Sla inhoud over

KC 2021/035

Datum uitspraak:
24/03/2021
Artikel:
8 Pbw
Samenvatting:
Klager beklaagt zich over zijn plaatsing op de Afdeling Intensief Toezicht (AIT). Het klaagschrift richt zich onder meer tegen de instelling van en wijze van onderbrenging in de AIT; het (reguliere) regime op de AIT waarin het in strijd met de geldende regelgeving in de praktijk niet mogelijk is om in het plusprogramma geplaatst te worden; de wijze waarop toezichtmaatregelen worden uitgevoerd, de onjuiste informatie die ten grondslag wordt gelegd aan de opgelegde toezichtmaatregelen en het feit dat de informatie die ten grondslag wordt gelegd aan de status en de GVM-maatregelen van op de AIT geplaatste gedetineerden niet door de rechter kan worden getoetst. De beklagcommissie overweegt dat gelet op de het feit, dat de onderhavige klacht in algemene termen is gesteld en in zoverre geen betrekking heeft op beslissingen van de directeur over klager persoonlijk, waardoor de klacht niet onder de reikwijdte van artikel 60 lid 1 Pbw valt, kan de beklagcommissie klager niet ontvangen in zijn klacht en komt zij aan een inhoudelijke beoordeling daarvan dus niet toe.
Uitspraak:

DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ PI LEEUWARDEN

Beslissing van de beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij  PI Leeuwarden, inzake het klaagschrift van:

[…], verder te noemen klager.

Het klaagschrift is gericht tegen de beslissing d.d. 21 oktober 2020 om klager te plaatsen op de Afdeling Intensief Toezicht.

Het hoofd van de inrichting heeft schriftelijk gereageerd en klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen.

De klacht is behandeld ter zitting van 19 maart 2021 in het bijzijn van klager, zijn raadsman mr. […] en de vertegenwoordiger van de directie […].

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de volgende informatie:

  • Klaagschrift, ingekomen bij het secretariaat op 27 januari 2021;
  • Directiecommentaar op het klaagschrift gedateerd en ingekomen bij het secretariaat op 12 maart 2021;
  • Het verhandelde ter zitting van 19 maart 2021.


Standpunt klager
Klager beklaagt zich over zijn plaatsing op de Afdeling Intensief Toezicht (AIT). Klager stelt dat op deze nieuwe afdeling systematisch zijn rechten worden geschonden omdat:

1. er geen sprake is van een regulier regime;

2. er geen uitvoering wordt gegeven aan de regeling SPOG

3. er voor alle gedetineerden conform het AIT beleid dezelfde toezichtmaatregelen gelden ongeacht de GVM-status;

4. er sprake is van oplegging van maatregelen op grond van onjuiste informatie en/of informatie die niet te toetsen is;

5. de informatie niet door de rechter getoetst kan worden.


Door klager wordt gesteld dat, als er op de AIT sprake is van een regulier regime, deze afdeling ook als zodanig dient te functioneren en gedetineerden onder andere kunnen promoveren naar het plusprogramma. In de praktijk blijkt echter dat de AIT niet als een regulier regime functioneert en er derhalve onduidelijkheid is over de status van de AIT. Indien de AIT niet onder het reguliere regime valt kunnen gedetineerden niet door de directeur op deze afdeling geplaatst worden maar  alleen na een beoordeling en toetsing door de selectiefunctionaris.


Standpunt kliniek

Primair stelt de directeur dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht omdat er geen sprake is van een beslissing zoals bedoeld in artikel 60 lid 1 Pbw. Door de directeur is geen concrete beslissing jegens klager genomen. De directeur stelt dat een klacht over algemene regelgeving is uitgesloten tenzij die in strijd is met hogere wet- of regelgeving. De klacht van klager ziet niet op een dergelijke situatie derhalve kan klager ook op deze grond niet ontvangen worden in zijn klacht. Ter zitting heeft de directeur bovendien aangevoerd dat de klacht niet als zodanig door de beklagcommissie opgevat had moeten worden, nu de brief gericht is aan verschillende partijen, waaronder de beklagcommissie.

Subsidiair stelt de directeur dat de AIT een interne differentiatie is binnen het bestaande regime van beperkte gemeenschap in de PI. Het plaatsten van gedetineerden op de AIT valt daarom onder de beslissingsbevoegdheid van de directeur overeenkomstig art. 16 Pbw. Op de AIT wordt alleen het basisprogramma voor mannen uitgevoerd. De AIT bestaat uit twee kleinschalige afdelingen voor maximaal zes gedetineerden per afdeling. Op deze afdeling is relatief meer personeel werkzaam en ligt de nadruk op het bewaren van de orde, rust en veiligheid en het uitvoeren van toezicht op risicovolle gedetineerden. Door de kleinschalige opzet zijn contacten beter te monitoren en kunnen toezichtmaatregelen efficiënter worden ingezet. Plaatsing op de AIT is alleen geïndiceerd indien plaatsing op een grotere reguliere afdeling niet meer passend wordt geacht vanwege de vele mogelijkheden tot ongecontroleerde communicatie, beïnvloeding van medegedetineerden of vanwege een ontwrichtend en ondermijnend gedragspatroon.

Op grond van de preventieve status van klager is plaatsing binnen een plusprogramma conform het DBT-beleidskader niet mogelijk. Klager kan, indien hij een besluit ontvangt waarin het verzoek tot promoveren wordt afgewezen, daarover een klacht indienen. Met betrekking tot de stelling van klager dat alle gedetineerden die op de AIT verblijven dezelfde toezichtmaatregelen opgelegd krijgen ongeacht de GVM-status, de onjuiste en niet te toetsen informatie en de GVM-status van klager verwijst de directeur naar zijn verweer in andere individuele klachten van klager over deze onderwerpen waarin hij verweer heeft gevoerd en die ingediend zijn naar aanleiding van een concreet besluit van de directeur over klager.


De beoordeling

Ten aanzien van de stelling van de directeur dat de beklagcommissie de brief niet als een klaagschrift had mogen aanmerken, overweegt de beklagcommissie het volgende. De brief is mede gericht aan de beklagcommissie, waarvan de wettelijke taak is het geven van een oordeel over klachten van gedetineerden. De aard van het in de brief aan de orde gestelde heeft onmiskenbaar het karakter van een klacht over een groot aantal aspecten van de situatie op de AIT, waarbij door de klager zijn rechtspositie als gedetineerde fundamenteel in het geding wordt geacht. De beklagcommissie is dan ook van oordeel dat zij deze brief terecht (ook) als klaagschrift heeft aangemerkt en daarvan dus terecht kennis heeft genomen.

Met betrekking tot de ontvankelijkheid van klager overweegt de beklagcommissie dat er in casu sprake is van een juridisch ingewikkelde situatie. De instelling en de wijze van onderbrenging van de Afdeling Intensief Toezicht in de PI Leeuwarden is overeenkomstig artikel 8 Pbw een beslissing van de minister van Justitie. Op grond van deze beslissing, waarbij de AIT ondergebracht is in het bestaande regime van beperkte gemeenschap van de PI Leeuwarden, is de vestigingsdirecteur van de PI Leeuwarden bevoegd om gedetineerden te plaatsen op de AIT en valt deze bevoegdheid niet toe aan de selectiefunctionaris.

Het klaagschrift richt zich in algemene termen tegen de instelling van en wijze van onderbrenging in de AIT; het (reguliere) regime op de AIT waarin het in strijd met de geldende regelgeving in de praktijk niet mogelijk is om in het plusprogramma geplaatst te worden; de wijze waarop toezichtmaatregelen worden uitgevoerd, de onjuiste informatie die ten grondslag wordt gelegd aan de opgelegde toezichtmaatregelen en het feit dat de informatie die ten grondslag wordt gelegd aan de status en de GVM-maatregelen van op de AIT geplaatste gedetineerden niet door de rechter kan worden getoetst.

Gelet op de het feit echter, dat de onderhavige klacht in algemene termen is gesteld en in zoverre geen betrekking heeft op beslissingen van de directeur over klager persoonlijk, waardoor de klacht niet onder de reikwijdte van artikel 60 lid 1 Pbw valt, kan de beklagcommissie klager niet ontvangen in zijn klacht en komt zij aan een inhoudelijke beoordeling daarvan dus niet toe.

Dit laat echter onverlet dat klager (en/of zijn medeklagers) ook meerdere individuele klachten heeft/hebben ingediend die een grote samenhang hebben met de onderhavige klacht. In een aantal van deze individuele klachten, die dan ook in samenhang met de onderhavige klacht door de beklagcommissie zullen worden beoordeeld, zal de beklagcommissie wel toe komen aan een inhoudelijke beoordeling en uitspraak daarover, nu deze klachten wel voldoen aan het gestelde in artikel 60 lid 1 Pbw.

 

BESLISSING
De beklagcommissie verklaart de klacht niet ontvankelijk.

Aldus gedaan te Leeuwarden op 24 maart 2021 door mr. L.Ph. den Hollander, voorzitter, mevr. M. Visser en dhr. L. Diepenhorst, leden, in tegenwoordigheid van E. Heebink, secretaris.