KC 2008/050
Gedetineerde heeft na urinecontrole recht op herhalingsonderzoek. Recht gebaseerd op de gedachte dat iemand de mogelijkheid moet hebben zijn onschuld te bewijzen. Het was op voorhand duidelijk dat klager het herhalingsonderzoek niet met dit doel heeft ingezet. Directie heeft in alle redelijkheid het onderzoek kunnen weigeren. Klacht ongegrond.
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het op 29 december 2007 gedateerde en op 8 januari 2008 ontvangen klaagschrift van […], verblijvende in het H.v.B. […] te […].
De procedure
Op 18 februari 2008 zijn gehoord klager en namens de directie […].
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van de stukken waaronder de schriftelijke reactie van de zijde van de directie van 5 februari 2008 en het onderzoek ter zitting.
De klacht
Klager klaagt erover dat na een urinecontrole aan hem een herhalingsonderzoek is geweigerd.
De beoordeling ten aanzien van de ontvankelijkheid van de klacht
Op grond van artikel 60, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) kan een gedetineerde beklag doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing. De klacht richt zich tegen de weigering van een herhalingsonderzoek, zijnde een beslissing van de directie.
Nu de klacht ook binnen de wettelijke termijn (uiterlijk op de zevende dag na de dag waarop klager bekend raakte met de beslissing waarover hij klaagt) is ingediend, is de klacht ontvankelijk.
De standpunten
Klager heeft ter zitting zijn klacht toegelicht en daarbij opgemerkt dat hij op 23 december 2007 is betrapt op het gebruik van softdrugs. Een rapport is hem aangezegd. Daarbij werd aan hem meegedeeld dat de straf na de feestdagen ten uitvoer zou worden gelegd. Als straf is aan klager opgelegd vier dagen opsluiting in eigen cel zonder televisie. Klager wilde ’s avonds op Discovery Channel een televisieprogramma kijken over het gevangeniswezen in Amerika. Door de tenuitvoerlegging van de straf zou hij daartoe niet in de gelegenheid zijn. Klager heeft een herhalingsonderzoek aangevraagd nu een dergelijk onderzoek een opschortende werking heeft. Dit onderzoek is aan hem geweigerd. Klager voert aan dat hij te allen tijde recht heeft op een herhalingsonderzoek. Klager weet dat de kosten van het herhalingsonderzoek voor eigen rekening zijn. Tegen betaling van deze kosten heeft klager geen bezwaar.
De directie heeft ter zitting verklaard dat klager, voordat werd overgaan tot een urinecontrole, heeft toegegeven dat hij softdrugs had gebruikt. Aan klager is een voorwaardelijke sanctie opgelegd. Op 29 december heeft de directie de uitslag van de urinecontrole ontvangen, het gebruik van softdrugs werd hierdoor bevestigd. Per gelijke datum is overgegaan tot sanctionering. Klager heeft ook tegenover de directie verklaard dat hij een herhalingsonderzoek heeft aangevraagd wegens de opschortende werking daarvan. Nu klager tot twee keer toe het gebruik van softdrugs heeft bevestigd is dit onderzoek aan hem geweigerd.
De beoordeling
Ingevolge artikel 6 van de Regeling urinecontrole penitentiaire inrichtingen heeft de gedetineerde het recht op een herhalingsonderzoek. Zowel ter zitting als tegenover de directie heeft klager verklaard dat hij het herhalingsonderzoek niet heeft aangevraagd om de positieve uitslag van het eerdere onderzoek te kunnen weerleggen. De enkele reden van klager om het herhalingsonderzoek aan te vragen, was gelegen in de opschortende werking van een dergelijke aanvraag op de tenuitvoerlegging van een op te leggen sanctie. Hierdoor was klager in staat om die avond een televisieprogramma te bekijken.
De beklagcommissie overweegt daaromtrent het volgende. Het recht op het laten uitvoeren van een herhalingsonderzoek is gebaseerd op de gedachte dat iemand de mogelijkheid moet hebben zijn onschuld te bewijzen. Het was op voorhand duidelijk dat klager het herhalingsonderzoek niet met dit doel heeft ingezet. Tegen die achtergrond is de beklagcommissie van oordeel dat de directie in alle redelijkheid het onderzoek heeft kunnen weigeren. Klager is daardoor niet geschaad in het belang dat het recht op een herhalingsonderzoek beoogt te beschermen.
De beklagcommissie is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de klacht ongegrond verklaard dient te worden.
BESLISSING
De beklagcommissie:
verklaart de klacht ongegrond.
De beslissing van de beklagcommissie op de klacht zal aan klager en directie schriftelijk worden toegezonden.
Deze beslissing is gegeven op: 29 februari 2008.