Sla inhoud over

KC 2020/034

Datum uitspraak:
14/12/2020
Artikel:
Artt. 38 en 58 Pbw
Samenvatting:
Klager beklaagt zich over de weigering van de directeur om zijn vriendin de toegang tot de inrichting te verschaffen voor het geplande BZT. De reden hiervoor was het feit dat de speurhond ‘aansloeg’ bij de controle en het dienstdoende personeel een alcohollucht rook. Bij nader onderzoek is geen contrabande aangetroffen. De beklagcommissie verklaart het beklag formeel gegrond nu de mondelinge beslissing om de vriendin van klager de toegang tot de inrichting te weigeren niet schriftelijk aan klager is medegedeeld. De beklagcommissie kent klager een tegemoetkoming van € 10 toe. Daarnaast overweegt de beklagcommissie dat het beleid van de inrichting materieel in strijd is met de circulaire Landelijke inzet van speurhonden (kenmerk 2245397), waaruit blijkt dat er alleen sprake is van overtreding wanneer er daadwerkelijk contrabande worden aangetroffen. Het enkele ‘aanslaan’ van de speurhond op een bezoeker is in de ogen van de beklagcommissie onvoldoende om alleen op basis daarvan de toegang van een bezoeker te weigeren.
Uitspraak:

De beklagcommissie van de Commissie van Toezicht bij Penitentiaire Inrichting Leeuwarden te Leeuwarden

Beslissing van de voorzitter van de beklagcommissie uit de Commissie van Toezicht bij bovenvermelde inrichting op het ingekomen klaagschrift van:

[…] (verder te noemen klager), verblijvende in de P.I. Leeuwarden.

Procesgang

Op 4 oktober 2019 is bij de secretaris van de Commissie van Toezicht het klaagschrift binnengekomen.


Op 14 november 2019 is de schriftelijke reactie, met bijlagen, van de inrichting binnengekomen.


Op 29 november 2019 is de klacht ter zitting behandeld. Daarbij is klager gehoord. Als vertegenwoordiger van de directie is dhr. E. Breekveldt gehoord.


D
e klacht

Klager beklaagt zich over het onterecht weigeren van het Bezoek zonder Toezicht (BZT) met zijn vriendin door haar de toegang tot de inrichting niet te verschaffen op 1 oktober 2019. De vriendin van klager was uit Engeland overgekomen en hij heeft haar onkosten van het bezoek ad € 950,00 betaald. Ter zitting heeft klager aangevoerd dat de speurhond tijdens de controle van zijn vriendin aansloeg en tegen haar was opgesprongen, waardoor zij struikelde en haar enkel verrekte. Klagers vriendin heeft aangegeven dat ze niets bij zich had en dat ze gefouilleerd mocht worden. Klager stelt dat hij schriftelijk bewijs heeft om aan te kunnen tonen dat zijn vriendin haar enkel heeft verstuikt. Zijn vriendin is namelijk twee dagen na het geplande bezoek voor haar enkel bij de dokter geweest. Tijdens de controle is volgens klager geen contrabande bij haar aangetroffen. Ter zitting heeft klager aangegeven dat hij eigenlijk geen compensatie wil, maar graag zijn vriendin wenst te zien. Klager wil voorts de camerabeelden zien van haar bezoek op 1 oktober 2019.


Het standpunt van de directie

De directeur heeft ter zitting aangevoerd dat het bezoek van klagers vriendin uit Engeland is geweigerd, omdat de speurhond aansloeg. Ook hebben de bewaarders een alcohollucht uit haar mond geroken en haar hiermee geconfronteerd. Zij heeft vervolgens toegegeven alcohol te hebben gebruikt. De directeur geeft aan dat paragraaf 3 van de bijgevoegde circulaire (productie 2) ziet op het overgeven aan de politie. Daarnaast kan het bezoek volgens de directeur ook geweigerd worden zoals aangegeven in de mededeling. Hiervan is volgens de directeur geen schriftelijke mededeling aan klager gedaan. De directeur heeft verder ter zitting aangevoerd dat hij betwist dat de speurhond tegen haar is opgesprongen en zij hierdoor haar enkel heeft verstuikt. Een speurhond springt nooit, aldus de directeur.


De beoordeling van de klacht

Klager beklaagt zich over de weigering van de directeur om zijn vriendin de toegang tot de inrichting te verschaffen voor het geplande BZT op 1 oktober 2019. Als redenen daartoe voert de directeur aan dat tijdens de controle van de vriendin van klager de speurhond aansloeg en dat er een alcohollucht is waargenomen door het dienstdoende personeel, hetgeen desgevraagd ook door haar is bevestigd.


Op grond van artikel 38 lid 3 juncto artikel 58 lid 2 onder b van de Pbw, dient de directeur de weigering van de toelating tot de gedetineerde van een bepaald persoon of bepaalde personen schriftelijk mede te delen aan de gedetineerde. De beklagcommissie constateert dat de directeur de mondelinge beslissing om de vriendin van klager de toegang tot de inrichting te weigeren, niet schriftelijk aan klager heeft medegedeeld. De beklagcommissie ziet hierin aanleiding om de klacht van klager formeel gegrond te verklaren en aan hem een compensatie toe te kennen van € 10,00. De beklagcommissie merkt daarbij op dat de gemaakte kosten van de vriendin van klager niet door hem zelf zijn gemaakt en dat hij om die reden hiervoor niet gecompenseerd kan worden. Voor een tegemoetkoming van de gemaakte kosten van de vriendin van klager dient door haar een andere procedure gevolgd te worden.


Ten overvloede merkt de beklagcommissie op dat het onderliggende beleid van de inrichting materieel in strijd is met de circulaire Landelijke inzet van speurhonden (kenmerk 2245397), waaruit blijkt dat er alleen sprake is van overtreding wanneer er daadwerkelijk contrabande worden aangetroffen. De speurhond is een selectiemiddel op basis waarvan kan worden besloten of een bezoeker aan een nadere controlemogelijkheden worden onderworpen zoals fouillering. Het enkele ‘aanslaan’ van de speurhond op een bezoeker is in de ogen van de beklagcommissie onvoldoende om alleen op basis daarvan de toegang van een bezoeker te weigeren.


BESLISSING

Verklaart de klacht […] formeel gegrond en kent aan hem een compensatie toe van € 10,00.


Aldus gegeven op 29 november 2019 door mr. W.J.B. ten Kate, voorzitter, M. Visser en L. Diepenhorst, leden, in tegenwoordigheid van E. Heebink, secretaris.

Er is door de directeur beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk R-19/5423/GA