Sla inhoud over

KC 2020/032

Datum uitspraak:
03/09/2020
Artikel:
2 Pbw, WETS/WOTS
Samenvatting:
Een gedetineerde heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland en heeft de Bulgaarse nationaliteit. Hij heeft via zijn casemanager een verzoek gedaan tot strafoverdracht naar Bulgarije, zodat hij het resterende gedeelte van zijn straf kan ondergaan in zijn land van herkomst. De directeur heeft klager meegedeeld dat hij niets voor klager kan betekenen en dat hij contact moet opnemen met zijn advocaat. De beklagrechter is van oordeel dat de directeur op grond van zijn zorgplicht en de WETS/WOTS procedure verplicht is om een dergelijk verzoek in behandeling te nemen. Het beklag is gegrond verklaard. Klager was inmiddels overgeplaatst naar een andere inrichting waar het verzoek wel in behandeling is genomen. Het strafrestant van klager was echter door het tijdsverloop inmiddels te kort voor een strafoverdracht. Aan klager is daarom een tegemoetkoming toegekend van €50,-.
Uitspraak:

UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ PENITENTIAIRE INRICHTING NIEUWEGEIN

De beklagrechter heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:

[…], verder te noemen klager en op dit moment verblijvende in P.I. Veenhuizen, locatie Norgerhaven.

Het klaagschrift is gericht tegen het niet in behandeling nemen van een verzoek tot strafoverdracht op grond van de WETS (Wet wederzijds erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties) dan wel WOTS (Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen). Klager wordt in deze procedure bijgestaan door mr. W. Hendrickx.

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagrechter kennisgenomen van de volgende informatie:

  • Klaagschrift van 27 november 2019, diezelfde dag binnengekomen bij het secretariaat (inclusief bijlagen (schrijven van 19 november 2019 van de backoffice D&R; infoblad WOTS van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI);
  • Verweerschrift van de directeur van 30 maart 2020;
  • Schriftelijke reactie van de raadsman van klager van 12 mei 2020 op het verweerschrift inclusief bijlage (e-mail van de afdeling IOS van DIZ van de DJI van 4 mei 2020).

De beklagrechter van de beklagcommissie zal op grond van artikel 62, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw)als alleensprekend beklagrechter het klaagschrift afdoen. De beklagrechter acht zich daarnaast op basis van de stukken voldoende geïnformeerd. Er zal op grond van artikel 64, eerste lid, van de Pbw geen mondelinge behandeling plaatsvinden.

Het standpunt van klager
Namens klager geeft de raadsman aan dat klager is afgestraft en momenteel een strafrestant heeft van ruim 8 maanden. Klager wil middels een WETS/WOTS procedure naar Bulgarije worden overgeplaatst en heeft hiervoor een verzoek ingediend bij zijn casemanager. De directeur heeft ten onrechte geoordeeld dat een gedetineerde niet wordt geholpen bij het indienen van een dergelijk verzoek. Verzocht wordt de klacht gegrond te verklaren, de directeur op te dragen een nieuwe beslissing te nemen een tegemoetkoming toe te kennen die recht doet aan de immateriële schade die klager heeft geleden en nog zal lijden. Klager is uiteindelijk overgeplaatst naar PI Veenhuizen, locatie Norgerhaven die klager wel hebben geholpen bij het verzoek. Dit verzoek is echter door de DJI niet in behandeling genomen omdat het strafrestant inmiddels te kort was. Verzocht wordt om hier rekening mee te houden bij het bepalen van de tegemoetkoming.

Het standpunt van de directie
De directeur geeft aan dat klager op 20 mei 2019 in het huis van bewaring van PI Nieuwegein is geplaatst. Op 14 november 2019 is klager veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Op 8 januari 2020 is klager overgeplaatst naar de gevangenis van PI Veenhuizen, locatie Norgerhaven. Op 19 november 2019 heeft de backoffice van de afdeling D&R (detentie & re-integratie) aan klager laten weten dat klager voor een verzoek tot strafoverdracht naar Bulgarije hij contact moet opnemen met zijn advocaat. Het is niet het uitgangspunt dat de afdeling D&R gedetineerden hierbij ondersteunt. In het informatieblad staat vermeld: “U moet zelf vragen om strafoverdracht naar uw land. U kunt uw advocaat vragen u hiermee te helpen.” De gedetineerde wordt daarom primair naar zijn advocaat verwezen. De directeur acht deze beslissing niet onredelijk of onbillijk en verzoekt het beklag ongegrond te verklaren.

Beoordeling
Klager heeft conform artikel 60 van de Pbw tijdig beklag ingediend tegen een door of namens de directeur genomen beslissing. Klager kan daarom worden ontvangen in zijn beklag.

Op grond van artikel 2, tweede lid, van de Pbw wordt de vrijheidsstraf zoveel mogelijk en afhankelijk van het gedrag van de gedetineerde dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij. De beklagrechter overweegt dat dit inhoudt dat de directeur van de inrichting een verantwoordelijkheid heeft in het detentieverloop en het faciliteren van de re-integratie en resocialisatie van een gedetineerde. Namens de directeur is de casemanager van de afdeling D&R verantwoordelijk voor deze taak.

De beklagrechter stelt vast dat klager de Bulgaarse nationaliteit heeft en geen verblijfstitel heeft in Nederland. Zijn re-integratie belangen liggen daarom in zijn land van herkomst. Door middel van een strafoverdracht kan klager het resterende gedeelte van zijn straf uitzitten in Bulgarije zodat hij daar kan resocialiseren en re-integreren. Gebeurt dit niet, dan zal klager in Nederland na het einde van zijn straf worden uitgezet of zal hij Nederland zelfstandig moeten verlaten. In dit laatste geval heeft klager zich niet kunnen voorbereiden op de terugkeer in de maatschappij (in Bulgarije).

Klager heeft bij de afdeling D&R een verzoek gedaan voor (hulp bij) een strafoverdracht naar Bulgarije op grond van de WETS/WOTS. Uit een schrijven van de backoffice van de afdeling D&R van 19 november 2019 blijkt dat klager is meegedeeld dat de afdeling niets voor klager kan betekenen en dat klager geadviseerd wordt contact op te nemen met zijn advocaat.

Uit het ‘Informatieblad voor buitenlandse gevangenen in Nederland’ van de DJI, dat ziet op de strafoverdracht op basis van de WETS/WOTS, blijkt dat een gedetineerde zelf de eerste stap zet voor het verzoek tot strafoverdracht door een verzoek in te dienen bij de afdeling Internationale Overdracht Strafvonnissen (IOS) van de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van de DJI. Daarbij is vermeld dat een advocaat of de medewerkers van de gevangenis een gedetineerde hierbij kunnen helpen. De gevangenis of de advocaat stuurt het verzoek naar IOS. De stelling van de directeur dat uit het informatieblad zou blijken dat een gedetineerde dit zelf dient te doen en de inrichting hierbij (in beginsel) geen hulp bied, kan de beklagrechter dan ook niet volgen. Tot slot staat op de website van de DJI vermeld dat “Een buitenlandse gedetineerde kan een verzoek tot strafoverdracht indienen bij de justitiële inrichting waar hij verblijft.”[1] Gelet hierop is de beklagrechter van oordeel dat de directeur een gedetineerde dient te helpen bij het indienen van een verzoek tot strafoverdracht indien een gedetineerde daarom verzoekt. Nu vaststaat dat de afdeling D&R, namens de directeur, geweigerd heeft om klager te helpen bij deze procedure, is de beklagrechter van oordeel dat de directeur in strijd heeft gehandeld met zijn zorgplicht. Het beklag zal daarom gegrond worden verklaard.

Nu de gevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, acht de beklagrechter een tegemoetkoming op zijn plaats. Klager is op 8 januari 2020 overgeplaatst naar de gevangenis van PI Veenhuizen, locatie Norgerhaven. Deze inrichting heeft klager wel geholpen bij het indien van een verzoek tot strafoverdracht. Het verzoek is uiteindelijk niet in behandeling genomen omdat klager inmiddels een strafrestant had van 142 dagen, terwijl er een wettelijk minimum geldt van 180 dagen. Hiermee is de mogelijkheid van een strafoverdracht voor klager komen te vervallen. De beklagrechter zal in dit licht de tegemoetkoming vaststellen op €50,-.

BESLISSING
De beklagrechter verklaart:

  • Het beklag gegrond;
  • Kent aan klager een tegemoetkoming toe van €50,-.

Aldus gegeven op 3 september 2020 door dhr. mr. E.J. Willekers, beklagrechter, bijgestaan door mw. mr. A. Knol, secretaris.

[1] https://www.dji.nl/justitiabelen/strafoverdracht-wots-en-wets.aspx