Sla inhoud over

KC 2020/035

Datum uitspraak:
28/05/2020
Artikel:
Artt. 15 en 16 Pbw
Samenvatting:
Klagers beklag is gericht tegen zijn plaatsing op de Afdeling Intensief Toezicht (AIT). Deze beslissing is door de directeur genomen nadat klager is overgeplaatst van de PI Krimpen a/d IJssel naar PI Leeuwarden vanwege een geweldsincident. De beklagrechter constateert dat in de klacht noch in de toelichting van de raadsman wordt gesteld dat aan de rechten van klager als gedetineerde tekort is gedaan door de tijdelijke plaatsing in de AIT. De beklagrechter overweegt dat klager in de P.I. Krimpen aan den IJssel betrokken is geweest bij een ernstig geweldsincident en dat er verder sprake was van het gebruik van verdovende middelen, diefstal en verbale- en fysieke agressie. Naar het oordeel van de beklagrechter is het daarom in deze zaak voorstelbaar dat de directeur eerst een goede inschatting wilde maken van het gedrag en de houding van klager voordat hij op een reguliere afdeling werd geplaatst. Op de AIT was dit mogelijk en deze plaatsing voldeed bovendien aan de criteria die door de selectiefunctionaris zijn gesteld aan de plaatsing van klager. De beklagrechter is daarom van oordeel dat de handelwijze van de directeur niet strijdig is met de wet en evenmin onredelijk of onbillijk is. Het beklag is ongegrond verklaard.
Uitspraak:

De beklagrechter van de Commissie van Toezicht bij Penitentiaire Inrichting Leeuwarden te Leeuwarden

Beslissing van de voorzitter van de beklagcommissie uit de Commissie van Toezicht bij bovenvermelde inrichting op het ingekomen klaagschrift van:


[…] (verder te noemen klager), verblijvende in de P.I. Leeuwarden.


Procesgang
Op 10 april 2020 is bij de secretaris van de Commissie van Toezicht het klaagschrift binnengekomen.


Op 10 april 2020 heeft mr. D.C. Vlielander zich gesteld als advocaat van klager.


Op 17 april 2020 heeft de secretaris de advocaat schriftelijk benaderd met de vraag of in verband met de maatregelen die zijn getroffen vanwege het Corona-virus, de klacht schriftelijk afgedaan zou kunnen worden.


Op 24 april 2020 heeft de advocaat aangegeven dat hij kan instemmen met een schriftelijke afdoening.


Op 1 mei 2020 is de schriftelijke reactie, met bijlagen, van de inrichting binnengekomen.


De advocaat heeft op 8 mei 2020 schriftelijk gereageerd op het verweerschrift van de inrichting, waarna vervolgens de inrichting nogmaals heeft gereageerd op 13 mei 2020. Tot slot heeft de advocaat op 17 mei 2020 wederom schriftelijk gereageerd, en in die reactie ook een laatste woord van klager verwerkt.


D
e klacht

Klager beklaagt zich over het regime waarin hij is geplaatst bij binnenkomst in de P.I. Leeuwarden op 7 april 2020. Klager is bij binnenkomst door de directeur geplaatst op de Afdeling Intensief Toezicht (AIT). Klager stelt dat hij is geselecteerd voor een normale afdeling en niet geplaatst mag worden op deze speciale afdeling die bedoeld is voor zware criminelen. Door de advocaat van klager wordt gesteld dat plaatsing van klager op de AIT in strijd is met het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel. Het was redelijker geweest om klager te monitoren op een normale afdeling zodat er een realistischer beeld van zijn gedrag en houding vastgesteld kon worden. Bovendien heeft de plaatsing te lang geduurd. Klager is van 7 april 2020 tot 24 april 2020 geplaatst op de AIT. De advocaat van klager stelt dat het geen twee en halve week hoeft te duren voordat er een adequaat beeld gevormd kan worden.


Het standpunt van de directeur

In zijn verweer stelt de directeur dat klager naar de P.I. Leeuwarden is overgeplaatst op 7 april 2020 vanwege een geweldsincident op 27 maart 2020 in de P.I. Krimpen aan den IJssel. Daarbij is klager een disciplinaire straf opgelegd van veertien dagen strafcel wegens fysiek geweld jegens een medegedetineerde. Uit het dossier van klager blijkt dat het de tweede keer in een korte periode is dat klager is overgeplaatst vanwege het verstoren van de orde, rust en veiligheid in een inrichting. Ook wordt in het dossier melding gemaakt van het gebruik van verdovende middelen, diefstal, en verbale en fysieke agressie. Om de houding en het gedrag van klager goed te kunnen monitoren heeft de directeur klager, op grond van artikel 16 lid 1 Pbw, geplaatst op de AIT. De AIT is een afdeling, net als alle andere afdelingen in de inrichting, met beperkte gemeenschap en een normaal beveiligingsniveau. De AIT bestaat uit twee kleine groepen waar met een hoge personele bezetting een dagprogramma wordt aangeboden. Met plaatsing van klager op de AIT voldoet de directeur aan de selectiebeslissing van de selectiefunctionaris. Zodra er een goede inschatting van de houding en het gedrag van klager kon worden gemaakt, is de plaatsing op de AIT beëindigd en is klager overgeplaatst naar gevangenisafdeling B. De directeur verzoekt de klacht ongegrond te verklaren.


De beoordeling van de klacht

Op grond van de stukken overweegt de beklagrechter navolgende.


De voorzitter stelt voorop dat de klacht betrekking heeft op plaatsing van klager in de AIT als zodanig. Dit hangt blijkens de klacht zelf en de toelichting van de raadsman samen met het beeld van die afdeling als bestemd voor zware criminelen. Dat beeld wordt volgens de raadsman opgeroepen op de website van DJI. Inderdaad wordt op die website in een bericht van 12 februari 2020 gesproken over zware criminelen, maar voorts ook over risicovolle criminelen. De voorzitter constateert verder dat in de klacht noch de toelichting van de raadsman wordt gesteld dat aan de rechten van klager als gedetineerde tekort is gedaan door de tijdelijke plaatsing in de AIT. Weliswaar heeft klager een afzonderlijke klacht ingediend over het luchten gedurende twee dagen van de periode van zijn verblijf in de AIT. Die klacht heeft echter geen betrekking op het achterwege blijven van het luchten als zodanig. Op die klacht zal bij afzonderlijke beslissing van heden afwijzend worden beslist.


Gelet op artikel 16 lid 1 Pbw is de directeur bevoegd de wijze van onderbrenging van een gedetineerde die op grond van artikel 15 Pbw in zijn inrichting is geplaatst, te bepalen. Uit de stukken blijkt dat klager op 3 december 2019  is overgeplaatst naar de P.I. Krimpen aan den IJssel vanwege het verstoren van de orde, rust en veiligheid in de P.I. de Schie. Op 27 maart 2020 heeft klager in de P.I. Krimpen aan den IJssel een medegedetineerde aangevallen en bewusteloos geslagen. Uit het dossier van klager blijkt verder dat er sprake is van het gebruik van verdovende middelen, diefstal en verbale- en fysieke agressie. Naar het oordeel van de beklagrechter is het daarom in deze zaak voorstelbaar dat de directeur eerst een goede inschatting wilde maken van het gedrag en de houding van klager voordat hij op een reguliere afdeling werd geplaatst. Juist op de AIT kon er, vanwege de hogere personele bezetting, sneller en beter een goede inschatting gemaakt worden van de houding en het gedrag van klager. Bovendien voldoet de AIT aan de criteria die door de selectiefunctionaris zijn gesteld aan de plaatsing van klager. De directeur heeft klager overgeplaatst naar een reguliere afdeling zodra de plaatsing op de AIT niet langer noodzakelijk werd geacht.


De handelwijze van de directeur wordt door de beklagrechter in beide onderdelen waarover wordt geklaagd niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid geacht. Gelet daarop zal de beklagrechter de klacht van klager dan ook ongegrond verklaren.


BESLISSING

Verklaart de klacht van […] ongegrond.


Aldus gegeven op 28 mei 2020 door mr. L.P. den Hollander, voorzitter, in telefonische tegenwoordigheid van E. Heebink, secretaris.


Er is door klager/de directie beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk R-20/7160/GA.