Sla inhoud over

KC 2020/016

Datum uitspraak:
23/07/2019
Artikel:
20 lid 2 Pbw
Samenvatting:
Klager beklaagt zich erover dat hij als AOW-er door de inrichting verplicht wordt om deel te nemen aan de arbeid. Op grond van artikel 20, lid 2 Pbw kunnen gedetineerden in een regime van algehele gemeenschap worden verplicht zich tijdens activiteiten waaraan zij niet deelnemen in hun verblijfsruimte op te houden. Per 19 juni 2019 is door de directie besloten uitvoering te geven aan deze regel in die zin dat gedetineerden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kunnen kiezen of zij naar de arbeid willen of niet. Indien zij kiezen niet deel te nemen worden zij ingesloten tijdens het arbeidsblok. Van een plicht is daarmee volgens de beklagrechter geen sprake. Het insluiten van gedetineerden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt indien zij ervoor kiezen om niet deel te nemen aan de arbeid, past volgens de beklagrechter binnen de ruimte van voornoemd artikel. De beklagrechter is van oordeel dat het beklag is gericht tegen een algemene organisatorische regeling, die niet in strijd is met een in de inrichting geldend voorschrift, en is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak:

Beslissing van de voorzitter van de beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij de Penitentiaire Inrichting Middelburg, locatie Torentijd te Middelburg, op het klaagschrift van: 
 

[…], verblijvende in de P.I. Middelburg, locatie Torentijd, te Middelburg.

Het procesverloop

Klager heeft een op 19 juni 2019 gedateerd klaagschrift ingediend, dat door tussenkomst van de maandcommissaris op 27 juni 2019 is binnengekomen bij het secretariaat van de commissie van toezicht.

Het geschil en de beoordeling daarvan

Het beklag betreft de wijziging met ingang van 19 juni 2019 waardoor klager als AOW-er - volgens hem - door de inrichting wordt verplicht om deel te nemen aan de arbeid.  

Op grond van artikel 60, eerst lid, van de Penitentiaire beginselenwet (hierna: Pbw) kan een gedetineerde bij de beklagcommissie beklag doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing.

Ingevolge artikel 20, tweede lid, van de Pbw kunnen gedetineerden in een regime van algehele gemeenschap worden verplicht zich tijdens activiteiten waaraan zij niet deelnemen in hun verblijfsruimte op te houden. Deze regel impliceert dat gedetineerden die niet aan de activiteit arbeid deelnemen in principe worden ingesloten. Per 19 juni 2019 is in de inrichting besloten uitvoering te geven aan deze regel en is paragraaf 3.2.1 van de Huisregels gewijzigd, in die zin dat is opgenomen dat gedetineerden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kunnen kiezen of zij naar de arbeid willen of niet. Indien zij kiezen niet deel te nemen worden zij ingesloten tijdens het arbeidsblok.

Anders dan klager stelt, worden gedetineerden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt niet verplicht om aan de arbeid deel te nemen, maar hebben zij de keuze om wel of niet deel te nemen. Indien zij er voor kiezen om niet deel te nemen, houdt dat in dat zij worden ingesloten tijdens het arbeidsblok. De keuze van de directeur om dit te doen, past binnen de ruimte die artikel 20, tweede lid, van de Pbw biedt.

Het beklag is gericht tegen een algemene organisatorische regeling, die niet in strijd is met een in de inrichting geldend voorschrift en is om die reden kennelijk niet-ontvankelijk.

BESLISSING

De voorzitter verklaart het beklag niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven op 23 juli 2019 door mr. J.A.J. van den Boom, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. Philipsen als secretaris.

Er is door klager beroep ingesteld bij de RSJ onder kenmerk R-4355. Het ingestelde beroep is thans nog bij de RSJ in behandeling.