Sla inhoud over

KC 2021/012

Datum uitspraak:
12/01/2021
Artikel:
42, 49 Pbw
Samenvatting:
Op 8 en 9 september 2020 heeft er een spitactie plaatsgevonden, uitgevoerd door het Landelijke Bijzondere bijstandsteam, omdat er informatie was ontvangen dat er een schietpen de inrichting was binnengebracht. Klager beklaagt zich erover dat hij op deze twee dagen geen gelegenheid tot luchten en geen medicijnen heeft gekregen. Volgens de directie was er door de spitactie sprake van overmacht en geen mogelijkheid om luchten aan te bieden. Ook was er geen mogelijkheid tot compensatie, omdat het een grote groep gedetineerden betrof. De medische dienst heeft vanwege de spitactie een lijst opgemaakt van de gedetineerden waarbij dagelijkse medicatie noodzakelijk is. Klager stond niet op die lijst. De beklagcommissie is van oordeel dat de directie zich diende in te spannen om aan klager een passende compensatie te bieden voor de gemiste luchtmomenten, ook al was sprake was van een zeer ernstige calamiteit die invloed had op luchtmomenten van een grote groep gedetineerden. Nu klager direct bij het verkrijgen van zijn maaltijd heeft aangegeven dat hij zijn medicatie nodig had om te kunnen eten, is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Het beklag wordt gegrond verklaard, onder toekenning van een tegemoetkoming van € 20,--.
Uitspraak:

UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE VAN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ PENITENTIAIRE INRICHTING LELYSTAD


De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:

[…], verder te noemen klager en thans gedetineerd in PI Achterhoek.

Het klaagschrift ziet op de omstandigheid:

  • dat klager niet heeft mogen luchten op 8 en 9 september 2020 [X];
  • dat klager geen medicijnen heeft ontvangen op 8 en 9 september 2020 [Y].


De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. De klachten zijn behandeld op de beklagzitting van 3 december 2020, in het bijzijn van klager. Namens de directie was aanwezig, […].

In het kader van de behandeling van deze klachten heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de volgende informatie:

  • Klaagschrift ongedateerd en ingekomen bij het secretariaat op 21 september 2020;
  • Aanvullingen op het klaagschrift van 6 mei 2020, 29 mei 2020, 23 juni 2020 en 21 juli 2020
  • Het verweerschrift van de directeur van 12 november 2020;
  • Het verhandelde ter zitting van 3 december 2020, hieronder kort uiteengezet.

Voornoemde stukken worden als ingevoegd beschouwd.

Standpunt klager
Tijdens een controle van het Landelijke Bijzondere Bijstandsteam (LBB) op 8 en 9 september heeft klager niet mogen luchten en heeft hij zijn medicijnen niet ontvangen.

Ter zitting voert klager het volgende aan. Klager heeft maagzweren en zijn medicijnen houden het maagzuur tegen. Zonder medicijnen kan klager niet eten, omdat eten dan veel pijn doet. Doordat hij geen medicijnen heeft gehad tijdens de controle heeft klager niet kunnen eten op 8 en 9 september 2020. Klager heeft dit direct aangegeven bij het LBB tijdens het ontvangen van eten. Klager vraagt zich af waarom slaapmiddelen belangrijk zijn en maagtabletten niet.

Standpunt directie
Wat betreft de situatie van 8 en 9 september 2020 het volgende. Er is in de PI Lelystad informatie binnengekomen dat er een schietpen de inrichting was binnengebracht. Naar aanleiding hiervan is besloten om het LBB in te schakelen om deze schietpen te zoeken.

[X]: Het luchten is op 8 en 9 september 2020 niet doorgegaan vanwege de calamiteit. Dit was overmacht. In verband met het volle dagprogramma was er wat betreft menskracht en tijd geen ruimte om de gemiste luchttijd te compenseren, omdat het een grote groep gedetineerden betrof.
[Y]: Uit navraag bij de medische dienst blijkt dat klager geen medicijnen heeft gehad. Door de calamiteit is er bij de medische dienst een lijst opgemaakt van de gedetineerden waarbij dagelijkse medicatie noodzakelijk is. De gedetineerden die niet op de lijst stonden hebben geen medicijnen gehad. Klager stond niet op de lijst en heeft dus geen medicijnen gehad op 8 en 9 september 2020. Door de calamiteit mocht niemand de unit in

Ter zitting is het volgende aangevoerd. Op 8 en 9 september 2020 werden alle cellen in de koepel nagelopen door het LBB. Dit ging via een apart protocol. Dit was niet fijn om mee te maken, maar wel noodzakelijk voor de veiligheid. Ook de medicijnen moesten veilig gegeven worden. Er kon namelijk ook geschoten worden door het luikje. De medische dienst heeft een lijst opgemaakt met mensen die echt medicijnen moesten hebben, bijvoorbeeld voor hartproblemen. De overige zijn niet uitgereikt. Normaal zijn er 50 tot 60 gedetineerden die medicijnen krijgen. Dat was nu niet mogelijk.

Beoordeling
Klager heeft zijn beklag gedaan binnen de wettelijke termijn en gegrond op artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), zodat klager ontvankelijk is in zijn beklag.

[X]

Artikel 49, derde lid van de Pbw verplicht de directeur iedere gedetineerde de gelegenheid te geven om minimaal een uur per dag in de buitenlucht te verblijven. Het recht op een dagelijks verblijf in de buitenlucht wordt in beginsel als een onvervreemdbaar fundamenteel recht voor de gedetineerde aangemerkt, dat alleen in uitzonderlijke gevallen mag worden beperkt. Ook bij zeer ernstige calamiteiten dient de inrichting in beginsel extra inspanningen te verrichten om een passende compensatie te kunnen bieden.[1]

De beklagcommissie stelt vast dat in PI Lelystad op 8 en 9 september 2020 een spitactie plaatsvond, omdat er informatie binnen was gekomen dat er een schietpen de inrichting in was gebracht. Deze spitactie werd uitgevoerd door het LBB. De LBB heeft de cellen van de koepel […] onderzocht. Alle gedetineerden-bewegingen zijn stilgelegd. Door deze spitactie is het luchtmoment op 8 en 9 september 2020 niet doorgegaan. Klager heeft op deze data dus niet kunnen luchten. Aan klager is geen enkele compensatie aangeboden voor het missen van 2 uur luchten.

De beklagcommissie is van oordeel dat de directie zich diende in te spannen om aan klager een passende compensatie te bieden voor de gemiste luchtmomenten. Dat sprake was van een zeer ernstige calamiteit die invloed had op luchtmomenten van een grote groep gedetineerden doet daar niet aan af. Nu aan klager geen enkele vorm van compensatie is geboden zal het beklag gegrond worden verklaard. Aan klager zal een tegemoetkoming worden toegekend van € 10,-.

[Y]

Op grond van artikel 42, vierde lid, sub a, van de Pbw draagt de directeur zorg voor de verstrekking van de door de aan de inrichting verbonden arts of diens plaatsvervanger voorgeschreven medicijnen en diëten.

De beklagcommissie stelt vast dat klager zijn medicatie op 8 en 9 september 2020 niet heeft gekregen tijdens de spitactie door de LBB. Door de spitactie heeft de medische dienst een lijst opgemaakt met gedetineerden waarbij dagelijkse medicatie noodzakelijk is, omdat het niet mogelijk zou zijn geweest om aan alle gedetineerden de benodigde medicatie uit te reiken. Klager stond niet op deze lijst, waardoor hij dus geen medicatie heeft gekregen. Hierdoor heeft klager deze twee dagen niet kunnen eten, omdat dit zonder zijn medicijnen veel pijn doet. Tijdens het uitreiken van het eten heeft klager dit direct aangegeven bij de LBB.

De beklagcommissie is van oordeel dat ondanks de bijzondere omstandigheden van de spitactie van de LBB, het niet verstrekken van klagers medicatie aan de directeur kan worden verweten. Dat de medische dienst vanwege de calamiteit een lijst heeft opgemaakt met gedetineerden waarbij dagelijkse medicatie noodzakelijk is, doet niets af aan de zorgplicht die de directeur op grond van artikel 42 lid 4 sub a Pbw heeft. De beklagcommissie ziet niet in waarom klagers medicatie, in tegenstelling tot zijn maaltijd, niet verstrekt had kunnen worden. Nu klager tevens direct bij het verkrijgen van zijn maaltijd heeft aangegeven dat hij zijn medicatie nodig had om te kunnen eten, kan worden gesteld dat de directeur niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Derhalve zal het beklag gegrond worden verklaard. Aan klager zal een tegemoetkoming worden toegekend van € 10,-.

BESLISSING
De beklagrechter verklaart:

  • het beklag ten aanzien van [X] en [Y] gegrond;
  • kent aan klager een tegemoetkoming toe van € 20,-.


Aldus gegeven op 12 januari 2020 door mw. mr. A.J.E. Schouten, voorzitter, bijgestaan door dhr. mr. B. Wijnberg, secretaris.

[1] RSJ 15 juli 2020 R-19/4066/GA.


Er is door de directie beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk R-21/19436/GA.