Opnieuw zoeken

Sla inhoud over

KC 2017/037

Datum uitspraak:
10/07/2017
Artikel:
30, eerste lid, Bjj, 33 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen
Samenvatting:
Klager heeft een ziekenhuisafspraak gemist, omdat dit bezoek opeens ten koste ging van zijn vaste verlof. Klager vindt dat een ziekenhuisbezoek niet tijdens verlof hoeft te gebeuren, ook voor eerdere ziekenhuisbezoeken hoefde geen verlof opgenomen te worden. Klager gebruikt zijn verlof om zijn sociale netwerk te onderhouden en wil niet dat het ten koste gaat voor ziekenhuisbezoek. Hij is bereid met DV&O naar het ziekenhuis te gaan. De directeur stelt dat klager een meerdaagse onbegeleide verlofstatus heeft, waardoor hij een ziekenhuisafspraak kan opnemen in zijn verlofplanning. Klager kiest daar echter niet voor, hij wil een extra verlofmoment voor ziekenhuisbezoek. Daarnaast brengt een afzonderlijk verlof onder begeleiding van DV&O extra kosten voor de inrichting met zich. Zonder noodzaak kan niet van de inrichting worden gevraagd deze extra kosten te maken. De beklagcommissie is van oordeel dat er een redelijke uitvoering aan het verlof moet worden gegeven door de inrichting. Niet gebleken is dat daar geen sprake van is geweest. Het onbegeleide verlof van klager is niet uitsluitend bestemd voor het onderhouden van het sociale contacten, maar ook voor ziekenhuisbezoek. Klager kan zelfstandig naar het ziekenhuis, maar heeft gekozen geen prioriteit te geven aan het ziekenhuisbezoek. Klacht ongegrond. Beroep ingesteld door klager, beroep gegrond, geen tegemoetkoming.
Uitspraak:

UITGEWERKTE MONDELINGE UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ DE Rijks Justitiële Jeugdinrichting, locatie […]

 De klacht
Jeugdige […] (klager) heeft op 18 mei 2017 een klaagschrift ingediend met betrekking tot verlof.

De stukken
De volgende stukken zijn aan de beklagcommissie overgelegd:
- het klaagschrift van 18 mei 2017;
- verslag maandcommissaris van 30 mei 2017;
- verweerschrift (met bijlagen) van 15 juni 2017, ontvangen op 22 juni 2017, van mw. […], Manager  […], op de klacht van de jeugdige;

De mondelinge behandeling
Op 10 juli 2017 heeft de mondelinge behandeling van de klacht plaatsgevonden.


Aanwezig waren:

-         klager;

-         mr. […], voorzitter, en mr. […], secretaris;

-         namens de directie: […], afdelingshoofd.


Standpunten van partijen

Standpunt van klager

Klager heeft in het klaagschrift gesteld dat hij een afspraak voor een second opinion bij de kaakspecialist in het ziekenhuis heeft gemist, omdat dit bezoek opeens ten koste ging van zijn vaste verlof. Klager vindt dat een dergelijk bezoek niet tijdens verlof hoeft te gebeuren en stelt dat voor eerdere verloven in het ziekenhuis ook geen verlof opgenomen hoefde te worden. Klager heeft aangegeven bereid te zijn met DV&O naar het ziekenhuis te gaan. Klager stelt ter zitting dat hij zijn verlof gebruikt om zijn sociale netwerk te onderhouden; hij wil dit niet ten koste laten gaan voor ziekenhuisbezoek.

 
Standpunt van de directeur

Namens de directeur is verwezen naar het verweer en de aanvullende informatie. Klager heeft een meerdaagse onbegeleide verlofstatus, waardoor hij een afspraak in het ziekenhuis kan opnemen in zijn verlofplanning. Klager heeft er zelf voor gekozen om andere verlofbewegingen voorrang te geven.


Ter zitting is aangegeven namens de directie dat klager bijna dagelijks met verlof gaat. Eerder had klager meer begeleid verlof. Er wordt hard geprobeerd door de inrichting klager zoveel mogelijk semi-begeleid verlof te bieden ook al is er weinig personeel aanwezig. Klager kan zijn onbegeleid verlof combineren met een bezoek naar het ziekenhuis, bijvoorbeeld in de ochtend naar zijn afspraak en de rest van de tijd fietsen of naar de bibliotheek. Klager kiest daar echter niet voor, maar wil een extra verlof moment hebben voor ziekenhuis bezoek. Daarbij komt dat een afzonderlijk verlof onder begeleiding van DV&O extra kosten met zich brengt voor de inrichting. Zonder noodzaak kan niet van de inrichting worden gevraagd deze extra kosten te maken.


De beoordeling

Artikel 65 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) bepaalt dat een jeugdige bij de beklagcommissie beklag kan doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing.

Artikel 30, eerste lid, van de Bjj bepaalt dat de directeur met machtiging van Onze Minister een jeugdige die in een inrichting verblijft op grond van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, anders dan bedoeld in artikel 29, eerste lid, in de gelegenheid kan stellen de inrichting te verlaten bij wijze van verlof.


Ingevolge het vijfde lid, van artikel 30 Bjj, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld met betrekking tot het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. Deze betreffen in elk geval de criteria waaraan een jeugdige moet voldoen om voor het verlof in aanmerking te komen, de bevoegdheid tot en de wijze van verlening, weigering, beperking en intrekking alsmede de duur, frequentie en het doel van het verlof en de voorwaarden die aan het verlof kunnen worden verbonden.


Ingevolge artikel 33 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen kan aan de jeugdige die op strafrechtelijke titel in een inrichting is geplaatst planmatig verlof worden verleend. Planmatig verlof wordt verleend in het kader van een verlofplan, dat onderdeel is van het perspectiefplan en dat ten doel heeft de resocialisatie van de jeugdige.


De beklagcommissie is van oordeel dat, gelet op de relevante wetsartikelen, er een redelijke uitvoering aan het verlof moet worden gegeven door de inrichting. Niet gebleken is dat daar geen sprake van is geweest. Het onbegeleide verlof van klager is niet uitsluitend bestemd voor het onderhouden van het sociale contacten of sportieve activiteiten, maar ook voor andere zaken, bijvoorbeeld bezoek aan een arts of ziekenhuis. Niet is aangetoond door klager dat er redenen zijn waarom de directie verplicht zou zijn
extra verlof te verstrekken voor ziekenhuisbezoek. De directie heeft aangegeven dat klager in staat is zelfstandig naar het ziekenhuis te gaan voor een afspraak. Klager heeft dit niet tegengesproken, maar heeft enkel gesteld dat hij meent recht te hebben op een extra verlof moment en heeft daarom gekozen geen prioriteit te geven aan het ziekenhuisbezoek.


Gelet hierop beslissing is niet onredelijk en niet in strijd met wet- of regelgeving.

Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard.


BESLISSING

De beklagcommissie verklaart de klacht ongegrond.


Aldus gegeven op 10 juli 2017 door mr. […], voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. […], secretaris.


Er is beroep ingesteld bij de RSJ, het kenmerk hiervan is: 17/2285/JA.
De RSJ heeft het beroep van klager gegrond verklaard en geen compensatie toegekend.