Sla inhoud over

KC 2020/019

Datum uitspraak:
14/07/2020
Artikel:
23, 24 en 25 Pbw
Samenvatting:
Klager beklaagt zich over een aan hem opgelegde ordemaatregel van 14 dagen afzondering in een afzonderingscel. De ordemaatregel is opgelegd omdat klager bij een adrescontrole niet is aangetroffen op zijn verlofadres. De directeur heeft daarop de selectiefunctionaris geadviseerd om klager terug te plaatsen in de inrichting. Klager is in afwachting van de beslissing van de selectiefunctionaris tijdelijk afgezonderd omdat onttrekking aan detentie niet uitgesloten is wanneer een advies voor herselectie wordt gegeven. De beklagrechter is van oordeel dat in dit geval had kunnen worden volstaan met een waarschuwing. Omdat niet is komen vast te staan dat klager zich meerdere keren niet heeft gehouden aan zijn verlofvoorwaarden is de beslissing om een ordemaatregel op te leggen niet redelijk en billijk. Het beklag wordt gegrond verklaard en de beklagrechter kent - omdat de gevolgen niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt - een tegemoetkoming toe van € 80,-- (€ 10,-- per dag dat klager ten onrechte in afzondering heeft verbleven gedurende de periode van 17 tot en met 24 februari 2020).
Uitspraak:

BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ DE PENITENTIAIRE INRICHTINGEN
ZUID-OOST LOCATIE TER PEEL


UITSPRAAK


van de alleensprekende beklagrechter uit de commissie van toezicht bij de Penitentiaire Inrichtingen Zuid-Oost, locatie Ter Peel te Evertsoord naar aanlei­ding van het indienen van het klaagschrift van:


[…]


Klager verbleef in P.I. Ter Peel op het moment dat hij het beklag heeft ingediend.


DE STUKKEN

  • Een e-mail bericht van 19 februari 2020 van mr. H. van der Ende, advocate te Venlo, waarin zij namens klager klaagt over de op 17 februari 2020 opgelegde ordemaatregel.
  • Een klaagschrift, gedateerd 22 februari 2020, ontvangen door het secretariaat op 26 februari 2020,waarin hij zich beklaagt over dezelfde ordemaatregel.
  • Schriftelijke inlichtingen en opmerkingen van de directie van genoemde inrichting, gedateerd 25 februari 2020, aan de beklagrechter overgelegd, waarvan de inhoud bij het standpuntvan de directie is weergegeven, met als bijlage de ordemaatregel van 17 februari 2020.
  • Een e-mail bericht van 26 mei 2020 van de raadsvrouw naar aanleiding van het verweer.
  • Een e-mail bericht van 2 juni 2020 namens de directie als reactie op het bericht van de raadsvrouw.
  • Een e-mail bericht van 24 juni 2020 van de raadsvrouw als laatste reactie.

De inhoud van voormelde stukken wordt als hier ingelast be­schouwd.

In deze procedure was op 31 maart 2020 een mondelinge behandeling gepland. In verband met de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) zijn tal van landelijke maatregelen getroffen, waaronder het zoveel mogelijk sluiten van de P.I.’s voor externen. Om die reden is de geplande mondelinge behandeling op 31 maart 2020 niet doorgegaan.

Vervolgens is voorgesteld om op 28 april 2020 de zaak in te plannen voor een mondelinge behandeling. Omdat de landelijke maatregelen op dat moment nog voortduurden, kon ook deze beklagzitting niet doorgaan.

Om grote achterstanden bij de beklagzittingen te voorkomen is besloten om kritisch te bekijken of in een zaak voldoende informatie voorhanden is om tot een beslissing te komen zonder mondelinge behandeling, dan wel of een zaak alsnog voor het inwinnen van nadere informatie alsnog mondeling behandeld moet worden.

Bij schrijven van 26 mei 2020 heeft de raadsvrouw inhoudelijk gereageerd op het verweer van de directie en gemeld dat klager akkoord gaat met de schriftelijke afdoening van het beklag.

Op basis van de overgelegde stukken is de voorzitter van de CvT van oordeel dat in deze zaak voldoende informatie voorhanden is voor het schriftelijk nemen van een beslissing en dat een nadere mondelinge behandeling niet nodig is.

STANDPUNT VAN KLAGER EN ZIJN RAADSVROUW

De raadsvrouw heeft het volgende aangevoerd.

Bij beslissing van 17 februari 2020 heeft de directeur van de penitentiaire inrichting Ter Peel

aan cliënt een ordemaatregel opgelegd van 14 dagen afzondering in een afzonderingscel ex

artikel 24 lid 2 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Volgens de directeur is afzondering noodzakelijk vanuit het perspectief van de ordehandhaving. Cliënt zou tijdens zijn verlof de voorwaarden hebben geschonden. Cliënt wordt ter herselectie aangeboden aan de selecteur. In afwachting van de beslissing van de selecteur wordt cliënt op maatregel geplaatst in de P.l. Roermond.
Primair betwist cliënt uitdrukkelijk dat hij de voorwaarden tijdens zijn verlof heeft geschonden. Hij is het om die reden dan ook niet eens met de onderhavige beslissing van de directeur. Cliënt stelt dat hij tijdens de controle op 15 februari 2020 wel degelijk op het in de voorwaarden opgenomen verlofadres verbleef, te weten op het adres van zijn ouders ([…] te […]). Cliënt geeft echter aan dat hij niet in de woning was op het moment van de controle, maar dat hij achter de schuur (welke zich aan de linkerkant van de woning aan de […] te […] bevindt) aan het roken was. Cliënt stelt dat hij van de controle niets heeft meegekregen, maar dat hij zich wel bevond op het verlofadres.
Met betrekking tot de auto geeft cliënt aan dat hij zijn auto tijdens zijn verlof parkeert voor de deur van zijn eigen woning aan het […] te […]. Cliënt doet dit naar eigen zeggen uit een gevoel van veiligheid zodat men denkt dat de woning bewoond is. Cliënt verblijft echter tijdens zijn verlof niet in zijn eigen woning aan het […] te […]. Wellicht heeft het gegeven dat zijn auto voor zijn eigen woning geparkeerd stond, het vermoeden gerezen dat cliënt niet op zijn verlofadres zou verblijven.

Subsidiair stelt cliënt dat het opleggen van de onderhavige ordemaatregel in strijd is met art. 23 lid 1 sub a Pbw. Cliënt ziet niet in waarom afzondering noodzakelijk is vanuit het perspectief van de ordehandhaving. Afzondering is een uiterste maatregel. Cliënt begrijp niet waarom het eventuele overtreden van de voorwaarden van verlof in dit geval zou leiden tot verstoring van de orde in de inrichting waardoor het volgens de directeur noodzakelijk is om cliënt 14 dagen in afzondering te plaatsen.

Ondergetekende beschikt thans niet over het onderliggende dossier. Reeds op voorhand wordt gesteld dat de directeur bij het nemen van de beslissing niet is uitgegaan van de juiste feiten en omstandigheden en niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken in zijn beslissing. Er is sprake van onzorgvuldig onderzoek en een motiveringsgebrek en de beslissing is in strijd met de wet genomen. Aan cliënt had geen ordemaatregel mogen worden opgelegd.

Namens cliënt wordt verzocht het beklag gegrond te verklaren en cliënt een tegemoetkoming

toe te kennen.”

Klager is het niet eens met de genomen beslissing. Hij stelt dat hij op 15 februari 2020 een stuk was gaan lopen uit frustratie. Hij is van het verlofadres gelopen naar zijn eigen woning. Hij stalt zijn auto daar tijdens zijn verlof, om te laten lijken dat hij aanwezig is, om zo inbraak te voorkomen.

Naar aanleiding van het verweer heeft de raadsvrouw inhoudelijk als volgt gereageerd.

Klager persisteert bij zijn standpunt. Opgemerkt wordt dat het proces-verbaal van de politiecontrole van 15 februari 2020 ontbreekt. De raadsvrouw gaat er van uit dat er een proces-verbaal moet zijn opgemaakt. Nu dit proces-verbaal ontbreekt is de toelichting op de ordemaatregel voor klager niet verifieerbaar. Klager blijft er bij dat hij tijdens de controle op 15 februari 2020 tijdens de controle op het adres van zijn ouders aanwezig was en dat hij daarom de voorwaarden tijdens zijn verlof niet heeft geschonden.

In haar laatste reactie meldt de raadsvrouw tot slot dat hetgeen de vader van klager tegen de politie heeft gezegd over het niet aanwezig zijn van zijn zoon niet bepalend of doorslaggevend is. Klager bevond zich –naar eigen zeggen- immers tijdens de controle achter de schuur die ligt aan de linkerkant van de woning aan de […] te […]. Dat vader van klager dat niet wist en daarom gezegd heeft dat klager er niet was. Sluit niet uit dat klager wel degelijk op het adres […] aanwezig was, ook al bevond hij zich niet in de woning. Klager bevond zich wel op het terrein van het verlofadres. Niet bepaald is dat klager tussen 23.00 uur en 06.00 uur ook daadwerkelijk in een bed op dat adres moet liggen.

STANDPUNT VAN DE DIRECTEUR
Klager klaagt over een ordemaatregel van 17/02/2020 waarbij hij in afwachting van een beslissing van de selectiefunctionaris (SF) tijdelijk afgezonderd is nadat de directeur adviseerde klager voor terugplaatsing in behandeling te nemen.

Op 24/02/2020 heeft de selectiefunctionaris de inrichting geïnformeerd dat er vooralsnog wat hem betreft onvoldoende aanleiding is om klager op basis van één adrescontrole terug te plaatsen naar een gesloten regime.

De directeur heeft op basis van voornoemde reactie van de SF besloten klager terug naar de ZBBI van de Flexcap Pl Ter Peel te brengen op 24/02/2020.

Klager is naar aanleiding van een politiecontrole op 15/02/2020 of betrokken op zijn verlofadres zou verblijven niet beschikbaar was voor controle gebleken. Zijn vader verklaarde dat betrokkene niet aanwezig was en klager verklaarde nadien aanvullend dat hij aan het wandelen zou zijn gegaan waarbij hij aanvullend een foto overlegde waarmee hij zou aantonen dat hij in bed lag als bewijs dat hij thuis zou hebben geslapen conform het locatiegebod tijdens de nachtelijke uren.

Van gedetineerden die in de ZBBI verblijven wordt een grote eigen verantwoordelijkheid verwacht om zich te houden aan voorwaarden noodzakelijk voor verblijf in een regime van zeer beperkte beveiliging. Omdat klager feitelijk niet controleerbaar bleek voor de politie en de Pl Ter Peel op zijn verlofadres waaraan de directeur voorwaarden toekende, is een belangenafweging gemaakt.
Daarbij woog het belang van een ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsbeneming en eigen verantwoordelijkheid van klager zwaarder dan verblijf in een ZBBI wanneer blijkt dat klager zich niet feitelijk aan de voorwaarden kan houden.

Betrokkene is op 24/02/2020 geïnformeerd dat hij zal worden teruggeplaatst naar de ZBBI en gewaarschuwd dat hij zich in de toekomst zorgvuldig aan de voorwaarden dient te houden en wederom gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid hierin.

Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren nu klager in alle redelijkheid kon worden afgezonderd in afwachting van een beslissing van de SF en het feit dat volgens vaste jurisprudentie onttrekking aan detentie niet uitgesloten is wanneer een advies voor herselectie wordt gegeven.

Aanvullend is het volgende opgemerkt.

De advocaat geeft aan dat er geen proces verbaal is opgemaakt van de nachtelijke controle op het aangegeven verlofadres van betrokkene.

Hier is wel een melding van geschreven welke verwerkt is in het onderstaande schriftelijke verslag:

Hierbij stel ik u op de hoogte van het volgende voorval:

Op maandag 17 februari omstreeks 11.25 uur werd ik door mijn leidinggevende op de hoogte gebracht van onderstaande feiten, met het verzoek een rapport op te maken aangezien ik zijn mentor ben in de ZBBI Mannen ter Peel.

Dhr. […] is door de politie gecontroleerd op het verzoek van de inrichting omdat betrokkene diverse malen heeft aangegeven dat hij niet op zijn verlofadres zou verblijven tijdens de uren tussen 23.00 uur en 06.00 uur.

Door deze twijfel te zaaien is er besloten tot controle van zijn weekendverlof adres over te gaan.

De politie meldt het volgende:

Op 15 februari 2020 om 00.05 uur heeft de politie aangebeld op het adres […] te […] al waar zijn vader de deur opende. De vader verklaarde dat betrokkene op dat moment niet op dat adres aanwezig was. Daarop is er door de politie besloten ook een controle te doen op het adres […] te […]. Bij aankomst was alles donker. Er is aangebeld en gewacht maar er is niet open gedaan.

Deze bevindingen zijn vandaag 17 februari 2020 teruggekoppeld aan de inrichting alwaar voor bovenstaande feiten een rapport is opgemaakt”.

Voor het overige kan het al ingediende verweerschrift volstaan.


BEOORDELING

De beklagrechter overweegt het volgende.

Klager is met ingang van 17 februari 2020 vanaf 13.00 uur een ordemaatregel opgelegd van 14 dagen afzondering in een afzonderingscel omdat klager zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden van zijn verlof. In afwachting van de beslissing de SF wordt klager geplaatst in de P.I. Roermond. Op 17 februari 2020 is klager een ordemaatregel opgelegd van 7 dagen observatie door middel van cameratoezicht vanaf 17.00 uur, omdat klager na plaatsing in de afzonderingscel is gaan schreeuwen en schoppen en klager met een pyjamajasje om zijn nek gebonden in zijn cel werd aangetroffen.

Daarnaast blijkt uit het verweer dat de SF op 24 februari 2020 heeft beslist dat er op dat moment onvoldoende aanleiding was om klager op basis van één adrescontrole terug te plaatsen naar een gesloten regime. Klager is diezelfde dag teruggeplaatst in de ZBBI en gewaarschuwd dat hij zich in de toekomst zorgvuldig aan de voorwaarden dient te houden en wederom gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid hierin.

Ingevolge artikel 23, eerste lid onder a, van de Pbw, kan de directeur een gedetineerde uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten, indien dit in het belang is van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting dan wel indien dit in het belang van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is. Ingevolge artikel 24, eerste lid, van de Pbw is de directeur bevoegd een gedetineerde in afzondering te plaatsen op de gronden als genoemd in artikel 23, eerste lid, van de Pbw. 

Op grond van artikel 25, eerste lid, van de Pbw kan de tenuitvoerlegging in een andere inrichting of afdeling worden ondergaan indien de tenuitvoerlegging van de afzondering in de inrichting of afdeling waarin zij is opgelegd op ernstige bezwaren stuit. 

De beklagrechter overweegt dat uit de ordemaatregel van 17 februari 2020 blijkt dat de politie op 15 februari 2020 een controle heeft uitgevoerd op het verplichte verlofadres, omdat er vermoedens waren dat klager daar niet verbleef. Klager werd inderdaad door de politie niet aangetroffen op het verlof adres. Hij heeft daardoor de voorwaarden van het verlof geschonden. Door de directie wordt gesteld dat klager vooraf heeft aangekondigd dat hij niet aanwezig zou zijn op het verplichte verlofadres. Dit wordt niet gestaafd door een onderliggende rapportage.

De beklagrechter overweegt verder dat klager blijkbaar niet op het adres is aangetroffen door de politie. Daarbij is uitgegaan van de opmerking van de vader dat klager niet thuis zou zijn. De politie heeft immers niet verklaard de slaapkamer van klager te hebben bezocht. Anders dan klager en de raadsvrouw is de beklagrechter van oordeel dat de stelling van de vader dat klager niet thuis was gevolgd kan worden. De vader heeft geen redenen om over de afwezigheid van klager te liegen. Dat klager elders op het perceel aanwezig zou zijn maakt dat niet anders.

Echter de beklagrechter is van oordeel dat in dit geval had kunnen worden volstaan met een waarschuwing. Omdat niet gebleken is dat klager meerdere keren zich niet heeft gehouden aan zijn verlofvoorwaarden is de genomen beslissing om klager een ordemaatregel op te leggen niet redelijk en billijk. Het beklag wordt gegrond verklaard.

Omdat de gevolgen van de beslissing niet ongedaan kunnen worden gemaakt komt klager een tegemoetkoming toe. Door klager is niet ingegaan op een verblijf in een strafcel met cameratoezicht. De beklagrechter zal er daarom van uitgaan dat klager tot zijn overplaatsing naar de PI Roermond cameratoezicht heeft gehad.

Klager komt een tegemoetkoming toe van € 10,-- per dag dat hij ten onrechte in afzondering heeft verbleven gedurende de periode van 17 tot en met 24 februari 2020. De totale tegemoetkoming bedraagt € 80,--.

BESLISSING

De alleensprekende beklagrechter verklaart het klaagschrift gegrond;

Kent een tegemoetkoming toe van € 80,--.

Aldus gegeven op 14 juli 2020 door de alleensprekende beklagrechter, mr. S. van Lokven, bijgestaan door P. van Kaam-Wolfswinkel, secretaris.