Sla inhoud over

KC 2020/031

Datum uitspraak:
23/10/2020
Artikel:
24 lid 1 en lid 3 Bjj, 4.2 Huisregels
Samenvatting:
Het klaagschrift is gericht tegen het ontbreken van een grondslag voor de beslissing van de directeur van 3 februari 2020 tot het opleggen van een ordemaatregel van uitsluiting van activiteiten. Klager beklaagt zich dat hij door de groepsleiding op kamer is gezet nadat er is geconstateerd dat hij porno zou hebben gekeken. Klager ontkent dit en meent dat in de huisregels niets staat over een verbod op porno. Klager stelt dat ging om rapmuziek en een videoclip. Klager wenst vernietiging van het rapport en excuses vanuit de groepsleiding en afdelingsmanager voor de ordemaatregel en time-out De directeur stelt dat in het belang van de orde en/ of de veiligheid van de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming het opleggen van een ordemaatregel noodzakelijk was. De beklagrechter acht deze beslissing niet onbegrijpelijk gezien de korte duur van de ordemaatregel. Het uitsluiten van activiteiten heeft daardoor maar kort geduurd waardoor klager feitelijk zeer beperkt in zijn bewegingsvrijheid beperkt is geweest. De beklagrechter is hierdoor van mening dat er voldoende grondslag was voor het opleggen van de ordemaatregel. In zoverre zal het beklag materieel ongegrond worden verklaard. Formeel zal het beklag gegrond worden verklaard op basis van het bewaarders arrest nu de wettelijke 15-uurstermijn is overschreden met 49 minuten. Tegemoetkoming van € 5,-
Uitspraak:

De beklagcommissie van de Commissie van Toezicht bij de Justitiële jeugdinrichting Lelystad te Lelystad

De alleensprekende beklagrechter heeft kennisgenomen van een op 5 februari 2020 bij het secretariaat ingekomen klaagschrift

[…], hierna te noemen klager.

Het klaagschrift is gericht tegen het ontbreken van een grondslag voor de beslissing van de directeur van 3 februari 2020 tot het opleggen van een ordemaatregel van uitsluiting van activiteiten.

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagrechter kennisgenomen van de volgende informatie:
- een klaagschrift, gedateerd 2 februari 2020 en ontvangen bij het secretariaat op 5 februari 2020;
- een verweerschrift van de inrichting gedateerd 17 februari 2020;
- een klager betreffende uitdraai uit het Jeugd Inrichting Systeem van […], inhoudende de ordemaatregel van uitsluiting activiteiten, ingaande […], eindigend op 3-2-2020 om […] (de feitelijke beschikking is niet beschikbaar in verband met het afsluiten van klagers dossier na overplaatsing).
Voornoemde stukken worden als ingevoegd beschouwd. 

De alleensprekende beklagrechter acht zich op basis van de stukken voldoende geïnformeerd. Er zal op grond van artikel 69 lid 1 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (hierna: Bjj) geen mondelinge behandeling plaatsvinden.

Beoordeling
Op grond van artikel 24, 1e lid van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (hierna: Bjj) kan de directeur de jeugdige uitsluiten van de deelname aan een of meer activiteiten, onder andere;
a) indien dit in het belang van de orde of de veiligheid van de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is of;
b) indien dit ter bescherming van de betrokken jeugdige noodzakelijk is. Het tweede lid bepaalt dat dit ten hoogste twee dagen duurt. (…).

Klager beklaagt zich erover dat hij door de groepsleiding op kamer is gezet nadat er is geconstateerd dat hij porno zou hebben gekeken. Klager heeft de porno niet op de tv gezet en in de huisregels staat ook niets over een verbod op porno. Het betrof hier rapmuziek met een videoclip. De inrichting faciliteert porno door het op een mediabox te zetten en het aan de jongeren te verstrekken. Klager wil vernietiging van het rapport en excuses vanuit de groepsleiding en afdelingsmanager voor de ordemaatregel en time-out.

Grondslag
De beklagrechter stelt vast dat op zondag 2 februari 2020 is geconstateerd dat klager en een groepsgenoot op de leefgroep porno aan het kijken waren op de tv die was verbonden met de mediabox. Een medewerkster heeft de jongeren betrapt en hen beiden op kamer geplaatst. Op maandag 3 juli 2020 zijn klager en zijn groepsgenoot gehoord door de unitmanager van de leefgroep. De groepsgenoot bekende dat hij en klager porno aan het kijken waren. Klager gaf aan dat het geen porno was. De medewerkster die de jongens heeft betrapt bevestigt het verhaal van de groepsgenoot. In zijn klaagschrift spreekt klager ook zelf over het kijken van porno.

Artikel 4.2 van de Regeling model huisregels justitiële jeugdinrichtingen bepaalt dat voorwerpen van discriminerende, aanstootgevende of militante aard verboden zijn. Onder “aanstootgevende aard” valt ook pornografie. Daarnaast is het op grond van artikel 4.2 van de Huisregels van de JII verboden om seksartikelen, sekslectuur en overige voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde en veiligheid binnen de inrichting en/of je geestelijke en lichamelijke gesteldheid in je bezit te hebben. Onder de orde wordt ook de handhaving van de goede zeden verstaan, zodat het mogelijk is beperkingen op te leggen aan het bezit en de verspreiding van vergaande uitingen van pornografie.

De beklagrechter acht de beslissing van de inrichting dat zij het gezien de situatie, in het belang van de orde of de veiligheid van de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, noodzakelijk hebben gevonden om een ordemaatregel op te leggen niet onbegrijpelijk. De ordemaatregel heeft slechts kort geduurd van zondag 2 februari 2020 om 19.45 uur tot maandag 3 februari 2020 om 11.04 uur.  De uitsluiting van activiteiten heeft 15 uur en 49 minuten geduurd, waardoor klager feitelijk zeer beperkt in zijn bewegingsvrijheid is geweest. Gelet op bovenstaande is de beklagrechter van oordeel dat de ordemaatregel niet als onredelijk of onbillijk kan worden beoordeeld. De beklagrechter is van oordeel dat er voldoende grondslag was voor het opleggen van de ordemaatregel uitsluiting van activiteiten. In zoverre zal het beklag materieel ongegrond worden verklaard.

Bewaardersarrest
Artikel 24, derde lid Bjj bepaalt dat indien onverwijlde tenuitvoerlegging van de uitsluiting, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, geboden is, een personeelslid of medewerker de maatregel, bedoeld in het eerste lid, voor een periode van ten hoogste vijftien uren kan treffen. Het vierde lid bepaalt dat de maatregel van uitsluiting van het verblijf in de groep of van de deelname aan een of meer activiteiten ten uitvoer wordt gelegd op de kamer van de jeugdige.

De beklagrechter stelt vast dat het incident dateert van 2 februari 2020, terwijl de beslissing tot oplegging van de ordemaatregel op 3 februari 2020 om 11.04 uur is genomen.
Uit het feit dat klagers gedrag vlak voor de standaard insluitingtijd van de jongeren op kamer om 20 uur heeft plaatsgevonden, volgt dat onverwijlde tenuitvoerlegging van de uitsluiting noodzakelijk was om de rust en veiligheid op de groep terug te brengen. Klager mocht dan ook enkel voor een periode van ten hoogste vijftien uren worden uitgesloten van activiteiten in zijn eigen kamer. 

De beklagrechter concludeert dat klager op 3 februari 2020 om 11.04 uur door de unitmanager is gehoord. Dat betekent dat de wettelijke 15-uurstermijn van het bewaardersarrest is overschreven met 49 minuten. De op 3 februari 2020 genomen beslissing kan dit niet repareren. Dit onderdeel van het beklag zal formeel gegrond worden verklaard en aan klager zal een tegemoetkoming worden toegekend van € 5,--.

Faciliteren porno
Voor zover klager zich erover beklaagt dat de inrichting porno faciliteert, is de beklagrechter van oordeel dat dit onderdeel ongegrond moet worden verklaard. Het is niet vast komen te staan hoe de beelden op de mediabox terecht zijn gekomen. De gegevens zijn echter terstond verwijderd.

Time-out
Voor zover klager zich beklaagt over een time-out, is de beklagrechter van oordeel dat klager niet kan worden ontvangen in zijn beklag nu dit volgens vaste jurisprudentie geen beklagwaardige beslissing betreft.

BESLISSING
De beklagrechter:
- verklaart het beklag formeel gegrond en materieel ongegrond;
- kent aan klager een (door de inrichting uit te betalen) tegemoetkoming toe van € 5,-;
- verklaart het beklag ten aanzien van het faciliteren van porno ongegrond;
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag ten aanzien van een time-out.

Aldus gegeven door mr. M.E. Companjen, in tegenwoordigheid van mw. H.A.M. Gill-Blom, secretaris, op 23 oktober 2020.

Er is door klager beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk R-8490.