook gaat de rechter na of het opheffen van de ISD-maatregel zal leiden tot onveiligheid, (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Tot slot zal de rechter oordelen of er sprake is van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de ISD-maatregel niet meer zinvol is.[25] De tussentijdse toetsing dient te worden gedaan door de rechtbank die in eerste aanleg bevoegd was. Dit is ook het geval indien het gerechtshof de maatregel heeft opgelegd.[26]

Aangezien alleen beveiliging van de maatschappij al voldoende grondslag is om de ISD-maatregel op te leggen, zal de maatregel niet snel tussentijds worden beëindigd.


Voor klachten over onder andere het verloop, de inhoud, de doelmatigheid en de zorgvuldigheid van de behandeling bestaat een afzonderlijke procedure, die is geregeld in artikel 38s Sr. Daarover kan niet op grond van artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet worden geklaagd bij de beklagrechter.[27] 

Beëindiging van de ISD-maatregel

De minister van Justitie en Veiligheid kan op grond van 38u Sr de ISD-maatregel te allen tijde beëindigen. De  directeur van de inrichting waar de ISD-er is geplaatst, zal hierover eerst advies uitbrengen aan de minister.


Nieuwe vordering

Als een stelselmatige dader na de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel weer een misdrijf pleegt, kan de ISD-maatregel opnieuw worden gevorderd en opgelegd. Deze vordering kan mede worden gebaseerd op de eerdere veroordelingen. Het is dus niet zo dat de eerdere veroordelingen slechts één keer kunnen meetellen.[28]

Combinatiestraf 
De Hoge Raad heeft bepaald dat het opleggen van een vrijheidsstraf in combinatie met een ISD-maatregel niet mogelijk is.[29] Dit brengt met zich mee dat ook een voorwaardelijke ISD-maatregel niet gecombineerd kan worden met een gevangenisstraf voor hetzelfde feitencomplex of andersom.


Nazorg
Voor een ISD-er is het, net als voor een reguliere gedetineerde, van groot belang dat er voldoende aandacht is voor de nazorg. Het is met name belangrijk dat de ketenafstemming goed verloopt; elke partner in de keten dient op de hoogte te zijn van zijn verantwoordelijkheden en dient deze na te komen. 

In het nazorgpakket is vanuit de inrichting aandacht voor de vijf leefgebieden (identiteitsbewijs, inkomen, schulden, huisvesting en zorg).[30] Vanuit de inrichting vinden er reguliere overleggen met gemeente, reclassering en andere instellingen plaats die een rol spelen bij de nazorg van de ISD-er.  
Knelpunt betreft nog altijd de woonvoorzieningen en in het bijzonder het gebrek daaraan. In sommige gevallen worden ex ISD-ers (tijdelijk) in een woonproject of op een locatie ondergebracht waar ook andere zorgbehoevenden verblijven. Dit is niet altijd wenselijk, aangezien in voornoemde huizen vaak sprake is van drugsgebruik. Dit kan ertoe leiden dat verslaafden terugvallen in hun oude gebruikspatroon. 
Een ander belangrijk punt is het gebrek aan een justitiële titel in de nazorgfase, waardoor het gehele nazorgtraject voor bepaalde ISD-ers te vrijblijvend is. Het gebrek aan een justitiële titel houdt in dat er na afloop van de ISD-maatregel geen strafrechtelijk kader meer is op grond waarvan ISD-ers verplicht worden aan bijvoorbeeld hun reclassering mee te werken. Door het gebrek hieraan, kunnen ISD- ers snel terugvallen in de oude situatie.



[1] https://www.dji.nl/binaries/informatieblad-isd_tcm41-120837.pdf

[2] Paragraaf 3.3 Richtlijn voor strafvordering meerderjarige veelplegers.

[3] Kamerstukken II, 2003/04, 28980, nr. 7.

[6] S. Biesma e.a., ISD en SOV vergeleken, eerste inventarisatie meerwaarde Inrichting voor Stelselmatige Daders boven eerdere Strafrechtelijke Opvang voor Verslaafden, Intraval bureau voor onderzoek & advies, 2006 Groningen-Rotterdam, p. 10.

[7] Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (in het bijzonder de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders) (2013R017).

[8] I. Propper, J. Plaisier, M. Mol & M. Rouw, De maatregel 'inrichting stelselmatige daders' voor jongvolwassen veelplegers: de uitvoeringspraktijk en lessen voor de toekomst, maart 2014, p. 18-19.

[10] Kamerstukken II, 2008/09, 31110, 9, Bijlage 1: Procesbeschrijving ISD.

[11] Kamerstukken II, 2008/09, 31110, 9, Bijlage 1: Procesbeschrijving ISD.

[12] productbeschrijving ISD p. 4.

[13] productbeschrijving ISD p. 10.

[14] productbeschrijving ISD p. 13.

[15] ‘De uitvoering van de ISD-maatregel’ rapport van 22-07-2013, p. 43.

[16] Kamerstukken II, 2008/09, 31110, 9, Bijlage 1: Procesbeschrijving ISD.

[17] Productbeschrijving ISD p. 7.

[18] Staatscourant 30 juni 2005, nr. 124, p. 12 en Staatscourant 15 november 2002, nr. 221, p.8. 

[20] Ministerie van Justitie, ISD-casusbeschrijvingen, 2 december 2008.

[21] I. Propper, J. Plaisier, M. Mol & M. Rouw, De maatregel 'inrichting stelselmatige daders' voor jongvolwassen veelplegers: de uitvoeringspraktijk en lessen voor de toekomst, maart 2014, p. 20.
423.

[22] RSJ, 29 oktober 2015, 15/2314/GB.

[23] RSJ, 1 april 2015, 15/0116/GA.

[24] productbeschrijving ISD p. 4.

[25] Hof Arnhem, 18 juli 2007, LJN BB3016.

[26] C.P.M. Cleiren en M.J.M. Verpalen, Tekst & Commentaar Strafrecht, Kluwer: Deventer 2014, p.

[27] RSJ 20 oktober 2017, 16/4169/GA en 17/0672/GA.

[28] C.P.M. Cleiren en M.J.M. Verpalen, Tekst & Commentaar Strafrecht, Kluwer: Deventer 2010, p. 318.

[29] Hoge Raad 21 maart 2006, LJN AV1161.