Sla inhoud over

KC 2021/045

Datum uitspraak:
20/10/2021
Artikel:
22 BJJ
Samenvatting:
Klager beklaagt zich erover dat er vanwege personeelstekort verkorte aangepaste dagprogramma’s zijn. Artikel 22 van de Bjj schrijft voor dat in inrichtingen jeugdigen in groepen verblijven en deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten gedurende tenminste 77 uren per week, waarvan tenminste 8,5 uren per dag. De beklagcommissie stelt vast dat in de periode waar klager zich over beklaagt dit wettelijk minimum per week niet is gehaald. Ook is in deze periode herhaaldelijk het wettelijk minimum per dag niet gehaald. Het beklag is dan ook gegrond en de beklagcommissie ziet reden een tegemoetkoming toe te kennen. De beklagcommissie ziet ook aanleiding om in algemene zin uiteen te zetten hoe zij kijkt naar de in dit geval en andere gevallen toe te kennen tegemoetkomingen en geeft in dit kader uitgangspunten. In het onderhavige geval komt de tegemoetkoming, op basis van deze uitgangspunten en rekening houdend met reeds ontvangen tegemoetkoming, uit op € 125,--.
Uitspraak:

De beklagcommissie van de Commissie van Toezicht bij de Rijks Justitiële Jeugdinrichting, locatie De Hunnerberg te Nijmegen

UITSPRAAK
De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het klaagschrift van […], geboren op […], verblijvende in R.J.J.I. De Hunnerberg te Nijmegen.

De procedure
Het klaagschrift, gedateerd 10 augustus 2021, is bij het secretariaat ingekomen op 13 augustus 2021.

De beklagcommissie heeft kennisgenomen van de stukken waaronder de schriftelijke reactie van de zijde van de directie van 7 oktober 2021, ingekomen op 7 oktober 2021.

Ter zitting van de beklagcommissie van 11 oktober 2021 zijn gehoord klager en, namens de directie, […].

De inhoud van het beklag
Het klaagschrift heeft betrekking op het volgende onderwerp:

  • Klager beklaagt zich erover dat er vanwege personeelstekort verkorte aangepaste dagprogramma’s zijn.


De beoordeling ten aanzien van de ontvankelijkheid
Op grond van artikel 65, eerste lid, onder m, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) kan een jeugdige bij de beklagcommissie beklag doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing betreffende enig andere beslissing die een beperking inhoudt van een recht dat de jeugdige op grond van een bij of krachtens deze wet of eenieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt. De beklagcommissie is van oordeel dat het onderwerp waarover klager klaagt onder de reikwijdte van artikel 65 van de Bjj valt, zodat het beklag in zoverre ontvankelijk is.

Ingevolge artikel 66, zevende lid, van de Bjj wordt het klaagschrift uiterlijk op de zevende dag na die waarop de jeugdige kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen ingediend. Het beklag is tijdig ingediend zodat klager in zijn beklag kan worden ontvangen.

De standpunten en de beoordeling daarvan
Het standpunt van klager
Klager heeft aangevoerd dat er sprake is van structureel personeelstekort. Het is alweer de zoveelste keer dat klager te horen krijgt dat er een verkorte dienst wordt gedraaid. Vooral als het zover vooruit wordt gepland, dan is er toch juist tijd om personeel te vinden, aldus klager. Er zijn uitzendkrachten en ook DV&O kan worden ingehuurd. Onlangs is er een ZZP-er ontslagen omdat hij een aantal keer te laat aanwezig was wegens problemen in de privé-situatie. Liever laat dan nooit, toch?, zo meent klager. Het personeel is al schaars en dan gaan ze mensen ontslaan. Wettelijk moeten jongeren 77,5 uren op de groep zijn, hiermee is dat niet mogelijk.

Klager heeft ter zitting van de beklagcommissie, verkort en zakelijk weergegeven, aangevoerd dat de reactie van de directie goed is, maar hij wil opheldering. Klager hoopt dat er iets verandert met het schrijven van deze klacht. Het gaat hem niet om de compensatie. Bij een normaal dagprogramma is er overdag een kameruur, maar bij een dagprogramma van 09.15 uur tot 17.30 uur gaat er overdag geen kameruur af.

Het standpunt van de directie
De directie heeft aangevoerd dat klager zich beklaagt over het structurele personeelstekort binnen De Hunnerberg en dat er op 2 en 24 september 2021 een verkort aangepast dagprogramma was. Het klopt dat er op 2 en 24 september 2021 een aangepast dagprogramma is aangeboden.

De programma-aanpassingen in september zijn uiteindelijk als volgt vormgegeven:

- Wekelijks op één dag geen avondprogramma, op maandag, woensdag of vrijdag (09:15-17:30 uur). Dit betreft een structurele programma-aanpassing die in ieder geval tot 2022 wordt voortgezet. Het weekprogramma beslaat dan 75,75 uur.

- Op donderdag 2, donderdag 16 en vrijdag 24 september hebben alle groepen eveneens en daarbovenop geen avondprogramma gehad. Hiervoor hebben zij een extra compensatie ontvangen, zoals een groepsbudget van 60 euro, een bezorgpizza en 5 euro per persoon extra op de telefoonkaart. Het spreekt voor zich dat ook de directie deze situatie onwenselijk vindt. De directie spant zich maximaal in de tekorten aan te vullen.

De directie heeft ter zitting van de beklagcommissie, verkort en zakelijk weergegeven, verklaard dat de 77 uren per week in de weken dat er per groep op één dag geen avondprogramma is, net niet worden gehaald. Als compensatie voor de extra dagen met een verkort dagprogramma is geld gegeven voor het groepsbudget, hebben jongeren pizza’s mogen bestellen, heeft elke jongeren 5 euro op het beltegoed gekregen. Verder staat er nog een verzorgingspakketje klaar voor als er weer een tekort is. Aan welke avond de pizza gekoppeld is weet de directie niet omdat daarvan geen brief is. Voor de weken met één gemist avondprogramma is geen compensatie gegeven. De directie wil nog wel met een wekelijkse compensatie komen (een klein geldbedrag), maar moet dit nog afstemmen. Voor de maand september zal er nog iets met terugwerkende kracht worden geregeld. De directie zal hier nog op terugkomen. Bij de breekweek is er overdag wel nog een kameruur. Dan kom je op 7,25 uur per dag.

De beoordeling
De beklagcommissie overweegt als volgt.

Klager beklaagt zich erover dat er vanwege personeelstekort verkorte aangepaste dagprogramma’s zijn in de periode van 2 september 2021 tot en met 24 september 2021. 

Uit artikel 22 van de Bjj volgt dat in inrichtingen jeugdigen in groepen verblijven en deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten gedurende tenminste 77 uren per week waarvan tenminste acht en een half uren per dag.

Uit het verweer van de directie volgt dat met één dag per week zonder avondprogramma het weekprogramma 75,75 uur beslaat. Daarnaast volgt uit het verweer van de directie en de informatie die door de directie voorafgaand aan de behandeling van het beklag is verstrekt, dat op dagen zonder avondprogramma en op weekenddagen het dagprogramma slechts 8,25 uur beslaat.

De beklagcommissie is van oordeel dat daarmee niet wordt voldaan aan het wettelijk minimum urenprogramma van 77 uren per week. In de betreffende vier weken is de weeknorm niet gehaald. Daarnaast zijn in die weken op de standaard doordeweekse dag zonder avondprogramma en op zaterdag en zondag de wettelijk vereiste 8,5 uren niet gehaald.

Op 2 september, 16 september en 24 september 2021 was er eveneens geen avondprogramma. Er wordt op die dagen ook slechts 8,25 uren gedraaid in plaats van de wettelijke 8,5 uren. Bovendien besloeg het weekprogramma in die weken slechts 71,25 uren.

Het beklag is dus gegrond.

De beklagcommissie is van oordeel dat klager een tegemoetkoming toekomt. Gelet op het structurele karakter van de aanpassing in het dagprogramma, ziet de beklagcommissie aanleiding om in algemene zin uiteen te zetten hoe zij kijkt naar de in dit geval en andere gevallen toe te kennen tegemoetkomingen.

De beklagcomissie maakt onderscheid tussen het missen van ‘de dagnorm’ en van ‘de weeknorm’  omdat het hier deels gaat om een ander beschermd belang. De dagnorm beoogt ervoor te zorgen dat jongeren niet te lang (achter elkaar) op hun kamer zitten en de weeknorm beoogt te voorkomen dat jongeren niet (voldoende) toekomen aan ontwikkeling, scholing en behandeling. Daarnaast zal er ook een onderscheid worden gemaakt tussen een beperkte en een forsere tekortkoming in gemiste uren.

De beklagcommissie komt tot de volgende uitgangspunten voor een passende tegemoetkoming:

  • bij schending van de 8,5 uur/dag norm, per geschonden dag:
    • € 2,50 voor schending kleiner of gelijk aan een uur;
    • € 5,00 voor schending groter dan een uur.
  • bij schending van de 77 uur/week norm, per geschonden week:
    • € 15,- voor schending kleiner of gelijk aan 3 uur;
    • € 25,- voor schending meer dan 3 uur.

Voor een week zal worden uitgegaan van een kalenderweek van zondag tot en met zaterdag.

De beklagcommissie zal rekening houden met al eerder aangeboden compensatie voor zover die compensatie individueel en op geld waardeerbaar is. Op 24 september 2021 heeft klager voor de uitval van het avondprogramma die dag beltegoed gekregen van 5,- euro. Voor die dag zal de beklagcommissie dus geen aanvullende tegemoetkoming toekennen omdat klager al is gecompenseerd.

Voor de dagen 2 september 2021 en 16 september 2021 heeft klager geen individuele op geld waardeerbare compensatie gekregen. De beklagcommissie is van oordeel dat klager voor die twee dagen twee keer € 2,50 (totaal € 5,-) zal ontvangen omdat op die dagen niet is voldaan aan het wettelijk minimum van 8,5 uren per dag.

Daarnaast is in de 4 kalenderweken waarin dagen 2, 16 en 24 september 2021 liggen (week 35 tot en met 38, 30 augustus tot en met 26 september 2021) ook buiten het uitvallen van het programma op deze specifieke dagen, niet voldaan aan de wettelijke dag- en weeknorm:

  • op één weekdag en twee weekenddagen in die weken is het dagprogramma 8,25 uur. Dat levert op een compensatie van 4 weken x 3 dagen x € 2,50 = € 30,-;
  • in de drie weken (week 35, 37 en 38) waarin twee avondprogramma’s uitvielen was de wekelijkse tekortkoming meer dan 3 uur, in de andere week met de uitval van één avondprogramma was dat minder dan 3 uur. Dat levert op een compensatie van 3 weken x € 25 + 1 week € 15, = € 90,-.

Gelet op het vorengaande zal de beklagcommissie het beklag gegrond verklaren en aan klager de hierboven vermelde tegemoetkoming toekennen.

De beklagcommissie merkt bij het voorgaande op dat de directie in de vergadering met de commissie van toezicht, waarin de problematiek die tot deze klacht heeft geleid regelmatig wordt besproken, tot een iets andere berekening van het dagprogramma in de weekenden is gekomen en daarmee tot een andere berekening van het weekprogramma. Nu die latere berekening in het nadeel zou uitpakken van klager en niet op de zitting van de beklagcommissie is besproken, heeft de beklagcommissie in deze zaak geen acht geslagen op deze nadere berekening.

BESLISSING
De beklagcommissie:

verklaart het beklag gegrond;

stelt als tegemoetkoming vast een geldbedrag van € 125,- .

De beslissing van de beklagcommissie op het beklag zal aan klager en directeur schriftelijk worden toegezonden.

De beklagcommissie was als volgt samengesteld:
dhr. mr. dr. T. Kraniotis, voorzitter,
dhr. mr. M. Rietveld en mw.mr. C.H.W. Janssen, leden.
In tegenwoordigheid van mw. M.D. Willems-de Schouwer, secretaris.

Deze beslissing is gegeven op: 20 oktober 2021

Er is beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk 21/22728/DA.