Opnieuw zoeken

Sla inhoud over

KC 2022/021

Datum uitspraak:
01/08/2022
Artikel:
22 Bjj
Samenvatting:
Klager vindt dat hij en anderen op de groep teveel tijd op kamer moeten doorbrengen en dat er met het zogeheten ‘zomerrooster’ (periode 16 juli t/m 31 augustus 2022) niet wordt toegekomen aan de verplichte uren recreatie op de groep. De directeur heeft aangegeven dat vanwege onderbezetting en het werven van nieuwe medewerkers gekozen is om in de zomerperiode het activiteitenrooster van twee dagdiensten per groep per week aan te passen, waardoor de jongeren 74 uur recreatie per week krijgen in plaats van 77 uur. De jongeren ontvangen hiervoor een compensatie van 5 euro per week en krijgen de beschikking over een proefbox op kamer. De beklagcommissie oordeelt dat met het huidige zomerrooster niet meer aan de wettelijke vereisten van artikel 22 Bjj wordt voldaan en dat de rechten van de jongeren niet langer zijn gewaarborgd. De klacht is daarom gegrond verklaard met toekenning van een tegemoetkoming van 5 euro per dag dat klager niet minstens 8 ½ uur, met minimaal 77 uren per week, buiten zijn kamer heeft verbleven in de periode van 16 juli tot en met 31 augustus 2022. Er is beroep ingesteld bij de RSJ.
Uitspraak:

van de beklagcommissie uit de Commissie van Toezicht bij de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (hierna: RJJI), locatie Den Hey-Acker te Breda, op het klaagschrift van:

[…], verblijvende in de RJJI, locatie Den Hey-Acker.


Het procesverloop
Klager heeft op 15 juli 2022 een klaagschrift ingediend met betrekking tot het meer uren op kamer moeten doorbrengen dan wettelijk is toegestaan.

De directeur heeft op 1 augustus 2022 een verweerschrift, met bijlagen, ingediend.

Op 1 augustus 2022 heeft de mondelinge behandeling van de klacht plaatsgevonden. Klager en namens de directie: […], waren daarbij aanwezig.

Het geschil en de beoordeling daarvan
Klager heeft zich op het standpunt gesteld dat hij en anderen op de groep teveel op kamer moeten doorbrengen en als daar nog een dag met minder uren bijkomt (het zogeheten ‘zomerrooster’ voor de periode van 16 juli tot en met 31 augustus 2022), al helemaal niet aan de verplichte uren recreatie op de groep wordt toegekomen.

De directeur heeft daar in het verweer over gezegd dat vanwege onderbezetting en het continue proces van werven van nieuwe medewerkers er voor de zomerperiode is gekozen voor het draaien van 2 dagdiensten per groep per week, waarin het activiteitenrooster wordt aangepast. Dat betekent dat de groepen niet aan hun 77 uren recreatie per week komen, maar aan 74 uur. De jongeren worden hiervoor gecompenseerd door wekelijks een bedrag van 5 euro per week op hun rekening courant te storten. Daarnaast krijgen zij beschikking over een proefbox, waarmee zij de extra tijd op hun kamer nuttig kunnen doorbrengen.

Klager heeft op zitting aangegeven hierover te zijn geïnformeerd en dat er inderdaad 5 euro is gestort op zijn rekening. De boxen zijn echter niet aangeboden. Hij heeft daar pas voor het eerst over gelezen in het verweerschrift. Inmiddels is het zomerrooster ingegaan. De 74 uur wordt niet gehaald. Er wordt extra half om half gedraaid, bij een alarmsituatie moeten ze op kamer en ook het luchten wordt verkort. Klager heeft begrip voor het personeelstekort, maar dat kan geen reden zijn om de wet niet te volgen. Het gaat hem niet om het geld, maar om de lange tijd op kamer. Als het dan om de financiële compensatie gaat, vindt klager dat te weinig. Het is echt vervelend teveel op kamer te moeten zitten, dat staat echt niet in verhouding tot 5 euro per hele week. De inhoud van de proefbox is geen compensatie. Beter zou het zijn om meer (bord)spellen aan te bieden.

Namens de directie is verbaasd gereageerd op het niet bekend zijn van de proefbox op de groep en is toegezegd dat deze onder de aandacht van jongeren zal worden gebracht. Er wordt momenteel nog bekeken of er extra materiaal kan worden aangeschaft, waaronder diverse spellen. Aan het personeelstekort kan op het moment niets worden gedaan. Het is overmacht. Meer compensatie is niet nodig, want deze compensatie is op hoger niveau afgesproken en iedereen was daarmee akkoord. De klacht dient daarom ongegrond te worden verklaard.

De voorzitter van de beklagcommissie overweegt als volgt.
Op grond van artikel 65 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (BJJ) kan een jeugdige beklag kan doen bij de beklagcommissie over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing.

In artikel 22 van de BJJ is bepaald dat in inrichtingen jeugdigen in groepen verblijven en deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten gedurende ten minste 77 uren per week, waarvan ten minste acht en een half uren per dag. De jeugdigen houden zich gedurende de voor de nachtrust bestemde uren in hun kamer op, tenzij zij als onderdeel van het regime van de inrichting deelnemen aan meerdaagse activiteiten buiten de inrichting.

De beklagrechter overweegt dat in de wet geen mogelijkheid is opgenomen om van deze urennorm af te wijken. De afgelopen jaren is de beklagcommissie veelal meegegaan in het verweer van de directie en heeft begrip getoond voor het probleem van het personeelstekort en de jongeren steeds uitgelegd dat zij dan wellicht op een bepaalde dag uren tekort kwamen, maar dat dat werd gecompenseerd door de ‘extra’ uren in de rest van de week. Later is dit opgeschoven dat het dan wellicht deze week niet gehaald werd, maar dat dat dan werd gecompenseerd in de week erna. De beklagcommissie is echter van oordeel dat met het huidige zomerrooster, zoals dat blijkt uit de mail van manager primair proces Van Donselaar van 10 juni 2022 - in combinatie met de incidenten die onvermijdelijk toch (zullen) plaatsvinden (denk aan alarmsituaties, ziekmeldingen van personeel), waardoor jongeren nog meer op kamer zitten -  niet meer aan de wettelijke vereisten wordt voldaan en dat de rechten van de jongeren niet langer zijn gewaarborgd. Het beroep van de directie op een overmacht situatie kan niet slagen, omdat een overmachtssituatie van korte duur is. Hier is echter al langere tijd sprake van een structureel personeelstekort, waardoor jongeren niet aan 77 uren, en thans evenmin aan 74 uren per week komen. De klacht zal daarom gegrond worden verklaard.

Nu de rechtsgevolgen van de beslissing van de directeur niet ongedaan gemaakt kunnen worden, is de beklagrechter van oordeel dat klager een financiële compensatie dient te worden geboden. De reeds door de inrichting aangeboden compensatie wordt niet redelijk geacht, omdat deze niet in verhouding staat tot de schending.
De beklagrechter stelt de compensatie vast op een bedrag van 5 euro per dag dat klager niet minstens acht en een half uur per dag, met een minimum van 77 uren per week, buiten zijn kamer heeft verbleven in de periode van 16 juli tot en met 31 augustus 2022.

De voorzitter heeft mondeling uitspraak gedaan en gewezen op de mogelijkheid van het instellen van beroep bij de RSJ. Op het betoog van de directie dat deze uitspraak voor ongelijkheid zorgt binnen de groep danwel inrichting, heeft de beklagrechter uitgelegd dat dit een juiste constatering is, maar dat zij alleen uitspraak kan doen in de zaak van deze klager.

BESLISSING
De beklagcommissie:

  • verklaart het beklag gegrond en
  • kent een tegemoetkoming toe van 5 euro per dag dat klager niet minstens acht en een half uur, met een minimum van 77 uren per week, buiten zijn kamer heeft verbleven in de periode van 16 juli tot en met 31 augustus 2022.

Aldus gegeven op 1 augustus 2022 door mr. C.E.M. Marsé, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. Klaver als secretaris.

Er is door de directie beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk 22/28676/JA.