Sla inhoud over

KC 2021/033

Datum uitspraak:
24/03/2021
Artikel:
Artt. 23 en 24 Pbw
Samenvatting:
Het klaagschrift is gericht tegen de ordemaatregel van acht dagen afzondering die aan klager is opgelegd nadat klager zijn raadsman bij wijze van afscheid een elleboogboks heeft gegeven. Deze maatregel is volgens klager en zijn raadsman strijdig met de redelijkheid en billijkheid en bovendien niet noodzakelijk. De directeur stelt dat er streng wordt toegezien op de coronamaatregelen en dat dit concreet inhoudt dat gedetineerden bij fysiek contact met iemand van buiten in afzondering worden geplaatst. De beklagcommissie overweegt dat voldoende aannemelijk is geworden dat klager zich niet heeft gehouden aan de coronamaatregelen terwijl hij op de hoogte was van het verbod op fysiek contact. De beklagcommissie is van oordeel dat dit een strafwaardige gedraging is waarvoor aan klager een disciplinaire straf opgelegd had kunnen worden. Voor het opleggen van een ordemaatregel is vereist dat dit noodzakelijk is voor het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. De noodzaak om klager voor de duur van acht dagen te plaatsen op een individueel programma vanwege het geven van een korte elleboogboks is volgens de beklagcommissie onvoldoende gebleken. De beklagcommissie verklaart het beklag gegrond en kent aan klager een tegemoetkoming van € 40,- toe.
Uitspraak:

De beklagcommissie van de Commissie van Toezicht bij Penitentiaire Inrichting Lelystad te Lelystad


UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE VAN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ PENITENTIAIRE INRICHTING LELYSTAD


De beklagcommissie heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:


[…], verder te noemen klager.


Het klaagschrift is gericht tegen de beslissing tot oplegging van een ordemaatregel van acht dagen plaatsing in quarantaine.


De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. De klacht is behandeld op de beklagzitting van 4 maart 2021, in aanwezigheid van klager en zijn raadsman mr. J.W. Vedder en namens de directie, P. Hoek (plv. vestigingsdirecteur).                       


In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de volgende informatie:

  • klaagschrift ingediend door klagers advocaat, gedateerd en binnengekomen bij het secretariaat op 24 december 2020;
  • het verweerschrift van de directeur van 23 februari 2021 inclusief bijlagen (beschikking ordemaatregel en schriftelijk verslag);
  • getekende beschikking ordemaatregel (overlegd tijdens zitting);
  • het verhandelde ter zitting van 4 maart 2021, hieronder kort uiteengezet voor zover niet gebleken uit de schriftelijke bescheiden.

Voornoemde stukken worden als ingevoegd beschouwd. 


Standpunt klager

Klager heeft op 23 december 2020 bezoek gehad van zijn advocaat. Aan het einde van het bezoek gaf advocaat klager een korte elleboogboks in de hal. Klager heeft hiervoor een ordemaatregel opgelegd gekregen en is in quarantaine geplaatst tot en met 31 december 2020. Klager stelt dat de ordemaatregel volstrekt in strijd is met redelijkheid en billijkheid. Het fysieke contact was slechts zeer kortdurend van aard en het ging niet om het schudden van handen. Daarom zijn de RIVM-richtlijnen op geen enkele manier overtreden. Bovendien is het contact zo kort geweest dat daaruit redelijkerwijs geen enkele kans op besmetting van het coronavirus kan volgen. Daar komt bij dat klager en zijn advocaat een gesprek hadden achter plexiglas, klagers advocaat een mondkapje op had en dat er verder voldaan werd aan alle maatregelen die in het kader van het coronavirus golden.


Ter zitting heeft klagers advocaat het volgende aangevoerd. De ordemaatregel is niet ondertekend en het blijkt niet of deze onverwijld is uitgereikt. Ook is de beschikking onvoldoende gemotiveerd. In de beschikking staat namelijk niet welke maatregelen zijn genomen en wat voor fysiek contact er is geweest. Inhoudelijk is de toets van noodzakelijkheid van belang. Het is begrijpelijk dat de directeur probeert om corona buiten de deur te houden, maar hij moet bij het opleggen van de ordemaatregel wel rekening houden met de wet. De ordemaatregel moet wel noodzakelijk zijn. Dat was niet het geval. Het enige wat heeft plaatsgevonden is een korte elleboogboks, waarbij klager en advocaat een mondkapje op hadden. Er dient rekening gehouden te worden met de kans op besmetting met het coronavirus. Klager en advocaat zaten in een slecht geventileerde ruimte. Dit was geen probleem, maar vervolgens wordt bij het geven van een korte elleboogboks de risico op besmetting erg groot geacht. Daarnaast vond de elleboogstoot plaats zonder huid op huid contact. Hierdoor was geen sprake van fysiek contact. Als dit toch fysiek contact is dan zou een disciplinaire straf opgelegd moeten worden wegens het overtreden van de huisregels, omdat er dan sprake is van verwijtbaar gedrag. Ook is niet gebleken dat het geven van een elleboogboks en het hebben van fysiek contact verboden is. In PI Lelystad zijn deze regels bij binnenkomst nergens zichtbaar en de regels zijn ook niet aan advocaat medegedeeld. Bij het waarnemen van een elleboogboks kan worden volstaan met een waarschuwing. Tijdens de quarantaine heeft klager de medische dienst niet gezien. Na acht dagen is hij gewoon teruggeplaatst.


Standpunt directie

De inrichting probeert het coronavirus buiten de deur te houden. Dit lukt mede doordat PI Lelystad streng is op fysiek contact tussen gedetineerden en advocaten. Het is onduidelijk waar advocaten vandaan komen en of zij klachten hebben. Hierdoor neemt de inrichting het zekere voor het onzekere door een gedetineerde bij fysiek contact in quarantaine te plaatsen. Bij binnenkomst van bezoek wordt gezegd dat fysiek contact verboden is en dit is ook op schrift aan de gedetineerden doorgegeven. Bij fysiek contact wordt een gedetineerde geplaatst op de inkomstenafdeling. Hier volgen de gedetineerden in kleine groepjes activiteiten. Het komt erop neer dat bij fysiek contact tussen een gedetineerde en iemand van buiten een ordemaatregel wordt opgelegd om te onderzoeken of de gedetineerde klachten krijgt.


Beoordeling

Klager heeft conform artikel 60 van de Pbw tijdig beklag ingediend tegen een door of namens de directeur genomen beslissing. Hij kan daarom worden ontvangen in zijn beklag.


Op grond van artikel 23 lid 1 onder a van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) kan de directeur een gedetineerde uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten indien dit in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk is.


De beklagcommissie stelt vast dat klager op 23 december 2020 bezoek heeft gehad van zijn advocaat. Het bezoek heeft plaatsgevonden achter plexiglas. Klager en advocaat hebben na het bezoek een korte elleboogboks aan elkaar gegeven. Dit werd gedaan in de hal waar de bezoekersruimtes op uitkomen. Klagers advocaat had hierbij een mondkapje op. Aan klager is wegens de elleboogboks met zijn advocaat een ordemaatregel opgelegd van uitsluiting van activiteiten voor de duur van acht dagen. De directeur heeft ter zitting een ondertekende ordemaatregel overlegd. Klager en advocaat hebben hiervan kennis kunnen nemen. Uit de ondertekende ordemaatregel blijkt dat deze onverwijld is uitgereikt aan klager. De beklagcommissie is dan ook van oordeel dat is voldaan aan de formele vereisten van ondertekening en onverwijlde uitreiking van de beschikking.


Dit ordemaatregel is opgelegd uit voorzorg om de risico op besmetting van het coronavirus in te perken. Klager is hierbij geplaatst op de inkomstenafdeling en heeft hier een individueel programma gevolgd. De beklagcommissie overweegt dat voldoende aannemelijk is geworden dat klager zich niet heeft gehouden aan de coronamaatregelen rondom het bezoek door fysiek contact te hebben met zijn advocaat. Door een korte elleboogstoot aan elkaar te geven hebben klager en advocaat fysiek contact met elkaar gehad. Dat geen sprake was van huid op huid contact doet hier niets aan af. De directeur stelt dat klager en advocaat redelijkerwijs op de hoogte hadden moeten zijn van de regels. Zo geeft de directeur aan dat de gedetineerden zijn geïnformeerd op de afdeling dat zij geen fysiek contact mogen hebben met hun bezoek. Ook wordt het bezoek bij binnenkomst geïnformeerd over de regels die gelden tijdens het bezoek, zoals het niet mogen hebben van fysiek contact. Het is echter onduidelijk geworden of het verbod op dit soort fysiek contact daadwerkelijk kenbaar is gemaakt aan de advocaat bij binnenkomst. Het is echter wel aannemelijk dat klager ten tijde van het bezoek op de hoogte is geweest van het verbod op fysiek contact. De directeur heeft dit namelijk aan alle gedetineerden kenbaar gemaakt. Het hebben van fysiek contact is dus een overtreding van de regels die gelden in PI Lelystad waarvan klager op de hoogte is geweest. Een dergelijke overtreding van de regels dient te worden aangemerkt als een feit dat onverenigbaar is met de orde of de veiligheid in de inrichting als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Pbw, voor het begaan waarvan klager verantwoordelijk kan worden gehouden (artikel 51, vijfde lid, Pbw). Dit is dan ook een strafwaardige gedraging waarbij in beginsel een disciplinaire straf dient te worden opgelegd. De directeur heeft echter gekozen om een ordemaatregel op te leggen en klager in quarantaine te plaatsen voor acht dagen als voorzorgmaatregel in het kader van de situatie omtrent corona.


Voor het opleggen van een ordemaatregel is vereist dat dit noodzakelijk is voor het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. Gelet op de argumentatie van klagers advocaat is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur onvoldoende heeft gemotiveerd dat de plaatsing van klager in quarantaine van acht dagen, wegens fysiek contact met zijn advocaat, noodzakelijk is geweest. Het gesprek van klager en advocaat vond namelijk plaats achter plexiglas, klagers advocaat had ten tijde van de elleboogboks een mondkapje op, de advocaat had geen coronaklachten, de elleboogboks vond plaats in een hal en de elleboogboks is een kortstondige aanraking geweest. Daarnaast adviseert de RIVM specifiek om geen handen te schudden en is vanaf het begin van de corona-uitbraak in maart 2020 geadviseerd om in plaats daarvan te groeten via een elleboogboks. Gelet hierop en de overige omstandigheden acht de beklagcommissie het niet aannemelijk dat klager door het geven van de elleboogboks een verhoogd risico op besmetting van het coronavirus heeft opgelopen.


De beklagcommissie begrijpt dat door het coronavirus sprake is van een uitzonderlijke situatie en er alles aan wordt gedaan om het virus niet in de inrichting te krijgen. Hierbij is de directeur echter wel gebonden aan de wet en dient per geval beoordeeld te worden of de oplegging van een ordemaatregel noodzakelijk is voor de orde en veiligheid in de inrichting. Daar is naar het oordeel van de beklagcommissie gelet op de omstandigheden in dit geval geen sprake van. De noodzaak om klager voor de duur van acht dagen te plaatsen op een individueel programma vanwege het geven van een korte elleboogboks is onvoldoende gebleken. De beklagcommissie zal het beklag dan ook gegrond verklaren. Aan klager zal een tegemoetkoming worden toegekend voor de dagen die hij onrechtmatig op individueel programma heeft doorgebracht. Doordat klager in kleine groepjes activiteiten heeft kunnen volgen stelt de beklagcommissie de tegemoetkoming vast op € 40,- op grond van de redelijkheid en billijkheid.


BESLISSING

De beklagcommissie verklaart het beklag gegrond en kent aan klager een tegemoetkoming toe van € 40,-.


Aldus gegeven op 24 maart 2021 door mw. mr. A. de Gooijer, voorzitter, en dhr. N. Eski en mw. J. Tromp, leden, bijgestaan door dhr. mr. B. Wijnberg, secretaris.