Sla inhoud over

KC 2020/033

Datum uitspraak:
13/10/2020
Artikel:
24 en 42 Bvt
Samenvatting:
Een patiënt klaagt over een drietal feiten: het niet mogen bestellen van eten en de oplegging van een begeleidingsplan naar aanleiding van het weigeren van een urinecontrole op 14 augustus 2020 en het niet goed naleven van het hitteprotocol in de periode van 7 tot en met 20 augustus 2020. Ten aanzien van het niet mogen bestellen van eten is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Er was die dag een calamiteit en de directeur heeft voldoende inspanningen verricht om zorg te dragen voor het eten die dag, er was ook daadwerkelijk voldoende eten beschikbaar. Het beklag ten aanzien van het begeleidingsplan is ongegrond verklaard. Klager heeft, ook na vier uur de tijd te hebben gekregen, geweigerd om mee te werken aan en uc. De directeur mocht klager daarom in alle redelijkheid een begeleidingsplan opleggen. Tot slot is klager in zijn beklag ten aanzien van het hitteprotocol niet-ontvankelijk verklaard. De beklagcommissie overweegt dat hoewel het vervelend is voor klager dat het ten tijde van de hittegolf in de kliniek heel warm was, er geen recht op de verstrekking van ijs, chips en water bestaat. Tevens is het hitteprotocol gewijzigd waardoor de verstrekking van ijs, chips en water hierin niet meer staat vermeld.
Uitspraak:

UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ FORENSISCH PSYCHIATRISCH CENTRUM DE OOSTVAARDERSKLINIEK

De beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Oostvaarderskliniek te Almere, bedoeld in artikel 59, eerste lid Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, heeft kennis genomen van de door of namens

[…]
ingediende klaagschriften ingekomen op 21 augustus 2020 in het kader van een ter beschikkingstelling verblijvende in voormelde kliniek.

De beklagcommissie heeft voorts kennisgenomen van de op schrift gestelde inlichtingen en opmerkingen d.d. 31 augustus 2020 van de directie van de Oostvaarderskliniek. De behandeling van de klaagschriften heeft plaatsgevonden op 14 september 2020 in aanwezigheid van:
-           klager;
-           […], namens de directie.

De inhoud van voornoemde door klager ingediende klaagschriften, wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd. De inhoud van de door de directie op schrift gestelde inlichtingen en opmerkingen wordt eveneens als hier herhaald en ingelast beschouwd.

Bestreden besluit
De klaagschriften zien op:
-           het niet kunnen bestellen van eten door de groep op 14 augustus 2020 (1);
-           het onterecht opleggen van een begeleidingsplan op 14 augustus 2020 in verband met het weigeren van een uc (2);
-           het niet goed naleven van het hitteprotocol in de periode van 7 tot en met 20 augustus 2020 (3).

Standpunt klager
Klager verklaart, zakelijk weergegeven
Ten aanzien van 1:
Ik dien deze klacht in namens alle patiënten van afdeling [a]. Ik overleg hierbij een formulier met de handtekeningen van alle 11 patiënten. Op 14 september 2020 was het niet duidelijk wat er was gebeurd. De deur werd rond 16.00 uur opengemaakt. Meestal kunnen we in overleg met de sociotherapie wat eten bestellen. Het leek mij echter gezien de omstandigheden wel gepast om iets te kunnen bestellen op kosten van kliniek. Afdeling [b] mocht wel op kosten van de kliniek eten bestellen. Een van de patiënten op onze afdeling heeft wat snacks kunnen maken. Ik heb 2 frikandellen op en ben met honger achter de deur gegaan. Er waren wel boodschappen op de afdeling, maar er was die dag geen vlees ontdooid. Er werd niet gezocht naar een alternatief. Normaal gesproken kunnen patiënten die niet kunnen koken steun van sociotherapie verwachten. Dat was niet het geval. Omdat afdeling [a] niet heeft kunnen koken, heeft de directie niet voldaan aan de zorgplicht tot het verstrekken van een maaltijd. Artikel 42 van Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (hierna: Bvt) zegt namelijk dat we onder alle omstandigheden eten moeten kunnen bestellen.

Ten aanzien van 2:
Ik zou een uc hebben geweigerd waardoor ik een begeleidingsplan heb gekregen. Ik was echter net één dag uit een eerdere twee weken begeleiding vanwege een positieve uc. Het was heel warm en het hitteprotocol gold. Ik drink heel veel, maar sport ook veel. Door de hitte lukte het me niet binnen 4 uur urine te produceren. Men kon daar geen rekening mee houden. Uiteindelijk kon ik om 14 uur plassen, maar dat was te laat. De sociotherapeut zei dat ze niets anders konden doen dan mij weer een begeleidingsplan op te leggen. In de 5 jaar dat ik in de kliniek verblijf heb ik nooit een uc geweigerd. Ik zag er geen kwaad in om wat later te plassen omdat we ook niet in normale omstandigheden zaten vanwege het weer. Men had mijn urine om 14 uur kunnen controleren en als ik dan positief was geweest, had men alsnog kunnen besluiten begeleidingsplan op te leggen. Het begeleidingsplan is niet door een HP, cozo, mentor e.d besproken en aangezegd, maar ik kreeg gelijk een formulier begeleidingsplan uitgereikt. Ik vind een begeleidingsplan een te zwaar middel. Ik hield me aan de regels, maar ik kon alleen vanwege de hitte geen urine produceren. In totaal zaten er 5 dagen tussen de vorige negatieve uc-uitslag en de volgende uc.

Ten aanzien van 3:
Sinds dit jaar kan ik de schaduwdoeken gebruiken, maar dat haalt niets uit voor de hitte in het gebouw. De airco blies op een gegeven moment warme lucht rond en genereerde geen koude lucht. In één van de kamers was het 28 graden. Dat zijn geen temperaturen waarmee je lekker kan slapen. Uit het verweer is gebleken dat er voorzieningen getroffen kunnen worden maar dat dit geen recht of verplichting is. Bij de hittegolf van een aantal maanden geleden is wel veelvuldig ijs, chips en water uitgedeeld. Dat dit nu is beperkt en dat dit niet is gecommuniceerd is niet correct. Het is van belang dat het wordt nageleefd. Ten aanzien van de communicatie wordt er niet goed gesproken met sociotherapie. Zij kennen de regelgeving omtrent dit soort dingen niet. Wij verwachtten dat er ijs, chips en water zou komen, net zoals de schaduwdoeken. Wij hebben wel een kraan op kamer, dus geen tekort aan water. Het ging meer om de ijsjes en de chips.

Standpunt directie
De directie verklaart, zakelijk weergegeven:
Ten aanzien van 1:
De informatie in het verweerschrift is hetgeen de directie van de medewerkers heeft teruggekoppeld gekregen. Patiënten zouden wel zelf eten hebben mogen klaarmaken, dat heb ik ook in de dagrapportage gelezen. Onduidelijk is of de afdeling de gelegenheid is geboden om eten te koken, al dan niet snacks of een maaltijd. Hierover zal ik na de zitting navraag doen en die informatie zal ik zo snel mogelijk verstrekken. Feit is dat de afdeling niet is ingesloten zonder eten. Er bestaat geen recht om altijd eten te bestellen. Bij incidenten wordt dit weleens gedaan. In de hectiek van dit incident is het niet gebeurd bij deze afdeling.

Ten aanzien van 2:
Er is een urineprotocol en het uitgangspunt is dat een patiënt direct plast. Als dat niet lukt krijgt hij 4 uur de tijd om alsnog te plassen. Dat is een ruime tijd. Het niet leveren van urine wordt gelijkgesteld aan een positieve uc. Het behandelteam vond een begeleidingsplan een gepaste maatregel. Het is mogelijk dat een sociotherapeut het behandelplan heeft uitgereikt.

Ten aanzien van 3:
Als aanvulling op het verweerschrift kan worden aangegeven dat er binnen de kliniek nog wel regelmatig ijsjes en chips wordt gegeven, maar dat deze uit het hitteprotocol zijn gehaald zodat patiënten en medewerkers zich hier niet op kunnen beroepen.

Nagekomen aanvullende informatie directie
Ten aanzien van 1:
De aanvullende informatie is op 30 september 2020 via één email door het secretariaat van de commissie van toezicht ontvangen.
a) In twee e-mails van 2 en 3 september 2020 heeft klagers mentor […] aangegeven dat klager op 14 augustus 2020 eten heeft kunnen klaarmaken vanaf 16.00 uur, maar dat niet kon worden besteld bij het restaurant.
b) In een email van 28 september 2020 heeft […], sociotherapeut van afdeling [a], over 14 augustus 2020 aangegeven:
Ik heb die dag inderdaad een late dienst gehad. Dit is in onze bijzonderheden mail naar een ieder verzonden. “Vandaag een rare maar oké dienst gehad. [a] 1: een aantal patiënten zijn ontevreden, omdat er geen avond maaltijd bereidt is. Er is geen vlees ontdooit, waardoor men ook vindt dat het te laat is om dit nog te doen. St heeft aangeboden te koken, maar ook hier vond men het te laat voor. L. oppert om eten te bestellen en kan slecht horen dat hij even moet wachten tot st hier akkoord voor gaat vragen bij AH. Hem uitgelegd wat de reden hiervan is (als alle afdelingen nu gaan bestellen vanwege de calamiteiten van vandaag, dan raakt de receptie overbelast ed). Betrokkene is dan wat onbeschoft, maar herstelt zich later. Iedereen heeft voor zich wat eten bereidt en in de avond is de stemming op de afdeling prima. A. en E. hebben een begeleidingsplan gekregen, vanwege het niet leveren van UC. E. gaf hier in eerste instantie weerstand op en maakt st uit voor leugenaar, omdat zij een collega geloofde dat hij de UC heeft aangezegd. Betrokkene heeft even later een herstelgesprek gevraagd met st en zijn excuses aangeboden. Als toevoeging wil ik nog melden dat het vlees wat er die dag op het menu stond worstjes waren (geen braadworsten die lang moeten ontdooien). Deze zijn allen ontdooit in de oven, op een lage stand en later nog gebakken door enkele patiënten. Zelfs door een patiënt die net een medische ingreep had ondergaan. Hier hebben ook enkele patiënten van gegeten, want het was nu immers over. Ik heb toen zelfs nog op de groep opgemerkt dat er dus wel gewoon gekookt had kunnen worden en er had gegeten kunnen worden voor de pauze om 18.30 uur.
De dag ervoor waren er een aantal pizza’s over. Deze zijn ook uitgedeeld. Dus patiënten zijn ook zelf creatief geweest in het bedenken van een maaltijd omdat er dingen over waren. Een ander heeft bijvoorbeeld ei gebakken. Er was in ieder geval voldoende voeding op de afdeling aanwezig (naar mijn mening)”.

Beoordeling
In artikel 56 Bvt staat limitatief weergegeven tegen welke beslissingen, door/namens de directeur, beklag open staat.

Ten aanzien van 1:
Op grond van artikel 42, eerste lid Bvt draagt het hoofd van de instelling zorg dat aan de verpleegden voeding, noodzakelijke kleding en schoeisel worden verstrekt dan wel dat hem voldoende geldmiddelen ter beschikking worden gesteld om hierin naar behoren te voorzien.

De beklagcommissie stelt vast dat klager zich erover beklaagt dat de directeur zijn zorgplicht niet nakomt omdat klager en de medepatiënten van zijn afdeling geen eten mochten bestellen op 14 augustus 2020.

Uit het verweerschrift is gebleken dat er op 14 augustus 2020 een patiënt van afdeling [b] onwel is geworden en uiteindelijk is overleden. De medewerkers moesten in eerste instantie snel ter plekke komen om reanimatie te kunnen starten en de patiënten van die afdeling op te vangen. Hier waren ook medewerkers van klagers afdeling bij betrokken. Uit de per e-mail nagezonden informatie blijkt dat klagers afdeling die dag om 16 uur is ontsloten. Uit de email van sociotherapeut […] is gebleken dat er door de st is aangeboden te koken, dat de bevroren worstjes in de oven zijn ontdooid, dat er overgebleven pizza’s zijn opgewarmd en uitgedeeld en dat er door een patiënt een ei is gebakken. Tevens heeft klager aangegeven dat er door een patiënt snacks zijn gemaakt, waardoor hij twee frikandellen heeft gegeten. Er was dan ook voldoende eten voorhanden op afdeling [a] voor alle patiënten.

De beklagcommissie is op grond van bovenstaande van oordeel dat de directeur heeft voldaan aan de zorgplicht om voeding te verstrekken. Dat er vanwege de calamiteit geen mogelijkheid was om eten te bestellen doet niet af aan het feit dat de afdeling voldoende eten voorhanden had om een gepaste maaltijd te maken. Dat er geen eten is besteld is dan ook niet onredelijk of onbillijk. Tevens bestaat er geen recht op het bestellen van eten, enkel een recht op de verstrekking van voeding dan wel dat de verpleegde voldoende geldmiddelen ter beschikking wordt gesteld om hierin naar behoren te voorzien. Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

Ten overvloede merkt de beklagcommissie op dat het wenselijk was geweest als de relatief eenvoudig achterhaalde e-mailinformatie al tijdens de behandeling ter zitting beschikbaar was geweest.

Ten aanzien van 2:
Op grond van artikel 24, eerste lid van de Bvt kan het hoofd van de instelling, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de instelling dan wel in verband met de verlening van verlof, een verpleegde verplichten urine af te staan ten behoeve van een onderzoek van die urine op aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen.

In artikel 3 van de Regeling urineonderzoek verpleegden (hierna: de Regeling) staat de procedure van het urineonderzoek beschreven. Het vierde lid bepaalt dat indien de verpleegde niet direct tot afgifte van de urine in staat is, hij gedurende een periode van vier uur alsnog hiertoe in de gelegenheid wordt gesteld. De verpleegde verblijft gedurende deze periode bij voorkeur in een ruimte waarin geen mogelijkheden aanwezig zijn de resultaten van de analyse te beïnvloeden.

Artikel 8, tweede lid van de Regeling bepaalt dat indien de verpleegde na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, dit gelijk wordt gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan het urineonderzoek.

De beklagcommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over het feit dat hij niet meer dan 4 uren heeft gekregen om urine te produceren. Hierdoor is hem ten onrechte op 14 augustus 2020 een begeleidingsplan opgelegd vanwege het weigeren van een uc.

De beklagcommissie stelt verder vast dat klager op grond van artikel 3, lid 4 van de Regeling binnen vier uur urine moet kunnen afgeven. Er worden geen uitzonderingen gemaakt in de Wet en Regeling over uitzonderlijke warme omstandigheden. Overeenkomstig artikel 8, tweede lid van de Regeling wordt het niet binnen 4 uren kunnen afstaan dan wel produceren van urine gelijkgesteld aan een weigering medewerking te verlenen. Op grond van artikel 5 van de Huisregels van de kliniek kon aan klager bij deze weigering die gelijk staat aan een positieve uitslag één of meer maatregelen worden opgelegd. Artikel 7.1, derde lid van het Protocol Urineonderzoek bepaalt dat bij een positieve of daarmee gelijkgestelde uitslag onder meer een begeleidingsplan of maatregel kan worden opgelegd. Het behandelteam heeft tot het opleggen van een begeleidingsplan beslist omdat klager zijn gedrag in verband met mogelijk gebruik van verdovende middelen niet goed in te schatten is en in zijn behandelplan is opgenomen dat wanneer zijn gedrag daar aanleiding toe geeft, hij passend begeleid zal worden.

Op grond van bovenstaande is de beklagcommissie van oordeel dat er voldoende grondslag was om klager op 14 augustus 2020 op basis van de weigering uc een maatregel op te leggen. De kliniek heeft op basis van klagers gedrag en de weigering in alle redelijkheid kunnen beslissen om klager daarvoor een begeleidingsplan op te leggen. Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

Ten aanzien van 3:
De beklagcommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over het niet goed naleven van het hitteprotocol in de periode van 7 tot en met 20 augustus 2020.

Hoewel het vervelend is voor klager dat het ten tijde van de hittegolf in de kliniek heel warm was, bestaat er geen recht op de verstrekking van ijs, chips en water. Tevens is het hitteprotocol gewijzigd waardoor de verstrekking van ijs, chips en water hierin niet meer staat vermeld.

De beklagcommissie is van oordeel dat op grond van artikel 56, vierde lid Bvt geen beklag open staat tegen de wijze waarop het hoofd van de instelling een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht betracht. Klager zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag.

Beslissing
De beklagcommissie verklaart:
- het beklag ten aanzien van 1 en 2 ongegrond;
- klager niet-ontvankelijk in zijn beklag ten aanzien van 3.

Aldus gegeven op 13 oktober 2020 door mw. mr. J.A. Neslo, voorzitter, dhr. E. Menting en mw. J. van Breukelen, leden, in tegenwoordigheid van mw. H.A.M. Gill, plv. secretaris.