Sla inhoud over

KC 2019/007

Datum uitspraak:
28/11/2019
Artikel:
-
Samenvatting:
Klager beklaagt zich over het feit dat de directeur het beëindigen van de ordemaatregel afhankelijk heeft gesteld van het innemen van medicatie. De voorzitter overweegt dat de duur van afzondering afhankelijk kan worden gesteld van de gemoedstoestand van klager en diens bereidheid tot medewerking. In dit geval is getracht om klager te motiveren tot het innemen van medicatie. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar vanwege het ingrijpende karakter van de inname van medicatie had de koppeling met het verblijf in afzondering beter onderbouwd moeten worden. Hier speelt ook een rol dat klager niet eerder is gezien door een psycholoog en nog niet eerder de betreffende medicatie voorgeschreven heeft gekregen. Het beklag wordt derhalve gegrond verklaard. Een tegemoetkoming wordt niet geboden, nu niet aannemelijk is dat de beslissing van de directeur tot enige schade bij klager heeft geleid.
Uitspraak:

 

Commissie van Toezicht bij de […] te […]

De voorzitter van de beklagcommissie (hierna: de voorzitter) heeft kennisgenomen van het klaagschrift van klager, voorheen verblijvende in […] te […], thans verblijvende in […], locatie […]. Klager is in deze procedure bijgestaan door […], advocaat te […].

 

1. De procedure

1.1 Het klaagschrift gedateerd op 19 mei 2018, is ingekomen op 30 mei 2018.


1.2 De voorzitter heeft kennisgenomen van de stukken waaronder de schriftelijke reacties van de directie op klaagschriften van 21 juni 2018.


1.3 De voorzitter heeft kennisgenomen van het proces-verbaal rogatoir verhoor van 2 november 2018. De directie is in de gelegenheid gesteld mondeling op dit proces-verbaal rogatoir verhoor te reageren.

 

2. De inhoud van het beklag

2.1 Het klaagschrift heeft betrekking op het volgende onderwerp:

-       Klager beklaagt zich over het feit dat de directeur het beëindigen van de ordemaatregel afhankelijk heeft gesteld van het innemen van bepaalde medicatie (oxazepam).

 

3. De beoordeling

3.1 De voorzitter acht zich voldoende geïnformeerd om te kunnen beslissen.

De voorzitter begrijpt dat klagers klacht met name ziet op het feit dat de directeur de terugkeer naar eigen cel heeft laten afhangen van het innemen van rustgevende medicatie. Dienaangaande overweegt de voorzitter dat de duur van afzondering afhankelijk kan worden gesteld van de gemoedstoestand van klager en diens bereidheid tot medewerking. In dit geval is getracht om klager te motiveren tot het innemen van medicatie. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar vanwege het ingrijpende karakter van de inname van medicatie had de koppeling met het verblijf in afzondering beter onderbouwd moeten worden. Daarbij betrekt de voorzitter de stelling van klager dat hij niet is gezien door een psycholoog en nog niet eerder oxazepam voorgeschreven heeft gekregen. Bij de stukken is geen advies of rapportage van de psycholoog gevoegd waaruit het tegendeel blijkt.

Gelet op vorenstaande zal het beklag gegrond worden verklaard. De voorzitter is evenwel van oordeel dat een tegemoetkoming in onderhavige procedure niet geboden is, nu onvoldoende aannemelijk is dat de periode van afzondering langer heeft geduurd danwel dat de beslissing van de directie tot enige schade bij klager heeft geleid. De voorzitter beslist als hierna te melden.

 

4 DE BESLISSING

De voorzitter:

-       Verklaart de klacht gegrond maar kent geen tegemoetkoming toe.

 

Deze uitspraak is gegeven door de beklagcommissie, bestaande uit […], voorzitter, […] en van […], secretaris, op […]

 

Er is beroep ingesteld bij de RSJ, behandeld op 18 maart 2019 onder R-18/2358/GA. De RSJ verklaart het beroep zoals ingesteld tegen deze uitspraak gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog ongegrond. De beroepscommissie komt namelijk tot de conclusie dat de beëindiging van de ordemaatregel niet afhankelijk is gesteld van de medicatie, maar van klagers gedrag.