Sla inhoud over

KC 2020/017

Datum uitspraak:
06/08/2020
Artikel:
16 Pbw, corona
Samenvatting:
Klager beklaagt zich over het tekortschieten van de directie in haar zorgplicht jegens klager. Klager stelt dat de directie onvoldoende inspanningen levert om hem te beschermen tegen een eventuele besmetting met het coronavirus wanneer er nieuwe gedetineerden worden geplaatst. Klager is erg bang om besmet te raken met het coronavirus, omdat hij longpatiënt is. De directie stelt dat zij voldoende maatregelen hebben genomen om besmetting door nieuwe gedetineerden te voorkomen. De beklagcommissie is van oordeel dat de directie onvoldoende maatregelen heeft genomen om de gezondheidsrisico’s voor klager te beperken en stelt vast dat de directie hierdoor de zorgplicht jegens klager geschonden heeft. Door gedetineerden direct op de afdeling te plaatsen en mee te laten draaien in het dagprogramma wordt het risico genomen dat een gedetineerde andere gedetineerden besmet, voordat wordt vastgesteld dat de gedetineerde het virus bij zich draagt. Daarnaast beklaagt klager zich erover dat meerdere gedetineerden vanuit een andere inrichting zijn overgeplaatst naar klagers inrichting, terwijl door de coronamaatregelen geen horizontale overplaatsingen zouden plaatsvinden. De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van zijn beklag, omdat het hier een beslissing betreft van de selectiefunctionaris. Daarbij kan de directeur van de ontvangende inrichting een gedetineerde die wordt overgeplaatst niet weigeren.
Uitspraak:

De beklagcommissie van de Commissie van Toezicht bij de Penitentiaire Inrichting Heerhugowaard, Locatie Zuyder Bos.

De beklagcommissie heeft kennis genomen van de stukken in de beklagzaak van […] – hierna klager – te weten:

  • een klaagschrift van 4 april 2020;
  • het schriftelijke directiecommentaar van 10 juni 2020.

De inhoud van genoemde stukken dient als hier ingevoegd te worden beschouwd.

Het klaagschrift is behandeld ter zitting van de beklag­com­missie van 20 juli 2020, waarbij klager en zijn raadsman, mr. B.J. de Pree, en namens de inrichting mevrouw […], plaatsvervangend vestigingsdirecteur, en mevrouw […], juridisch medewerker, zijn gehoord. Vanwege de maatregelen rondom het coronavirus heeft de beklagzitting middels Skype plaatsgevonden.

Standpunten
De standpunten van klager en directie, zoals die uit de stukken blijken en ter zitting zijn verwoord, luiden als volgt.

Standpunt klager
1.1          Klager klaagt erover dat de directie tekort is geschoten in haar zorgplicht jegens klager. Op 2 april 2020 is er een nieuwe gedetineerde op klagers afdeling geplaatst. Deze gedetineerde was afkomstig van het Detentie Centrum Schiphol (hierna: D.C. Schiphol), waar een inrichtingsarts en enkele gedetineerden zijn besmet met het coronavirus. De overplaatsingen van een gedetineerde van het D.C. Schiphol naar klagers afdeling ervaart klager als een aanslag op zijn geestelijke gezondheid. Klager is erg bang om besmet te raken met het coronavirus, omdat hij longpatiënt is. Klager ervaart de overplaatsing als het bewust toebrengen van detentieschade. De komende weken moet blijken of klagers gezondheid in gevaar is en dit is geen prettig vooruitzicht. Daarnaast heeft de minister besloten dat niet spoedeisende overplaatsingen verboden zijn.

1.2          In aanvulling op het klaagschrift heeft klager (s raadsman) ter zitting het volgende verklaard. Op meerdere momenten zijn er gedetineerden vanuit het D.C. Schiphol naar de Penitentiaire Inrichting Heerhugowaard (hierna: P.I. Heerhugowaard) overgeplaatst. Allereerst zijn deze overplaatsingen niet noodzakelijk geweest. Door de coronamaatregelen zouden er geen horizontale overplaatsingen plaatsvinden. Door dit wel te doen, is er een groot risico genomen. Dit risico raakt klager.

1.3          Ten tweede is de zorgplicht geschonden. Nieuwe gedetineerden werden niet in quarantaine geplaatst, maar mochten gelijk meedraaien met het dagprogramma. De controle op ziekteverschijnselen is daardoor te beperkt geweest. In andere inrichtingen wordt gewerkt met een inkomstenafdeling, waar nieuwe gedetineerden apart blijven van de overige gedetineerden. Gedetineerden met lichte klachten zullen dit niet op eigen initiatief melden, omdat zij dan worden uitgesloten van activiteiten. Hier kan dus niet op worden vertrouwd. De directie heeft voldoende grondslag om nieuwe gedetineerden in isolatie te houden tot zeker is dat zij geen risico vormen. Tijdens coronacrisis zijn er immers om meerdere vlakken meerdere grondrechten ingeperkt.

Standpunt directie
2.1          De directie heeft zich op het volgende standpunt gesteld. Binnen de P.I. Heerhugowaard bestaan op dit moment geen coronabesmettingen. Onder de huidige maatregelen moet de doorstroming van gedetineerden doorgang vinden. Dit houdt in dat arrestanten naar een gevangenis kunnen doorstromen en dat het faseren van een gevangenis naar een beperkt beveiligde inrichting door blijft gaan. Hierdoor is het mogelijk dat vanuit andere inrichtingen nieuwe inkomsten in de P.I. Heerhugowaard worden geplaatst. Deze inkomsten zijn in de zendende inrichting gemonitord en bij klachten of signalen zijn zij gezien en gesproken door de zorgafdeling daar. Bij binnenkomst in de P.I. Heerhugowaard wordt een gedetineerde bevraagd omtrent zijn gezondheidssituatie door de afdeling visitatie.

2.2          In het specifieke geval van het D.C. Schiphol, waarbij er melding was gemaakt van een arts met coronabesmetting, zijn de drie gedetineerden die in contact zijn geweest met deze arts onder verscherpt toezicht gesteld. Deze gedetineerden zijn op een afdeling in het D.C. Schiphol geïsoleerd en komen niet in aanmerking voor doorplaatsing. Bij een eventuele overplaatsing van andere gedetineerden vanuit het D.C. Schiphol naar de P.I. Heerhugowaard geldt dat er aanvullende afspraken zijn gemaakt. De zorgafdeling van het de D.C. Schiphol checkt de betreffende gedetineerde op de dag van het geplande transport naar de P.I. Heerhugowaard. Volgens het beleid worden gedetineerden niet getest, maar gescreend als er een overplaatsing aan de orde is. De spraakverwarring kan er toe geleid hebben dat men de indruk had dat gedetineerden getest worden bij overplaatsing, maar dat is dus niet het geval.

2.3          In aanvulling op het directiecommentaar heeft de directie ter zitting het volgende verklaard. Het overplaatsen van gedetineerden is geen beslissing van de directeur, maar van de selectiefunctionaris. De directie kan niet besluiten om gedetineerden te weigeren die vanuit D.C. Schiphol worden overgeplaatst naar de P.I. Heerhugowaard. De gedetineerden die zijn overgeplaatst naar de P.I. Heerhugowaard waren geen horizontale overplaatsingen. Horizontale overplaatsingen zijn overplaatsingen van gedetineerden die hier zelf om verzoeken. Aan deze verzoeken wordt momenteel geen uitvoering gegeven.

2.4          Het uitgangspunt is dat er in de inrichtingen een omgeving gecreëerd wordt waarin zo min mogelijk kans is op besmetting. Er is veel overleg geweest tussen de P.I. Heerhugowaard en het D.C. Schiphol en er worden alleen  gedetineerden overgeplaatst die geen corona hebben. Tevens zijn de overgeplaatste gedetineerden niet in contact geweest met de arts die corona had opgelopen, of andere gedetineerden met klachten. De nieuwe gedetineerden zijn onder gecontroleerde omstandigheden in de P.I. Heerhugowaard binnengekomen, door middel van close monitoring en een gesprek met de medische dienst. De P.I. Heerhugowaard werkt niet met een inkomstenafdeling, de nieuwe gedetineerden worden op de afdeling geplaatst en mogen meedraaien met het dagprogramma, maar worden wel in de gaten gehouden. Gedetineerden zijn niet in de isolatie geplaatst, omdat hier geen grond voor was. Gedetineerden worden bij binnenkomst in de inrichting niet getest.

Beoordeling
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting komt de beklagcommissie tot de volgende beoordeling. 

3.1          De beklagcommissie heeft het beklag van klager tweeledig opgevat. Ten aanzien van het overplaatsen van gedetineerden van het D.C. Schiphol naar de P.I. Heerhugowaard overweegt de beklagcommissie als volgt. Op grond van artikel 60, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) kan een gedetineerde beklag doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing. Klager klaagt erover dat er gedetineerden vanuit het D.C. Schiphol worden overgeplaatst naar de P.I. Heerhugowaard, terwijl deze overplaatsingen niet noodzakelijk zijn. Dit terwijl er is afgesproken dat er alleen noodzakelijke overplaatsingen zouden plaatsvinden, om het risico op besmetting met het coronavirus te beperken.

3.2          Het overplaatsen van gedetineerden is een beslissing die wordt genomen door de selectiefunctionaris en niet door de directeur. De directie van de P.I. Heerhugowaard kan een gedetineerde die wordt overgeplaatst dan ook niet weigeren. Derhalve heeft een dergelijke klacht geen betrekking op een door of namens de directeur genomen beslissing. Dit brengt met zich dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dit onderdeel van zijn klacht.

3.3          Daarnaast stelt klager dat de directie onvoldoende inspanningen levert om hem te beschermen tegen het coronavirus wanneer er nieuwe gedetineerden worden geplaatst. De directie van de P.I. Heerhugowaard dient er zorg voor te dragen dat klager voldoende wordt beschermd tegen een eventuele besmetting met het coronavirus. Derhalve kan hij voor dit deel worden ontvangen in zijn klacht. Klager stelt dat er sprake is van een schending van de zorgplicht, hetgeen door de directie wordt ontkend. De directie stelt dat zij voldoende maatregelen hebben genomen om besmetting door nieuwe gedetineerden te voorkomen. De zendende inrichting heeft de gedetineerde gemonitord en gecheckt alvorens hij op transport gaat. Daarnaast wordt een nieuwe gedetineerde bij aankomst in de P.I. Heerhugowaard bevraagd naar zijn gezondheidssituatie door de afdeling visitatie. De nieuwe gedetineerde mag meedraaien met het dagprogramma, maar wordt wel in de gaten gehouden.

3.4          De vraag die in dit onderdeel van de klacht aan de orde is, is of de directie van de P.I. Heerhugowaard voldoende heeft gedaan om klager te beschermen tegen een eventuele besmetting. De beklagcommissie beantwoordt deze vraag ontkennend. De directie heeft weliswaar maatregelen getroffen, maar de beklagcommissie is van oordeel dat er in deze bijzondere situatie meer van de directie had mogen en ook kunnen worden verwacht. De directie heeft afspraken gemaakt met de zendende inrichting over het controleren van gedetineerden. Echter, er is niet duidelijk geworden of de directie ook controle uitoefent op de naleving van die afspraken. Gelet op de ernst van de situatie had de directie voorts niet zonder meer mogen vertrouwen op enkel de controle die in een andere inrichting wordt uitgeoefend. Dat een nieuwe gedetineerde wordt bevraagd over zijn gezondheidssituatie bij binnenkomst in de P.I. Heerhugowaard maakt dit niet anders. Daargelaten dat het de vraag is of de directie in deze specifieke situatie op het antwoord van de gedetineerde kan en mag vertrouwen hoeft een gedetineerde geen klachten te hebben om besmet te zijn met het coronavirus. Het enkele vragen naar klachten sluit een besmetting niet uit. Door gedetineerden direct op de afdeling te plaatsen en mee te laten draaien in het dagprogramma wordt het risico genomen dat een gedetineerde andere gedetineerden besmet, voordat wordt vastgesteld dat de gedetineerde het virus bij zich draagt. De beklagcommissie is derhalve van oordeel dat de directie onvoldoende maatregelen heeft genomen om de gezondheidsrisico’s voor klager  te beperken en stelt  vast dat de directie hierdoor de zorgplicht jegens klager geschonden heeft. Derhalve wordt klagers klacht op dit onderdeel gegrond verklaard. Ten aanzien van een eventuele tegemoetkoming overweegt de beklagcommissie dat de directie plotseling is geconfronteerd met de zeer bijzondere situatie die het coronavirus met zich mee heeft gebracht. In de hele maatschappij is en wordt geworsteld met de vraag welke maatregelen noodzakelijk zijn ter voorkoming van verdere besmetting en verspreiding. Gelet op deze zeer bijzondere situatie acht de beklagcommissie een tegemoetkoming niet op zijn plaats.

BESLISSING
De beklagcommissie verklaart klager niet-ontvankelijk ten aanzien van het plaatsen van nieuwe gedetineerden op klagers afdeling.  

De beklagcommissie verklaart de klacht gegrond ten aanzien van het schenden van de zorgplicht, maar kent aan klager geen tegemoetkoming toe.

Aldus gegeven op 6 augustus 2020 door mr. N. Cuvelier, voorzitter, en P.N.J. Guldenaar en mr. drs. E.H. Schotman, leden, bijgestaan door  M. van Splunter, secretaris, op 6 augustus 2020.

Er is door de directie beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk R-7800.