KC 2010/019

De klacht is gericht tegen een disciplinaire straf van zeven dagen opsluiting in de eigen cel zonder TV. De straf is opgelegd omdat klaagster gefraudeerd zou hebben met haar urinecontroles. Klaagster had een te laag kreatininegehalte, maar geeft zelf aan dat dit komt doordat zij veel drinkt. De beklagcommissie overweegt dat bij een kreatininegehalte van lager dan 2.0 mag worden uitgegaan van fraude. De waardes van klaagster waren 1.7 en 1.8 derhalve is de commissie van oordeel dat de directie in redelijkheid de bestreden beslissing heeft kunnen nemen. Beklag ongegrond.

DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ DE PENITENTIAIRE INRICHTINGEN […], VESTIGING […]

De beklagcommissie heeft kennis genomen van een op 15 december 2009 bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:

Klaagster, verder te noemen klaagster,

Het klaagschrift, gedateerd 17 december 2009, is gericht tegen de beslissing van de directeur d.d. 14 december 2009 om aan klaagster een disciplinaire straf op te leggen van zeven dagen opsluiting in de eigen cel zonder televisie.

De directeur heeft schriftelijk op de klacht gereageerd. Klaagster heeft van deze reactie kennis kunnen nemen.

De klacht is behandeld ter zitting van 13 januari 2010 in bijzijn van klaagster en plaatsvervangend vestigingsdirecteur […]. Klaagsters raadsvrouw mr. […] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Het standpunt van klaagster
Klaagster is het niet eens met de d.d. 14 december 2009 aan haar opgelegde disciplinaire straf van opsluiting in de eigen cel voor de duur van zeven dagen. Klaagster verklaart dat zij niet heeft gefraudeerd met de urinecontroles. Zij heeft daar ook geen belang mij, daar zij geen drugs gebruikt.
Klaagster verklaart dat zij na haar eerste urinecontrole is aangesproken, omdat het kreatininegehalte in haar urine te laag was. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij veel drinkt, omdat haar lichaam veel vocht nodig heeft. De medewerkster vertelde haar toen dat er binnenkort een nieuwe urinecontrole zou komen, omdat met een laag kreatininegehalte niet is te beoordelen of klaagster drugs gebruikt. Daarbij is klaagster uitgelegd dat zij minder water moest drinken. Klaagster verklaart naast gebruikelijke koffie dagelijks minimaal anderhalve liter water te drinken.
Een aantal weken later is bij klaagster een tweede urinecontrole afgenomen. Wederom was haar kreatininegehalte te laag. Aan klaagster is vervolgens de bestreden disciplinaire straf opgelegd.
Desgevraagd geeft klaagster aan geen bijzondere reden van haar hoge vochtbehoefte te kunnen geven. Ze is bij de Medische Dienst geweest en is op verschillende aandoeningen onderzocht. Klaagster heeft al jaren nierklachten. Uit de eerste onderzoeken is echter niet gebleken dat klaagster nierfalen heeft en de aan de inrichting verbonden arts vond haar klachten ook niet dermate ernstig dat verder onderzoek nodig was. Daarnaast is klaagster onderzocht op diabetes, maar ook dat blijkt klaagster niet te hebben. Wel heeft ze chronisch een te hoge bloeddruk.
Klaagster vult aan dat zij inmiddels een derde urinecontrole achter de rug heeft. Het kreatininegehalte dat daaruit is gekomen is wel goed. Tot slot vertelt klaagster dat zij over enkele dagen naar Exodus in Groningen gaat en dat de straf aldus niet van invloed is geweest op haar detentieverloop.

Het standpunt van de directeur
Op 23 november 2009 is bij klaagster een urinecontrole uitgevoerd. De uitslag van 26 november 2009 wees uit dat klaagster een te laag kreatininegehalte in haar urine had (ze had 1.7 terwijl minimaal 2.0 is vereist). Aan de hand van deze uitslag is besloten om klaagster op de hoogte te stellen en te waarschuwen dat bij een volgende te lage score een schriftelijk verslag zal worden gemaakt. Op 9 december 2009 is wederom een urinecontrole uitgevoerd. De uitslag van 11 december 2009 wees uit dat klaagster wederom een te laag kreatininegehalte in haar urine had (0.8). Hiervan is op 14 december 2009 een schriftelijk verslag opgemaakt. Vervolgens is bij de Medische Dienst navraag geweest of de medicatie welke klaagster inneemt de score kan beïnvloeden. Daarnaast is gevraagd of hen een bijzondere medische omstandigheid bekend is waardoor klaagster veel water kan dan wel moet drinken. Dit is niet het geval. Op 14 december 2009 is met klaagster gesproken. Vervolgens is aan de hand van het drugsontmoedigingsbeleid aan klaagster een disciplinaire straf opgelegd van zeven dagen opsluiting in eigen cel, zonder televisie. Bij een te laag kreatininegehalte wordt fraude tijdens de urine afname verondersteld. Dit wordt gelijk gestraft als het gebruiken van harddrugs.

De beoordeling
Klaagster heeft haar beklag binnen de wettelijke termijn gedaan en gegrond op artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), zodat haar klaagschrift ontvankelijk is.

Ingevolge artikel 51 lid 1 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) kan de directeur aan een gedetineerde, die betrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, onder meer de disciplinaire straf opleggen van opsluiting in de eigen cel.

De beklagcommissie stelt vast dat klaagster eerst op 23 november 2009 een urinecontrole heeft ondergaan. De uitslag wees uit dat het kreatininegehalte te laag was (1.7). Hierop is klaagster gewaarschuwd met betrekking tot haar vochtgebruik. Op 11 december 2009 is wederom een urinecontrole uitgevoerd. Ook toen bleek het kreatininegehalte te laag te zijn (1.8).  Om die reden is op 14 december 2009 aan klaagster een disciplinaire straf opgelegd van zeven dagen opsluiting in de eigen cel.

De beklagcommissie overweegt dat als regel geldt dat bij een kreatininegehalte van minder dan 2.0 mag worden uitgegaan van fraude. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. De beklagcommissie verwijst daarbij naar een uitspraak van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming d.d. 10 november 2006, nr. 06/2026/GA.

Uit de stukken en het verklaarde ter zitting is naar voren gekomen dat de directeur bij de Medische Dienst heeft nagevraagd of er bijzondere medische omstandigheden waren die het hoge vochtgebruik dan wel het lage kreatininegehalte verklaarden. De Medische Dienst heeft hierop ontkennend geantwoord. Ook klaagster heeft verklaard dat bij haar geen diabetes of enig nierfalen is geconstateerd, hoewel zij reeds jaren nierklachten heeft.
De beklagcommissie overweegt dat er in onderhavig geval niet geconstateerd kan worden dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid welke een uitzondering op de regel zou kunnen rechtvaardigen. Mede gelet op het feit dat klaagster is gewaarschuwd en aldus haar vochtconsumptie voor de tweede urinecontrole had kunnen minderen acht de beklagcommissie het dan ook niet onbegrijpelijk dat de directeur is uitgegaan van fraude bij de urineafname.

De beklagcommissie is aldus van oordeel dat de beslissing van de directeur, om klaagster een disciplinaire straf van opsluiting in haar eigen cel voor de duur van zeven dagen op te leggen, niet in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag. Tevens dient de beslissing bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, niet onredelijk of onbillijk te worden geacht. De beklagcommissie zal het beklag derhalve ongegrond verklaren.

BESLISSING
De beklagcommissie verklaart het beklag ongegrond.

Aldus gegeven door de beklagcommissie, mr. […] (voorzitter), mr. […] en mr. […] (leden), bijgestaan door […] (secretaris) en ondertekend door de voorzitter en de secretaris, op 19 januari 2010.