Sla inhoud over

KC 2021/031

Datum uitspraak:
01/04/2021
Artikel:
Artt. 38 en 49 Pbw
Samenvatting:
Het klaagschrift is ertegen gericht dat klager, door de maatregelen die zijn genomen als gevolg van een corona-uitbraak in de inrichting, is beperkt in zijn recht op dagelijks verblijf in de buitenlucht, zijn recht om bezoek te ontvangen en zijn op recreatie. De directeur stelt dat de genomen maatregelen noodzakelijk waren om een verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Daarnaast werden er twee luchtplaatsen verbouwd en kampte de directeur met een personeelstekort. De beklagcommissie overweegt ten aanzien van de drie onderdelen van het klaagschrift dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie die de veiligheid en gezondheid van het personeel en de gedetineerden in het geding bracht. Gelet hierop is de beklagcommissie van oordeel dat de genomen maatregelen onredelijk noch onbillijk zijn geweest. Het beklag is om die reden ongegrond verklaard. Deze uitspraak kan worden gelezen in samenhang met een later gedane uitspraak, gepubliceerd onder kenmerk KC 2021/032.
Uitspraak:

De beklagcommissie van de Commissie van Toezicht bij Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel te Krimpen aan den IJssel


Klachtnummers: [1], [2], en [3]


Uitspraak op de klaagschriften als bedoeld in artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet (hierna: Pbw), ingekomen bij de beklagcommissie op 10 februari 2021, van de gedetineerde:


[…]


verblijvende in bovenvermelde inrichting,


betreffende: activiteiten (luchten), contact buitenwereld (bezoek), activiteiten (diversen)

1. Het verloop van de procedure

1.1

De beklagcommissie heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • de klaagschriften;
  • de schriftelijke reactie van de directeur van 2 maart 2021, met bijlagen;


1.2

De mondelinge behandeling van de klaagschriften vond plaats op 12 maart 2021. Daarbij waren aanwezig klager en namens de directeur […] en […] .

2. De standpunten van partijen

2.1

Samengevat en zakelijk weergegeven, komen de klachten op het volgende neer.


[1]

Vanwege een corona uitbraak onder het personeel heeft klager maar een half uur per dag kunnen luchten. Hij is hierdoor veel halve luchtmomenten kwijt geraakt. Volgens klager zijn er 4 luchtplaatsen en 430 gedetineerden en wanneer er dan gedurende 8 uur per dag ongeveer 12 gedetineerden per uur gezamenlijk luchten, had elke gedetineerde een uur per dag kunnen luchten. Een gang heeft al 24 mensen dus in dit geval zou dat ook best kunnen. Klager snapt dat de situatie uitzonderlijk is, maar stelt dat hij ook in een dergelijke moeilijke situatie recht heeft op zijn grondrecht om te luchten.


[2]

Door het ingevoerde coronaprogramma – vanwege een corona uitbraak onder het personeel - is het bezoekmoment van klager stopgezet. Klager heeft recht op één uur per week bezoek. Voordat corona uitbrak in de inrichting vond het bezoek al achter glas plaats en op anderhalve meter afstand, dus ook nu was er een mogelijkheid om het bezoek verantwoord door te laten gaan. Bovendien is ook de mogelijkheid van Skype bezoek stopgezet. Hiervoor is geen compensatie aangeboden. Klager heeft hierdoor drie keer zijn bezoekmoment gemist. Klager begrijpt dat de situatie uitzonderlijk is, maar stelt dat hij ook in een dergelijke moeilijke situatie recht heeft op zijn grondrecht op bezoek.


[3]

Klager heeft sinds 2 februari 2021 om de dag maar vijftien minuten mogen recreëren vanwege het ingevoerde coronaprogramma als gevolg van een corona besmetting onder het personeel. Klager heeft echter recht op zes uur recreatie per week. De vijftien minuten recreatie die klager kreeg gaven hem alleen de mogelijkheid om te bellen, maar niet om bijvoorbeeld ook zijn cel schoon te maken, te koken of iets dergelijks. Het coronaprogramma duurde tot 9 februari 2021. Er is hiervoor geen compensatie aangeboden. Het klopt wel dat klager een keer een versnapering heeft gehad en er een extra film is vertoond. Dit is echter geen afdoende compensatie voor de misgelopen recreatie.


2.2

Samengevat en zakelijk weergegeven, komt het standpunt van de directeur op het volgende neer.


[1]

Vanwege meerdere coronabesmettingen onder het personeel heeft de directeur besloten het dagprogramma vanaf 2 februari 2021 op te schorten om verdere besmettingen te voorkomen en om de gezondheid van de gedetineerden en het personeel te waarborgen. Gevolg hiervan was – onder andere – dat het luchtmoment van gedetineerden, waaronder dat van klager, werd ingekort tot een half uur per dag. Door de corona uitbraak zaten 81 personeelsleden thuis, dat is meer dan de helft van de executieve dienst. Dit resulteerde in een personeelstekort. Bovendien werden ten tijde van de uitbraak twee luchtplaatsen verbouwd, waardoor deze niet konden worden gebruikt om te luchten. Om toch zoveel mogelijk gedetineerden de mogelijkheid te bieden om te luchten, heeft de directeur alles in het werk gesteld om één luchtplaats vroegtijdig op te laten leveren. Hierdoor werd het mogelijk voor gedetineerden om in kleine groepjes per gang, van ongeveer 13 tot 17 gedetineerden, gedurende een half uur te luchten. De directeur begrijpt klagers frustratie over zijn ingekorte luchtmoment en erkent dat het recht op luchten een fundamenteel recht is waarvan slechts in uitzonderlijke omstandigheden van mag worden afgeweken. Echter voelde de directeur zich genoodzaakt om tot dergelijke maatregelen over te gaan, om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen en zo de orde en de veiligheid in de inrichting te handhaven en de gezondheid van de gedetineerden en het personeel te waarborgen. Daarbij verwijst de directeur naar artikel 3, derde lid, en artikel 5, derde lid, van de Pbw waarin de directeur de bevoegdheid heeft om aan de gedetineerden bevelen te geven, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting of een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.


Verder stelt de directeur dat zij, met betrekking tot versoepeling van de maatregelen, grotendeels afhankelijk was van de GGD. Op 6 februari 2021 zijn alle personeelsleden en alle gedetineerden door de GGD getest. Op 7 februari 2021 en 8 februari 2021 kwamen de uitslagen grotendeels binnen. Echter gaf de GGD te kennen dat zij 56 uitslagen (waarvan 2 positief) niet kon koppelen aan gedetineerden, waardoor niet duidelijk was welke gedetineerden positief getest waren en op welke afdeling deze zich bevonden. Om deze reden is deze groep gedetineerden opnieuw getest op 10 februari 2021. Op 11 februari 2021 heeft de directeur de testuitslagen binnen gekregen, waarna is besloten om de maatregelen vanaf 12 februari 2021 te versoepelen. 


[2]
Met betrekking tot de klacht over het bezoek dat is opgeschort stelt de directeur dat dit eveneens noodzakelijk was om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen. De directeur wilde de beweging in en naar de inrichting zo veel mogelijk beperken. Bovendien was opschorting van het bezoek noodzakelijk vanwege het personeelstekort. Om de gedetineerden tegemoet te komen heeft de directeur hen zo veel mogelijk de gelegenheid geboden om in groepjes te telefoneren.


[3]
De directeur voert aan dat, net zoals het opschorten van het bezoek en de inkorting van de luchtmomenten, de inkorting van de recreatiemomenten noodzakelijk was om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Om gedetineerden zo veel mogelijke te compenseren heeft de directeur op meerdere momenten onder andere pizza en Surinaamse broodjes laten komen en de gedetineerden tevens voorzien van versnaperingen en films.

3. De beoordeling

3.1

[1]

3.1.1
Ingevolge artikel 3, derde lid, van de Pbw, berust het beheer van een inrichting bij de directeur.


Ingevolge artikel 5, derde lid, van de Pbw, is de directeur, voor zover zulks noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting of een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, bevoegd aan de gedetineerden bevelen te geven.


Ingevolge artikel 49, eerste lid, heeft de gedetineerde recht op dagelijks verblijf in de buitenlucht, voor zover zijn gezondheid zich daar niet tegen verzet.


Ingevolge artikel 49, derde lid, draagt de directeur zorg dat de gedetineerde in de gelegenheid wordt gesteld dagelijks ten minste een uur in de buitenlucht te blijven.


3.1.2

Vast is komen te staan dat op 2 februari 2021 - vanwege een corona uitbraak onder personeelsleden – de directeur het dagprogramma heeft opgeschort, waardoor klagers luchtmoment vanaf die dag is beperkt.


3.1.3

De beklagcommissie overweegt ten eerste dat het recht op luchten een fundamenteel recht is, waarvan slechts in zeer uitzonderijke omstandigheden kan worden afgeweken en dat deze inperking niet langer dient te duren dan strikt noodzakelijk is.


3.1.4

Daarnaast overweegt de beklagcommissie dat het hier een zeer uitzonderlijke situatie betrof, waardoor de directeur met een personeelstekort kampte, waardoor de veiligheid en gezondheid van het personeel en de gedetineerden in het geding kwam wegens onderbezetting.


3.1.5

Verder overweegt de beklagcommissie dat de directeur een eigen belangenafweging heeft gemaakt nu de GGD kennelijk had aangegeven dat alle gedetineerden 24 uur per dag achter de deur moesten.


3.1.6

Tevens overweegt de beklagcommissie dat op 2 februari 2021 de eerste besmettingen werden geconstateerd en dat direct contact is opgenomen met de GGD. Op 6 februari 2021 zijn alle personeelsleden en gedetineerden door de GGD getest. Op 7 februari 2021 en 8 februari 2021 kwamen de uitslagen grotendeels binnen en vanwege een omissie aan de zijde van de GGD dienden op 10 februari 2021 56 gedetineerden opnieuw getest te worden. Op 11 februari 2021 waren de uitslagen binnen en vanaf 12 februari 2021 heeft de directeur de maatregelen afgeschaald.


3.1.7

Gelet op het vorenstaande is de beklagcommissie van oordeel dat – hoewel uitermate vervelend voor klager dat hij beperkt is in zijn recht op luchten – de beslissing van de directeur niet onredelijk of onbillijk is. Daarbij neemt de beklagcommissie mee dat de directeur de maatregelen heeft versoepeld zodra dat mogelijk was, onder andere extra versnaperingen aan de gedetineerden heeft verstrekt, extra belmomenten heeft aangeboden en tevens is de luchtplaats waar verbouwd werd versneld opgeleverd. Het beklag is dan ook ongegrond.


3.2

[2]


3.2.1

Ingevolge artikel 38, eerste lid, van de Pbw, heeft de gedetineerde het recht gedurende ten minste één uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen.


3.2.2

De directeur heeft op 2 februari 2021 het dagprogramma opgeschort en maatregelen genomen vanwege een corona-uitbraak, waarbij een van deze maatregelen de opschorting van het bezoek betrof.


3.2.3

Zoals de beklagcommissie hiervoor reeds heeft overwogen, mocht de directeur deze maatregelen nemen vanwege de zeer uitzonderlijke situatie waarin de inrichting zich bevond.


3.2.4

Gelet op het vorenstaande en gelet op hetgeen is overwogen onder 3.1 is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur niet onredelijk of onbillijk gehandeld heeft door het bezoekmoment van klager op te schorten. Het beklag is dan ook ongegrond.


3.3

[3]


3.3.1

Ingevolge artikel 49, eerste lid, van de Pbw heeft de gedetineerde recht op recreatie voor zover zijn gezondheid zich daar niet tegen verzet.


Ingevolge artikel 49, tweede lid, van de Pbw, draagt de directeur zorg dat de gedetineerde in de gelegenheid wordt gesteld tot deelname aan recreatieve activiteiten, gedurende ten minste zes uren per week.


3.3.2

De directeur heeft op 2 februari 2021 het dagprogramma opgeschort en maatregelen genomen vanwege een corona-uitbraak, waarbij een van deze maatregelen de gedeeltelijke opschorting van het dagprogramma betrof.


3.3.3

Zoals de beklagcommissie hiervoor reeds heeft overwogen, mocht de directeur deze maatregelen nemen vanwege de zeer uitzonderlijke situatie waarin de inrichting zich bevond.


3.3.4

Gelet op het vorenstaande en gelet op hetgeen is overwogen onder 3.1 is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur niet onredelijk of onbillijk gehandeld heeft door het dagprogramma van klager deels op te schorten. Het beklag is dan ook ongegrond.


4. BESLISSING

De beklagcommissie verklaart de klachten ongegrond.


Aldus gegeven op 1 april 2021 door de beklagcommissie, bestaande uit mr, […], voorzitter,

[…] en […], leden, in tegenwoordigheid van […], secretaris, op 1 april 2021.