Sla inhoud over

KC 2020/008

Datum uitspraak:
11/09/2019
Artikel:
18 Pbw, 15, 25 Rspog
Samenvatting:
Een gedetineerde die verblijft op een arrestantenafdeling heeft bij zijn casemanager meerdere malen een verzoek gedaan tot overplaatsing naar een andere inrichting. Dit verzoek is door de directeur niet in behandeling genomen omdat hij van mening was dat de gedetineerde niet in aanmerking kwam voor overplaatsing. De beklagcommissie is van oordeel dat het een directeur niet is toegestaan om een overplaatsingsverzoek niet in behandeling te nemen. Een dergelijke beslissing is immers voorbehouden aan de selectiefunctionaris. Het beklag wordt gegrond verklaard met toekenning van een tegemoetkoming van €5,-.
Uitspraak:

UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ (…)

De alleensprekend beklagrechter uit de beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij (…) heeft kennis genomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:

(…), verder te noemen klager en thans verblijvende in (…).

Het klaagschrift is gericht tegen het niet in behandeling nemen van een overplaatsingsverzoek.

De directeur heeft schriftelijk gereageerd op de klacht. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. Klager is opgeroepen om rogatoir te worden gehoord door de voorzitter van de beklagcommissie bij (…). Klager heeft op het moment van de zitting laten weten niet te zullen verschijnen. Klager wordt in deze procedure bijgestaan door mw. mr. (…) die correct is opgeroepen voor het rogatoire verhoor maar niet is verschenen.

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagrechter kennisgenomen van de volgende informatie:
- klaagschrift van 19 mei 2019, binnengekomen bij het secretariaat op 20 mei 2019;
- verslag van de maandcommissaris van 19 mei 2019;
- verweerschrift van de directeur van 8 juli 2019;
- proces-verbaal van horen van de commissie van toezicht bij (…) van 8 augustus 2019.

De beklagrechter van de beklagcommissie zal op grond van artikel 62, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) als alleensprekend beklagrechter het klaagschrift afdoen.

De beoordeling
Klager heeft conform artikel 60 van de Pbw tijdig beklag ingediend tegen een door of namens de directeur genomen beslissing. Klager kan daarom worden ontvangen in zijn beklag.

Op grond van artikel 18 van de Pbw heeft een gedetineerde het recht om bij de Minister een verzoekschrift in te dienen tot overplaatsing naar een andere inrichting of afdeling. Uit artikel 15 van de Pbw en art. 25 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden volgt dat dergelijke beslissingen zijn gedelegeerd en voorbehouden aan de selectiefunctionaris waarbij de directeur de selectiefunctionaris adviseert.

Klager stelt dat zijn casemanager niet de tijd neemt om hem te spreken over zijn verzoek tot overplaatsing. De beklagrechter stelt vast dat klager meerdere malen een overplaatsingsverzoek heeft gedaan aan zijn casemanager. Dit verzoek is door de directeur niet in behandeling genomen omdat de directeur van mening was dat klager niet in aanmerking kwam voor overplaatsing. Hiertoe verwijst de directeur naar artikel 7, tweede lid, van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (Rspog). Nog daargelaten dat dit artikel aangeeft dat arrestanten de eerste acht weken van hun detentie niet in aanmerking komen voor plaatsing in een regime van algehele gemeenschap, zijn dergelijke overplaatsingsbeslissingen voorbehouden aan de selectiefunctionaris. De directeur had dan ook het verzoek van klager in behandeling moeten nemen en door moeten sturen naar de selectiefunctionaris. Indien de directeur daarbij van mening is dat de gedetineerde niet in aanmerking komt voor overplaatsing, kan hij de selectiefunctionaris adviseren het verzoek af te wijzen. Indien een gedetineerde om overplaatsing verzoekt, dient de inrichting daartoe de hiervoor omschreven, geëigende procedure te volgen. Het niet starten dan wel doorzetten van een overplaatsingsverzoek wordt gezien als een weigering om een overplaatsingsverzoek in behandeling te nemen, hetgeen de directeur niet is toegestaan. Gelet hierop zal de beklagrechter het beklag gegrond verklaren. Nu de gevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt acht de beklagrechter een tegemoetkoming op zijn plaats.

BESLISSING

De beklagrechter verklaart het beklag gegrond.

De beklagrechter kent klager een tegemoetkoming toe van €5,-.


Aldus gegeven op 11 september 2019 door mw. mr. (…), beklagrechter, bijgestaan door mw. mr. (…), secretaris.


[1] RSJ 10 november 2009, kenmerk 09/2036/GA