Sla inhoud over

Kc 2020/006

Datum uitspraak:
07/11/2019
Artikel:
36, 37, 45 Pbw
Samenvatting:
Een gedetineerde had in het kader van zijn strafzaak (een gedeelte van) zijn strafdossier met bijbehorende usb-stick op zijn cel. Bij een celinspectie heeft de directeur deze voorwerpen in beslag genomen omdat klager deze niet (langer) bij zich zou mogen hebben. De gedetineerde klaagt over de wijze waarop de directeur met deze privacy gevoelige informatie is omgegaan. Zo is hij niet op de hoogte gesteld van de in beslag name en zijn de voorwerpen enige tijd kwijt geweest. De beklagcommissie stelt allereerst vast dat de directeur klager in strijd met de wet niet schriftelijk op de hoogte heeft gebracht van de inbeslagname. Daarnaast oordeelt de beklagcommissie dat de directeur bij een celinspectie rekening dient te houden met de aanwezigheid van privacy gevoelige informatie waar derden geen kennis van mogen nemen. Nu niet duidelijk was wat er precies met de voorwerpen van klager is gebeurd en deze ook enige tijd kwijt zijn geweest, is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur de procedure met onvoldoende waarborgen heeft omkleed. Het beklag is gegrond verklaard en aan klager is een tegemoetkoming toegekend van €10,-.
Uitspraak:

UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ […]
De beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij (…) heeft kennis genomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:
(…), verder te noemen klager en op dit moment verblijvende in (…).

Het klaagschrift is gericht tegen de wijze waarop is omgegaan met klager zijn strafdossier en bijbehorende USB-stick.

De directeur heeft schriftelijk gereageerd op de klacht. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. Klager is rogatoir gehoord door de voorzitter van de beklagcommissie bij (…). De klacht is behandeld op een beklagzitting waarbij namens de directie aanwezig was (…) (plv. vestigingsdirecteur) en (…) (juridisch medewerker). Klager wordt in deze procedure bijgestaan door mw. (…).

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagcommissie kennisgenomen van de volgende informatie:
- klaagschriften van 5, 7 en 9 april 2019, bij het secretariaat binnengekomen op 16 en 23 april 2019;
- verweerschrift van de directeur van 29 mei 2019;
- aanvullend klaagschrift van de raadsvrouw van klager van 18 juni 2019 met bijlagen;
- het proces-verbaal van horen van de commissie van toezicht bij (…) van 26 juli 2019;
- het verhandelde ter zitting van 23 september 2019, hieronder kort uiteengezet voor zover niet gebleken uit de schriftelijke bescheiden.

Het standpunt van klager
Klager heeft gesteld dat zijn cel is ontruimd toen hij in de strafcel zat. Het personeel heeft klager zijn strafdossier in een kast gestopt waar iedereen bij kon. Het dossier bevat gevoelige informatie die niet voor anderen bestemd is. Dit was ook de reden dat klager een indicatie voor een éénpersoonscel kreeg. Daarbij is ook zijn verzegelde USB-stick ingenomen. Klager kan nu niet uitsluiten dat iemand kennis heeft genomen van de informatie.

De raadsvrouw heeft hieraan toegevoegd dat klager bij het terugkrijgen van zijn goederen constateerde dat het dossier en de USB-stick ontbraken, waarop hij direct aan de bel heeft getrokken. Het personeel kon vervolgens de voorwerpen niet meer vinden. De raadsvrouw heeft op 6 april 2019 verzocht om de goederen te retourneren. De heer (…) (afdelingshoofd) bevestigde dat de voorwerpen zoek waren, maar dat er werd gezocht. De datum, te weten 23 maart 2019, waarop volgens de directie de strafzaak van klager zou hebben plaatsgevonden valt op een zaterdag. Bovendien loopt de strafzaak van klager nog in hoger beroep. De stelling van de directie dat klager de USB-stick en het strafdossier had moeten uitvoeren is derhalve onjuist. Het is volstrekt onduidelijk hoe de directie bij deze datum komt. Voorts dient de inrichting ervoor zorg te dragen dat bij een ontruiming vertrouwelijke informatie ook vertrouwelijk blijft. In dit geval is dat op geen enkele manier gewaarborgd. De raadsvrouw begrijpt niet hoe de directeur zeker kan weten dat het personeel geen kennis heeft genomen van de inhoud. Het strafdossier van klager was gestopt in een kast op de afdeling, waarvan het personeel de sleutel heeft. Het strafdossier had tijdens de celinspectie in het bijzijn van klager geseald moeten worden. Op de USB-stick zat een zegel met de vermelding dat klager deze op cel mocht hebben. Deze spullen hadden, evenals aantekeningen die klager heeft gemaakt, geseald moeten worden in zijn bijzijn. De raadsvrouw van klager heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van de Commissie van Toezicht bij de P.I. Zwaag in een soortgelijke zaak.

Het standpunt van de directie
De directeur stelt dat de cel van klager, nadat hij in de strafcel was geplaatst, op 5 april 2019 is ontruimd. De USB-stick is in de preciosa van klager opgeborgen en het strafdossier is in een kluis op de afdeling Receptie Ingeslotenen (RI) geplaatst. De goederen waren niet kwijt, maar men wist op dat moment niet waar ze lagen. Klager zijn strafzaak heeft plaatsgevonden op 23 maart 2019. Omdat gedetineerden zelf verantwoordelijk zijn voor voorwerpen op hun cel, had klager na deze datum zorg moeten dragen voor de uitvoer van het dossier en de USB-stick. Klager heeft dit nagelaten en het personeel heeft bij de ontruiming het een en ander veiliggesteld, zonder van de inhoud kennis te nemen. In DCS is er geen speciaal beleid rondom dergelijke voorwerpen.

De beoordeling
Klager heeft conform artikel 60 van de Pbw tijdig beklag ingediend tegen een door of namens de directeur genomen beslissing. Klager kan daarom worden ontvangen in zijn beklag.

De beklagcommissie stelt vast dat op 5 april 2019, toen klager in een strafcel verbleef, zijn cel is ontruimd door het personeel van de inrichting. In deze cel bevond zich klager zijn strafdossier en een USB-stick die klager in zijn bezit mocht hebben ter voorbereiding op zijn strafzaak. Het strafdossier bestond uit drie ordners, twee of drie kleine mapjes en schriften met aantekeningen. Beide voorwerpen zijn door de directeur in beslag genomen. Vanuit de strafcel is klager intern overgeplaatst naar een andere cel. Hier constateerde klager dat zijn strafdossier en USB-stick ontbraken tussen zijn spullen.

De directeur heeft gesteld dat beide voorwerpen in beslag werden genomen omdat klager deze had moeten laten uitvoeren na de inhoudelijk behandeling van zijn strafzaak op 23 maart 2019, hetgeen klager nagelaten heeft. Het is de beklagcommissie echter ambtshalve gebleken dat 23 maart 2019 op een zaterdag valt en dat de Rechtbank Amsterdam op 21 december 2018 in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan in de strafzaak van klager.[1] De strafzaak van klager loopt thans in hoger beroep. Daarbij heeft de directeur op zitting verklaard dat hij niet weet onder welke voorwaarden klager deze voorwerpen op cel mocht hebben en welke afspraken daarover met het Openbaar Ministerie zijn gemaakt. Het bevreemdt de beklagcommissie dat de directeur dit niet weet en zij kan de directeur dan ook niet volgen in zijn stelling dat klager de voorwerpen niet (langer) in bezit mocht hebben. Nu klager zich echter niet beklaagt over de inbeslagname van de voorwerpen, zal de beklagcommissie zich verder onthouden van een oordeel hierover.

Ontvangstbewijs inbeslagname
Op grond van artikel 45, vijfde lid, van de Pbw kan de directeur voorwerpen ten aanzien waarvan geen toestemming als bedoeld in het tweede lid van art. 45 van die wet is verleend of die zijn verboden, in beslag nemen. De directeur moet ervoor zorg dragen dat deze voorwerpen, voor zover van belang, onder afgifte van een bewijs van ontvangst voor de gedetineerde worden bewaard. Nu klager onweersproken heeft gesteld geen ontvangstbewijs te hebben gekregen van de inbeslagname, gaat de beklagcommissie ervan uit dat klager inderdaad geen ontvangstbewijs heeft ontvangen en door de directeur niet op enige wijze op de hoogte is gebracht van de inbeslagname. De directeur heeft daarmee in strijd gehandeld met een door de wet voorgeschreven formaliteit en het beklag zal in zoverre gegrond worden verklaard.

Procedure inbeslagname
Op grond van artikel 36, tweede lid, en artikel 37 van de Pbw kunnen enveloppen of andere poststukken die afkomstig zijn van geprivilegieerde personen, waaronder de advocaat en justitiële autoriteiten, enkel worden onderzocht in het bijzijn van de gedetineerde. Deze bepaling geldt niet alleen in de gevallen waarin deze post de inrichting binnenkomt, maar ook bij alle volgende controles.[2] De beklagcommissie is van oordeel dat het strafdossier van klager in beginsel heeft te gelden als geprivilegieerde post en dat deze enkel in het bijzijn van klager mag worden onderzocht. Dit zou anders kunnen zijn indien voor het personeel niet kenbaar is of kan zijn dat het hier om geprivilegieerde stukken gaat. Nu de advocaat van klager onweersproken heeft gesteld dat het strafdossier van klager bestond uit in ieder geval drie ordners en bijbehorende USB-stick met daarop een sticker met de vermelding dat klager deze op cel mocht hebben, is de beklagcommissie van oordeel dat voor het personeel kenbaar had moeten zijn dat het hier ging om geprivilegieerde stukken. Dit geldt temeer nu klager deze met toestemming van de directeur in zijn bezit mocht hebben.

Hoewel het beklag zich niet richt tegen het onderzoek van de voorwerpen en ook niet duidelijk is of het strafdossier en de USB-stick van klager zijn onderzocht, eventueel om te beoordelen of klager deze daadwerkelijk op zijn cel mocht hebben, zoekt de beklagcommissie aansluiting bij de waarborgen omtrent de beoordeling van de procedure rondom de inbeslagname van de voorwerpen.

De beklagcommissie is in het licht van het bovenstaande van oordeel dat het bij een celinspectie op de weg van de directeur ligt om rekening te houden met het feit dat privacygevoelige informatie in de cel van een gedetineerde aanwezig is of kan zijn. Dit betekent onder meer dat de directeur, indien hij weet of moet vermoeden dat er sprake is van dergelijke informatie, een dusdanige procedure dient te volgen dat zoveel mogelijk wordt uitgesloten dat derden kennis kunnen nemen van de informatie en dat de privacy van de gedetineerde zoveel mogelijk wordt gewaarborgd. Zo zouden de voorwerpen, eventueel in aanwezigheid van de gedetineerde, direct in een sealbag kunnen worden gestopt. Deze sealbag kan vervolgens niet worden geopend zonder dat dit achteraf zichtbaar is. De gedetineerde kan dan ook kenbaar maken om welke stukken het precies gaat indien dit niet direct zichtbaar is. Zo was er bij klager niet alleen sprake van ordners, maar ook van mappen en tijdschriften. Tot slot kan dit het kwijtraken van voorwerpen voorkomen.

De directeur heeft te kennen gegeven dat er in (…) geen specifieke procedure is rondom het in beslag nemen van voorwerpen die privacygevoelige informatie bevatten. De USB-stick van klager is in zijn preciosa opgeborgen en zijn strafdossier is in een kluis gestopt bij de afdeling RI. Het is niet duidelijk op welke wijze dit is gebeurd. Het was in ieder geval niet in aanwezigheid van klager en evenmin is klager hier (schriftelijk) van op de hoogte gebracht. Toen klager en zijn raadsvrouw navraag deden bij het personeel over waar het strafdossier en de USB-stick zich bevonden, kon daar niet direct een antwoord op worden gegeven. Het personeel wist op dat moment niet waar de voorwerpen zich bevonden. Gelet op de wijze van inbeslagname in combinatie met het enige tijd zoek zijn van de voorwerpen, is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur, bij de inbeslagname en het opbergen van het strafdossier en USB-stick van klager, de procedure niet met voldoende waarborgen heeft omkleed. Het beklag zal daarom ook in zoverre gegrond worden verklaard.

Tegemoetkoming
Het strafdossier van klager met bijbehorende USB-stick, privacygevoelige informatie waar anderen geen kennis van mogen nemen, is zonder medeweten en kennisgeving van klager in beslag genomen. Daar komt bij dat de directeur na de inbeslagname geen gewaarborgde procedure heeft gevolgd voor het bewaren van de voorwerpen. Door toedoen van de directeur is klager enige tijd in het ongewisse geweest over waar deze voorwerpen zich bevonden en is niet uit te sluiten dat derden enige kennis hebben genomen van de privacygevoelige informatie. De beklagcommissie ziet daarom aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen die zij vaststelt op €10,-.

BESLISSING

De beklagcommissie verklaart het beklag gegrond.

De beklagcommissie kent aan klager een tegemoetkoming toe van €10,-.

Aldus gegeven op 7 november 2019 door (…) (voorzitter), (…) (leden), bijgestaan door de secretaris (…).


[1] Rechtbank Amsterdam, 21 december 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:9357
[2] RSJ 6 april 2010, 09/3674/GA